Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Familie van Floor beraadt zich op „verbod

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Familie van Floor beraadt zich op „verbod" tot uitgave oefeningen

Studie van Mulder wil duidelijkheid geven over landbouwer van Driebergen

8 minuten leestijd

LUNTEREN — Het is niet zeker dat de alle eenvoudige oefeningen van Wulfert Floor ooit nog in druk zullen verschijnen. Van de oefeningen die Floor in zijn leven schreef, is iets meer dan de helft uitgegeven. De overige oefeningen zijn nog in het bezit van familie of anderen. Niet lang geleden is een brief van zijn vriend ds. A. H. de Klerck boven water gekomen, waarin deze schrijft dat Floor op zijn sterfbed „onverbiddelijk verboden" had nog oefeningen van zijn hand uit te geven.

Er zijn tot heden 252 overdenkingen gepubliceerd, terwijl de familie nog over 238 oefeningen beschikt. Nadat de brief te voorschijn was gekomen, is een aantal familieleden zich gaan beraden over de vraag of deze oefeningen werkelijk aan des drukkers hand onthouden moeten worden.

De Klerck ontraadde in zijn brief van 23 februari 1883 deze uitgave als volgt: „Ik heb vernomen, dat er sprake van is om de onder uwe berusting zijnde oefeningen van uw Zaligen broeder Wulf uit tegeven. Dit moet ik u ten zeerste ontraden; en waar gij uw toestemming reeds hiertoe gegeven hebt, moet gij deze intrekken. Immers, op mijn uitdrukkelijke vraag aan uw broeder, toen ik hem met vd Bosch bezocht, of er ten behoeve van zijn familie en vrienden nog eenige konden worden uitgegeven heb ik van hem een onverbiddelijk verbod gekregen".

Verder zijn de vragen rondom Wulfert Floor en diens reizen met de zondagstrein opgelost. Tenminste, als wij geloven wat de 32-jarige J. Mulder uit Lunteren schrijft in zijn doctoraalscriptie. De Utrechtse student in de theologie verdiepte zich in het leven van de "landbouwer van Driebergen" en zegt bewijzen gevonden te hebben; Wulfert Floor maakte op zondag gebruik van de trein om anderen met zijn oefeningen te. kunnen stichten, vermanen en vertroosten.

Naast "Al de eenvoudige oefeningen" (die recent opnieuw zijn uitgegeven door de Houtense uitgever Den Hertog) en de "verrassende nalezingen", gebruikte Mulder voor zijn scriptie veel materiaal dat werd aangedragen door nabestaanden van Floor. Aantekeningen, onuitgegeven oefeningen en mondelinge overlevering willen het beeld van de nog steeds gelezen en geliefde oefenaar verduidelijken. Soms lijkt dat inderdaad het geval, vaak kunnen de vragen worden uitgebreid met nog meer of andere vragen.

Naar Floor is, volgens Mulder, weinig onderzoek gedaan. „De informatie in de artikelenserie van ds. J. T. Doornenbal in het Gereformeerd Weekblad en in Overeems boek "De Landbouwer van Driebergen" is nooit wetenschappelijk onderbouwd en soms verromantiseerd". Reden genoeg dus voor onderzoek naar Floor, vindt Mulder.

Levensloop

Wulpherd Flooren wordt op 7 april 1818 geboren in de gemeente Driebergen. Tot zijn vijftiende jaar volgt de jonge Wulfert onderwijs, daarna werkt hij op het boerenbedrijf van zijn vader. Zijn vrije tijd besteedt hij aan bijbelonderzoek en het bezoeken van gezelschappen. Wulfert, dooplid van de hervormde gemeente in Driebergen, besluit zich samen met vele andere conventikelbezoekers aan te sluiten bij de christelijke afgescheiden gemeente in Utrecht.

Op 21 augustus 1838 verschijnt hij, tegelijk met ene Hendrika Pothoven uit Neerlangbroek, voor de kerkeraad van deze Utrechtse gemeente. De voorzitter van de kerkeraad, ds. H. P. Scholte, is dan overigens niet aanwezig. De vraag of de belijdenis ook een hartezaak mag zijn beantwoordt Floor, volgens de notulen, minder overtuigend dan Hendrika.

