Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

„Kweken van embryo's voor onderzoek ontoelaatbaar

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

„Kweken van embryo's voor onderzoek ontoelaatbaar"

Druk van bepaalde wetenschappelijke zijde is tastbaar

10 minuten leestijd

Sommige celbiologen en genetici in Maastricht en Rotterdam zouden graag menselijke embryo's willen kweken voor wetenschappelijk onderzoek. Dergelijk onderzoek zou volgens deze wetenschappers veel duidelijk kunnen maken over de oorzaken van onvruchtbaarheid. Speciaal hiervoor gekweekte mini-mensjes zijn thans nodig, omdat de huidige technieken rond reageerbuisbevruchting zo zijn verbeterd, dat er te weinig 'overtollige' embryo's overblijven voor wetenschappelijke experimenten.

Twee medisch-ethische commissies hebben in navolging van de Gezondheidsraad intussen verklaard dat zij het kweken van embryo's voor dit soort doeleinden ontoelaatbaar vinden. De druk van bepaalde wetenschappelijke zijde om dit onderzoek toch toe te staan, is daarmee echter niet van de baan. Eind vorige week stelden de CDA-kamerleden Soutendijk, Borgman en Laning schriftelijke vragen over deze problematiek aan de ministers van WVC, onderwijs en justitie. Zij waren erachter gekomen dat er bij de Rijksuniversiteit Limburg in Maastricht plannen bestonden om ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek embryo's te gaan "kweken". De kamerleden vinden dit onaanvaardbaar. Zij zijn van mening dat een "pre-embryo" geen willekeurig klompje cellen is, „maar een unieke en beschermenswaardige combinatie van menselijke zaad- en eicel, die men niet voor willekeurig welke doeleinden kan kweken".
De drie CDA'ers vragen de betrokken bewindslieden om "ten spoedigste" wettelijke maatregelen uit te vaardigen die de juridische status van pre-embryo's verduidelijken en vastleggen. Een duidelijke hint aan het adres van de ministeries van justitie en WVC. Een groep beleidsmedewerkers van beide departementen buigt zich sinds oktober vorig jaar over deze problematiek. In tegenstelling tot wat beoogd werd, is het niet meer gelukt om voor de zomer met een notitie te komen waarin naast een standpunt over kunstmatige voortplanting en draagmoederschap ook de juridische status van het pre-embryo nauwkeurig wordt omschreven.
Een woordvoerster van de beleidsgroep schat dat de notitie aan het eind , van het jaar klaar zal zijn, maar aan die termijn moet niet al te strak worden vastgehouden "want het is geen eenvoudige problematiek". De notitie zal aan de Kamer worden overhandigd. Daarvoor of daarna —dat is thans nog niet beslist— zullen tevens adviezen worden ingewonnen bij diverse adviesorganen als de Emancipatieraad, de Nationale raad voor de volksgezondheid en de Raad voor het jeugdbeleid.

Medigon
Om te zien wat de directe aanleiding is tot het stellen van deze kamervragen moeten we naar Maastricht. Daar vatte een onderzoeksgroep onder leiding van de hoogleraar celbiologie en genetica van de Rijksuniversiteit Limburg, J. Geraedts, al ruim twee jaar geleden het plan op om een onderzoek te starten naar genetische defecten bij menselijke embryo's.
Geraedts: „Wij willen graag nagaan wat de oorzaken zijn waarom veel zwangerschappen al in een zeer vroeg stadium mislukken. Chromosomale aspecten spelen daarbij een belangrijke rol. Wij zijn van mening dat je met dit onderzoek veel vragen rond de menselijke voortplanting kunt beantwoorden. Het proefdiermodel is daarvoor niet geschikt".
Van het Medigon, de medische tak van de Nederlandse organisatie voor zuiver wetenschappelijk onderzoek (ZWO), kreeg Geraedts het groene licht voor zijn onderzoeksplannen, waarbij gebruik zou worden gemaakt van speciaal voor het onderzoek gekweekte embryo's. En daarmee was de financiering van het omstreden Maastrichtse onderzoek in principe rond.
De ZWO, als semi-overheidsinstelling ressorterend onder het ministerie van onderwijs, stelt zich, met een jaarlijks door de overheid verstrekt budget van een slordige 225 miljoen gulden, ten doel om "vooraanstaand fundamenteel wetenschappelijk onderzoek te coördineren en te stimuleren". Dat celbioloog Geraedts van het Medigon in financieel opzicht het groene licht heeft gekregen, is veelzeggend. Nu kijkt het ZWO bij dergelijke subsidie aanvragen uitsluitend naar de „zuiver wetenschappelijke kanten" van het onderzoek. Het is niettemin opmerkelijk dat deze semi-overheidsinstelling met de toekenning volledig voorbijgaat aan het feit dat dit soort onderzoek in Nederland, maar ook in de rest van de wereld, zeer omstreden is. Het betekent bovendien dat het ZWO onderzoek wil stimuleren waarvan de Gezondheidsraad in oktober vorig jaar ondubbelzinnig gezegd heeft dat het ethisch niet verantwoord is.

Discussie
De discussie over het al of niet verwerpelijk zijn van wetenschappelijk onderzoek op zogenoemde 'pre-embryo's' is ook in het buitenland in volle gang. In de Verenigde Staten mogen de National Institutes of Health (een soort nationale onderzoeksinstellingen) dergelijk onderzoek echter, in afwachting van nadere besluitvorming, niet financieren. Daartoe is zelfs een speciale wet in het leven geroepen.
Volgens de Gezondheidsraad is het zonneklaar dat een 'pre-embryo' -de benaming voor een embryo jonger dan 14 dagen- een aantrekkelijk onderwerp is voor onderzoek: men kan op die manier veel leren over erfelijke ziekten, de oorzaken van onvruchtbaarheid, de ontwikkeling van het menselijk leven, enz. Het 'probleem' is echter dat er door steeds betere werkmethoden steeds minder 'overtollige' embryo's overblijven. Vandaar dat volgens de Raad nu uit wetenschappelijk kringen de roep komt om toestemming voor opzettelijke creatie van embryo's ten behoeve van 'instrumenteel gebruik' in wetenschappelijk onderzoek, zo staat te lezen in het blad „Graadmeter" (jrg. 3 no. 5), een maandelijkse uitgave van de Gezondheidsraad.
Tussen haakjes: de term "pre-embryo" wordt thans vaak gebruikt om daarmee een —kunstmatig- onderscheid te scheppen met een embryo, waarbij de organen van het lichaam al gevormd zijn. Dat is bij het pre-embryo nog niet het geval. Dit onderscheid zou het in de toekomst makkelijker kunnen maken om aan beide stadia in de ontwikkeling van de mens een andere ethische en juridische status toe te kennen.

Weinig 'rest-embryo's'
Tot nu toe zijn volgens de Gezondheidsraad de ethische en juridische aspecten van onderzoek met embryo's vooral bekeken in het kader van de reageerbuisbevruchting. Daarbij komt het voor dat te veel eicellen worden bevrucht. De vraag is dan wat er moet of mag gebeuren met deze 'overblijvers'. Als er geen mogelijkheid is om de bevruchte eicel bij een vrouw in te brengen, moet het in principe mogelijk zijn om het embryo te gebruiken voor wetenschappelijke doeleinden, zo liet de raad in het vorig jaar uitgebrachte advies weten. Daarin werd, in navolging van de Britse Warnock-commissie, gesteld dat onderzoek met 'overtollige' pre-embryo's tot 14 dagen na de bevruchting aanvaardbaar is.
Aan het advies van de Gezondheidsraad zaten wel een flink aantal 'mitsen en maaren' vast. Een verzoek om toestemming voor wetenschappelijk onderzoek van 'overtollige' pre-embryo's moet niet alleen getoetst worden door ethische commissies, maar dient op nationaal niveau te worden beoordeeld. Pas „als er grote belangen van zeer velen op het spel staan waarbij de gewenste kennis niet door proeven met dierlijk materiaal of langs andere weg kan worden verkregen, kan overwogen worden om bij uitzondering menselijke 'pre-embryo's' instrumenteel te gebruiken", aldus de Raad vorig jaar.

Omdat dit advies van de Gezondheidsraad nog niet is verwerkt in regelgeving, kan prof. Geraedts op dit punt wel zijn gang gaan. Van de medisch-ethische commissie van het Academisch ziekenhuis Maastricht is namelijk wel toestemming verkregen om proeven te doen met 'overtollige' embryo's. Nationale toetsing van dit onderzoek is thans nog niet noodzakelijk, omdat de overheid zich nog niet heeft uitgesproken over het advies van de Gezondheidsraad en er dus voorlopig niets vastligt.

Hoewel de Gezondheidsraad dus onder strikte voorwaarden onderzoek op overtollige' embryo's toestond, werd in het advies ook duidelijk uitgesproken dat het speciaal kweken van embryo's voor onderzoek ethisch niet verantwoord wordt geacht: „De commissie acht het moreel ongeoorloofd om preembryo's speciaal voor instrumenteel gebruik te kweken". Die niet voor tweeërlei uitleg vatbare uitspraak zal de medisch-ethische commissie van het aan de Rijksuniversiteit Limburg verbonden Academisch ziekenhuis Maastricht (AZM) zeker ook voor ogen hebben gehad, toen zij begin dit jaar het licht op rood zette voor de door de afdeling celbiologie en genetica gevraagde toestemming om embryo's te kweken.

Ongebruikelijk
Vervolgens gebeurde er evenwel iets wat volgens medisch-directeur J. J. Cartay van het AZM vrij ongebruikelijk is: de onderzoekers gingen tegen het -voor de directie bindende— advies van de medisch-ethische commissie in beroep. Daarin is in de bestaande procedures voorzien. De directie vroeg een onafhankelijke beroepscommissie, bestaande uit wetenschappers van verschillende universiteiten, zich opnieuw op de kwestie te bezinnen. Ook deze commissie oordeelde negatief en daarmee was het onderzoek volgens Cartay definitief van de baan.
Volgens hem is de kans nihil dat een universiteit thans, na het advies van de Gezondheidsraad en de medisch-ethische commissies, nog toestemming krijgt voor het kweken van embryo's.
Cartay zegt -enigszins geprikkeld- zich nauwelijks te kunnen voorstellen dat de kamervragen zijn ingegeven door werkelijke zorg over de ontwikkelingen. „Nu werken de beveiligingsprocedures eens een keer en dan ontstaat er toch paniek. Het onderzoek is gewoon afgewezen. Andere wegen kunnen niet meer worden bewandeld en kleine donkere kamertjes waar toch zaken plaatsvinden die het daglicht niet kunnen verdragen, bestaan er bij ons niet".

Adviesaanvraag
Toch is de zaak wellicht nog niet helemaal van de baan. Prof. dr. G. H. Zeilmaker, 'vader' van de eerste reageerbuisbaby in ons land, verbonden aan de afdeling endocrinologie, groei en voortplanting van de Erasmus Universiteit in Rotterdam, en een van de drie leden van de beroepscommissie waarin tevens prof. dr. H. M. Kuitert en prof. dr. J. K. M. Gevers zitting hadden, deelde de ethische bezwaren niet, maar vond dat er „nadere bezinning nodig is op de ethische en juridische status van het pre-embryo". Dat resulteerde in een verzoek aan de Gezondheidsraad om in deze het initiatief te willen nemen. Een slimme en vrij ongebruikelijke manoeuvre om de zaak opnieuw in bespreking te brengen. Gewoonlijk zijn adviesaanvragen voor de Gezondheidsraad namelijk slechts afkomstig van ministeries of komen ze tot stand in overleg met de overheid.
Vervolgens is dit verzoek om nadere bezinning op een of andere wijze terechtgekomen in de meerjarenplanning van de Raad. Het opnemen van een aanvraag in de planning is echter nog niet van zo'n grote betekenis. Het is bovendien de vraag wat de Raad na het duidelijk afwijzende advies van vorig jaar verder nog kan doen. Voorlopig zal waarschijnlijk eerst het advies van de interdepartementale werkgroep worden afgewacht. Al deze manoeuvres geven echter wel aan dat van bepaalde wetenschappelijke zijde naarstig gezocht wordt naar openingen om de problematiek rond het 'pre-embryo' opnieuw ter discussie te stellen.
Drs. W. G. M. Witkam, oogarts en tevens part-time verbonden aan de capaciteitsgroep anatomie en embryologie van de Rijksuniversiteit Limburg, noemt het onderzoek bij menselijke embryo's naar de oorzaken van onvruchtbaarheid overbodig. Met embryo's van rhesusapen kan volgens hem hetzelfde onderzoek worden gedaan. „Dat gaat prima. De rhesusaap heeft dezelfde menstruele cyclus als de mens. Onderzoek bij apen heeft echter het nadeel dat je de dieren moet opereren voor het verkrijgen van eicellen en dat je ze langdurig in quarantaine moet houden. Dat kost veel geld aan voeding en dergelijke en bovendien maakt de anti-vivisectiebeweging het je als onderzoeker niet altijd even gemakkelijk. Dan is onderzoek met menselijke embryo's een stuk eenvoudiger en goedkoper".
„Het onderzoek naar afzonderlijke ei- en zaadcellen is uiteraard niet verwerpelijk. Na de conceptie is er echter geen sprake meer van een klompje willekeurige cellen, maar van beginnend menselijk leven".
Witkam noemt de onvruchtbaarheidscijfers omstreden. Betrouwbare cijfers gaan uit van een mislukkingspercentage van vroege zwangerschappen (voor de inplanting van het embryo in de baarmoeder) van ongeveer 40 à 50 procent. Als er al een stijging zou zijn van dit percentage dan moet daarvoor volgens Witkam de blik niet in eerste instantie worden gericht op het embryo als wel op factoren in de levensstijl. Die speelt bij de vruchtbaarheid een belangrijke rol. Je moet er volgens hem niet raar van opkijken als vrouwen die op latere leeftijd trouwen, er een vrijere seksuele moraal op na hebben gehouden en als gevolg daarvan mogelijk geslachtsziekten hebben doorgemaakt, minder vruchtbaar zijn dan jonge vrouwen. Om de oorzaken van die onvruchtbaarheid vast te stellen heb je geen embryo's nodig...".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 4 juli 1987

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

„Kweken van embryo's voor onderzoek ontoelaatbaar

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 4 juli 1987

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

PDF Bekijken