Bekijk het origineel

'Ridders van de Schelde worden verguisd en vergeten'

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

'Ridders van de Schelde worden verguisd en vergeten'

8 minuten leestijd

YERSEKE - Verguisd en vergeten. Dat kan gezegd wor-* den van de Yerseker vissers die tijdens de bange dagen van de watersnoodramp, vaak met gevaar voor eigen leven, honderden drenkelingen wisten te redden van de verdrinkingsdood. Nauwelijks werd en wordt er aandacht besteed aan de 'Ridders van de Schelde', zoals de vissers tijdens die februari-dagen genoemd werden. Het waren er velen die hun schip, waarmee ze het dagelijks brood moesten verdienen, riskeerden om anderen, onbekenden, te redden. Deze schippers zouden als helden de historie in moeten gaan. Drie Yersekers hebben met name een vooraanstaande rol gespeeld tijdens de ramp: B. Zuidweg, die het reddingswerk coördineerde, H. Cornelisse, die directe hulp verleende aan slachtoffers (EHBO), en de vorig jaar overleden schipper Hubrecht Koster. Hij voer als eerste met zijn schip door het levensgevaarlijke stroomgat bij Ouwerkerk.

„Er is in het leven meer dan alleen oesters en mossels. Er waren mensen in nood. De vissers van Yerseke beseften dat. Er werd de eerste tijd niet gevist, er werd geholpen". De vissers, de vrijwillige brandweer en het Leger des Heils, Zuidweg wil er geen kwaad woord over horen. Hoewel Yerseke in zijn geheel droog bleef tijdens de ramp, werd de oude Yerseker zwaar getroffen. Hij verloor op 1 februari 1953 zijn in Kruiningen wonende zuster met haar dochtertje.

Vijftien jaar eerder eiste de oorlog het leven van twee broers en een zwager. Niet zonder tranen in zijn ogen vertelt Zuidweg hoe de hofstee van zijn zuster -haar man was op dat moment niet thuis- door de kolkende stroom werd weggevaagd.

„Haar lichaam is later in de buurt van Krabbendijke gevonden. Het is onbegrijpelijk hoe ver zij is meegesleurd door het water. Met mijn vader en broer ben ik de eerste dag 's morgens gaan kijken in Kruiningen. Er was niets meer te redden. Haar man is nooit meer de oude geworden.

Hij at en dronk niet meer. Ik denk nog vaak terug aan die tijd. Dat gaat nooit meer weg".

„Toen wij terugkwamen uit Kruiningen stonden voor het gemeentehuis de beide wethouders. Beiden waren in een paniekstemming. Wat moeten we doen? vroegen ze aan mij. Direct de gaten in de dijk dichten, antwoordde ik. Bij de mosselbedrijven had men zakken genoeg. Wil jij wat regelen? was de volgende vraag. Samen met Bas Kastanje, het hoofd van de school, heb ik gezorgd dat er een groep mensen met zand en auto's naar de dijk ging. De gaten in de dijk rond Yerseke zijn toen het eerst gedicht. Later coördineerden we met drie man en hebben we een reddingsplan opgezet met schepen".

„Vrijwel alle vissers wilden helpen. Slechts een enkeling ging vissen. We hebben de schippers overal naar toe gestuurd. Later kwamen ze terug met schepen vol mensen. Die konden we hier in Yerseke niet allemaal onderbrengen. Met bussen zijn zij naar Goes gebracht. Men heeft mij later een beest genoemd, omdat ik de mensen heb laten wegbrengen. Ze hadden honger en dorst en na een kop koffie moesten ze de bus in. Maar we konden niet anders. Er was hier geen ruimte, er waren er al te veel. Nadat de mensen waren gehaald, zijn de schepen gebruikt om voedsel, medicamenten en dergelijke te halen voor de drenkelingen. Ja, die vissers hebben veel gedaan en allemaal pro Deo!"

„Wat mij ook diep heeft getroffen, is de hulp van het Leger des Heils. Zondagmiddag stonden zij daar opeens, met koffie en koek. Dat vergeet ik nooit, ook niet na 35 jaar".

„De hulp heeft een volle week geduurd. Na de mensen hebben we nog geprobeerd zoveel mogelijk dieren te redden. Later moesten de lichamen van de verdronken mensen geborgen worden, een afschuwelijke taak".

„De burgemeester van Ouwerkerk kwam ons later, uit dankbaarheid, een luidklok aanbieden. Tijdens de officiële bijeenkomst zaten de beste
werkers op de achterste banken. Voorin zaten de mensen die je nooit zag als er wat gedaan moest worden. Uit kwaadheid heb ik, toen ik thuis kwam, alles wat ik had genoteerd over de ramp, verscheurd. Daar heb ik later spijt van gekregen".

Weerbericht

Het weerbericht voor zaterdag 31 januari 1953 luidde: guur weer met wisselende bewolking en nu en dan hagel-, sneeuw- of regenbuien. Krachtige tot stormachtige wind uit het westen en noordwesten.De werkelijkheid was dat niet minder dan 23 uur lang de wind met een gemiddelde snelheid van 72 kilometer per uur over de zee en het land raasde. Het was het langste stormtijdperk sinds 1898. De wind kwam uit het noordwesten en stond dus pal op de Nederlandse kust. In een ondiepe zee als de Noordzee heeft dit een groot opstuwend effect van het zeewater. Tijdens de storm was hel ook nog springtij, de vloed was dus extra hoog. officiële bijeenkomst zaten de beste werkers op de achterste banken. Voorin zaten de mensen die je nooit zag als er wat gedaan moest worden. Uit kwaadheid heb ik, toen ik thuis kwam, alles wat ik had genoteerd over de ramp, verscheurd. Daar heb ik later spijt van gekregen".

Vluchtplaats

Ook de vrijwillige brandweer van Yerseke heeft zich tot het uiterste ingezet om hulp te verlenen waar nodig was. Een van die brandweerlieden is mosselkweker J. Steketee. Samen met zijn zwager, A. C. Koster, die een schat aan documentatie heeft over de ramp, vertelt hij zijn verhaal. „Met de brandweer hebben we geprobeerd de lage punten van de dijk dicht te gooien. Eerst hebben we het dijkje bij Molenpolder verhoogd. Daarna werden de gaten bij de haven gedicht. Doordat opeens het water zakte, voordat het nog hoog water was, stroomde het water niet over de dijk. De plotselinge daling van het water kwam omdat op andere plaatsen de dijk doorbrak en de polders onder water liepen. Yerseke bleef droog. Het dorp werd een vluchtplaats voor drenkelingen".

„Voordat de Molenpolder volstroomde, hebben we eerst de mensen daar nog kunnen waarschuwen. Zouden we de mensen niet wakker gemaakt hebben, dan waren ze verdronken. Nu konden ze zich op tijd in veiligheid brengen".

Bezorgd

De Yerseker vissers vertrouwden de storm van zaterdag 31 januari niet. Terwijl in andere dorpen mensen achter de dijk sliepen, sleepten de Yersekers al met zandzakken om de dijken te versterken. De nu 66-jarige H. Cornelisse liep op die zaterdagavond bezorgd naar de dijk. „Eigenlijk zag je toen al dat het mis zou gaan. Het moest laag water zijn, maar het water stond al hoog en de vloed moest nog komen. Arme mensen die deze nacht het eerst aan de beurt komen, zei ik".

„Na middernacht werd op Yerseke alarm geslagen. Sirenes loeiden, kerkklokken beierden. Ook het dorp Kruiningen werd gewaarschuwd. Velen daar zagen de ernst van de storm niet in. Er was immers al jaren geen watersnoodramp geweest? We gingen in Yerseke zakken met zand vullen. Midden in de nacht waren we in de weer om de zeedijk te versterken met een dekzeil en zandzakken. Gelukkig liep Yerseke niet onder water".

Boten

Tegen de ochtend hoorde Cornelisse dat de dijken bij Kruiningen het hadden begeven. De mensen zouden al op de daken zijn gevlucht. „Vanuil de haven hebben we toen vliegensvlug alle kleine bootje naar de dijk gesleept en met vrachtwagens naar het rampgebied gebracht. Ik had net mijn EHBO-diploma en ben in Yerseke gebleven om mensen op te vangen en te verzorgen".

„Maandagmorgen ben ik met schipper Hubrecht Koster naar Stavenisse gevaren. Wat daar gebeurd is, heb ik met verbijstering gadegeslagen. Toch wilden er nog mensen blij ven. Een bakker vroeg of we gist mee konden brengen. Tegen de avond moest heel Stavenisse ontruimd worden".

Cornelisse vertelt dat de bevolking in Yerseke de hele zondag in touw was. „De volwassenen hielpen bij het reddingswerk of met het opvangen van de geredden. De kinderen vulden zandzakken. Die gingen naar Kruiningen en andere getroffen gebieden. De vissers praatten niet over een vergoeding. Het werd gewoon gedaan".

Afgesloten

„Het hele gebied was afgesloten! van de buitenwereld. Het eerste ver- kenningsvliegtuig kwam hier 's zon dags tussen 16.00 en 17.00 uur over vliegen. Dit is geen verwijt, want ] men had nog niet goed in de gaten wat er gebeurd was. Er waren geen contacten meer_ mogelijk. Daarna is| de hulpverlening gelukkig snel en goed op gang gekomen ". ; In de volgende dagen werden nog' steeds mensen in Yerseke opgevangen i en doorgestuurd. „De vissers wisten j ook goed om te gaan met de kleinere i bootjes, dat was een voordeel bij het;' reddingswerk. Prins Bernhard, die veertien dagen na de ramp met een helikopter in Yerseke landde, prees-, de inzet van de Yerseker bevolking: „Wat zijn mijn vrouw en ik dankbaar dat Yerseke is gespaard". Cornelisse heeft ook dode mensen opgehaald en geholpen bij het identificeren. „Een mens kan dan zo hard worden. Er hebben zich dingen afgespeeld die niet zijn te beschrijven. Sommige mensen zijn wonderbaarlijk gered, anderen verdronken net voordat ze gered konden worden".

Geen stem

Drie weken na de watersnood kreeg Cornelisse toestemming om met zijn schip naar Nieuwerkerk op Schouwen-Duiveland te varen. Hij ging wat achtergebleven spullen voor iemand halen. „Het is wat als er geen sterveling in een dorp is. Je hoorde geen stem. Het was een plaats waar de dood heerste. Ik zie nog voor mijn ogen dat er een dode koe lag met een varkentje er bovenop. Zo'n beeld vergeet je nooit meer".










Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 20 januari 1988

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

'Ridders van de Schelde worden verguisd en vergeten'

Bekijk de hele uitgave van woensdag 20 januari 1988

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken