Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Vondel, gelauwerde kousenboer?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Vondel, gelauwerde kousenboer?

Collega ‘Vader' Cats vond dichter Joost een "Sotje vol van Sonden"...

5 minuten leestijd

Vondel, een ráár portret! Dat lijkt me een normale reactie voor hen die op de Vondeltentoonstelling in de Koninklijke Bibliotheek de grote krijttekening zien van de dichter omstreeks 1653. Portrettist Jan Lievens —bekend als jeugdvriend van Rembrandt— schetst hem dan als gelauwerde poëet, maar hij lijkt eerder een verward man met ordeloze haardos en een paar hedendaagse strikken dan de ons bekende Joost op de tekening van Joachim von Sandrart of op zijn eveneens van lauwerkrans voorziene standbeeld in Amsterdam.

We praten over de expositie "Vondel! Het epos van een ambachtelijk dichterschap", die vorige week in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag is geopend —in afwezigheid van onze cultuurminister, die mogelijk naar een Vondelmanifestatie in Keulen was afgereisd— en die tot 9 januari te zien is. Dat zo'n uitstalling in de KB plaatsheeft en niet in het daaraan grenzende Letterkundig Museum, heeft wel daarmee te maken dat deze bibliotheek nogal wat 'Vondeliana' in huis heeft èn dat het museum in principe met verzamelingen en exposities begint vanaf omstreeks 1750.

Dramatische Vondels
Er zijn zo'n 190 nummers tentoongesteld en die omvatten natuurlijk veel oude boeken, handschriften, foto's (over bij voorbeeld de Vondelherdenking van 1937 met minister-president Colijn op de eerste rij), tekstuitgaven en dergelijke. Maar wie wil weten hoe op Nieuwjaarsdag 1982 de oude traditie van de "Gysbreght van Aemstel" in de Amsterdamse Stadsschouwburg nieuw leven werd ingeblazen door Carel Briels, kan op video Vosmeer, Badeloch, Gysbreght en anderen bezig zien. Natuurlijk worden er in dit Vondel-gedenkjaar ook andere werken opgevoerd, waaronder het minder bekende "Faëton of Reuckeloze Stoutheit".
Hoe (vaak) zijn tijdgenoten —ondanks Voetius' "Twistrede tegen het Toneel"— Vondels drama's bekeken kan men ook in de KB aflezen. Zo werd bij Vondels leven (1587-1679) zijn "Josef of Sophompaneas" (vertaald naar Hugo de Groot) uit 1635 liefst 64 keer opgevoerd. De "Gysbreght" (uit 1637) zelfs 110 keer, terwijl zijn "Josef in Dothan" en "Josef in Egypten", beide uit 1640, goed waren voor respectievelijk 45 en 40 voorstellingen. En dan hebben we het nog niet over zijn bewerkingen, zoals de "Elektra" naar Sophokles. Het ligt dus voor de hand dat op deze tentoonstelling Vondel als toneelschrijver een grote plaats inneemt. Naast de teksten van treur- en blijspelen zien we ook een portret van de acteur J. Pietersz. Meerhuyzen, die vooral komische rollen speelde en die in "Lichte Klaartje" (1650) de rol van hoofdfiguur Goosen bezette.

Dichtersprins?
Ook eeuwgetijden van de Gysbreght-tradities komen we tegen (zoals de ingekleurde prent uit 1738) en "Vondel!" opent met een groot schilderij van een schouwburg'vertoning', geschilderd door Pieter Quast. Dat Vondel vooral een ambachtelijk en zeer produktief dichter is geweest, wordt in Den Haag wel weer duidelijk. Gezien zijn vele werken in zijn lange leven zal hij zeker nog de 'prins onzer dichters' mogen heten, maar of hij werkelijk onze grootste poëet is geweest, blijf ik mij ook nu afvragen. Zeker, technisch zeer bekwaam en soms ook sterk aansprekend. Maar meer dan drie eeuwen na zijn dood vind ik toch allerlei verzen van hem veel meer gedateerd en lang niet zo genietbaar als van tijdgenoot Revius of zelfs af en toe 'vader' Cats.

Mijn (onbetwistbare...) smaak ging nooit allereerst uit naar „het hemelsche gerecht" dat Vondel ons opdiste, noch naar zijn bijbelse treurspelen. En dat hij in een pamflet bij zijn overlijden in 1679 „Agrippyner, Vader der Nederduitsche Dichtkunst" heet, is een postuum eerbetoon door vakgenoten-dichters als J. Oudaen, G. A. Bredero en anderen. Ondertussen blijf ik de grootste bewondering houden voor de grote veelheid van thema's, waarmee Vondel zich onledig hield: de klassieke oudheid, de bijbelse historiën, "Zungchin of ondergang der Sineesche Heerschappye", vaderlandse geschiedenis en zo meer.

Pantyshop Joost
En dat voor een eenvoudige kousenhandelaar... Nu, dat laatste beeld wordt ook tijdens de recente Vondel-manifestatie wel wat gecorrigeerd: hij was niet een uiterst kleine nijvere neringdoende die in een achterafsteegje was fantasieloze 17e-eeuwse panty's en sokjes over de toonbank schoof, maar eerder een redelijk welgestelde middenstander die flinke buitenlandse zakenreizen maakte en niet uit de toon viel in de zaken- en cultuurwereld van zijn tijd. Zijn kousenwinkel was eerder, zo is elders opgemerkt, een filiaal van Hunkemöller dan dat we hem romantisch als een sjofel mannetje in een miniem pandje hebben te beschouwen.

Zoals elke Vondelherdenking zijn eigen kleur en beperktheden kent, zo ook deze. Hoe het vroeger, bij voorbeeld in 1937 met Albert Verwey (en Menno ter Braak) vergaan is, kan men lezen in het voor slechts tien gulden beschikbare aardige en rijk geïllustreerde boekje "Vondel! Het epos van een ambachtelijk dichterschap". Dat bevat de teksten van de oficiële opening op 17 november en geeft beknopte, handzame informatie over zaken als Jan Lievens de portrettist van Vondel, Vondel op muziek (door L. P. Grijp van Camerata Traiectina), Vondels actualiteit (door specialiste Marijke Spies), zijn hekeldichten (door Karel Bostoen), Vondelherdenkers (Menno ter Braak), "Op 's Hemels ronde spil" (Kees Fens) en een overzicht van de Vondelactiviteiten in dit najaar: opvoeringen, lezingen, de expositie in de Universiteits- en Stadsbibliotheek van Keulen (tot 23 december) en nog meer.

Herdenkers toen en nu
Te wijzen valt voorts op het bij E. J. Brill verschenen boek "Vondel 1587- 1987" (27,50 gld.) en op het Tijdschrift voor Ned. Taal- en Letterkunde, afl. 103 nr. IV (eveneens Brill, 27,50 gld.) met bijdragen over Vondel van dr. L. Strengholt e.a. En lees in de KB maar hoe Nijhoff, Houwink, Van Vriesland en drie anderen in 1937 in "De Groene" Vondel herdachten.

Geniet opnieuw van de bekende prent van de Hollandse weegschaal met enerzijds Calvijns Institutie en anderzijds het zwaard, het kussen en het boek van de magistraat en landsadvocaat: "Gommer en Armijn te Hoof/ Dongen om het recht Geloof". Tóen sprak men tenminste nog over „het Arminiaans Prins-moorders rot" en Jacob Cats vond voor —de van zijn beroemde tijdgenoot Rembrandt nogal afkerige— Joost van den Vondel de letteromzetiing "Sotje vol van Sonden" uit, „den onbeschaemde Paapsche Leughen-dichter". Kom in ónze dagen nog eens met een recensie vol van zulk kruidig taalgebruik...

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 november 1987

Reformatorisch Dagblad | 30 Pagina's

Vondel, gelauwerde kousenboer?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 november 1987

Reformatorisch Dagblad | 30 Pagina's

PDF Bekijken