Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De Russische pers over de Afghaanse strijd: van „snelle opmars

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De Russische pers over de Afghaanse strijd: van „snelle opmars" naar „slakkegangetje"

Dank zij glasnost averechtse uitwerking van Najibs politiek publieke waarheid

15 minuten leestijd

Hoewel ze het graag anders zouden willen doen geloven, geven de Sowjetmedia thans schoorvoetend toe dat Najiboellahs met veel fanfare gelanceerde campagne voor nationale verzoening en zijn per 15 januari 1987 van kracht geworden voorstel tot een algeheel staakt het vuren, bitter weinig respons hebben opgeroepen, want de hierboven genoemde ontnuchterende berichten spruiten niet voort uit de pen van de westerse pers, maar uit die van Sowjetverslaggevers! Het is duidelijk dat de glasnost (openheid) ook met betrekking tot de berichtgeving over Afghanistan het een en ander heeft veranderd. Voor Gorbatsjovs aantreden waren dergelijke openhartige, sombere ontboezemingen als hierboven ondenkbaar. Dat wil overigens niet zeggen dat iedereen in de SowjetUnie, of zelfs in de Russische media, even gelukkig is met die openheid. Bovendien zijn er nog wel degelijk grenzen aan de openheid.

Aanvankelijk werd veel publiciteit gegeven aan Najiboellahs politiek van nationale verzoening, die kort na zijn aantreden in mei 1986 gelanceerd werd. De Sowjetpers schreef dat deze politiek, mede dank zij nieuwe concessies als de gedeeltelijke terugtrekking van de Sowjettroepen en het staakt het vuren van 15 januari, steeds meer bijval ondervond.
Gewezen werd op Najibs bereidheid om ook andere partijen dan de communistische een stem te gunnen, zijn streven naar vrede en sociale rechtvaardigheid, de amnestie voor voormalige tegenstanders en, niet te vergeten, zijn respect voor de islam (hoewel hij de voorkeur gaf aan de naam Najib boven Najiboellah, vanwege de verwijzing naar Allah in die laatste naam).
Om deze redenen zouden niet alleen in Afghanistan steeds meer mensen zich achter hem scharen, maar heetten ook duizenden vluchtelingen terug te keren uit Pakistan en Iran, moe als ze zijn van het oorlogsgeweld en de 'repressie' van de doesjmany.
Tevens zouden vele van deze rebellen zelf gebruik maken van de amnestie en overgaan naar het regeringskamp, waar ze gastvrij zijn ontvangen en zelfs verantwoordelijke posities hebben toegewezen gekregen.

Taaier dan verwacht
Met de strijd tegen de overblijvende rebellen ging het goed, ondanks de steun van de "imperialisten", zo meende Najib. Het leger won voortdurend aan kracht en slaagde er naar zijn zeggen steeds beter in om zelf, dus zonder de hulp van het „beperkte contingent van Sowjet-troepen", de „bandieten" te bedwingen. Als bewijs daarvoor wees hij op de zware slagen die het verzet in de loop van 1986 waren toegediend.
Een tijd lang waren zelfs westerse experts geneigd hem te geloven. Ook zij meenden dat het verzet een welhaast beslissende slag was toegebracht omdat zijn aanvoerlijnen afgesneden waren, maar achteraf bezien bleek het verzet weer eens taaier dan iedereen had verwacht.

Op een laag pitje
Het nieuwe optimisme in Kaboel en Moskou bleek derhalve geen erg lang leven beschoren —zoals zo vaak het geval is geweest met zogenaamd nieuwe initiatieven van de Afghaanse regering en haar beschermheren in Moskou.
Thans staat de berichtgeving over de campagne voor de nationale verzoening dan ook weer op een laag pitje, ondanks de blijvende, ja verdergaande concessiebereidheid van Kaboel.
Najiboellah heeft namelijk onlangs verklaard een heus meer-partijensysteem te willen toelaten, bereid te zijn een coalitieregering te vormen met zijn tegenstanders en zelfs zijn positie als staatshoofd op te geven.
Volgens geruchten zou dan de verdreven en in Rome wonende ex-koning Zahir Sjah opnieuw staatshoofd kunnen worden van een neutraal en ongebonden Afghanistan (partijleider Gorbatsjov heeft in ieder geval verklaard met het bestaan van een dergelijk Afghanistan, vrij van Sowjettroepen, te kunnen instemmen).

