Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Van ganser harte

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Van ganser harte

5 minuten leestijd

„En Filippus zeide: Indien gij van ganser harte gelooft, zo is het geoorloofd. En hij antwoordende zeide: Ik geloof, dat Jezus Christus de Zone Gods is". Handelingen 8:37.

 „Ja ik, van ganser harte!" 
Die plechtige formule herkent een ieder, die met het leven van de kerk der Reformatie bekend is. Weet u nog, wanneer u die woorden gehoord of waar u ze gelezen hebt? U hebt ze gehoord bij de bevestiging van uw predikant, of u hebt ze kunnen lezen in het bevestigingsformuiier achter in uw psalm- boekje of Bijbeltje.
Maar deze uitspraak zou ook zeer gepast en betamelijk zijn in de ure van openbare geloofsbelijdenis, of wanneer iemand op het punt staat de volwassendoop te ontvangen.
In onze tekst-perikoop betreft het een van huis uit zwarte, heidense man uit de tijd van de oud-christelijke gemeente. Zijn naam is alleen bij God bekend. Die staat ongetwijfeld opgetekend in het "Boek des levens en des Lams". Vers 27 noemt hem een „kamerling", d.w.z. een eunuch en gesnedene, die geen toegang had tot de tempel van Jeruzalem, al bekleedde hij dan ook het aanzienlijke ambt van "schatbewaarder", of: minister van financiën, bij Candacé, de koningin der Moren.

Een voornaam en ongetwijfeld rijk man heeft er de lange reis voor over om per hobbelende reiskoets ('wagen' geheten), bespannen met enkele trekdieren, ja om wat? Hij was helemaal uit -zeg maar- Ethiopië gereisd naar Jeruzalem, om aldaar „aan te bidden". Onwillekeurig denken we in dit verband dan aan „de koningin van het zuiden", namelijk van Scheba, die in Jeruzalem kwam om Salomo's wijsheid te horen.
Zou het bij deze Moorman nog wat dieper gezeten hebben? Zoals in de oudheid Athene de stad der wijsheid, Rome de zetel van het zuivere Romeinse recht mocht heten, zo gold Jeruzalem blijkbaar, tot in Moreniand toe! voor de stad der religie, de plaats der ware Godsverering.
In het licht van Johannes 4 was de Moorman 'abuis', want je kunt en mag God overal aanroepen en aanbidden, als het maar gebeurt „in geest en in waarheid". En toch, ...neen, de verre reis naar Jeruzalem was niet tevergeefs geweest. Als deze veronderstelling juist is, kocht hij in de tempelstad een boekrol met de bijbeltekst van de profeet Jesaja. Ja, slechts een rol. Eén van de -ons thans bekende- zesenzestig bijbelboeken, en nog wel de grootste, ja „de Evangelische Jesaja" (Hellenbroek) werd door aankoop zijn eigendom.

Dat zijn de beste en waardevolste 'souvenirs' die we van ons reizen en trekken mee naar huis nemen, als wij met de onzen er in geestelijke zin door verrijkt worden. Anders zijn het maar lorren, geschikt voor de prullenmand. Met het oog op zijn 'Israël-reis' (vergeef me de uitdrukking!) had deze Moorman vermoedelijk de Hebreeuwse taal geleerd. Hij las immers in zijn boekrol. De Bijbel is er niet om mee te pronken -kijk es, wat een mooi exemplaar heb ik gekocht!- maar om te lezen. Deze Moorman las hardop. Want de door God geroepen prediker, Filippus, hoorde hem van verre al lezen, en van nabij beluisterde hij bekende, heerlijke klanken uit de profetieën van Jesaja, en nog wel dat dierbare 53e hoofdstuk!
De Moorman kon wel een Hebreeuwse Bijbel lezen, maar helaas kon hij zonder uitlegger er totaal niets van verstaan. Dat geldt trouwens van elk „natuurlijk mens". (1 Korinthe2:14)

De Moorman vroeg: Wie bedoelt de profeet eigenlijk: zichzelf of Iemand anders, als hij zegt: „Hij is gelijk een schaap ter slachting geleid", enz. Had u de daarop volgende rijke en rijke-vruchtdragende prediking van Filippus ook zo graag willen horen? O, als Filippus zijn mond opendoet, dan begint hij met genoemde schriftplaats (Jesaja 53:7) en „verkondigde hem Jezus". Wat werkt Gods Geest snel en krachtig onder en bij deze prediking. Het geloof is immers uit het gehoor. De kracht van het levende Woord Gods ervoer de Moorman binnen in z'n ziel. De betekenis der sacramenten is hem ook door Filippus voorgehouden.

Daar ziet hij water. Zeg, Filippus, wat verhindert mij nu ook gedoopt te worden? (vers 36) Filippus is zo overtuigd van het Geestes-werk, dat hij daartoe ten volle bereid is, mits de Moorman „van ganser harte gelooft". Nu mag de Moorman z'n geloof belijden. Want wij geloven met het hart ter rechtvaardigheid, en belijden met de mond tot de zaligheid (zie Romeinen 10:10).
Het is nog maar een uiterst beknopte geloofsbelijdenis, en toch heel schriftuurlijk (vgl. 1 Johannes 4:2 en 5:1): „Ik geloof, dat Jezus Christus de Zone Gods is". Door een geschonken geloof is de Moorman met Christus verenigd. Dan is belijdenis doen een vanzelfsheid. „Ik heb geloofd, daarom sprak ik" (Psalm 116:10).

De betekende zaak van de Doop: de wedergeboorte, en de verzoening met God door het bloed van de Middelaar, is de Moorman reeds deelachtig geworden.
Nu -ná de geloofsbelijdenis- ontvangt hij de volwassendoop! (Dát is de schriftuurlijke volgorde!). Die Heilige Doop mag voor de Moorman de sacramentele verzegeling betekenen van het reeds door hem ontvangen heilgoed. Geen wonder dat hij, ook na Filippus' vertrek, zijn weg met blijdschap mocht reizen: Christus door het geloof in het hart, en de hemel in het oog!

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 augustus 1987

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

Van ganser harte

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 augustus 1987

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken