Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

"Goed omgaan met schoonouders; dat zit natuurlijk bij twee partijen"

Schoonfamilie, een moeilijk bespreekbaar, maar veel besproken onderwerp

15 minuten leestijd

In het dorp van mijn jeugd woonde een jongeling die erg regelmatig zijn oog liet vallen op een aardig meisje. Meestal was de liefde van korte duur. Even geregeld maakte hij zijn opwachting in het gezin waartoe „de ware" behoorde. Het 'meisje van-de-week' was hem altijd weer erg dierbaar en hij wilde dan ook niets liever dan in het bijbehorende gezin zijn beste beentje voorzetten.

Kwam hij iets langer over de vloer, dan meende hij met niet minder toe te kunnen dan haar ouders te gaan aanspreken met „pa en ma". Voor hij de jaren des onderscheids bereikte, zijn heel wat ingezetenen van het dorp zijn tijdelijke vader en moeder geweest. Uiteindelijk kruiste de „énig ware" zijn pad.

Hij heeft nu échte schoonouders. Hij ziet ze echter uitsluitend op hoogtijdagen en dan nog met de nodige tegenzin...

Waarom dit wat uitzonderlijke voorbeeld? Om aan te geven dat een mens zich soms heel (of al te) makkelijk voegt in de al of niet verwachte rol binnen een familiepatroon. Die constatering sluit in dat er ook mensen zijn die daar meer moeite mee hebben. De grappen die circuleren over "de ambtenaar" en zijn werkdrift zijn legio, alle hardwerkende ambtenaren ten spijt. Een op z'n minst zo geliefd thema waarop veel en graag wordt gevarieerd is "de schoonmoeder". Ook voor deze categorie geldt: er helpt geen liefhebbende schoonmoeder aan om een eenmaal gevestigd beeld teniet te doen. De eigenlijke aanleiding tot dit verhaal vormde een levensgrote en stellige kop in een dagblad: "Schoonouders worden nóóit pa en ma".

Een verhaal met harde feiten en kloppende getallen is op dit vlak van menselijke relaties niet te vertellen. Een moeilijk bespreekbaar, maar veelbesproken onderwerp. Toch zijn er mensen die bij de vragen die er zijn een antwoord willen zoeken. „Zijn er dan vragen?", zegt iemand die in harmonie samenleeft met kinderen en aangetrouwden. „O, er zijn er zoveel", zegt een ander bij wie het allemaal wat meer moeite kost. „U moest eens weten hoeveel verdriet ik er van heb".

Etiquette

Het probleem dat in familierelaties erg tot de verbeelding spreekt blijkt inderdaad het "aanspreken" te zijn. Mevrouw Inez H. M. van Eijk is sinds jaren een autoriteit op het gebied van omgangsvormen. Lang is ze werkzaam geweest als docent Nederlands en conrector van een scholengemeenschap, nu heeft ze haar werk bij een grote beleggingsmaatschappij. Als deskundige en auteur op het vlak van etiquette wil ze meedenken met mensen die vragen hebben, al plaatst ze die eerst wel in een breder kader. Gedurende „de hausse die de belangstelling voor etiquette in het begin van de jaren tachtig meemaakte" verscheen er van haar hand een boek over dat onderwerp. Dat legde zich —meer dan alle andere daarover tot dan toe gepubliceerde boeken— toe op de omgang met elkaar. „Dus minder nadruk op de vraag of ik mijn bestek wel goed neerleg en meer aandacht voor de vraag hoe ik met de ander dien om te gaan".

De opgang in de aandacht voor etiquette —juist in een tijd dat mensen klagen over het feit dat de omgangsvormen zeer te lijden hebben onder de tand van de tijd— is volgens mevrouw Van Eijk te verklaren „als reactie op de jaren zeventig, toen de mensen leefden uit het idee of gevoel van: alles moet kunnen en al die loze regels dienen toch alleen maar om een standenmaatschappij overeind te houden. Daar moeten we vanaf. Als je u tegen iemand zegt, bevestig je daarmee zijn autoriteit en dat is verkeerd. Reactie dus op de periode waarin alles een beetje los en ongevormd was. Ook dè grote concurrentie op de arbeidsmarkt zou een reden kunnen zijn waarom mensen zich een instrument willen verschaffen om op de een of andere manier in positieve zin op te vallen".

Raar soort opleving

„Soms denk ik ook wel eens dat het een raar soort opleving is. Enerzijds zijn er wel meer mensen die er prijs op stellen dat het, wanneer ze gaan trouwen, precies volgens de regels moet gebeuren. De kaarten moeten er weer ouderwets uitzien. De schikking aan de tafels moet helemaal comme-il-faut zijn. Aan de andere kant merk ik in de menselijke omgang van die opleving niet zo veel. Ik reis dagelijks per trein en vind mensen vaak vrij onbehoorlijk. Als iemand aan mij vraagt: Vindt u dat mensen nu onbeschofter zijn dan vroeger, aarzel ik even, maar ben geneigd te denken van wel. Ik realiseer me tegelijkertijd dat ik zelf wat ouder word en er daarom misschien ook meer op let. Soms denk ik ook dat mensen onbeschoft zijn, niet omdat ze kwaad willen maar omdat ze zich absoluut niet realiseren dat er ook nog andere mensen zijn. Ik vind het veelal meer schaapachtigheid dan echt negatief of agressief gedrag".

In haar boek gaat het meer om omgangsvormen dan om etiquetteregels als: „Moet ik als nieuwe bewoner in een straat een visitekaartje in de bus doen bij de aangrenzende buren en aan de overkant, of moet ik aanbellen?" Mevrouw Van Eijk: „Ik stel die normen niet. Mijn eigen normen zijn voor een etiquetteboek voor een breed publiek niet interessant. Als ik in een restaurant sperziebonen met mijn vingers uit de schaal wil halen om te kijken of ze niet taai zijn, dan moet ik dat weten, ik ga niet in een etiquetteboek schrijven of dat al of niet mag. Ik heb mij dus met enige mate van vrijblijvendheid gekweten van de taak om de algemene normen vast te leggen".

De omgang met de schoonfamilie. In blijde en droeve dagen leef je met elkaar en wanneer dat, om wat voor reden ook, niet of slechts met grote moeite kan, is dat een telkens terugkerende zorg. Een groot probleem daarbij is: Hoe spreken we elkaar aan? „Want het is ronduit vervelend om niet duidelijk aangesproken te worden. Aan de andere kant kun je echter ook niet overgaan tot het hanteren van allerlei intieme aanspraaktitels. "Vader en moeder" is in een moeizame relatie onzin en ik zou er dan voor willen pleiten om mevrouw en meneer te blijven zeggen".

Is het gebruik van "vader en moeder" historisch bepaald? „Ik denk het wel. Toen mij die vraag eerder werd voorgelegd, heb ik de mensen op mijn werk gepolst. Ik merkte dat inderdaad veel mensen zeiden: O ja, ik zeg vader en moeder, want dat willen ze. En ze zijn toch ook als een vader en moeder voor me? Je zou kunnen zeggen dat het een gevoelsmatige relatie is die voor een deel is nagepraat. En je hebt altijd te maken met een oudere generatie. Wanneer je jong zo'n gezin binnenkomt, wil je de mensen meestal het plezier wel doen. Je kunt dan ook moeilijk meteen met je vuist op tafel slaan en zeggen: Ja maar, dat zeg ik niet. Ik wil alles tegen u zeggen, desnoods tante Bep of weet ik wat, maar geen moeder, want ik heb maar één moeder en dat bent u niet. Dat vindt dan juist de oudere generatie weer zo onaardig. Want we zijn het anders gewend".

„Vooral in gezelschap wil ook niemand opvallen. Als er een kamer vol visite zit, wil iemand graag "moeder" horen, zodat de anderen kunnen merken dat de verhouding met kinderen en aangetrouwden goed is. De tussenoplossing van oma Bep of oma is een beetje misselijk. Want het is je oma niet. Het is een dubbel lastig parket, want je hebt ook te maken met een partner voor wie het allemaal niet zo leuk is en met kinderen die het toch ook maar raar vinden".

Wederzijds begrip

Regels geven blijkt op dit terrein dus heel moeilijk. Bovendien gaan die alleen op wanneer er wederzijds begrip voor is. En dat sluit weer in dat erover gepraat moet kunnen worden zonder dat er wordt gebekvecht. Opnieuw, een moeilijk bespreekbaar, maar veelbesproken onderwerp. „Het is denk ik toch een Nederlandse traditie, hoewel ik eigenlijk niet weet hoe dat in andere landen gaat. Ik denk in ieder geval veel minder sterk. Neem als voorbeeld Engeland. Daar leeft het heel anders. Hier in Nederland is de traditie vader en moeder. Je kunt ook altijd nog de afweging maken om tegen je eigen ouders vader en moeder te zeggen en tegen de schoonouders bij voorbeeld pa en ma. Dan heb je gevoelsmatig toch een beetje onderscheid. Maar het blijft heel lastig".

Iemand die denkt dat het een fictief probleem is wordt terechtgewezen door de feiten. Op een bruiloft werd een aantal aanwezige schoonmoeders gepolst. Hun bevindingen wezen opmerkelijk vaak in de richting van herkenning. „Ik heb twee leuke schoonzoons maar ze weigeren moeder te zeggen, en dat doet me toch zeer". Mevrouw Van Eijk: „Het is ook allemaal heel emotioneel geladen voor de mensen. Dan denk ik weleens: Daar zit het hem toch niet in, hoe je iemand noemt. Maar blijkbaar vinden een heleboel mensen dat toch een teken van waardering en willen ze horen dat ze toch als een vader en een moeder voor je zijn. „Ik ben toch als een moeder voor 'm en nou zegt-ie nog niet eens moeder". Dat zit er achter. Ik denk dat mensen vaak al zo'n stap nemen door iemand te accepteren met wie hun dochter, want daar zit het probleem meestal, komt aanzetten, dat ze daarmee alle gevoel van afstand of kritiek nu ook wel willen wegpraten. Door dat vader en moeder zeggen hoor je er echt bij. Als je meneer en mevrouw blijft zeggen, blijf je een buitenstaander. Ik denk zelfs dat er ook een soort 'bezwering' in zit. Als er dan die engte geschapen is, dan moet je er ook helemaal bijhoren. Anders blijft het allemaal een beetje griezelig".

Truus en Wim

Al jaren geleden leefde ook de suggestie van: aangetrouwde kinderen die de dertig voorbij zijn, kunnen wel aan voornamen beginnen. Hoe staat het met die mode? „Het hangt zo volstrekt af van wat je zelf gewend bent. Er zijn genoeg mensen van boven de dertig die ook nu tegen hun eigen ouders nooit "je" zullen zeggen en dat dus ook niet tegen schoonouders zullen doen".

Maar dingen veranderen snel. Eind jaren zeventig gingen allerlei oudere mensen opeens over tot het ophangen van alternatieve naambordjes. "Truus en Wim" naast een voordeur van een echtpaar tegen de zestig was geen uitzondering. Inmiddels is daar een keer in gekomen. „Gelukkig maar, want dat vind ik vreselijk. Of mensen die de telefoon opnemen: Met Joop. Dan vraag je dus: Mag ik je vader even? Als conrector van een scholengemeenschap moest ik vaak ouders bellen. Met Annie. Dag meisje, roep je moeder voor me? Sorry, u spreekt met de moeder. Zeg dan fatsoenlijk: Met mevrouw Willemsen".

Nog even terug naar die verdrietige schoonmoeders. „Ze moeten het daar écht met die mannen over hebben en zeggen dat het hun zo'n verdriet doet en dat ze, als het hun niet te veel moeite kost, het toch maar moeten doen. Ze mogen dat motiveren door te zeggen dat ze het zelf zo vreselijk vinden. Dat is een gerechtvaardigd motief. Als die anderen dan zeggen: „Ja maar, het stuit me tegen de borst, ik krijg het niet over m'n lippen tegen iemand anders dan m'n eigen moeder", dan moet er een tussenoplossing worden gezocht in moeder Bep of zoiets".
Mag een schoonouder in dezen iets eisen? „Ik vind niet dat je mensen iets mag opdringen. Je kunt het aankaarten op die manier en zeggen dat je af en toe in snikken uitbarst maar je mag het niet opdringen. Als die ander daar werkelijk absoluut vreselijke bezwaren tegen heeft, dan blijft het een probleem en valt er gewoon niets aan te doen. Heel jammer, maar je kunt niet alles krijgen zoals je het hebben wilt".

Zoenprohleem

Een ander probleem, in dit verband en in het algemeen, blijkt te worden gevormd door het zoenen. „Er wordt de laatste tijd veel en uitbundig gezoend, meer dan in alle voorliggende generaties. Vroeger kon er worden volstaan met één zoen, tegenwoordig moeten het er vaak drie zijn. Dat is uit het zuiden komen overwaaien. Het in de rij staan op een receptie duurt steeds langer. Ook hierbij zijn moeilijk richtlijnen te geven. Vroeger had je de handkus. Dat was een uitkomst. Ik ben eigenlijk nog opgevoed met helemaal niet zoenen. „Geef oma eens een kusje" was uitzondering en ouders werden ook niet vaak gezoend. Misschien was het toen ook allemaal niet zo fris. Mensen konden in de oorlog wel van alles hebben. Of dat soort overwegingen er mee te maken had? Ik weet het niet".

„Een oplossing? Dat zou kunnen zijn door iemand bij de schouder te pakken, want daarmee heb hem meteen _ een klein beetje onder controle. Als je zeker weet dat de ander het als een belediging opvat als je het niet doet, kun je overwegen het toch te doen, maar dan redenerend vanuit het: Oké, als ik je daar nou een plezier mee doe. Wang tegen wang is een tussenoplossing. Ik zou er voor voelen als we in het algemeen wat teruggingen naar zo'n beetje een Russische omhelzing".

„Een opvoeding werkt daar heel erg in mee of tegen. Wat je van huis uit hebt geleerd, geef je niet gauw prijs. Ook voor dit geval geldt dat erover praten het probleem kan verkleinen. In een niet zo makkelijke relatie kun je beginnen met de 'schuld' naar jezelf toe te halen door te zeggen: Ik ben daar zelf heel raar in, ik ben degene die het probleem maakt. Vind het nu echt niet erg dat ik dat niet doe".

Respecteren

„Goed omgaan met mensen, met schoonouders; dat zit natuurlijk bij twee partijen. Ik vind dat je alleen met wederzijdse waardering met elkaar kunt omgaan als je ook de 'gevoelens van de ander respecteert. Je hoeft het er niet ten volle mee eens te zijn. Respecteren betekent dat je de ander als een volwaardig persoon ziet en erkent dat hij recht heeft op zijn, in jouw ogen dan misschien vreemde of afwijkende, opvattingen. Iets eisen van mensen waarvan je weet dat de ander het niet kan opbrengen is onbehoorlijk. Als iemand erover blijft meieren, wordt het chantage, werken op schuldgevoel, werken op de gevoelens van je kind, dan wordt het over de band spelen. En dat gebeurt in veel relaties, dat zie ik helemaal voor me. Maar dan is de andere partij dus de onbehoorlijke. Je moet natuurlijk proberen naar elkaar toe te komen. Je moet veel doen om de ander een plezier te doen, maar je hoeft je daarvoor niet in de meest onmogelijke bochten te wringen".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 juli 1988

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 juli 1988

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken