Bekijk het origineel

Zaltbommel was reeds in vroeger tijden een bloeiende handelsstad

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Zaltbommel was reeds in vroeger tijden een bloeiende handelsstad

5 minuten leestijd

ZALTBOMMEL - „Aangaande geene stad van Gelderland weten wij zo weinig als van Bommel. Van hare geschiedenis deelt de in 1765 verschenene Beschrijving niet zeer veel mede en de baldadige vernieling van een groot deel van het oude archief door de stedelijke regering in de eerste helft der 19e eeuw maakt het onmogelijk dit verzuim goed te maken", aldus een historicus in het begin van deze eeuw.

Wel is bekend dat reeds voor 850 een oord Bomela bestond, vermoedelijk ontstaan op enige eilandjes van een binnendelta van rivier de Waal. De gunstige ligging van de plaats was ongetwijfeld de oorzaak voor de economische ontwikkeling van Zaltbom-, mei. Op 11 april 999 schonk keizer Otto III aan de kerk van Utrecht het rechtsgebied Zaltbommel. Bij deze schenking hoorde ook de tol, de munt en de gruit.

De tol wijst op een levendige scheepvaart, de munt op het handelsverkeer, terwijl de bierbrouwerij (de gruit) van een zekere welvaart spreekt. In de oorkonde van bovengenoemde schenking komt onder andere het woord banftum voor, dat wijst op het recht ofn accijns te heffen op de koopwaren die op de markt aangevoerd en verkocht werden. Tevens hield dit woord in dat ambtenaren aangesteld werden die met het innen van de heffing belast waren.

Door het vernauwen van de riviermonden door aanslibbing was het niet meer mogelijk dat zeeschepen tot Tiel konden varen. De vloed stuwde de schepen niet verder dan tot Zaltbommel. Dit had tot gevolg dat handel en daarmee de welvaart voor Zaltbommel steeds toenam.

Sautbommel

Het is omstreeks 1300 dat de naam Sautbommel gebruikt wordt. Deze naam is vermoedelijk ontstaan doordat in die tijd het aangevoerde zout uit Frankrijk en Engeland te Zaltbommel werd overgeladen om het verder Rijnopwparts te brengen. De bekende geschiedschrijvers Slichtenhorst en Blaeu beweren dat Zaltbommel „door de bank in oude handvesten" ook de Hang van Bommel genoemd wordt. Het woord Hang is afgeleid van het woord hangen, waarmee in dit verband het bokkingroken is bedoeld.

Het was in 1231 dat Otto III, graaf van Gelre, Zaltbommel versterkte met muren en grachten en haar stadsrechten verleende.

Er bestond in 1315 te Zaltbommel reeds een jaarmarkt, die acht dagen voor Pinksteren begon en veertien dagen duurde. Graaf Reinald II stichtte een tweede jaarmarkt die acht dagen na Sint Mauricius, 22 september, begon en eveneens veertien dagen duurde. Verder werd er een weekmarkt op dinsdag ingesteld. Van de goederen die op de jaarmarkten werden aangevoerd, mocht de stad evenveel tol heffen als te Zuilichem gebruikelijk was. Volgens het stadsrecht kon niemand gearresteerd worden wegens het maken van schulden van 's maandags twaalf uur tot 's woensdags twaalf uur op bovengenoemde jaarmarkten. Bovendien was dit recht geldig op de Zaltbommelse paardenmarkten.

Speculatie

Op alle Gelderse tollen, behalve op die te Lobith en te Zutphen, waren de koopwaren van de ingezetenen van Zaltbommel vrij verklaard. Volgens de geschiedschrijver Nijhoff was handelspeculatie verboden. Niemand mocht levensmiddelen kopen die tegen een bepaalde termijn geleverd .moesten worden, om ze te verkopen voordat ze in het bezit van de koper waren.

Het Koblenzer toltarief van 1104 bewijst dat Zaltbommelse schepen de Rijn in vroeger tijden tot boven Koblenz bevoeren. Deze schepen staan genoteerd voor een tol van een kaas en wijn ter waarde van twee penningen. Schepen die afkomstig waren uit het nabij Zaltbommel gelegen Heerewaarden moesten als tol een „goeden" (mooie, grote) zalm betalen.

In 1332 verleende Graaf Reinald voorrechten en vrijheden aan een zevental Italiaanse kooplieden met hun gezinnen en bedienden om zich voor veertien jaar binnen de "porte van Zatbommel" in een of meer woningen te vestigen om handel te drijven. Geen andere Italiaan zou zich gedurende die tijd buiten hun goedvinden mogen vestigen in Zaltbommel, de Bommelerwaard of de Tielerwaard. Deze kooplieden kregen uitgebreide voorrechten, want zij werden vrijgesteld van alle lasten, veldtochten en andere verplichtingen die op de Gelderse handelsman in het algemeen drukten.

Tolvrij

Bovendien mochten deze kooplieden tolvrij varen of rijden. Het zou een normaal verschijnsel zijn dat de Italianen door deze voorrechten de concurrentie gemakkelijk zouden overwinnen. Het schijnt de Italianen niet voor de wind gegaan te zijn, want toen de veertien jaar verstreken waren, werd de vergunning niet verlengd en werden de door hen bewoonde panden aan de heer van Waardenburg verkocht.

Dat Zaltbommel een bloeiende stad is geweest, bewijst haar toetreding tot de Hanze in het begin van de 15e eeuw. Bij schrijven van 7 december 1442 werd door de schepenen van Zaltbommel de belofte gedaan te zullen bijdragen „nae redlicher taxirunghe" in de kosten, door die van Nijmegen voor de Hanze te maken, „al soo wij in die hanse siin ende onder die stat van Nymegen, dat een hauptstat ende onse hoiffstat is, gehoerende siin". Hieruit blijkt dat Zaltbommel toen een van de middelgrote steden onder Nijmegen was.

In 1456 sloot Zaltbommel een verbond met Tiel en Nijmegen om zich te kunnen verzetten tegen de aantasting van haar oude rechten door de heffing van nieuwe tollen te Venlo en andere plaatsen op de Maas. Door watersnoden, branden en belegeringen werd de welstand van de stad aan het eind van de 15e eeuw ernstig geschaad. Grote tegenslagen kreeg Zaltbommel te verduren door de oorlog met Spanje en godsdiensttwisten. Hier zou een apart verhaal aan te wijden zijn.

Een van de straten in Zaltbommel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 13 januari 1988

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

Zaltbommel was reeds in vroeger tijden een bloeiende handelsstad

Bekijk de hele uitgave van woensdag 13 januari 1988

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

PDF Bekijken