Bekijk het origineel

Moslims in Gorbatsjovs imperium voelen meer voor Teheran dan voor Moskou

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Moslims in Gorbatsjovs imperium voelen meer voor Teheran dan voor Moskou

De "homo islamicus" blijkt duidelijk onverenigbaar met de "homo sovieticus"

14 minuten leestijd

„Vertel alstublieft in het Westen dat we onze kinderen niet over de islam mogen leren, dat onze boeken worden afgepakt en dat we altijd de kans lopen in de nacht van ons bed te worden gelicht". Met klem bezweert een moslim van middelbare leeftijd in Tasjkent (de hoofdstad van de Socialistische Sowjetrepubliek Oezbekistan) mij dat ik dit relaas over onderdrukking van de islam in de Sowjet-Unie in het Westen bekend maak. Onderdeel van die verdrukking is dat de Sowjetmoslims niet weten dat het vrije Westen wel degelijk op de hoogte is van hun lot.

Glasnost of niet, onder partijleider Michail Gorbatsjov is de anti-islamitische propaganda heel krachtig. Ruim een jaar geleden, in november 1986, maakte Gorbatsjov een tussenlanding in Tasjkent, op weg naar India. Daar riep hij de plaatselijke communistische leiders op tot „een resolute en compromisloze strijd tegen godsdienstige verschijnselen, en sterkere, massale atheïstische propaganda". De Sowjetpers beweert dat de nieuwe anti-godsdienstcampagne is gericht tegen een herleving van de islam.
Ongeveer een vijfde deel van het grondgebied van de Sowjet-Unie wordt door de Sowjetrepublieken Kazachstan, Kirgizië, Tadzjikistan, Turkmenistan en Oezbekistan in beslag genomen. Deze gebieden samen vormen het historische Turkestan, met in totaal ongeveer zestig miljoen inwoners.
De Sowjet-Unie zelf noemt deze gebieden Centraal-Azië, ofwel Srednaja Asia, en Kazachstan. Van de bewoners van deze streken is 80 procent moslim. De overige 20 procent bestaat uit Duitsers, die daar tijdens de laatste oorlog door Stalin naartoe zijn gedeporteerd, en Russen, die als onderdeel van een bewuste kolonisatiepolitiek naar Centraal-Azië en Kazachstan zijn geëmigreerd. Deze Russen bezetten de leidende posities in het partij- en regeringsapparaat, in militaire kringen en in het bedrijfsleven. Ze wonen overwegend in de steden en zijn de uitvoerders van de politiek van Moskou.

'Wingewest'
Turkestan is voor Moskou van groot belang vanwege de vele grondstoffen die dit gebied rijk is. Kolen, gas, aardolie en ertsen hebben Turkestan tot een belangrijk 'wingewest' gemaakt. Wel is sprake van verregaande industrialisering, maar de produkten zijn, zoals koloniën betaamt, vooral halffabrikaten, die elders in de Sowjet-Unie worden verwerkt. Daartoe behoort ook katoen, het 'witte goud', waar in de Sowjet-Unie zo veel behoefte aan is. Van de totale produktie van tien miljoen ton per jaar levert Turkestan meer dan 90 procent.
Lage lonen, lange werktijden en hoge prijzen in de winkels, waar je vaak lang in de rij moet staan, zijn niet de middelen om de bewoners van deze 'kolonie' echt tevreden te stellen.

'Gevaar voor gezondheid'
De heren in Moskou krabben zich vaak verontrust achter de oren. Het aantal moslims in de Sowjet-Unie neemt hand over hand toe. Niet dat brave Sowjetburgers zich tot de islam bekeren, maar het kindertal in de moslimgezinnen is zo ongewoon groot. Terwijl in de Oekraïne, Estland, Letland en Litouwen het geboortecijfer beneden de 6,5 procent blijft, is het in Turkmenistan, Oezbekistan en Tadzjikistan hoger dan 15 procent.
Moskou, bevreesd voor te grote aantallen moslims, is een campagne begonnen om de zaak in de hand te houden. Als de huidige bevolkingsgroei van Turkestan aanhoudt, zal rond het jaar 2000 een aanzienlijk deel van de Sowjetburgers moslim zijn. Naar schatting maken ze dan bijna 100 miljoen van de 300 miljoen burgers uit.
Een rapport van persbureau TASS uit Dushanbe verklaarde dat bijna de helft van de bewoners van Tadzjikistan nog geen twaalf jaar oud is. In het bericht werd gesteld dat meer aan geboortebeperking moet worden gedaan en dat door een campagne aan de bevolking moet worden 'bewezen' dat het een gevaar voor de gezondheid van moeder en baby is, als een gezin vijf of zes kinderen heeft.

'Produktief leven'
Probleem bij die gigantische bevolkingsgroei in Centraal-Azië is dat de produktie veel lager ligt dan in de rest van de Sowjet-Unie. Het nationaal inkomen per hoofd van de bevolking is 50 procent lager dan het gemiddelde van de Sowjet-Unie.
De anti-kindercampagne is het resultaat van de kritiek van verschillende ministeries, departementen en plaatselijke Sowjets dat in Centraal-Azië onrendabel wordt gewerkt. Russische vrouwen daarentegen worden juist aangemoedigd „een produktief leven te leiden".

Hypocriete partijleiders
Of de vrouwen in Srednaja Asia zich veel van dit soort economische overwegingen zullen aantrekken, is de vraag. Grote gezinnen blijven de regel. De islamitische levensstijl is in Centraal-Azië nog immer allesbeheersend. Vol afschuw meldde een artikel in het Sowjettijdschrift Socialistische Industrie hoe een fotograaf in de republiek Kirgizië in elkaar werd geslagen, toen hij een islamitische begrafenis op de plaat wilde zetten. Onder de moslims ontdekte hij niemand minder dan de regionale partijsecretaris, het hoofd van de politie en verschillende andere hogere ambtenaren.
„De constitutionele rechten van de gelovigen zijn een ding, maar de verantwoordelijkheid van mensen met een partijkaart is iets anders. Het is hypocriet dat partijleiders op bijeenkomsten hun leden ontmoedigen aan religieuze gebeurtenissen deel te nemen, terwijl ze intussen zelf broederlijk met de islam omgaan".
In Centraal-Azië beheerst de islam een veel groter deel van het dagelijks leven, zelfs van communisten, dan het christendom in de rest van de SowjetUnie. De meeste Sowjetmoslims wonen op het platteland. Hun dorpen zijn na 70 jaar socialisme nog steeds bolwerken van met de islam vermengd nationalisme. En communistische ideologie en russificatie worden nog steeds met redelijk succes geweerd.
De islam is diep geworteld in het traditionele denken. Partij kranten in de islamitische gebieden waarschuwen herhaaldelijk voor de opkomst van de islam in Centraal-Azië. Grote massa's bezoeken de moskeeën bij godsdienstige feestdagen.

Islamitische mystiek
Hoewel vóór de Russische revolutie ongeveer 25.000 moskeeën de Turkestaanse moslims ter beschikking stonden, zijn dat er nu nog maar een paar honderd. Een van de beste Sowjet-islamologen, Igor Beljajev, publiceerde in mei een artikel in de Moskouse Literatoernaja Gazeta, getiteld "Islam i Politika". Daarin spreekt hij over „365 open moskeeën, vol gelovigen". Voor een totale bevolking van 50 miljoen moslims natuurlijk een lachwekkend laag aantal.
Het lijkt er echter op dat Gorbatsjov dat nog te veel vindt, ondanks glasnost en perestrojka. Religie moet worden uitgeroeid. In Turkestan lukt dat absoluut niet. De grote belangstelling voor de 'ongeregistreerde' moskeeën en de blijvende betekenis van de "heilige plaatsen" bewijzen het tegendeel. Door het repressieve beleid van de overheid is naast de door Moskou goed in de hand gehouden 'officiële' islam een 'parallelle' islam ontstaan. Deze ongeregistreerde islam kon moeiteloos aansluiten bij de mystieke islambeleving (soefisme) die al eeuwen het leven van de moslims in Turkestan beheerst.

"Troon van Salomo"
De gewone westerse toerist kan van die 'mystieke' islam overal bewijzen vinden. Wie de prachtig gerestaureerde groep middeleeuwse moskeeën en mausoleums in de noordelijke wijk van Samarkand bezoekt, merkt weldra dat niet alleen toeristen maar ook Oezbeekse bewoners de mooie grafkamers bezoeken. De kleine munten die ze achterlaten bij het graf van emir Zade, na daar lange tijd mompelend te hebben gezeten, wijzen op hun geloof dat de voorbede van de heilige emir uit de veertiende eeuw hun ziekten kan genezen of de vruchtbaarheid kan vergroten.
De zogenaamde "Troon van Salomo", een heuvel in de buitenwijken van Osh in Kirgizië was en is voor de moslims in Sowjet-Centraal-Azië echter de allerheiligste plaats.
Al onder Stalin was de "Troon van Salomo" het doelwit van antigodsdienstige propaganda. Tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen Stalin aan de minderheden van de Sowjet-Unie een beetje vrijheid gaf, werd de pelgrimage naar de "Troon" opnieuw uitgevoerd, „door reactionaire obscure elementen".
Sowjetpublikaties spreken over duizenden pelgrims in de jaren vijftig. In 1958/1959 besloten de autoriteiten de heilige plaats te sluiten, waarop een felle atheïstische campagne volgde. De aan Moskou gehoorzame 'moslimleiders' van het Moslim Geestelijk Bestuur van Centraal-Azië veroordeelden de pelgrimsreis naar Osh als on-islamitisch en zondig.

Geen religieuze rust
De pelgrims van het platteland bleven desondanks bij duizenden toestromen. Vandaar dat tussen 1963 en 1970 veel hardere maatregelen werden getroffen. Het kleine heiligdom dat het centrum van de "heilige plaats" markeerde, werd vernietigd, en de omgeving werd een "park van rust en cultuur", met een "museum van toegepaste kunst", een eufemisme voor een antireligieus museum.
En toch hielp dit alles niets. In 1971 noemde een gezaghebbende Sowjetantropoloog Osh „het belangrijkste centrum van religieuze obscuriteit in geheel Centraal-Azië". Een in mei geschreven, lang artikel over de "Troon van Salomo" bewijst dat glasnost in elk geval meer vrijheid tot een eerlijke beschrijving van de realiteit geeft.
Toegegeven wordt dat het met de godsdienstbeleving in het "park van rust en cultuur" goed is gesteld. „Van april tot oktober neemt de bevolking van Osh toe. Pelgrims komen uit alle Centraalaziatische republieken, van de Wolga, de noordelijke Kaukasus en Azerbaidzjan, vanuit alle gebieden waar de islam zich heeft gevestigd. Ze komen per vliegtuig, in auto's, te voet, in groepen of alleen, zelfs hele gezinnen. Ze komen als toerist, maar het merendeel komt als pelgrim... Elke moslim weet dat een pelgrimage naar de Berg Salomo gelijk is aan een pelgrimage naar Mekka, en het geeft de pelgrim de titel "hadji". Tientallen sjeikhs zorgen voor de pelgrims. Ze organiseren gebeden, geven advies, voorspellen de toekomst..." Ondanks alle inspanning van de overheid is de "Troon van Salomo" populair als altijd.

Bijna 100 procent moslim
De beschrijving van de lotgevallen van de "Troon van Salomo" werd in hetzelfde tijdschrift gevolgd door een verbazend eerlijke discussie over problemen die met de islam samenhangen. Lokale partijleiders en politieke en culturele organisaties namen aan het 'ronde-tafelgesprek' deel.
De discussie leverde enkele verbazende feiten op: bijna 100 procent van de lokale bevolking van Osh houdt zich aan islamitische gewoontes en rituelen, ook veel partijleden en ambtenaren. „Gewoonlijk gaan jonggehuwden, na hun officiële Komsomol-bruiloft, eerst op pelgrimage naar de "Troon van Salomo", en vervolgens voltooien ze de ceremonie door een godsdienstig huwelijk met de mollah (de islamitische geestelijke leider)".
Het "park van rust en cultuur" wordt gedomineerd door islamitische leiders, terwijl het atheïstisch museum nauwelijks wordt bezocht. Onder de sjeiks die bij de "heilige plaats" werken, is zelfs een voormalige anti-godsdienstige propagandist van de Sowjet van Osh.
Bewijs voor de kracht van deze 'onofficiële' vorm van islam wordt geleverd door de partijsecretaris van Osh, die haar kameraden waarschuwt niet de fout te maken te denken dat „alle sjeikhs en ongeregistreerde mollahs die bij de "Troon van Salomo" werken, sluwe en hebzuchtige bedriegers zijn. Dit zou te gemakkelijk zijn; de gelovigen die niet zo naïef en simpel zijn, zouden hen allang verlaten hebben".

