Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Kerstverzen en andere poëzie van christelijk geïnspireerde dichters

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Kerstverzen en andere poëzie van christelijk geïnspireerde dichters

Oude rijmen van Overeem en de nieuwste van Benschop en Eybers

11 minuten leestijd

Kerkelijke hoogtijdagen lenen zich bij uitstek voor poëtische ontboezemingen en het Kerstfeest vormt daarop geen uitzondering. Wie een bloemlezing met verzen, pastorale en hoog-literaire, rond het feest van Christus' geboorte wil samenstellen, kan daar een lijvig boekwerk aan overhouden. In dat opzicht had Kees van Baardewijk wel méér kerstverzen bijeen kunnen brengen dan de stuk of veertig die nu zijn mooie bloemlezing "Verlosser! Kom! De wereld wacht!" vullen. Een korte wandeling langs wat verzenbundels, bloemlezingen e.d., die niet beperkt blijft tot de gebruikelijke kerstpoëzie.

Van Baardewijk stelde al bloemlezingen samen over het heilig avondmaal, de heilige doop, avondverzen. In "Verlosser! Kom! De wereld wacht!" (54 blz., uitg. Van den Berg, Kampen) bundelt hij gedichten en liederen over „het uitzien naar de verschijning van Christus, de hunkering naar een nieuwe hemel en aarde", dus niet uitsluitend kerstgedichten. De keuze is uiteraard subjectief. Dat betekent ook dat de kwaliteit van het opgenomen werk erg ongelijksoortig is. We komen om te beginnen Willem de Mérode tegen, met "Veni Creator", en om te eindigen (ds.) Jan Wit met "Dit is de tijd" uit zijn bundel "In den metalen stier".

Bont geheel
Daartussenin bevinden zich auteurs uit de kringen van Schrijverskontakt èn Schrijvenderwijs. Er is ook geput uit het Liedboek voor de Kerken (bijv. Lied 275 van Ad den Besten: "Er was een kind, dat zwaar en diep", en Lied 93 van Jan Wit), uit het Nederlands-Gereformeerde kerkelijk blad "Opbouw" (Meint R. van den Berg met "Lied van het wachten", H. de Jong met "Een paaslied tegen de graven"). Welke criteria Van Baardewijk hanteert, blijft onduidelijk. Wellicht nam hij gewoon wat hij mooi of aansprekend vond. Dat is dan zowel Evert Kuijt, Klaas van Elsacker en Dick Ellen als Gezelle, Jacqueline van der Waals en Lidy van Eijsselsteijn. Bij "Eens zal op de grote morgen" wordt alleen Arie Pronk vermeld. Dat klopt mijns inziens niet. De muziek is van Pronk; ik meen de tekst niet.
Uitzien naar de Dag des Heeren is ook het thema van Mien Hoeksma in haar bundeltje pastorale poëzie (??) "Ramen met vergezichten" (36 blz., uitg. Van den Berg, Kampen). Deze korte gebeden en spreuken rangschik ik eerder onder notities en invallen dan onder (moderne) poëzie. Eén voorbeeld: „Gegraveerd/in Uw handpalmen/ Heer/ ben ik/ onuitwisbaar/ Uw eigendom/ met Uw Naam op mijn voorhoofd/ en mijn naam/ in Uw Handen/ ben ik nooit meer/ alleen". Voor de pastorale rijmen van Nel Benschop tot Co 't Hart en Overeem zie ik wel een 'afzetgebied', maar wat ik met deze pseudodichtkunst aanmoet, is mij niet duidelijk. In kwaliteit is het werk minder dan de volgende bundel.

Bedenkelijk
Dat is het zoveelste werkje van dominee-dichter Geert Boogaard: "Een leeg getij" (63 blz., 13,25 gld. uitg. G. F. Callenbach), waarin ook diepzinnige moderne verzen en losse notities elkaar afwisselen. Het titelvers "Een leeg getij" luidt zo: „Ik ben geworpen/ in een leeg getij/ van onverschilligheid:/ ziekte van deze eeuw/ Alles is soms zo ver./ Diepte waaruit ik schreeuw/ om U, die hebt gezegd:/ Ik ben. Ik ben nabij".
Boogaards "Aartsmoordenaar", "Dooddoener", "Wegen" zijn sterker van vorm. Zwak vind ik het babbelende "Kansel", "Homo", "Bedenkelijk" en zo meer. En bedenkelijk vind ik de politieke 'prediking' van Boogaard, altijd weer tégen blank Zuid-Afrika, vóór Tutu, vóór Alje Klamer en zijn strijd voor „roze zielen", terwijl het duidelijk zal zijn dat ik Boogaards afwijzen van een hiernamaals in „Er is geen God die wacht/ op Zijn beminden/ in opperzalen, waar/ het eeuwig zingt" beslist niet kan delen.
Het geloof en de hoop van Boogaard zijn anders van inhoud dan de onze. Een bloemlezing uit zijn eerder werk is nu gekalligrafeerd door Cis de Mari en als "Wat wij gelovend hopen" (naar Gezang 136 uit het Liedboek) heel fraai uitgegeven door Callenbach (46 eenzijdig bedrukte bladzijden, 14,50 gld.). Het zijn gedichten uit onder meer zijn bundels "Alles om niet", "Niet vergeefs", „Er is haast bij het licht" en "Voorlaatste stilte". Een erg fraai boekje, dat een mooie geschenkbundel was, als ik de inhoud zou kunnen aanbevelen.

letje Liebeek
Hoop en geloof vinden we wél bijbelser gefundeerd bij letje Liebeek-Hoving (1952) in haar debuutbundel "Dat er een morgen is", fraai uitgegeven door Vijlbrief in Haarlem (45 blz., 1 illustratie van Daan van Driel, die ook de omslag vorm gaf). letje Liebeek, lid van Schrijvenderwijs, publiceerde al in diverse bladen en tijdschriften, waaronder Woordwerk en de afsplitsing van 't Kofschip, De Koofschep. Ook in een paar bloemlezingen werden verzen van haar opgenomen. De bundel kreeg als motto Psalm 130 vers 6 mee ("Mijn ziel wacht op de Heere..."), maar dat betekent niet automatisch dat hier bijbelrijmen of pastorale verzen bij een sacrament of bijbelverhaal worden geboden.
Het sterk autobiografische werk van letje Liebeek begint met de verzen "Moeder", "Vader", "Bloei" (met verwijzing naar Hannah Greens "Je hebt me nooit een rozentuin beloofd"), "Harmonie" en "Zuigeling". De bundel is kwalitatief wat ongelijksoortig. Soms kom ik gewild literair-doen tegen, tè zwaarwichtige poses in moderne versvorm, soms lijkt het visuele poëzie (of is het te veel wit tussen bepaalde woorden gewoon een fout van de drukker?...). In "Harmonie" heet het „steeds weer/ vind je de juiste toon/ bespeel je fijnbesnaard/ mijn kakafonisch denken" (...) en dan moet deze lerares Nederlands vervolgens haar kennis van het Frans etaleren.

Zelfkritiek nodig
En in "Paranoïde" luidt het: „zeer consequent/ verbloem ik mij/ in comedieboeketjes/ kleurrijk overbloosd/ lach ik
lach ik/ paranoïde" (...). Mevr. Liebeek is wel zoekend naar goede literaire bewoordingen voor wat ze te zeggen heeft, maar nog tè vaak blijft ze steken in 'gezochte' beelden en woorden, in 'mooischrijverij'. Terwijl zij het wel in zich heeft om de overstap te maken van het eenvoudige bijbelse vers naar de echte worsteling met taal om het geloof te verwoorden.
Maar versjes als het goedkope "Na de oorlog" en "Kater" horen in een bundel naar Psalm 130 niet thuis. En hevige moederliefde verdient sterkere zegging dan in wat we hier soms tegenkomen. Liebeek heeft nog te veel maniertjes om nu al geheel overtuigend over te komen. Ze moest ook maar weer gewoon hoofdletters etcetera gebruiken. Dan loopt ze ook niet vast met Verbond, Akkoord, het Woord. Toch vind ik "Dat er een morgen is" veelbelovend. Of letje Liebeek-Hoving die belofte ook waarmaakt, hangt mede van haar zelfkritiek af.

Huntingtons paard
Een 'mooischrijver' in bovenbedoelde zin is Jac. Overeem zeker niet. Hoewel velen hem vooral kennen als verteller en romanauteur, heeft hij toch ook heel wat pretentieloze verzen geschreven en gepubliceerd. Voor boekh. Gebr. Koster in Barneveld stelde Overeem zo zijn bloemlezing "Van gisteren en heden" met "Eenvoudige gedichten" samen (73 blz., 10,95 gld.). Het zijn verzen bedoeld om God te verheerlijken, en soms veertig jaar geleden verschenen in tijdschriften.
De versvorm is gebruikelijk: (veelal lange) rijmende regels voor bijbelse en kerkhistorische thema's. Dat de drukker niet weet wie de Engelse godgeleerde Durham is en er Durman van maakt, is een kleine smet. Andere verzen gaan over het paard van William Huntington, door Overeem vergeleken met Bileams ezel —maar dan juist anders—, over de nachtegaal, de kokmeeuw, Gethsemané, Jochebed, Kerkhervorming en bijbelse feesten. Kortom, eenvoudige verzen over de mens, zijn God, de natuur, de kerk. Jammer alleen, dat niet een redacteur of meelezer sommige gemakkelijk te vermijden slordigheden of taalfouten heeft verbeterd.

De "rymdwang" voorbij
Je kunt je van rijmdwang bevrijden, maar dat levert niet altijd goede poëzie op. Ondanks de titel "Rvmdwang" is de nieuwe bundel van de in ons land wonende Zuidafrikaanse dichteres Elisabeth Eybers braaf —maar niet storend— onderworpen aan de wetten van rijm en metrum. Na "Einder" en "Dryfsand" betekent deze "Rymdwang" (48 blz., 25 gld., uitg. Querido) van de ouder geworden dichteres ook iets anders: de dwang om nog gedichten te moeten schrijven is aan het afnemen. Maar rijmdwang is ook: de dwang en drang die elke dichter voelt om iets aan blanco papier toe te vertrouwen. Haar verzen geven die diverse soorten worsteling weer en dat onderscheidt de (ook de rijmende) dichter van de verzenmaker.
Eybers behoeft, ook voor ons, haar dichterschap niet meer te bewijzen. Een christelijk dichteres in de gebruikelijke zin is ze niet. In "Opvoeding" heet het: „Verpligte kerkgang het my toegerus/ met blywende afdwalende gedagtes" en haar "Goeie Vrydag" wordt „deerlik goed" omdat buiten de takken uitbotten en omdat ze thuis de Matthaus Passion opzet, die „onverganklike klankvloed/ om die verguisde aanspraakmaker". Maar Eybers beleeft ook een "Gure Paasdag" waarop het „koloratuurgerinkel van die merels" glinsterend te voorschijn komt „op die dag dat ons die opstanding herdink/ van daardie opstandeling wat pasgebore/ gekrys het van hooiprikkels in die krip".

Benschops lustrum
Andere verzen in "Rymdwang" bezien onder meer een zonnebloem, de mijmerende moeder van een terrorist (het ontroerende en zeer sterke "Ek was die bitter bodem vir die saad/ wat ryp word om te roof en uit te roei"), "Jobstroos vir Joop", "Vir Thérèse", "Aanwins", "Februarie" en "Die ouderdom is nie noodwendig saai". Toch ziet voor ons haar toekomst er niet licht uit. Dat ligt toch wat anders met de meestgelezen dichteres van ons land. Nel Benschop. Twintig jaar geleden, in december 1967, verscheen haar eerste bundel, "Gouddraad uit vlas", waarvoor de uitgevers aanvankelijk geen interesse toonden. Maar Kok deed een gouden greep. Nu, twee decenniën later, is haar nieuwste boekje met eenvoudige verzen van hoop en troost gepresenteerd: "Licht onder de horizon", na meer dan tien bundels, bloemlezingen, Benschopspreuken, idem platen en boeken op cassetteband, kalenders etcetera. Bij het vierde lustrum van haar officiële debuut werd door uitg. Kok ook een jubileumboekje van Hans Werkman gepresenteerd: "Van Harte", over "Nel Benschop - haar leven haar werk" (57 blz., veel foto's, 12,90 gld.).

Liefdespoëzie
Werkman —die met Nel B. samen in Schrijverskontakt zat en haar ook in Schrijvenderwijs introduceerde— maakte er in kort bestek natuurlijk geen complete biografie van, maar hij zet de zo langzamerhand bekende feiten over haar leven en werk op een rijtje. We lezen dus over haar Haagse gereformeerde jeugd -op 16 januari 1988 hoopt zij zeventig te worden, opnieuw een mijlpaal—, haar baan als jong onderwijzeresje in de Haagse rosse buurt, haar werk aan het mulo-internaat Coolsma in Driebergen, haar beide grote liefdes voor en met getrouwde mannen waaraan haar eerste serieuze, maar nog niet voor publikatie vrijgegeven gedichten te danken zijn, haar leraar- en pleegmoederschap.
Ze roept in leven èn werk tegenspraak op: kerkbode-recensenten prijzen haar troostrijke verzen, 'de' literaire kritiek moet van deze vrome clichés weinig hebben. Nel B. wil geen literair verantwoorde poëzie voor de enkeling schrijven, maar troost en hoop bieden voor velen die haar 'gemeente' vormen. Want de respons op haar werk is voor Nederland ongedacht groot. Werkman, zelf scherp en kundig literair criticus, voelt wel aan dat ook hij niet zonder meer één grote lofzang op de dichteres kan neerpennen. Tenslotte is ze ook neerlandica met MO-B en die kan zich niet helemaal verschuilen achter „...ik schrijf voor een groot en ander publiek". Maar Werkman blijft in zijn kritiek uiterst voorzichtig, al signaleert hij clichés, gewrongen zinsbouw, ondoordachse beelden en onzuiverheidjes.

Onbenut talent
Dat is nu precies wat wij op deze plaats en in gesprekken met Nel Benschop haar ook kwalijk nemen. Zij lijkt te gemakzuchtig, te weinig een worstelaar met taal als uiting van een spanningsvol geloof. Haar verzen zijn altijd weer goed voor 'bruiloften en partijen'. Natuurlijk, ze mag troosten en hoop geven, maar als ze vijf talenten heeft, mag ze er niet vier in de grond stoppen om er maar één vlotjes te benutten. Dat is toch verloochening van een christelijk kunstenaarschap, al wordt zulks ook beloond met miljoenen lezers, forse royalties en het ontstaan van een flinke school van navolgsters. Werkman vergelijkt haar als volksdichteres met Toon Hermans, vindt ook dat zij niet in de literatuur thuishoort, maar ziet toch wat literaire bloempjes ontluiken.
Wel, als brieven uit Italië aan Nel B., geadresseerd met „dichteres bekend in Nederland", toch goed aankomen, dan heeft ze wèl iets te zeggen. Dat doet ze dan ook, in voordrachten in ons land en Canada bij voorbeeld. Maar de 200 liefdesgedichten blijven —op een enkele in dit boekje en tijdens interviews na— een gesloten boek. Misschien lezen we ooit die andere Benschop-poëzie en misschien verstaan we dan dat haar pastorale verzen een vervanging en sublimatie waren voor de aardse liefdesverzen die Nel niet mocht prijsgeven. Mogelijk haalt ze dan, ongewild, alsnog de literaire kritieken en literatuurgeschiedenissen die nu voor het werk van deze uiterst charmante dame hun neus ophalen, al kreeg ze door Werkmans boekje en haar "Licht onder de horizon" recent veel publiciteit.

Zon en regenboog
Die (twaalfde) verzenbundel is verkrijgbaar in twee uitvoeringen (48 blz., geb. 13,25 en ingen. 10,25 gld), mooi verlucht met aquarellen van Frouke Evink-Botma. Het titelvers begint met „De zon ging in een zee van goud en roze onder" en zó zag Nel B. in haar leven soms de zon ondergaan en de regenboogkleuren weer opdoemen. Verder de bekende dertien-in-een-dozijn-verzen "Afscheid", "Portret" (liefst zes keer), "Overpeinzingen van een moeder", "Zonsondergang aan zee" (op Kreta), "Kerstfeest 1985", "Gebed op Oudejaarsavond", "Witte Donderdag" en andere gedichten van geloof, hoop, liefde, vreugde en verdriet.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 december 1987

Reformatorisch Dagblad | 34 Pagina's

Kerstverzen en andere poëzie van christelijk geïnspireerde dichters

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 december 1987

Reformatorisch Dagblad | 34 Pagina's

PDF Bekijken