Voorwaarden
Echter, als voorwaarde vooraf blijft Najib er onverkort aan vasthouden dat eerst de „inmenging van buitenaf" (het verzet van de moedjaheddin) wordt stopgezet plus de garantie gegeven wordt dat het verzet zich niet opnieuw begint te roeren als de Sowjettroepen eenmaal weg zijn.
Deze voorwaarden zijn voor het verzet onaanvaardbaar. Voor de moedjaheddin geldt dat eerst alle Sowjettroepen het land uit moeten zijn voordat er gepraat kan worden en sommige verzetsgroepen vinden zelfs dat er helemaal niet gepraat moet worden met de zittende regering (deze laatsten komen voornamelijk uit de radicdsl-fundamentalistische hoek).
Wat de regering in Kaboel tot nog toe ook heeft geprobeerd, vast staat dat het vertrouwen van de bevolking nog lang niet is gewonnen. Correspondent Wadim Okoelov van de Prawda citeerde in dit verband een partijsecretaris uit de provincie Nangargar. Volgens deze was het „naïef om te veronderstellen dat met het uitroepen van de politiek van nationale verzoening de situatie er eenvoudiger op geworden is". Die politiek had veeleer een nog sterkere „polarisatie van krachten" veroorzaakt.

Gevechtskracht leger
In tegenstelling tot wat Najiboellah beweert, staat het er bovendien niet zo best voor met de gevechtskracht van het Afghaanse leger. In het weekblad Ogonjok vertelt kolonel Aboellah Fakir-zade van het ministerie van staatsveiligheid (de geheime dienst) dat desertie nog altijd een veelvoorkomend kwaad is.
Het moreel van de soldaten is over het algemeen niet erg goed. „Niet elke soldaat kan uitleggen waarvoor hij vecht", aldus de kolonel. Hij ziet tal van oorzaken voor de slechte gemotiveerdheid van de soldaten, maar één oorzaak wil hij toch in het bijzonder noemen, namelijk de slechte betaling in het leger. Een soldaat in het regeringsleger verdient ongeveer vijf maal zo weinig als een opstandeling in Achmed Sjah's verzetsbende (Achmed Sjah Massoed, de beruchte "leeuw van de Pansjir"), zo zegt hij.
Maar ja, de regering kan niet zo veel betalen. Verkoopt een soldaat zijn dienstwapen op de zwarte markt, dan krijgt hij daar 80.000 Afghani's voor en van dat geld kun je een gezin een heel jaar lang voeden.
Kolonel Fakir-zade laat zich verder niet uit over wat de soldaten nu werkelijk van de revolutie denken; maar dat  hoeft nauwelijks enig betoog, gezien het bovenstaande.

Privé-legertjes
Is de motivatie van het geregelde Afghaanse leger al niet om over naar huis te schrijven, met de betrouwbaarheid van de voor de politiek van nationale verzoening 'gewonnen' verzetsgroepen is het al helemaal bar gesteld.
Teneinde deze groepen toch over te halen, zonder daarbij hun trots te krenken, is hen een grote mate van zelfstandigheid gelaten. Ze hoeven hun wapens niet eens in te leveren. Het enige verschil met vroeger is dat deze privé-legertjes -want zo zou je die groepen onder aanvoering van een stamhoofd of lokale edelman het beste kunnen omschrijven— nu aan de zijde van de regering vechten.
Het is alleen jammer voor de regering dat de zo op hun eigen autonomie gestelde aanvoerders van die groepen er geen been in zien om, eenmaal voorzien van nieuwe Russische wapens, nogmaals stuivertje te gaan wisselen! Zodoende blijft de last van de oorlog tegen de moedjaheddin op de schouders van het 'beperkte contingent' neerkomen.

Onzeker bestaan
Hoewel het er in 1986, zoals gezegd, even naar heeft uitgezien alsof er een keer ten gunste van de bezetter en zijn handlangers zou komen, mogen deze hun hoop op een spoedige overwinning voorlopig wel weer in de ijskast zetten. Zeker nu het verzet de beschikking heeft gekregen over westerse luchtdoelraketten van het type Blowpipe en de nóg trefzekerdere Stingers, is het leven van de Sowjettroepen in Afghanistan een enerverend en onzeker bestaan geworden.
In hun garnizoenen en binnen hun veiligheidszones rondom de grote steden kunnen de 'internationalisten' van het 'beperkte contingent' zich nog betrekkelijk veilig voelen, al gaan ze ook in de steden bij voorkeur niet alleen de straat op, laat staan dat ze zich op de drukke bazar wagen.
Buiten die veilige gebieden loert het gevaar echt van alle kanten. Afghanistans wegen zijn een ware beproeving voor de Sowjetmilitairen. Naar hun eigen zeggen speuren ze onderweg voortdurend de omgeving af, bevreesd als ze zijn voor hinderlagen, terwijl elk putje of onregelmatigheidje in het wegdek angstvallig wordt vermeden. De wegen liggen bezaaid met mijnen.
Soms wordt aan droge rivierbeddingen dan ook de voorkeur gegeven boven gewone wegen, hoewel die evenmin zonder gevaar zijn. Een paar mijnexperts rijden doorgaans voor een konvooi uit, meestal voorzien van allerlei gevoelige apparatuur en speciaal opgeleide honden, om eventuele mijnen tijdig op te sporen en onschadelijik te maken. Echter niet door ze te laten ontploffen, want daardoor zouden de moedjaheddin worden gewaarschuwd.

Hinderlagen
Na hen volgen, met flinke onderiinge tussenruimtes, de andere voertuigen. Het spreekt voor zich dat men op deze wijze slechts langzaam vooruitkomt, en als er iets is wat op de zenuwen van de soldaten werkt, dan is het wel het rijden met zo'n „slakkengangetje" (aldus Artem Borovik). Hoe langzamer het transport gaat, des te kwetsbaarder is het immers voor hinderlagen van het verzet! Om in geval van gevaar zo snel mogelijk een heenkomen te kunnen zoeken, hebben vrachtwagenchauffeurs vaak de deuren uit hun cabines gehaald en wordt er in de schijnbaar veilige pantserwagens zelden met gesloten luiken gereden. Als stille getuigen van eerdere confrontaties, liggen overal langs de wegen verkoolde karkassen van uitgebrande voertuigen.

Bijgelovig
Worden de gebaande wegen verlaten, dan is het zo mogelijk nog slechter gesteld met de veiligheid van de Sowjetmilitairen. Op vrijwel geheel het Afghaanse platteland hebben de moedjaheddin het de facto voor het zeggen, met uitzondering misschien van de vlakkere gebieden in noordelijk Afghanistan. In de rest van het land voelen de 'internationalisten' zich zelfs bij daglicht niet veilig
„Veiligheid" -zo zei een soldaat- „is in Afghanistan niet zozeer onderworpen aan de wetten van de gewone militaire logica, als wel aan die van het geluk; of je wilt of niet, je wordt er vanzelf bijgelovig".
Tot vorig jaar konden de Sowjettroepen nog profiteren van hun overwicht in de lucht en konden ze zich tenminste overdag nog heer en meester wanen. Met name met hun beruchte MI-24 Hind gevechtshelikopters waren ze in staat om het de verzetsstrijders behoorlijk moeilijk te maken, onder andere door karavanen met wapens bestemd voor de rebellen vanuit de lucht op te sporen en te vernietigen en door eigen transporten vanuit de lucht te escorteren. De rebellen konden daar weinig tegenover stellen en deden er beter aan zich uit de voeten te maken als de gevechtsheli's verschenen.

Stingers
Thans echter staan de zaken er anders voor. Het zijn nu de beruchte 'vliegende tanks' die moeten maken dat ze weg komen. De trefzekere Stingers richten -in tegenstelling tot de vroeger gebruikte SAM-7's en RPG-anti-tankraketten van Russische of Chinese makelij- een ware slachting aan onder de eens zo gevreesde luchtmacht. Straaljagers bombarderen nu alleen nog 's nachts óf overdag van grote hoogte, buiten het bereik van de raketten. Helikopters, die niet zo hoog kunnen komen, zoeken zo veel mogelijk dekking tussen de rotsen, iets wat ze vroeger vermeden uit angst voor de zware mitrailleurs van de moedjaheddin.

Een vliegtuig per dag
Welk effect de Stingers hebben, mag nog eens blijken uit een verslag in Troed. Deze Sowjetkrant meldde op 11 juli jl. dat er ten zuiden van Kaboel, in Dzjalez, hevig gevochten werd. „Bandieten" blokkeerden de weg tussen Kaboel en Ghazni en vanuit hun basis in Dzjalez beschoten ze bovendien de hoofdstad. Tijdens de gevechten hadden de „bandieten" daar in slechts enkele dagen tijds een straaljager en twee helikopters neergehaald, aldus Troed. Dit komt aardig overeen met westerse schattingen dat de Sowjetluchtmacht momenteel gemiddeld een vliegtuig per dag verliest in Afghanistan.
De materiële veriiezen mogen nu dan wel een zorgwekkende omvang aannemen, erger nog is de omvang van de personele verliezen. Weliswaar hebben de autoriteiten in Moskou nog nooit cijfers gepubliceerd over de aantallen slachtoffers in eigen gelederen, maar afgaande op uitlatingen van in Afghanistan-dienende militairen moeten dat er toch zeer vele zijn.
We spreken dan wel niet over „ettelijke duizenden", zoals westerse bronnen aangeven, maar de lezer in de Sowjet-Unie moet toch de indruk krijgen dat het er ten minste vele honderden zijn. De soldaten 'ginds' weten zich vrijwel zonder uitzondering verschillende gevallen kameraden uit hun directe omgeving te herinneren.

„Zo gauw mogelijk voorbij"
Niettegenstaande dat de Sowjetmedia steeds probeerden de moed er in te houden, konden zij toch niet geheel verhullen dat het leven daar, met al zijn spanningen en ontberingen en waar de dood voortdurend op de loer lag, de soldaten wel eens te veel werd. Vooral de pas aangekomen jonge rekruten, die het in het Sowjetleger gewoonlijk toch al niet te best hebben, hadden het vaak erg moeilijk.
Een jonge soldaat, die eens een hele nacht in de regen en de kou van de barre Hindoe Koesj in een hinderiaag had gelegen, schreef dat, toen hij samen met zijn kameraden tegen de morgen eindelijk met de doesjmany in gevecht kwam, hij „slechts schoot in de hoop dat alles maar zo gauw mogelijk voorbij zou zijn". Er zat voor hem weinig anders op dan zich uit puur lijfsbehoud uit alle macht te verweren.
Eenmaal in Afghanistan voelen de soldaten over het algemeen dat hun weinig keuze overblijft dan zich in dergelijke confrontaties zo goed mogelijk te weren en zich zeker niet over te geven en dat hoogstwaarschijnlijk niet omdat -zoals Moskou zo graag benadrukt- ze inzien dat ze hun verantwoordelijkheden ten opzichte van vaderland, partij en kameraden niet kunnen ontlopen (hoewel zulke soldaten er ook geweest zullen zijn), maar eerder omdat ze doodsbang waren voor de moedjaheddin.

Misdadigers
Deze worden namelijk afgeschilderd als niets ontziende misdadigers, voor wie, onder het mom van te strijden voor het geloof, alles geoorloofd lijkt. Geloven we de Sowjetpers, dan begaan ze welhaast routinematig misdaden, zoals het plegen van aanslagen op scholen, ziekenhuizen en zelfs moskeeën, terwijl ze er al evenmin voor terugdeinzen tegenstanders met gezin en al uit te roeien. Sowjetmilitairen hoeven al helemaal niet op pardon te rekenen, zo wordt gezegd.
Om het geheel wat aanschouwelijker te maken, wordt verteld hoe op gevangengenomen moedjaheddin soms anatomische instructietekeningen worden gevonden, waarin wordt uitgelegd hoe iemand het best in stukken te snijden of er wordt verteld hoe krijgsgevangenen, alvorens te worden gedood, ledematen wordt afgebonden met staaldraad.
Hoewel toegegeven moet worden dat de moedjaheddin zich in dezen niet altijd onbetuigd laten, is het toch beslist niet waar dat zij per definitie geen krijgsgevangenen maken of gevangen Sowjetmilitairen ernstig verminken.