Vergeefse hersenspoeling
De glasnost onder Gorbatsjov heeft in elk geval als voordeel dat in alle openbaarheid komt dat de bureaucratische machinerie van de anti-religieuze propaganda niet effectief is, en dat zij bezig is de strijd tegen toegewijde, ongeregistreerde geestelijke leiders te verliezen. Dit ondanks het gegeven dat alleen al in Oezbekistan, met iets meer dan 15 miljoen bewoners, een leger van 270.000 propagandisten de bevolking moet hersenspoelen.
De bevolking wordt verplicht geregeld buiten school- of arbeidstijd lezingen van deze "brainwashing machine" aan te horen. Naar het Westen toe mag Gorbatsjov mooi weer spelen, de moslims merken daar binnenslands weinig van. Een greep uit de arrestaties en veroordelingen van moslims om hun geloof in de afgelopen maanden. Akhmendov, Alajev, Baimirzajev, Radzjabov en Umarov zijn tot lange gevangenisstraffen veroordeeld, omdat ze sinds 1983 een groep van jonge volwassenen les gaven uit de koran.
De gepensioneerde Khasanov is veroordeeld wegens het verkopen van amuletten en het reciteren van de koran. De Oezbek Mamatkulov is veroordeeld wegens het verspreiden van religieuze literatuur en het geven van onderwijs van islamitische gewoontes aan kinderen. En zo kan de lijst nog verder worden uitgebreid.
De islam blijft een 'levende' wereldgodsdienst, zelfs in de Sowjet-Unie. Ook onder de jeugd behoudt deze religie haar invloed. In Tasjkent kwamen de leerlingen van de hoogste klassen van school nummer 124 geregeld bij mensen thuis voor 'een gezellige avond'. Het bleken studieavonden over de islam te zijn!
De "homo islamicus" blijkt onverenigbaar met de "homo sovieticus", zoals Rusland-kenner Helene Carrere d'Encausse zegt. De "homo islamicus" voelt zich eerder verwant met Teheran en Kaboel dan met Moskou of Kiev. En precies daarom is de islam meer dan een binnenlands probleem voor Moskou.
Niet alleen voor de binnenlandse politiek is de islamitische geloofsbeleving van Turkestan een bedreiging, ook het buitenlandse beleid wordt erdoor bemoeilijkt. Moskou wees de 'onderdrukte' volken van Azië, Afrika en ZuidAmerika altijd op Turkestan als positief voorbeeld van economische en culturele ontwikkeling.
Inderdaad heeft de gemiddelde bewoner van Sowjet-Centraal-Azië het economisch veel beter dan zijn medegelovige in Iran, Afghanistan, Pakistan of China aan de andere kant van de grens. De economische vooruitgang leidde toch niet tot onverdeelde trouw aan Moskou, zo bleek uit de Russische inval in Afghanistan van acht jaar geleden.
Vanaf het begin van de oorlog zette de militaire leiding vooral moslims in de strijd in. Doodstille getuigen daarvan zijn de begraafplaatsen. In de stad Dushanbe vond ik, dicht bij de grens met Afghanistan, een paar graven die weggestopt waren voor het toeristisch oog. De rode ster op enkele graven, gecombineerd met de ingegraveerde datum van overlijden, maakte duidelijk dat hier oorlogsslachtoffers rusten.
Moskou hoopte dat de moslims uit Turkestan hun Afghaanse geloofsgenoten de voordelen van het Sowjetsysteem zouden duidelijk maken. Het omgekeerde gebeurde. Meer dan ooit bloeide het islamitische nationalisme op. De oudstrijders uit Sowjet-Centraal-Azië hebben zelfs al een eigen monument in Moskou geëist ter herdenking van hun gedode kameraden.

Onbruikbaar voor Kaboel
Het 'islamitische leger' van de Sowjet-Unie weigerde zijn wapens tegen de Afghanen te gebruiken, en velen ruilden hun wapens tegen korans of leverden het Afghaans verzet medicijnen. Door het overlopen van veel Turkmeense soldaten naar het Afghaanse verzet werd duidelijk hoe de zaken er voor staan.
Wijzer geworden, stuurt Moskou nu geen moslims meer naar Afghanistan. Op 8 maart en 8 april van dit voorjaar vielen Afghaanse verzetstrijders zelfs Sowjetgrondgebied aan. Het Londense islamitische tijdschrift Impact gaf in mei als commentaar dat „informatie uit Tadzjikistan duidelijk aantoont dat, als de Moejahedien Tadzjikistan verder zouden binnen vallen, hun het meest enthousiaste welkom te wachten staat".

Tranen èn woede
De ene helft van het volk der Tadzjieken woont in de Sowjet-Unie, de andere helft in Afghanistan. Het ontbreekt in Tadzjikistan niet aan predikers van de onafhankelijkheid van Moskou. Luister bij voorbeeld naar het verhaal van de 47-jarige Abdoello Noeraddinowitsj Saidov.
Abdoello's gerussificeerde naam kan de islamitische achtergrond niet verhullen. Als opzichter over ingenieurs reisde hij veel, en sprak hij vooral over de noodzaak de islam te gehoorzamen. „Als we de islam echt volgen, zal Tadjikistan eenmaal een onafhankelijke islamitische staat zijn!"
Altijd had Abdoello een groot gehoor, en naar wordt gezegd brachten zijn woorden „tranen in de ogen van de vrouwen en woede in de harten van de mannen.

Held van de massa
Abdoello had deze overtuiging van zijn vader, die directeur van een kolchos was. Meteen na diens pensionering zegde hij zijn lidmaatschap van de partij op. Belangrijkste feit is dat Abdoello niet in het geheim zijn boodschap verspreidde. De aanklacht tegen hem luidde dat hij al 20 jaar met zijn prediking bezig was, ondanks herhaalde waarschuwingen. Waarom grepen de ambtenaren die hem waarschuwden niet in?

Impact concludeert dat „Abdoello zonder twijfel een zeer populaire persoon was in zijn land, een "Held van de massa", in het progressieve idioom". Zijn arrestatie in augustus 1986 leidde tot spontane demonstraties, zelfs van leden van de communistische partij en van intellectuelen.

Moskou kan blijkbaar niet vertrouwen op de inheemse Centraalaziatische elite van partijleden en denkers. Slechts weinig Turkmeense communisten nemen hun ideologie serieus, partijlidmaatschap is nodig om carrière te kunnen maken.

„Amerika is voor ons"
Vorig jaar december kwam het nationalistische verzet tegen Moskou duidelijker dan ooit tot uiting. Meer dan tienduizend demonstranten verschansten zich achter barricades uit verzet tegen het aanstellen van de Rus Kolbin als partijvoorzitter en eerste secretaris van de republiek, in plaats van de Kazach Dinmoekhammed Koenajev.

Alma Ata, hoofdstad van Kazachstan, was dagen lang het toneel van bloedige gevechten. Studenten liepen met spandoeken die aan duidelijkheid niets te wensen over lieten: "Autonomie en een aparte zetel voor Kazachstan in de Verenigde Naties" en "Amerika is voor ons, Rusland tegen ons". Russen werden op straat aangevallen, evenals het partijbureau en enkele gevangenissen. Snel werden 70.000 soldaten naar het gebied gebracht. Ten slotte keerde de rust terug. De ondergrondse krant Arkiv Samizdata van 10 april beschrijft het „saldo" van het protest: „Volgens de bewoners van Alma Ata werden 2138 mensen gearresteerd, werden 280 studenten gedood en werden ook 29 leden van het militaire kordon en de soldaten gedood". Een duidelijke boodschap aan Moskou dat de islamitische minderheden van de Sowjet-Unie elke kans op grotere autonomie zullen aangrijpen.
Om de kans op onrust te verkleinen en Turkestan stevig in de greep te houden, is Moskou juist bezig de topposities in bestuurs- en partijorganen van de vijf vooral door moslims bewoonde republieken in Turkestan in betrouwbare, dus Russische handen te geven. Een beleid dat zichzelf verslaat, waaruit maar weer eens blijkt dat het met geweld innemen en onderdrukken van andere volken op de lange duur vruchteloos is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 30 december 1987

Reformatorisch Dagblad | 56 Pagina's

Moslims in Gorbatsjovs imperium voelen meer voor Teheran dan voor Moskou

Bekijk de hele uitgave van woensdag 30 december 1987

Reformatorisch Dagblad | 56 Pagina's

PDF Bekijken