Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

REVOLUTIE ALS HUISMERK

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

REVOLUTIE ALS HUISMERK

10 minuten leestijd

In de tweehonderd jaar oude voetsporen van de Revolutie valt nog veruit meer vooruitgangsoptimisme te bespeuren dan broodnodige nuchterheid. Dr. ir. André Coste althans behoort tot het schaarse getal dat weigert beleefd mee te zingen in het koor van jubelende toen waarmee het gros der Fransen de ommekeer van 1789 herdenkt. „De feestelijkheden noem ik op zijn zachtst gezegd zeer overdreven".

Bedachtzaam formuleert Coste, ouderling van een evangelische gemeente in Parijs en president van de Association e Chretiens Réformés Confessants, zijn stelling: „Er is geen enkele reden de gebeurtenissen van 1789 luisterrijk te vieren. Natuurlijk is het een historisch gegeven waar niemand omheen kan. Bedenk echter dat ze voortkomt uit de ideeën in de Verlichting en dat zij ten diepste antichristelijk is. Zaken die uit de omwenteling voortvloeiden, zoals de grote terreur en de export van het revolutioaire gedachtengoed door Napoleon, kan men moeilijk glorieus noemen".
Anderzijds signaleert de bejaarde Parijzenaar verheugende tendensen die duiden op een kritischer benadering an de Franse Revolutie. „De titel van het boek dat de historicus Pierre Chaunu schreef is op zich al veelbetekenend, "De Grote Ontsporing". Nu, zo zou ik de revolutie ook willen typeren". Toegespitst op de visie van Coste: Chaunu toont in zijn recente werk aan dat 1789 ondanks vermeende verworven burgerrrechten het protestantse (en joodse) volksdeel in geen geval ontsloeg van einde en vervolging. Omdat in de chaos in die tijd eveneens het Vaticaan in het schootsveld kwam te liggen, viel volgens Chaunu de onderdrukking van onder meer calvinisten minder op, wat niet betekende dat discriminatie ten opzichte van deze groepen de wereld uit was.
Temperende nuanceringen over de centenaire ten spijt, een kort verblijf in de hoofdstad die ooit een keizerlijke residentie was, wekt de indruk dat de revolutie een Frans huismerk bij uitstek dreigt te worden. Tweehonderd jaar na dato maakt het produkt zelfs een ongekende revival door. Groen uitgeslagen documenten krijgen poetsbeurten, straten worden schoongeschrobd, druivenntelers schenken klanten klare wijn in de Cuvée du Bicentenaire, modehuizen als Lacroix creëren ensembles als-Culotte en Bastille; op culturele agenda's prijken nagenoeg alleen aan 's lands historie gewijde evenementen. Parijs toont zich in een uitbundig blauwit-rode robe. Gerechtvaardigde trots of vilaine ijdelheid?

Donderdagochtend.

 Grauwe straatstenen glimmen oner de gestage drup van een grijze nevelsluier. Even trekt de stad zich terug in de tijd waarin Parijs zichzelf niet was. Beschhaamd, schichtig en gejaagd. Schaarse bewoners reppen zich straat uit steeg in of kruipen weg in koetspoorten. Buurtwachten en gendarmes in uniforme sansculottes zijn de enigen die zich buiten wagen. Met luid gepraat en klie??ende bajonet pogen zij hun angst te verbergen. In donkere woonkamers fluisteren burgers over moeilijke tijden onder de verzuchting dat een mens geen mens meer kan vertrouwen.
Zodra de zon het loodzware wolendek ondeugend uiteenjaagt, legt zij de tad in een opgewekte flonkering waarin heden en verleden zich versmelten 3t een tijdloos intermezzo om plaats ; maken voor het moment van de dag. In e overvolle metro prijst een roodharie jongeman zich aan voor de arbeidslarkt. Emotieloos stroopt hij de mouten op en etaleert zijn spierkracht voor et onoewogen, starende publiek. Messsssjeu...". Vlak bij een roltrap zoogt en Roemeense vrouw haar gezette uigeling. „Politiek vluchtelinge". In het operen schaaltje rinkelt schaars een munt. Bovengronds hullen accurate diplomaat, perfecte Parisienne en dreinende dreumes zich in opdringerige stadsgeuren. De magere poedel in het regenjasje rilt; niet van overvloed, maar van onbehagen.

Te midden van de eindeloze humbug die de viering van de Revolutie opluistert, is er weinig meer van het destijdse Parijs te merken. Weg zijn stinkende open riolen, wankele houten bruggen, slordige begraafplaatsen, paleizen en forten waarop het volk veertien juli zijn woede bekoelt. Verstorven is het hoefgetrappel, het gekletter van karossen. Verdwenen zijn de bloemen vrouwen en de slagers die, zoals Louis-Sébastien Mercier het jaren voor 1789 beschrijft, met prostituees net zo bloeddorstig omgaan als met hun wild tegenstribbelen-, de runderen.

Wat trotseerde wel de tijd? De facade. Achter een bejaarde gevel schuilen moderne woonappartementen. Oude kloosterpanden herbergen informaticabureaus. In een heimelijke alkoof hangt het vergeelde verkiezingsplakkaat van de groene partij.

Nummer 398 van de Rue Saint Honoré oogt onopvallend. Op een bruine luifel: Restaurant Robespierre. Een gangetje loopt bijna dood in de kamers; hier beraamden eens Maximilien Robespierre en zijn kameraden de grote terreur. Vriendelijk vertelt de dame achter de receptie dat de belangstelling voor haar uitspanning zich dit jaar dank zij de bicentenaire in stijgende lijn bevindt. Fraaie pentekeningen, een laag plafond en keurig gerangschikte tafeltjes geven het interieur een intieme sfeer. Edoch, het lijkt alsof de glanzende messen veranderen in vlijmscherpe valbijlen op bloedrode servetten.

Thans is de Rue Saint Honoré een luxe winkelpromenade die uitmondt bij rechts het paleis Royal en links het indrukwekkende Louvre. Het zijn twee van de vele gebouwen die de Revolutie uiterlijk onveranderd overleefden. Verderop liggen paleis Soubise en paleis Rohan, gebouwen die in de 19e eeuw een nieuwe bestemming kregen. De aristocratie had immers afgedaan en waarom hun domeinen niet gebruiken voor het openbare doel? Daarom zijn sinds jaar en dag archieven, bibliotheken, ministeries en musea de nieuwe regenten die balzalen en kabinetten bevolken.

Paleis Royal. In 1780 komt het in handen van een prins, Louis-Philippe d'Orléans, die de zijde van de Revolutie kiest, zich derhalve Filip de Gelijke laat noemen, maar desondanks de guillotine niet ontsnapt. De tuin van dit paleis speelt een grote rol in 1789. Camille Desmoulins houdt op deze plaats de dertiende juli een opruiende redevoering die de volgende dag leidt tot de bestorming van de Bastille. Veelbetekenend is de inneming van dat oude fort allerminst, slechts zeven zitten er in 't gevang en ongemeen crimineel zijn zij allesbehalve.

Monkelend zeggen Parijzenaars dat de Bastille twee eeuwen her dan wel met de grond werd gelijkgemaakt, maar dat zonnekoningen geenszins tot uitstervende rassen behoren. Op de as van de Bastille verrijst voor ruim 800 miljoen het Versailles van Mitterrand de Eerste, een gigantische Opéra. Op dit uur van de dag hangen er zware kettingen voor glazen deuren die zich rond 14 juli openen voor muziekminnende mensen. Als nieuwsgierig publiek door een opening naar binnen glipt kijkt de nonchalante bouwvakker op noch om. Zeker tien trappen voereia naar het dak, dat een prachtig vergezicht biedt over de stadscontouren. Op hemelsbreed luttele meters afstand kijkt de gouden, gevleugelde vrijheidsgestalte op de Colonne de la Bastille met onbeweeglijke blik naar beneden waar minuscuul verkeer rond haar voet samenklontert.

In het kader van de algehele Parijse face-lift krijgt de Colonne een likje verf, net zoals de Are, die sinds kort triomfantelijk met een verjongd uiterlijk over de Champs-Elysées uitblikt. Een schilder penseelt met souplesse zachtgroene saus op een aangetast fond. Of het mogelijk is te midden van de puinhopen naar boven te klimmen? Op eigen risico met gevaar van vallend gesteente, lacht de gehelmde timmerman, die zich "Ie quatorze juillet", bij de officiële Revolutieherdenking „in het nachtelijke bal op dit plein hoopt te storten". Veelkleurig is de schutting die de restauratie aan het publiek onttrekt. Nadere inspectie van de 'graffiti' op de houten planken onthult zowaar een bijtend sarcasme. Op het schavot is een kring dansende blauwgele gedaanten te bespeuren, ontdaan van hun meest essentiële lichaamsdeel. Het hoofd.

Dat schetst niettemin een reëel aspect van de Revolutie. Alleen al in het jaar 1793/1794 verloren 17.000 Fransen het leven onder de genadeloze guillotine. Feiten die in de viering van de bicentenaire min of meer worden verdoezeld om het feest „zo schoon mogelijk te houden". Honderd jaar geleden stonden de autoriteiten voor het dilemma welke datum zich het meest eigende voor de centenaire:
14 juli met de val van de Bastille? Of 4 augustus met de afzwering van de feodaliteit? 6 november, als Lodewijk XVI en zijn gemalin Versailles inwisselen voor Parijs? Besloten wordt tot 5 mei, wanneer in 1789 voor het eerst de Staten-Generaal in Versailles bijeenkomt. Mitterrand en de zijnen kozen heel bewust voor 14 juli 1989, de meest 'progressieve' datum van 1789.

 Donderdagmiddag.

In de Rue des Ecouffes, een kwartiertje lopen vanaf de Bastille, staat een oude synagoge, weggekropen tussen winkels en woonhuizen. Gelaten schudt een grijze wachter zijn hoofd. „Nee, de Revolutie betekent niets voor mij, dat is zo lang geleden. Weet u, de Tweede Wereldoorlog maakte ïk aan den lijve mee, toen heb ik mijn familie verloren". Zijn domicilie ademt net als de Rue tf fcift^ du Coq Héron, Rue Saint Jacques en Rue Bouloi nog iets van het vervlogen, volkse Parijs, dat in 1789 te hoop loopt voor nummer 28 van de Rue Michel Ie Comte, het belastingdepot.

Hoe anders de Place des Vosges, een voornaam, met gaanderijen omzoomd plein, tot in de achttiende eeuw het middelpunt van de noblesse. Eerst heette het Place Royale, was haar reputatie zo vermaard dat de wijk eromheen, Le Marais, uit zijn voegen barstte en de elitaire geografie zich verlegde richting Versailles.

Daar aanschouwt men het summum van een weelde die sterke benen menselijkerwijs niet kunnen dragen. De grootvader van de onthoofde Lodewijk de Zestiende, Louis XIV, bouwde er een paleis —de borden langs de autoweg met chateau (kasteel) drukken zich bescheiden uit— groter en fraaier dan eerdere en latere.

Begrijpelijk dat keizers en koningen in dit lustoord met zijn dikke muren geen ellende van hongerend volk vernamen of zich horende doof hielden? Onwillekeurig welt er een vleugje sympathie op. Voor het stuurloos rondzwalkend gepeupel dat ongebreideld inhakt op een lappendeken van onregeerbare eenheden waarin intrige, ambitie en corruptie zich verstrengelen tot iets wat koninkrijk Frankrijk heet.

Woedend betitelt het opstandige volk Marie Antoinette, de Oostenrijkse gade van de Franse koning die in 1789 op de troon zit, als 1' Autri-Chienne. Zij borduurt in alle rust in het Trianon, een 'optrekje' in de parken van Versailles, ooit het verblijf van haar schoongrootvaderlijke maitresse madame de Pompadour.

Marie houdt van het platteland en ze laat even voorbij het Trianon een dorpje-oude-stijl aanleggen. Een boerderij en een uitkijkpost compleet met boudoir en vijver. „Wij houden het keurig bij", zegt de spittende tuinman. Of de vorstin heeft geweten dat men haar Trianon later ombouwt tot een ordinaire taveerne is niet bekend. Dat de erfgenamen van "revolutionairen" zoals keizer Napoleon zich zouden gedragen als "rois faineants" (zwakke koningen) kan  in 1793 evenmin haar zorg zijn geweest met een uitzicht op het dodelijk schavot.

Op het gepolijste plein voor Versailles praalt het bronzen standbeeld van de Zonnekoning, wie een zelfde dood als zijn kleinzoon bleef bespaard. "Toutes les gloires de la France" valt er op de fries van de paleisvleugels in vergulde letters te lezen. Tientallen bezoekers scharen zich in een rij voor de magistrale schoonheid van de Spiegelzaal. Even groot is in centrum Parijs de belangstelling voor een tentoonstelling "De Franse Revolutie en Europa". Bij de Quay d'Orsay draait de expositie "De nieuwe franc", in paleis Galliera "Franse mode in de Revolutie". Animo? „Het loopt als een trein", verzekert een kassier.

Donderdagavond.

 De paradox. Frankrijk maakt zich vrolijk over de verkregen 'weldaden' van 1789, en pleegt opnieuw verraad tegen het fundament van zijn beschaving. Tegelijkertijd voedt het volk zijn nationale trots, geworteld juist op dat pre-revolutionaire erfgoed van Karel de Grote. De ongeloofwaardigheid van de bicentenaire is daarmee ondubbelzinnig bewezen. Subtiel vernuft de festiviteiten te beperken tot 1789 en los te koppelen uit de context blijkt slechts grof spel met de geschiedenis.

Nogmaals André Coste: „Als je spreekt van regeneration of revolution, zou ik zeggen: aucune revolution sans regeneration. Geen vernieuwing zonder bekering". In dit bijbelse perspectief " komt de entourage rond 1789-1989 in een heel ander daglicht te staan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 mei 1989

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

REVOLUTIE ALS HUISMERK

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 mei 1989

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

PDF Bekijken