Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Terecht

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Terecht

Opzeggen verzekering vanwege principes leidt tot problemen

4 minuten leestijd

Het is in Nederland zo dat iedereen op de een of andere manier verplicht wordt zich te verzekeren. Deze verplichting wordt door de overheid opgelegd. Toch is niet iedereen verzekerd. Diezelfde overheid maakt namelijk een uitzondering voor de zogenaamde "gemoedsbezwaarden". Met name in de gereformeerde gezindte zijn er relatief veel gemoedsbezwaarden.

Wil men als gemoedsbezwaarde worden aangemerkt, dan zullen er nogal wat formaliteiten moeten worden vervuld. Op zich is dat wel terecht want de overheid moet wel heel zeker weten dat het niet verzekeren echt voortkomt uit een bepaald principe of uit een bepaalde overtuiging. Verder is het zo (dat geldt voor de sociale verzekeringswetgeving) dat wat men aan verzekeringspremie uitspaart, in de vorm van extra belastingen moet betalen.

Nu is het niet zo dat elke gemoedsbezwaarde al bezwaren heeft als hij of zij voor de eerste keer voor de vraag wordt gesteld zich al dan niet te verzekeren. Verschillende mensen verzekeren zich eerst en komen pas later tot een andere overtuiging. Dat kqn problemen met zich meebrengen. Als men de vrijstelling heeft gekregen van de Raad van Arbeid (dat is een wettelijk vereiste), dan moeten er allerlei verzekeringen worden opgezegd.

Gratis
Onlangs hebben twee rechterlijke colleges hierover een uitspraak gedaan. Voor een goed begrip, eerst nog even het volgende. Als men bij een ziekenfonds verzekerd is voor ziektekosten, dan betaalt dat fonds,.per verzekerde per jaar een vast bedrag aan bij voorbeeld de huisarts en de apotheker. Bij ziekte wordt er dan vrijwel gratis medische hulp en medicijnen verstrekt.

Mevrouw T. meldde zich af bij het ziekenfonds. Dat deed ze door een speciaal daartoe bestemde kaart in te vullen en toe te zenden aan het ziekenfonds. Ene heer G. te Oud-Beijerland deed ongeveer tegeUjkertijd hetzelfde. In beide gevallen moest de rechter eraan te pas komen om een oordeel te geven over de vraag of er inderdaad was afgemeld.

Want wat gebeurde er. In beide gevallen werd de afmelding kennelijk niet goed verwerkt. Beide ziekenfondsen bleven maar betalen aan de huisartsen en apothekers voor 'hun verzekerden', terwijl die verzekerden zelf de nota's van die dokters en apothekers betaalden voorzover er kosten werden gemaakt. Maar toen het ziekenfonds dit in de gaten kreeg, dus dat beide personen kennelijk niet meer verzekerd waren, werd er toch wel een nota gepresenteerd. Het bedrag dat de ziekenfondsen aan huisartsen, apothekers enzovoort hadden uitgekeerd, moest door mevrouw T. en de heer G. alsnog worden betaald.

Bewijzen

„En dat weiger ik", betoogde de heer G. voor de kantonrechter te Oud-Beijerland. „Ik heb mij netjes afgemeld. En dat via een kaartje dat door het ziekenfonds aan mij is toegezonden". Dit kaartje, zo betoogde het ziekenfonds, hebben wij nooit ontvangen dus we hebben de huisarts en de apotheker normaal doorbetaald want we gingen ervan uit dat G. nog steeds bij ons verzekerd was. Het ging dus uiteindelijk om de vraag of G. het bewuste kaartje wel of niet aan het ziekenfonds had toegezonden. En hoe kan men nu bewijzen of men iets bij het postkantoor heeft gebracht. De kantonrechter kwam tot de volgende uitspraak: „In het algemeen zal degene die zich beroept op een door hem gedane schriftelijke mededeling de ontvangst van dat stuk door de geadresseerde moeten bewijzen, indien de geadresseerde de ontvangst ontkent. Dit bewijs wordt in de praktijk geleverd door het zenden van een telegram of van een telex, door de bezorging door een derde of —in verreweg de meeste gevallen- door de verzending van een schriftelijke mededeling per aangetekende brief. Voor het overige zal het in de praktijk wel niet mogelijk zijn om het bewijs te leveren. Degene die een schriftelijke mededeling doet door middel van een per gewone post verzonden poststuk weet dat hij in een onmogelijke bewijspositie verkeert, indien de geadresseerde de ontvangst van het poststuk zou ontkennen".

In val lokken

Dus G. werd in het ongelijk gesteld omdat hij niet kon bewijzen dat hij zich had afgemeld? Het viel mee. „In het algemeen komt het voor risico van de verzekerde als hij per gewone post mededeling doet van het beëindigen van een verzekering. In het onderhavige geval ligt dit echter anders. Bij het sluiten van de verzekeringsovereenkomst heeft het ziekenfonds met zoveel woorden aan G. verzocht om van een portovrije briefkaart gebruik te maken voor het opgeven van het einde van de verzekering. Indien het ziekenfonds de ontvangst van een dergelijke kaart ontkent lokt zij de verzekerde in een val: zij nodigt hem uit om zich onvoorwaardelijk aan het standpunt van het ziekenfonds over te geven. Dit zou in strijd zijn met de goede trouw die tussen partijen bestaat ter uitvoering van de verzekeringsovereenkomst". G. hoefde dus niets meer te betalen. Ook de Centrale Raad van Beroep, die over de kwestie tussen ziekenfonds en mevrouw T. moest oordelen, kwam, volgens dezelfde redenering, tot een zelfde oordeel. Ook zij behoefde niets meer na te betalen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 18 juni 1988

Reformatorisch Dagblad | 23 Pagina's

Terecht

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 18 juni 1988

Reformatorisch Dagblad | 23 Pagina's

PDF Bekijken