Waarschijnlijk heeft Floor de zondag daarop belijdenis afgelegd in het midden der gemeente. Vreemd genoeg komt de naam van Floor niet voor in de kerkelijke registers. Volgens Mulder moet dit te wijten zijn aan nalatigheid. „Deze slordigheden kwamen in de begintijd van de christelijke afgescheiden gemeente wel vaker voor. Dit lijkt temeer waarschijnlijk omdat ook de naam van Hendrika Pothoven ontbreekt. Toch mogen we gevoeglijk aannemen dat Floor gewoon belijdend lid is geweest van deze gemeente en dat ook zijn leven lang gebleven is".

Op de proef gesteld

In 1844 gaat Floor op 26-jarige leeftijd oefenen op de boerderij "Vossenstein" van Jan Scherpenzeel. In een oefening van Floor, gedateerd 9 maart 1856, staat de aantekening: „9 maart heb ik voor het laatst geoefend bij Jan Scherpenzeel, nadat ik er omstreeks 11 jaren en 6 maanden geoefend heb". De reden is, dat Wulfert in 1855 in het huwelijk treedt met zijn nicht, Jacoba Doornenbal. Hij gaat wonen in een gloednieuwe boerderij, "De Heuvel". Floor oefent dan op de deel van zijn eigen boerderij.

Ondanks aandringen van ds. G. F. Gezelle Meerburg, predikant van de afgescheiden kerk van Almkerk en Emmikhoven, weigert Floor predikant te worden. Hij zegt geen roeping te hebben. Floor blijft gewoon boer. Wel oefent hij gemiddeld twee maal per week. Geld neemt hij nooit aan voor zijn spreekbeurten. Wordt er gecollecteerd dan komt de opbrengst steevast ten goede aan de armen.

Zowel voor als tijdens zijn huwelijk is Wulfert Floor boer van beroep. Hij gaat, hoewel hij niet onbemiddeld is, gekleed in tamelijk ouderwetse dracht, met onder andere een rode zakdoek om de nek en, naar de gewoonte van die tijd, oorbellen in zijn oren.

Doopsopvatting

Het echtpaar Floor krijgt acht kinderen; één komt levenloos ter wereld, drie sterven voor hun tweede jaar aan tuberculose en één zoon wordt slechts twintig jaar. De twee oudste kinderen laat Wulfert dopen door de bevriende, afgescheiden predikant ds. H. J. Budding. De drie volgende kinderen laat Floor echter ongedoopt, ondanks het feit dat het reglement van de christelijke afgescheiden gemeente dit wel eiste.

Als reden hiervoor ziet Mulder niet zozeer een eventuele kerkelijke dakloosheid. Floor worstelt volgens hem met de eerste vraag uit het doopsformulier, „of gij niet bekent, dat zij in Christus geheiligd zijn". Volgens Wulfert hield dit zoveel in als de verklaring dat alle kinderen van gelovige ouders wezenlijk zijn opgenomen in het genadeverbond. Dat durfde hij niet geloven en belijden.

Beter kon Floor overweg met de doopvragen van de Oostfriese kerken, waar niet gesproken wordt over het „in Christus geheiligd zijn", maar waarin gezegd wordt dat het kind, dat vanwege de erfzonde verdoemelijk ligt voor God „van noode heeft aan God opgedragen te worden tot vergeving en dooding zijner zonden". Deze doopvragen gaan slechts uit van een uitwendige relatie met het genadeverbond, aldus Mulder.

Vrijmoedigheid

Liever zag Wulfert Floor de eigenlijke doop uitgesteld totdat bekering en geloof bij het kind openbaar kwamen. Hetgeen overigens niet inhield dat de oefenaar de voorkeur gaf aan volwassendoop. Mulder heeft uitgemaakt dat het bij Floor niet zozeer ging om twijfelingen in zijn geloofsleven, maar om een bewuste visie op de heilige doop. Volgens Mulder kwam Floors doopvisie overeen met die van J. R. Kelderman (1720).

 Zijn twee jongste kinderen heeft Floor wel weer laten dopen. Ditmaal gebeurde dat door zijn vriend de Utrechtse predikant ds. H. C. G. Schijvliet. Onbekend blijft of Floors doopvisie zich gewijzigd had of had de oefenaar toen wel vrijmoedigheid zijn kinderen te laten dopen?

In het jaar dat Floor begint met oefenen, komt de spoorlijn Utrecht- Arnhem gereed. Ook in Driebergen is een station en volgens J. T. Doornenbal zag Floor zich soms genoodzaakt op zondag gebruik te maken van het openbaar vervoer. Volgens overlevering zou ene Van Wermeskerken uit Zeist met enkele vrienden Floor daarover willen vermanen. Opeen zondag spraken zij Floor aan bij het station. Floor wilde daar best over praten, maar niet op dat moment; anders miste hij zijn trein.

 Is deze overlevering waar? Volgens Mulder kan het "waar zijh. Floor maakte volgens hem wel gebruik van de zondagstrein. Naast de overgeleverde verhalen meent hij bewijzen aan te kunnen dragen. Het belangrijkste bewijs is een aantekening, die Floor zelf bij zijn oefeningen plaatste. Die aantekening luidt: „Zondag 25 juli 1869 thuis en in Zwammerdam geoefend". „Die afstand kan hij nooit te voet zo snel hebben afgelegd", zegt Mulder.

Daarbij is, volgens Mulder, nog een argument te noemen. Floor had een afwijking aan de blaas, die tijdens de nachtrust voor hem onplezierige gevolgen kon hebben. Mogelijk heeft hij zich voor deze lichamelijke afwijking geschaamd en een zondags verblijf in gastgezinnen ontweken".

Toch geeft Floor in zijn oefeningen nergens aanleiding voor de gedachte dat hij het gebruik van openbaar vervoer op zondag wettigde. Wel bestreed hij het gebruik van de zondagstrein voor ontspanning.

Visie op dogmatiek

In een laatste hoofdstuk van de doctoraalscriptie probeert Mulder aan de hand van de oefeningen de visie van Floor op een aantal dogmatische leerstukken te ontdekken. Wedergeboorte, geloof, rechtvaardiging en heiliging komen zo ter sprake. Wordt Floor niet te gemakkelijk een visie, een bepaalde theologie in de schoenen geschoven? Waarvan het nog maar de vraag is of die de Driebergense oefenaar wel past?

Floor wordt teveel benaderd als theoloog. En mag je, zoals ik dat laatst uit hoorde drukken, iemand een theologie toeschrijven, die nooit theologie bedreven heeft.

Is het niet beter Floor te benaderen, zoals hij was: een eenvoudige oefenaar, die met bewogenheid zijn hoorders wees op de kortheid van het leven en de snel naderende eeuwigheid. Floor waarschuwt en vermaant steeds ernstig en met zijn oefeningen wil hij niet meer bereiken dan dat zondaren God gaan zoeken. Gods eer wil hij verheerlijken en zijn luisteraars wil hij met zijn oefeningen stichten. Floor was geen theoloog in de wetenschappelijke zin van het woord. Dat moeten wij dan ook niet van hem maken. Zijn oefeningen noemt hij zelf „een hand vol geitenhaar".

Juist omdat Wulfert Floor in alle eenvoud wijst op het eeuwig heil dat te krijgen is en verklaart hoe een zondaar het genadewerk in de ziel beleeft, wordt hij ook nu nog zo gewaardeerd bij zowel eenvoudigen als intellectuelen. Veelzeggend is wat de Kamper hoogleraar S. Hoekstra zich liet ontvallen: Als ik een ogenblik tijd heb, lees ik even Floortje...

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 9 augustus 1988

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

Familie van Floor beraadt zich op „verbod

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 9 augustus 1988

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken