Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Wrakstukken Glenn Martin op transport

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Wrakstukken Glenn Martin op transport

5 minuten leestijd

DEN HAAG/KOEALA LOEUMPUR - De wrakstukken van een Nederlandse Glenn-Martin-bommenwerpcr die in december 1941 boven het toenmalige Brits Borneo werd afgeschoten door Japanse jagers, zijn op transport naar Nederland, waar ze uiteindelijk in het militair luchtvaartmuseum in Soesterberg zullen worden tentoongesteld.

ONBEKENDE
toegediend door zegge en schrijve vijf donateurs, onder wie twee bestuursleden. Disselkoen is niet de man om zich door dit povere aantal uit het veld te laten slaan. „Ik weet niet wie het gezegd heeft, maar we moeten niet versagen".

Kansarm

In de privé-sfeer werkt hij ook voortdurend aan het slechten van barrières tussen rassen. Voor veel (donkere) kinderen uit de wijk is hij "Ome Dik", bij wie ze altijd terecht kunnen als ze het thuis moeilijk hebben. En dat komt helaas nogal eens voor: veel Antilliaanse en Surinaamse kinderen leven hier in Nederland niet in een normaal gezinsverband, vaak groeien ze op in een vaderloos gezin, bij voorbeeld bij een oudere zus. Een min of meer voorspelbaar gevolg is dat deze jongeren al snel tot de "kansarmen" behoren. Disselkoen doet er alles aan om ze toch een plaatsje in de maatschappij te geven. „Zo was er een Antilliaanse jongen die volkomen dreigde te mislukken. Ik heb geprobeerd gedaan te krijgen dat hij ergens kon gaan werken en een supermarkt kwam toen met het idee hem te laten helpen met het inpakken van de tassen. Hij krijgt daarvoor een bescheiden salaris plus een leuk bedragje aan fooien. Alles bij elkaar een enorm succes. Het is gewoon een stuk antiracisme want iedereen zegt: Wat 'n aardige jongen!"

"Ome Dik" moet wel eens minder aanlokkelijke klusjes opknappen. „Afgelopen nacht werd ik uit bed gebeld door een Surinaams meisje. Ze had net een schoolfeest gehad en iedereen was al weg en of ik haar even thuis wilde brengen. De school staat helemaal buiten de stad en het was natuurlijk onverantwoord dat kind alleen te laten gaan. Kijk, het zou natuurlijk normaal geweest zijn als ze haar moeder had gebeld, maar goed, ik kon dat meisje toch niet laten staan? Later denk je dan wel: Was er nu niet een van de ouders van de andere leerlingen die haar mee wilde nemen?"

Uitgebannen

Over de omvang van rassenhaat is Disselkoen somber gestemd. „Het wordt steeds erger. Ik zie nu dingen die in het begin van de jaren tachtig niet zouden zijn gebeurd". Hij zou een paar concrete gevallen kunnen noemen maar durft ze niet wereldkundig te maken. Wel wil hij kwijt dat er in zijn naaste omgeving diverse werkgevers zijn die in de grootste moeilijkheden kwamen doordat ze weigerden 'gekleurde' (en door de klanten ongewenste) werknemers te ontslaan...

„Ik denk dat we nog een lange weg te gaan hebben". Met een bijna kinderlijk vertrouwen gelooft hij zelf in het welslagen van zijn plannen om rassenhaat in de kiem te smoren. „Wij doen hetzelfde als wat dertig, veertig jaar geleden de artsen deden met tbc: gewoon van geval tot geval bekijken. En tbc is toch ook praktisch helemaal uitgebannen?"

Eind vorige week vond op het vliegveld van de Maleisische hoofdstad Koeala Loempoer de officiële overdracht plaats van de vleugel van het toestel doof de Maleisische luitenant-generaal Mohd Nga Said, commander-inchief Airforce, aan de Nederlandse ambassadeur drs. F. H. Peters.

De Maleisische luchtmacht heelt op verzoek van Nederland de grote vleugel uit de jungle van Sarawak geborgen, nadat een aantal Nederlanders en Britten uit Brunei al eerder kleinere wrakstukken had geborgen met behulp van Britse troepen.

Tot nu toe werd aangenomen dat het om de wrakstukken ging van de M-571 van luitenant Groeneveld, die op 18 december boven Miri werd afgeschoten. Maar de Britse onderzoeker George Sutherland heeft op enkele kleine wrakstukken de aanduiding 551 aangetroffen. Daarom is het mogelijk dat het om het wrak gaat van luitenant Dietz, die tien dagen later in hetzelfde gebied door Japanse jagers werd neergehaald. Van deze bemanning wist alleen korporaal Rambing zich per parachute te redden. De overige drie bemanningsleden kwamen om het leven. Rambing overleefde de oorlog.

Als de vleugel en de overige wrakstukken eind februari in Nederland aankomen, zullen experts naarstig op zoek gaan naar aanduidingen om te kunnen bepalen van welk toestel de wrakstukken nu eigenlijk afkomstig zijn.

Parachute

Tot nu toe werd aangenomen dat luitenant Groeneveld en zijn drie bemanningsleden hun toestel per parachute wisten te verlaten en na een slopende tocht door' de jungle uiteindelijk het plaatsje Long Nawang wisten te bereiken, in het verre binnenland van Borneo.

Uit documenten van vlak na de oorlog blijkt echter dat het zeer waarschijnlijk is dat alleen Groeneveld zich heeft weten te redden en in contact is gekomen met drie overlevenden van een Dornicrvliegboot die op 17 december in de buurt een noodlanding had gemaakt op de Baramrivier. Dit viertal, Groeneveld, Baarschers, Van Halm en Reen, zou in februari 1942 Long Nawang hebben weten te bereiken.

De Japanners hadden dat afgelegen dorp toen nog niet bezet. Daarom had zich daar een grote groep militairen en burgers teruggetrokken, voornamelijk Nederlanders, maar ook Britten, Amerikanen en Australiërs. Nederland had zich al aan Japan overgegeven, maar de groep in Long Nawang weigerde te gehoorzamen aan boodschappen van de Japanners om zich te melden. In de zomer van 1942 besloten de Japanners naar Long Nawang te trekken. In augustus werd het dorp bereikt en de groep gevangen genomen. De militairen werden kort daarop geëxecuteerd: de officieren werden onthoofd en de lagere militairen doodgeschoten. De vrouwen en kinderen werden enkele weken later op afschuwelijke wijze omgebracht.

Na de oorlog heeft een Nederlandse krijgsraad in Balikpapan twee Japanse officieren voor deze oorlogsmisdaden berecht: overste Tadao Makiuchi werd ter dood veroordeeld en luitenant Assichi Okino kreeg vijftien jaar gevangenisstraf.

De 68 slachtoffers zijn na de oorlog herbegraven en rusten momenteel op het ereveld Kembang Kuning bij Soerabaja op Java. DEN HAAG/KOEALA

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 9 februari 1988

Reformatorisch Dagblad | 10 Pagina's

Wrakstukken Glenn Martin op transport

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 9 februari 1988

Reformatorisch Dagblad | 10 Pagina's

PDF Bekijken