Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Friezen 'putten' sinds honderd jaar water uit de kraan

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Friezen 'putten' sinds honderd jaar water uit de kraan

7 minuten leestijd

LEEUWARDEN - De Friese waterleiding viert feest. Honderd jaar geleden werd het eerste leidingnet in gebruik genomen. Na jaren van wikken en wegen „want het gaat nu toch ook". Maar met de adem van de droge zomers en de cholera-epidemieën in de nek werd vaart gemaakt met een betrouwbare watervoorziening. Na een eeuw hebben bijna alle Friezen water uit de kraan. Dat is reden voor herdenken. Een prachtig boek en een originele expositie in het Fries Museum in Leeuwarden luisteren deze mijlpaal op.

De fittersploeg met bakfiets.

Goed drinkwater was vanouds een probleem voor de Friezen. De zee had vrij spel in het vlakke land, zodat het water bij het wegvloeien van de zee in het gunstigste geval brak moet zijn geweest. De bewoners vingen regenwater op en bewaarden dit ondermeer in kuilen in de grond. In de steden waren voor dat doel putplaatsen. De kwaliteit was daarbij niet helemaal onbelangrijk, maar de beschikbare middelen om vervuiling te voorkomen waren nihil. De mensen sloeg de schrik om het hart als het gerucht door het land ging: cholera! Vooral de epidemie in 1866, de laatste in Friesland en een van de zwaarste van ons land, veroorzaakte grote angst. Men ging zich behelpen met filters en een gesprek over verbetering van de

Jubileumactiviteiten

Het jubileum van de Friese drinkwaterleiding wordt door verschillende feestelijkheden omlijst. Tot en met 13 november is er een expositie in het Fries Museum aan de Turfmarkt te Leeuwarden. Hiervoor is de expositiezaal onder water gezet en wordt de bezoeker over een pad van vlonders langs de verschillende onderdelen van de tentoonstelling geleid. Het bezoek aan het museum is te combineren met een kijkje in het pompstation te Noordbergum. Hier wordt een diaklankbeeld vertoond en een rondleiding gegeven. Men kan zich hiervoor uitsluitend opgeven bij het Fries Museum (058 123001). Ook worden er lezingen in het Fries Museum gehouden. Op 8 november spreekt ir. J. C. van Winkelen over Drinkwater in Indonesië en op 25 november prof. dr. P. Zonderwijk over de plantengroei in de Friese waterwingebieden. Beide avonden beginnen om 20.00 uur. Het boek "Putten uit het verleden. Geschiedenis van de drinkwatervoorziening in Friesland" is tijdens de tentoonstelling in het Fries Museum te koop voor 27,50 gulden. drinkwatervoorziening kwam op gang.

Ook het tekort aan water, vooral in droge tijden, sprak een geducht woordje mee. De eerste gesprekken concentreerden zich op de stad Leeuwarden, waar de problemen het grootst waren. De politiek reageerde echter verdeeld. Een grote groep had nog wel vertrouwen in de twee zoetwatervijvers in de stad. Een onderzoek in 1881-1883 met een minder fraaie uitkomst, bracht steeds meer lieden van hun stuk. De bevolking ging zich er mee bemoeien en 720 inwoners wendden zich rechtstreeks tot de gemeente met de vraag naar een drinkwaterleiding.

Toestemming

Uiteindelijk kregen twee rijke heren. Van der Broek en Van Barneveld Kooy jr. uit Amsterdam -de stad waar de eerste Nederlandse waterleiding aangelegd is- toestemming om aan de slag te gaan. De Leeuwarder Waterleidingmaatschappij werd op 27 september 1887 een feit. Al voor de officiële opening in december 1888 telde men 36 aansluitingen.

De 22e december van dat jaar was een feestelijke dag. „Er reed een extra trein van Leeuwarden naar Grouw, waar de waterwinplaats per stoomboot vanaf de Wijde Ee kon worden bewonderd. De bezoekers kregen ter plekke uitleg van ingenieur Halbertsma. Ook de watertoren in Leeuwarden aan het Zuiderplein werd bezocht, waar het water tevens geproefd kon worden. Men vond het niet voor regenwater onderdoen en het was bovendien kristalhelder en had geen bijsmaak", aldus mevrouw drs. R. Efdée in het jubileumboek "Putten uit het verleden".

Het bedrijf begon met zes man personeel: een directeur, een ingenieur, een boekhouder, een chef-machinist, een filterbaas en een fittersbaas. De directeur regelde zijn zaakjes schriftelijk vanuit Arnhem, waar hij ook directeur van de waterleiding was. De machinist en de filterbaas hadden hun woning bovenin het pompstation te Grouw. Daarnaast werkte men bij de aanleg van het leidingnet vooral met losse arbeiders.

Tarieven

Na een jaar telde de waterleiding 252 aansluitingen, waaronder zelfs 40 van arbeiderswoningen. Men werkte met twee tarieven, een aan de hand van de oppervlakte van de woning en een via een watermeter. Had men een badtoestel of watercloset, dan betaalde men toeslag. Ook waren er aparte bepalingen voor het bezitten van een paard en twee- en vierwielige rijtuigen. De hele operatie kostte de consument trouwens toch het nodige zodat het in het begin heel gewoon was de kraan net achter de voordeur aan te leggen.

Verhogingen van de tarieven konden echter niet voorkomen dat de nieuwe maatschappij in het rood kwam te staan. Vanaf 1921 werd de gemeente Leeuwarden tijdelijk de baas totdat vier jaar later de nv Intercommunale Waterleiding Gebied Leeuwarden (IWGL) operationeel was. Ook in Sneek en Heerenveen waren inmiddels waterleidingsmaatschappijen opgericht.

Vooral de zuivelfabrieken vervulden een voortrekkersrol. „Wanneer de waterleiding met een zuivelfabriek tot overeenstemming kon komen over waterleverantie en dus over de aanDe aanleg van superonrendable percelen. sluiting op het net, dan waren particulieren ook vaak geïnteresseerd zich aan te sluiten", aldus drs. Efdée. In 1928 werd Bolsward aangesloten en in 1933 liep de aanvoer van drinkwater al tot in Lemmer.

Lekkages

Een van- de steeds terugkerende problemen bij de waterleiding was lekkage. Werd er in die tijd 's nachts een lek gemeld, dan moest er een fittersploeg opgetrommeld worden. Soms bijna letterlijk want de telefoon was voor 1940 nog geen gemeengoed. Leden van de ploeg werden bij voorbeeld 's nachts gewekt door steentjes tegen het raam te gooien. Vervolgens moest men een fitterskar ophalen en zich naar de onheilsplek spoeden. Vaak was men al uren onderweg voor men daar arriveerde. En de volgende morgen werd men weer geacht normaal op het werk te verschijnen.

In het begin van de jaren twintig kwam ook de voorlichting goed op gang. Directeur Hanegraaff ging zelf op pad om lezingen te houden. Hij lichtte zijn verhaal toe met behulp van lantaarnplaatjes. Vauaf 1931 was er een echte voorlichtingsfilm beschikbaar. Op de expositie in het Fries Museum is deze 'stomme' film te zien. Dat zorgde ervoor dat de aanleg van waterleiding in de provincie zijn voortgang had. In 1942 was twee derde van de Friese bevolking aangesloten op de waterleiding.

In de oorlog vervulde de waterleiding zelfs een belangrijke rol bij vleestransporten. Personeel van de IWGL voer met een praam met waterleidinggereedschap naar Rinsumageest, waar koeien, in grote delen geslacht, werden ingeladen. Het gereedschap kwam bovenop en zo ging men terug naar de stad Leeuwarden, waar een slager in de watertoren het vlees in porties verdeelde. Ieder perso- • : neelslid kon een portie tegen de normale prijs kopen.

Eilanden

Op het platteland heeft men zich nog vrij lang met regenbak en pomp moeten behelpen. In 1959 gebruikte men in het huidige Waskemeer nog pompwater voor het eten en om zich te wassen. Ook de Friese Waddeneilanden waren tot na 1950 van een : drinkwaterleiding verstoken. Schier- ' monnikoog was in 1950 de eerste. Enkele jaren later volgden Vlieland i en Terschelling. Ameland moest tot 1961 wachten in verband met de hoge kosten.

Na de oorlog werden plannen gemaakt voor de onrendabele gebieden en later voor de superonrendabele gebieden. Onder de eerste vielen bij voorbeeld Zwaagwesteinde, Kollum, Twijzel, Buitenpost, Drogeham, Surhuisterveen, Oldeberkoop en Oosterwolde. In 1958 noteerde de IWGL de 100.000e aansluiting. De veehouder i in Harich in Gaasterland ontving een j geiser, drinkbakjes voor zijn vee en een gratis jaarabonnement. In 1969 was meer dan 99 procent van het aantal Friese percelen op de waterleiding aangesloten.

Ook op bestuurlijk vlak gingen de ontwikkelingen door. Er volgden fusies met de Sneker en Heerenveense waterleidingmaatschappijen. Op 1 juni 1977 was de nv Waterleiding Friesland een feit. Zij voorziet nu met negen pompstations de hele provincie Friesland van drinkwater. Vier pompstations staan op het vasteland, vijf op de eilanden, waarvan twee op Ameland. Het pompstation in Noordbergum is het grootste en functioneert ook als hoofdstation, van waaruit de andere stations in de gaten worden gehouden.

Indonesië

Sinds 1986 richt de Friese waterleiding haar blik ver over de grenzen. Men is vanaf 28 mei van dat jaar een overeenkomst aangegaan met het Indonesische waterleidingbedrijf PDAM Tirta Musi te Palembang. Door middel van dit zogenaamde Twinningproject zijn leidingen gerenoveerd, watermeters geplaatst en worden nieuwe leidingen aangelegd.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 oktober 1988

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

Friezen 'putten' sinds honderd jaar water uit de kraan

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 oktober 1988

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken