Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Van Eekelen en Van der Linden maakten grove fouten

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Van Eekelen en Van der Linden maakten grove fouten"

Rapport enquêtecommissie paspoorten openbaar

15 minuten leestijd

)EN HAAG — Bijna alles ging mis bij de voorbereiding van het nieuwe paspoort. Dat geldt voor het aanvragen en beoordelen van offertes en het tekenen van de samenwergsovereenkomst met KEP waarvoor de toenmalige staatssecretaris Van Eekelen verantwoordelijk was. Maar ook zijn opvolger Van der Linden heeft fouten gemaakt door de Kamer „onvolledig en onjuist" te informeren over de beoogde onafhankelijke onderzoeken naar de fraudebestendigheid van het nieuwe paspoort. Dat blijkt uit het rapport van de parlementaire enquêtecommissie paspoortproject dat vanmorgen op een persconferentie in Den Haag kenbaar is gemaakt

In het rapport wordt aangegeven de politieke verantwoordelijkheid duidelijk uit een formele taakomschrijving blijkt. Maar uit de feitelijke gang van zaken moet worden gecooncludeerd dat die politieke verroordelijkheid voor een belangrijk deel moet worden gelegd bij de achtereenvolgende staatssecretarissen buitenlandse zaken. Commissievoorzitter drs. L. Hermans zei vanmorgen op de persconferentie dat het nemen van een politiek oordeel aan de Tweede Kamer wordt overgelaten.
Het oordeel komt niet aan de commisie toe", zo heeft deze unaniem geoordeeld. De commissie vindt wel dat de Tweede Kamer op zo kort mogelijke termijn dat oordeel zal moeten In Den Haag wordt verwacht dat het parlementaire debat over het rapport en over de brief van minister Van den Broek van 16 augustus over het groene licht voor het KEP-paspoort in de laatste week van september zal worden gehouden.

 Uit het rapport zelf blijkt dat het paspoortproject niet als een geval op zichzelf dient te worden beschouwd. „Er lijkt geen sprake te zijn van bijzondere factoren en evenmin van bijzondere omstandigheden die het paspoortproject uitzonderlijk maken", zo schrijft de commissie. In het rapport wordt dan ook een verband gelegd met andere projecten waarbij op basis van nieuwe technologische ontwikkelingen een verandering van beleid noodzakelijk wordt. Ook dan moeten bestaande belangen wel eens wijken, zoals ook bij het paspoortproject is gebeurd met betrekking tot het belang van de gemeenten in het geheel. Die verandering was mede oorzaak van de stammenoorlog tussen de departementen van buitenlandse zaken en van binnenlandse zaken.

De commissie vindt verder dat het nog lang niet vast staat dat het paspoortsysteem in zijn geheel fraudebestendig is. Men is wel blij dat het nieuwe paspoort zelf nu voldoende betrouwbaar is, maar er is nog veel onduidelijk over het gehele verloop van aanvraag door de burger tot levering ervan. Uit een rapport van deskundigen trekt de commissie de conclusie dat er alleen sprake kan zijn van voldoende fraudebestendigheid, wanneer dat gehele systeem in samenhang wordt bekeken.

Reacties

Uit de reacties blijkt dat de meeste fracties in de Tweede Kamer nu nog geen politiek oordeel willen uitspreken over de betrokken bewindslieden Van Eekelen en Van der Linden. Wel worden in hoofdlijnen de geconstateerde feiten uit het rapport onderschreven.

De fracties van PvdA en VVD noemen de geconstateerde onjuiste en onvolledige informatie aan de Kamer van staatssecretaris Van der Linden een „zwaar vergrijp" en een „principieel verwijt". De VVD-fractie vindt verder dat Van Eekelen bij het opzetten en de uitgifte van de offerte een aantal dingen heeft nagelaten, die wel hadden moeten gebeuren. De PvdA-fractie noemt de handelwijze van Van Eekelen „ondoordacht" en getuigen van „een uitgesproken slecht beleid". De socialisten vinden dat minister Van den Broek onvoldoende zijn verantwoordelijkheid heeft beseft (geen duidelijke taakverdeling) en dat de bemiddeling van premier Lubbers als „gebrekkig en ondoelmatig moet worden gekenschetst".