Huichelachtigheid
Naast het hameren op de wreedheid van de rebellen is Moskou er veel aan gelegen hun „huichelachtigheid" aan de kaak te stellen, vooral aangaande hun geloofsovertuiging. Zij is namelijk zeer bevreesd voor de groeiende kracht van het islamitisch fundamentalisme in Afghanistan, omdat het van daaruit zou kunnen overslaan naar de Centraal-Aziatische Sowjetrepublieken.
Zo was Goelbeddin, de leider van de Jamiat-i-Islami, een van de grootste verzetsbewegingen, een geliefd mikpunt voor sarcastische aanvallen van de pers. Hij verklaarde dan wel als vrome islamiet een Jihad (heilige ooriog) tegen de ongelovige Russen te voeren, maar hoe was dat dan te rijmen met zelfzuchtige daden als het doorsluizen van voor die Jihad bestemde gelden naar zijn antiekzaak in Londen of met het feit dat hij in zijn studietijd in de Verenigde Staten ais homoseksueel te boek stond, zo vroeg men zich af. Moesten zulke mensen ooit voor een beter Afghanistan zorgen?
Alsof dit nog niet genoeg was, werd de onderlinge verdeeldheid van het verzet ook nog eens uitvoerig aangehaald. Journalisten citeerden verschillende „gematigde" Afghanen die menen dat alleen al die onophoudelijke onderlinge twisten reden genoeg geven om het „beperkte contingent" voorlopig in het land te laten blijven. Als het verzet de macht in handen zou krijgen, vrezen zij een nog bloediger burgeroorlog. Inderdaad valt te vrezen dat, als het verzet er niet in slaagt de handen ineen te slaan, er na een eventueel vertrek van de Sowjets nog geen vrede voor Afghanistan zal komen.

Einde nog niet in zicht
Hoe het ook zij, afgaande op de commentaren in de Sowjetpers lijkt er voorlopig nog geen einde aan de oorlog in Afghanistan te komen. Weliswaar heeft partijleider Gorbatsjov herhaaldelijk verklaard een einde te willen maken aan de oorlog, maar hij heeft eveneens te kennen gegeven dat het „beperkte contingent" alleen dan naar huis terug kan wanneer er een stabiel, vooruitstrevend en hecht met Moskou bevriend regime in Kaboel achterblijft.
Het ziet er echter niet naar uit dat binnen afzienbare tijd aan deze voorwaarden voldaan kan worden. In de Sowjet-Unie zelf is het falen van Najiboellahs aanpak toegegeven, waarbij bovendien wordt erkend dat het verzet aan kracht wint, terwijl er (nog) geen aanvaardbaar alternatief voorhanden is. Zoals gezegd, dit jaar heeft slechts een nog sterkere 'polarisatie van krachten' gebracht.


Op de vraag van Ogonjok-verslaggever Artem Borovik hoe het er nu voorstond met de campagne voor de nationale verzoening in de provincie Koendoez, wist partijsecretaris Jasyn geen erg bemoedigend antwoord te geven. Volgens hem was de situatie „problematisch"; „Het gaat niet zo goed als we eerst gerekend hadden. Onmiddellijk na 15 januari (de datum waarop de Afghaanse regering zich voor zes maanden aan een eenzijdig staakt het vuren verbond, er zou alleen nog maar 'tegenvuur' gegeven worden in geval van een aanval, KvdH), hebben de doesjmany het aantal beschietingen op de garnizoenen van de Sowjettroepen en die van ons scherp verhoogd, met wel een keer of  vier, vijf. De militaire situatie is derhalve flink aangescherpt. Verzetsbendes hebben zelfs het territoir van de Sowjet-Unie beschoten, iets wat ze nog niet eerder hadden gedaan", aldus Jasyn. Berichten uit andere Afghaanse provincies geven een vergelijkbaar beeld zien. Alle pogingen van de regering in Kaboel en van de Sowjet-Unie ten spijt, blijken de moedjaheddin -ofwel de doesjmany (vijanden), zoals hun tegenstanders zeggen- in het gehele land nog steeds uitermate actief. In de ontoegankelijke Hindoe Koesj, de bergrug die het relatief vlakke noorden afscheidt van de rest van Afghanistan, hebben ze bovendien verschillende nieuwe bases gevestigd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 12 september 1987

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

De Russische pers over de Afghaanse strijd: van „snelle opmars

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 12 september 1987

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken