Bekijk het origineel

Van non-coöperatie naar collaboratie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Van non-coöperatie naar collaboratie

„.. .Er is misschien geen Indonesiër die meer gekant is tegen Japan dan ik"

8 minuten leestijd

Na de bezetting van Nederlands-Indië door Japan wist men op Java in maart 1942 niet precies waar Soekarno zich bevond. Wel kwamen er toen al op het Japanse hoofdkwartier brieven binnen waarin werd gevraagd zijn verblijfplaatsop te speuren en hem toestemming te verlenen naar Java terug te keren.

Vooral Hatta, die de functie van algemeen adviseur had aanvaard, lichtte de Japanners in over de aantrekkingskracht die Soekarno bezat op de inheemse bevolking. De Japanse opperbevelhebber gaf daarop opdracht om Soekarno op te zoeken en hem terug te laten komen naar Java.

Hij bleek in Padang te zijn, waar hij ondertussen al weer politiek actief was onder Japanse bescherming. Het zou het begin blijken te zijn van een steeds nauwer worden samenwerking met de Japanners. Opmerkelijk voor een man die altijd had gekozen voor het beginsel van non-coöperatie en die nog in 1930 had gezegd Japan te beschouwen als een kapitalistische en imperialistische mogendheid. Bij die gelegenheid zei hij ook: „...Er is misschien geen Indonesiër die meer gekant is tegen Japan dan ik". Bij zijn terugkeer op Java begaf Soekarno zich eerst naar de woning van Hatta, waar een aantal nationalistische leiders bijeen was om zich te bezinnen op de nieuwe situatie en de te volgen koers. Soekarno bleek de enige te zijn die geloofde in de uiteindelijke overwinning voor Duitsland, Italië en Japan. Als gevolg hiervan wilde hij bij het bepalen van de politieke koers rekening houden met een blijvende suprematie van Japan. Hatta schreef over dit gesprek: „Het was mij duidelijk dat Soekarno met de Japanners wilde samenwerken om een nieuwe partij op te richten, vooral om zijn agitatielust te bevredigen. Hij vergat evenwel dat het niet erg waarschijnlijk was dat een volksbeweging buiten het Japanse militaire bestuur om kon worden opgericht".

Japanse tactiek

Voor de Japanners was Nederlands Indië een waardevol gebied vanwege belangrijke grondstoffen als aardolie en rubber. Het kreeg dan ook een belangrijke plaats als grondstofleverancier binnen de beoogde "Groot-Aziatische Welvaartssfeer". Vanwege de belangrijkheid van dit gebied wensten de Japanners het strikt onder controle te houden en

Kort nadat Japan op 7 september 1944 aan Indonesië de onafhankelijkheid had beloofd, kwam Djawa Baroe (Nieuw Java) uit met een speciaal nummr. Op de voorpagina Soekarno met een Indonesische en een japanse vlag. (Uit: "Onze Jaren "). in Tokio was de geheim gehouden beslissing gevallen om na afloop van de oorlog Indië in te lijven bij het Japanse keizerrijk!

Aan Birma en de Filippijnen werd in de loop van 1943 wel de "onafhankelijkheid" verleend. Soms werden wel kleine concessies gedaan om de nationalisten tevreden te stellen en tot verdere medewerking over te halen. Zo kregen de vier Javaanse vorsten de bevoegdheid om een groot deel van het buitenlands bestuur weer zelf uit te oefenen.

Tegen het einde van de oorlog zagen de Japanners zich genoodzaakt wat verdergaande concessies te doen om zo de Indonesiërs te pressen tot een bijdrage aan de militaire verdediging. In het najaar van '44 werden het nationalistische lied "Indonesia Raya" en de roodwitte vlag toegestaan. Het bleven echter schijnconcessies, die alleen beoogden de bevolking nauwer te betrekken bij de Japanse oorlogsvoering.

Ook de door de Japanners ingestelde "vertegenwoordigende colleges", bij voorbeeld de Centrale Adviesraad, kregen minder vrijheid en bevoegdheden dan hun onder Nederlands bewind ontstane voorgangers. Toen de leden van de Centrale Adviesraad in het najaar van '43 bijeenkwamen in het gebouw waar vroeger de Volksraad vergaderde, moesten zij de volgende eed afleggen: „Wij zweren dat wij met hart en ziel ons zullen geven aan de vervulling van onze plichten, steeds de wensen van de opperbevelhebber van het Japanse leger ter harte zullen nemen en in vriendschappelijke sfeer zullen vergaderen, opdat het doel, te weten deelneming aan het bestuur van het land en de uiteindelijke overwinning in deze heilige oorlog, spoedig wordt bereikt". Het voorzitterschap van deze Adviesraad werd, in nauwe samenwerking met de Japanners, uitgeoefend door Soekarno!

"Bevorderen van begrip"

Kort na de genoemde bespreking ten huize van Hatta had Soekarno een beslissend onderhoud met de Japanse bevelhebber Immoera. Hij zegde daarbij toe bereid te zijn het volk te leiden „in de Japanse richting voor de zaak van het Indonesische welzijn", maar eiste dat hem na de oorlog geen „beperkingen zou

De Japanse keizer Hirohito gaf Soekarno persoonlijk een hoge decoratie. den worden opgelegd". Met deze vage afspraak hadden de Japanners zich verzekerd van de steun van de invloedrijke volksman Soekarno!

In zijn functie van adviseur bij Algemene zaken was Soekarno in de gelegenheid om vrij over Java te reizen en toespraken te houden. Om zijn doel te bereiken richtte hij, na toestemming van de Japanners, weer een volksbeweging op. In de statuten lezen we onder andere: „Dit is een inheemse beweging welker doelstelling is, een krachtig, nieuw Java te scheppen als een schakel in de Groot-Oost-Aziatische Welvaartssfeer, door Groot-Japan te helpen bij het bereiken van de overwinning in de Groot-Oost-Aziatische oorlog en door' de harmonie in de werkzaamheden van het militaire bestuur te bevorderen". En iets verderop, bij de taken, valt onder andere te lezen: „Het bevorderen van wederzijds begrip tussen het Japanse volk en de inheemse bevolking en het uitschakelen van Amerikaanse, Britse en Nederlandse invloeden...". Bij de plechtige installatie van deze volksbeweging op 9 maart 1943, de dag van de capitulatie, sprak Soekarno onder andere: „...als de Chinese draak samenwerkt met de olifant van Thailand, met de koe van India, met de sfinx van Egypte, met de buffel van Indonesië, en die samenwerking beschenen wordt door de Zon van Japan, dan zal het imperialisme in gans Azië vernietigd worden".

We constateren dus dat Soekarno vrijwillig koos voor samenwerking met de Japanners en daarbij meer en meer onder het mom van het Indonesisch welzijn zich liet gebruiken voor propaganda ten dienste van de Japanse zaak. Dat hij daarbij erg ver ging met zijn steunbetuigingen aan Japan, zal in het nu volgende blijken.

"Heilige oorlog"

Op een massavergadering in Djakarta ter gelegenheid van de verjaardag van keizer Hirohito zei Soekarno onder andere: „Wij strijken de Amerikanen plat, wij verbrijzelen de Britten". Ter gelegenheid van enkele Japanse toezeggingen sprak hij kort hierna: „Wij zullen met alle kracht die in ons is, aan de strijdkrachten van Dai Nippon steun verlenen en, ook als de dood er op zou volgen, voorwaarts marcheren teneinde de dag waarop de eindoverwinning een feit zal zijn, te bespoedigen".

Bij het bezoek dat dé Japanse minister-president Todjo aan Java bracht, sprak Soekarno: „Ons hart is ontroerd, omdat dit de eerste maal is dat Indonesië wordt bezocht door een minister-president. Onder de Nederlanders heeft iets dergelijks nooit plaatsgehad. ...Wij zullen onze trouw aan Japan vermeerderen, want wij zijn er van overtuigd dat de oorlog die Japan voert, een heilige oorlog is". Tijdens een tegenbezoek aan Japan kreeg Soekarno persoonlijk van keizer Hirohito een hoge decoratie uitgereikt!

Toen het met de Japanse oorlogsvoering wat minder ging, deed het Japanse opperbevel opnieuw een oproep aan het Indonesische volk om de krachtsinspanning ten behoeve van Japans oorlogsvoering te verdubbelen. Opnieuw was het Soekarno die hen de helpende hand bood door in een radiotoespraak tot zijn volk onder andere te zeggen: „Samen met Dai Nippon zullen wij leven of sterven totdat de overwinning is behaald". Deze toespraak werd door de Japanners vermenigvuldigd en als luchtpamflet boven een aantal steden op Java afgeworpen

Zelfs tegen het einde van de oorlog, toen het toch voor velen duidelijk werd dat Japan de oorlog niet kon winnen, ging Soekarno door op de ingeslagen weg. Ja, op 10 mei, onmiddellijk na Duitslands capitulatie, bestond hij het om in een persverklaring de Duitsers te prijzen voor „de moedige worsteling die zij zes jaar lang hebben volgehouden". Verder merkte hij op dat de Duitse capitulatie geen invloed had „op de vastberadenheid waarmee de Indonesiërs de GrootOost-Aziatische oorlog zullen voortzetten, ledere Indonesiër is er van overtuigd dat deze Heilige Oorlog krachtens de wil van Allah wordt gevoerd en dat hij met onze overwinning zal eindigen".

Collaborateur

Het is duidelijk dat Soekarno, die zijn samenwerking met de Japanners opstartte vanuit de gedachte dat de Japanse suprematie blijvend zou zijn, meer en meer verstrikt raakte in de door hem zelf uitgestippelde koers. Er was voor zijn gevoel geen weg terug meer en tot het einde toe bleef hij de Japanners steun betuigen en zijn volk oproepen tot de strijd aan Japanse zijde tegen de geallieerden. Zelfs de uitroeping van de staat Indonesia in augustus 1945 kan eigenlijk beschouwd worden als een laatste uitvloeisel van zijn samenwerking met de dan al gecapituleerde Japanners!

Opvallend bij dit alles is dat Soekarno zich wel vijanden heeft gemaakt, maar toch bij een deel van de bevolking populair bleef. Ook zijn meer gematigde "vrienden" konden niet om de populaire Soekarno heen. Hij zou de eerste president van de nieuwe republiek Indonesië worden. Begrijpelijk is verder dat door de Nederlandse autoriteiten zo vlak na de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog uiterst negatief werd gedacht over deze "collaborateur" en dat men hem niet wenste te erkennen als gesprekspartner.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 april 1988

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

Van non-coöperatie naar collaboratie

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 april 1988

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

PDF Bekijken