De fractie van D66 vindt dat de betrokken bewindslieden af moeten treden. Het rapport biedt geen aanknopingspunten om een eerder oordeel terzake te herzien, zo zegt men. De kleine, christelijke fracties menen dat het rapport van de enquêtecommissie geen nieuwe feiten op tafel heeft gebracht. SGP en RPF vinden dat er geen politieke consequenties behoeven te worden getrokken. De SGP-fractie vindt dat de staatsrechtelijke positie van de staatssecretaris scherper moet worden getrokken.

Zie ook pagina 7: "Van Eekelen en Van der Linden kunnen maar beter opstappen" en "Één bedrijf, geleid door één man moest paspoortproject zien af te wikkelen".

Hieronder de twee genoemde artikelen van pag 7

Rapport van paspoortcommissie vernietigend voor beide bewindslieden

Van Eekelen en Van der Linden kunnen maar beter opstappen

DEN HAAG — Meestal komt de Tweede Kamer na een zomerreces van acht weken vrij rustig op gang. Ieder ziet uit naar de derde dinsdag in september. Prinsjesdag, het betekent dat de regering de beleidsvoornemens voor het komende jaar presenteert. Daarna begint het eigenlijk pas echt. De algemene beschouwingen, die meestal begin oktober worden gehouden, vestigen de aandacht volop op de politiek.

Dit jaar ligt dat anders. Na enkele maanden van rust voor de meeste kamerleden worden precies op lde aatste dag van het reces de schijnwerpers gericht op het Binnenhof. Vandaag presenteerde de parlementaire enquêtecommissie paspoortproject namelijk haar eindrapport.

De opdracht van de Tweede Kamer aan de commissie luidde: „Een onderzoek in te stellen naar de feiten verantwoordelijkheden in het proces van besluitvorming met betrekking tot de totstandkoming vaneen nieuw paspoort",

De commissie matigt zich in haar rapport geen politiek oordeel aan over het gevoerde beleid door de staatssecretarissen van buitenlandse zaken, respectievelijk Van Ekelen (1982-1986) en Van der Linden (1986-heden). Een politiek beladen term als "onverantwoord beleid" zal men tevergeefs zoeken, daardoor lijkt de toon van het rapport enigzins mild.
Toch is dat geenszins het geval. Het gevoerde beleid om te komen tot een nieuw fraudebestendig paspoort wordt door de commissie vanaf het begin tot eind gekraakt. Van een goede afweging van belangen die op spel stonden is geen sprake geweest. De plannen die werden gechekt deugden niet. De offertes voor het vervaardigen van een nieuw paspoort waren niet gelijk. Er was niet voldoende expertise in huis op financieel, juridisch, technisch en bestuurlijk terrein. Zo wist men bijvoorbeeld op Buitenlandse zaken niet dat gemeenten en provincies in principe zelfstandige organen zijn en dat ministeries de lagere overheden niet kunnen dwingen tot het uitvoeren van bepaalde maatregelen. De commissie noemt ????estbeleid „chaotisch",

Met deze constateringen krijgt het imago van Buitenlandse Zaken een gevoelige knauw. De opstelling van vele ambtenaren op dat ministerie is immers nogal eens: Wat wij doen gaat altijd een stukje beter en is altijd even belangrijker dan het werk van een ander. Naar verwachting zal men op de 'aperots' (de bijnaam van het gebouw van het ministerie) nu wel een toontje lager gaan zingen, zoals het ministerie van defensie dat deed toen het rapport over de Walrus-affaire werd gepresenteerd.

Verantwoordelijkheid

De politieke verantwoordelijkheid voor het paspoortbeleid berustte bij de twee staatssecretarissen Van Eekelen en Van der Linden. (Sinds april van dit jaar maakt het paspoortproject deel uit van het takenpakket van minister Van den Broek). Of de commissie nu wel of niet vindt dat deze beide bewindslieden (Van Eekelen is op dit moment minister van defensie) moeten opstappen als gevolg van het gevoerde beleid blijkt niet uit het rapport. In ieder geval wordt er geen hard oordeel geveld.

Integendeel, uit de aanbevelingen blijkt zelfs dat de enquêtecommissie het paspoortproject niet als "bijzonder" ziet-. „Er lijkt geen sprake te zijn van bijzondere factoren en evenmin van bijzondere omstandigheden die het paspoortproject uitzonderlijk maken". Blijkbaar zijn er bij de rijksoverheid meerdere projecten die een vergelijkbaar verloop hebben. De commissie wijt dat aan de nieuwe technische mogelijkheden.

In feite zegt de commissie hiermee dat op het terrein van management en organisatie de overheid nog veel kan leren. Het is tekenend dat de bewindslieden tijdens de openbare verhoren door hun vlotte babbel zo overkwamen dat zij in geen enkel geval verkeerde handelingen hebben verricht, dat de organisatie perfect was en dat er ook voldoende kennis in huis was, terwijl de enquêtecommissie in het gevoerde beleid vanaf 1983 zoveel fouten ontdekte.

De aanbeveling dat in algemene zin bezien moet worden op welke manier bij complexe projecten het overleg tussen Kamer en regering ter bepaling van beleidsuitgangspunten en ter controle van de uitvoering, verbeterd kan worden is van uitermate groot belang. De partijen dienen in hun reacties daarom niet uitsluitend te kijken naar degene die mogelijk uit het politieke veld gestuurd kan worden, maar juist dergelijke conclusies ter harte nemen.

Onvolledig en onjuist

Toch is hiermee niet alles gezegd. De verwijten van de commissie aan het adres van staatssecretaris Van der Linden zijn op enkele punten namelijk veel harder dan aan het adres van zijn voorganger. Van Eekelen. Volgens het rapport heeft Van der Linden de Tweede Kamer diverse keren onjuist en onvolledig ingelicht. Op die fout heeft de commissie Van Eekelen niet kunnen betrappen. Aan juiste en volledige informatieverstrekking wordt in de politiek groot belang gehecht.

 Een staatssecretaris die tot driemaal toe in kamervragen onvolledig en onjuist is en in debatten met de Kamer enkele wezenlijke dingen verzwijgt of een onjuiste voorstelling van zaken geeft, is tekort geschoten in de uitoefening van zijn taak. Zowel in kamervragen als in debatten met de Kamer heeft Van der Linden op z'n minst gesuggereerd dat in de loop van het proces bij de totstandkoming van het nieuwe paspoort door externe deskundigen werd getest. Dat was niet waar. Het model werd op het departement getest... door één ambtenaar.

Toch zou het onterecht zijn als alleen Van der Linden de zwarte Piet kreeg toegeschoven. Hij mag dan enkele keren de Kamer onvolledig en onjuist hebben ingeUcht, daarmee zijn de fouten die Van Eekelen heeft gemaakt niet goed gepraat. Het verwijt dat Van der Linden meerdere malen heeft geuit, namelijk dat hij bij zijn aantreden als staatssecretaris „een kar met vierkante wielen aantrof", is voor het grootste deel -zo blijkt uit het rapport- de schuld van Van Eekelen. De enquêtecommissie mag dan enigszins verzachtend concluderen dat er meer ingewikkelde projecten zijn bij de rijksoverheid waar het niet goed gaat, de geconstateerde financiële, technische, juridische en bestuurlijke fouten bij de realisatie van het paspoortproject zijn er. Daarvoor is in hoofdzaak Van Eekelen politiek verantwoordelijk.

Als de politieke partijen vinden dat de gemaakte fouten to groot zijn en men een 'schuldbelijdenis' niet accepteert, dan dienen beide bewindslieden op te stappen. Beiden hebben grove fouten begaan. Overigens is het in ons land niet verboden dat bewindslieden de eer aan zichzelf houden en uit eigener beweging opstappen. In dat geval zouden de problemen het snelst opgelost zijn. Aan de andere kant zou het wegsturen van de beide bewindslieden (die toch al als politiek zwak beoordeeld worden) de regeringsfracties niet moeilijk vallen, omdat het gaat om een CDA'er (Van der Linden) en een VVD'er (Van Eekelen).

Bezwaren

 Politiek interessant zal ook de reactie van de regering zijn. Ministerpresident Lubbers heeft zich steeds opgesteld achter Van Eekelen. Van den Broek, minister van buitenlandse zaken, ging zelfs nog een stapje verder. Hij zei tijdens het openbaar verhoor over zijn staatssecretaris: „Er is wel aangetoond wat is misgegaan, maar niet wat is misgedaan". Voor de minister zal het rapport dan zeer zeker interessante lectuur zijn.

 Een van de bezwaren tegen de instelling van de enquêtecommissie was, dat ér geen nieuwe feiten naar voren zouden komen. Irrimers, de Rekenkamer had al een uitvoerig rapport over deze kwestie aan de Kamer aangeboden. Maar juist in de periode na het tijdstip waar het onderzoek van de Rekenkamer eindigde (1 oktober 1987) is er veel misgegaan met het paspoortproject. Duidelijk is aangetoond dat Van der Linden de Kamer onjuist en onvolledig heeft ingelicht.

 Een onderzoek was, achteraf bezien, dan ook niet overbodig. Ook de vrees van met name SGP en GPV dat met dit onderzoek de regering in de wielen gereden zou worden bij de uitvoering van het contract met paspoortproducent KEP werd niet bewaarheid. De commissie heeft de nodige prudentie in acht genomen, hoewel er aan het begin confrontaties waren met Buitenlandse Zaken over de mededelingen die ambtenaren wel en niet mochten doen. Toen vervolgens bleek dat ook vanuit het bedrijfsleven steeds meer bezwaren rezen om vrijwillig aan het onderzoek mee te werken, besloot de commissie enquêtebevoegdheden aan te vragen.

De stelling dat een parlementaire enquête overbodig was, omdat er nu toch een KEP-paspoort ligt dat door TNO is goedgekeurd, moet veeleer omgedraaid worden. Omdat er een parlementaire enquête is ingesteld, is de druk op de ketel verhoogd en ligt er toch een paspoort dat de afsproken fraudebestendigheidstesten kan doorstaan

Politieke verantwoordelijkheid voor paspoort niet formeel vastgelegd

 Eén bedrijf, geleid door één man moest paspoortproject zien af te wikkelen

DEN HAAG — De belangrijkste politieke verantwoordelijkheid voor het paspoortproject lag tot april van dit jaar bij de staatssecretaris van buitenlandse zaken. Formeel is die verantwoordelijkheid voor het paspoortproject echter nergens in een taakverdeling vastgelegd. Dat blijkt uit het rapport van de parlementaire enquêtecommissie paspoortproject, dat vanmorgen is verschenen

Vanaf de zomer van 1984 tot het aantreden van een nieuw kabinet in juli 1986 werd die post bekleed door dr. W. F. van Eekelen, die nu minister van defensie is. Daarna was drs. P. R. H. M. van der Linden lange tijd verantwoordelijk. De heer Van Eekelen was politiek verantwoordelijk voor de gang van zaken rondom het uitbrengen van offertes (zomer 1984 tot voorjaar 1985) en voor de gebeurtenissen die leidden tot het sluiten van een samenwerkingsovereenkomst met KEP (eerste helft van 1986, terwijl de ondertekening plaatsvond op 9 juni, toen het kabinet demissionair was). Daarna was de heer Van der Linden aan te spreken op de ontwikkeling door KEP van een paspoort, dat fraudebestendig genoemd zou kunnen worden.

Minister Van den Broek was formeel voor alles verantwoordelijk, maar is inhoudelijk vooral aan te spreken op het te laat indienen van een Paspoortwet en op het kiezen van het uitgangspunt dat er een centraal te beheren persoonsbestand zou komen. Dat gebeurde tegen de zin van het ministerie van binnenlandse zaken en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Hij heeft zich tot begin dit jaar verder niet feitelijk bezig gehouden met het paspoortproject. Onduidelijk is in hoeverre hij door de staatssecretaris op de hoogte is gehouden en ook of hij is ingelicht over de inhoud van de te ondertekenen samenwerkingsovereenkomst. Uit de verhoren is gebleken dat de heren Van den Broek en Van Eekelen daarover tegenstrijdige verklaringen hebben afgelegd.

 Onvoldoende

Uit het rapport blijkt verder dat de voorbereiding van het paspoortproject volstrekt onvoldoende is geweest. De aanvraag voor het uitbrengen van offertes aan een drietal gegadigden (Staatsdrukkerij, Johan Enschede & Zn. en het samenwerkingsverband KEP van Kodak, Elba en Philips) was niet gebaseerd op een duidelijk plan van eisen. Zo'n plan, dat met de Tweede Kamer besproken had kunnen worden, ontbrak. Dat was merkwaardig, omdat het duidelijk de bedoeling van het kabinet was met een geheel nieuw en technologisch modern paspoortsysteem te komen. Dit klemde te meer omdat „de staatssecretaris, naar eigen zeggen, er eind 1985 van overtuigd was dat datgene wat het ministerie van buitenlandse zaken voor ogen had iets was 'dat nog niet bestond'".

De commissie stelt in het rapport verder vast dat de heer Van Eekelen na het uitbrengen van de offertes zijn voorkeuren daaruit „heeft doen kenbaar maken op basis van een op inhoudelijke gronden onvoldoende gedegen offertevergelijking". Daarna zijn in de "letter of intent" en in de samenwerkingsovereenkomst met KEP zelf nauwelijks nog nadere specificaties opgenomen. Bovendien werd zonder politiek overleg in de afspraken rondom het aantal jaarlijks te leveren paspoorten ervan uitgegaan, dat het paspoort ook zou kunnen dienen als 'nationale identiteitskaart'.

 In de ontwikkelingsfase nadat de samenwerkingsovereenkomst was getekend, is er van alles misgegaan met het testen van modellen. Niet alleen ontbrak een procedure voor het doen van onderzoeken door een onafha'nkelijke instelling in de samenwerkingsovereenkomst, maar ook heeft staatssecretaris Van der Linden nadien de Kamer ten onrechte de indruk gegeven dat er dergelijke onderzoeken door externe deskundigen werden gedaan. Bovendien heeft hij de Kamer niet laten weten dat Kodak eind 1986 feitelijk al uit het project was gestapt.

 Partner

Vanuit juridisch oogpunt bezien merkt de commissie op dat de Staat zich onvoldoende heeft afgevraagd of de overeenkomst wel werd afgesloten met een betrouwbare partner. Uit het onderzoek js gebleken dat achter KEP in feite nog maar één klein bedrijf stond, dat werd geleid door één persoon. Als die persoon onder de tram zou komen (in termen van het rapport „het onverhoopt defunctioneren van deze ene natuurlijke persoon") dan zou dat kunnen leiden tot „een acuut onvermogen van de Staat om de paspoortverstrekking te continuer ren". De commissie wijst er in dat verband op dat het hierbij gaat om een grondwettelijke plicht jegens de burgers.

Bovendien heeft de Staat zich bemoeid met de aanwijzing van personen, die het management bij KEP zouden moeten versterken. Ook werd het in feite zo geregeld dat in het bestuur van de Stichting KEP Controle (die in conflictsituaties het laatste woord zou hebben) de secretaris-generaal van het ministerie van buitenlandse zaken het laatste woord zou hebben. Het oordeel van de commissie daarover: „Er is een gevaarlijk onheldere situatie geschapen met zelfs de mogelijkheid van ontwrichtende ontwikkelingen ten aanzien van het beoogde doel van de gesloten samenwerkingsovereenkomst".

De financiële kanten van het project zijn in de ogen van de commissie „ernstig verwaarloosd" en „onderschat". Het financierings- en kostenbewakingsplan is onzorgvuldig opgesteld. Bovendien voert de commissie een aantal argumenten aan, waaruit valt af te leiden dat de nu vastgestelde prijs van ƒ 27,50 niet als een echte maximumprijs kan worden beschouwd, maar „veeleer als een voorlopige verrekenprijs". In de overeenkomst staan onvoldoende waarborgen om belangrijke financiële risico's af te dekken.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 29 augustus 1988

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

Van Eekelen en Van der Linden maakten grove fouten

Bekijk de hele uitgave van maandag 29 augustus 1988

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

PDF Bekijken