Bekijk het origineel

Veertien hoge officieren in Cuba wacht de doodstraf, zogezegd wegens drugssmokkel

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Veertien hoge officieren in Cuba wacht de doodstraf, zogezegd wegens drugssmokkel

4 minuten leestijd

HAVANNA — De Cubaanse krijgsraad doet over enkele dagen uitspraak met betrekking tot veertien hooggeplaatste officieren die betrokken zijn geweest bij drugssmokkel. Als de krijgsraad hen schuldig noemt, is slechts één straf mogelijk: executie.

De verwachting in Havanna is dat de 'verraders' uiterlijk vrijdag tegen de executiemuur worden gezet, opdat president Fidel Castro zich de volgende dag met een 'schoon' geweten in Argentinië kan vertonen. De eilandrevolutionair zal daar de beëdigingsceremonie bijwonen van de peronist Carlos Menem, die op 14 mei de Argentijnse presidentsverkiezingen won.
De bekendmaking dat veertien officieren voor de krijgsraad moeten verschijnen, kwam als een kleine verrassing. Een militair eretribunaal, belast met het onderzoek naar contacten tussen de drugsonderwereld van Columbia en de Cubaanse militairen, had vorige week zeven officieren, onder wie een generaal, gehoord. Het tribunaal besloot het zevental door te verwijzen naar een krijgsraad.
De hoofdverdachte is generaal Arnaldo Ochoa. Hij is inmiddels ontheven uit al zijn officiële functies, waaronder een zetel in het centrale comité van de communistische partij. Zijn rang en ook de titel "held van de revolutie" zijn hem al afgenomen.

Schandalig

De regering van Cuba (lees Fidel Castro) hecht groot belang aan het berechten van de narco-fafficieren. Raül Castro, broer van Fidel en minister van defensie, noemde het gedrag van généraal Ochoa „ronduit schandalig" en zei dat de door hem veroorzaakte vlek op het blazoen van Cuba slechts met de strengste straf kan worden uitgewist.
De generaal gaf toe contact te hebben gehad met de leiders van het beruchte Medellin-smokkelsyndicaat, een Columbiaanse organisatie die verantwoordelijk is voor de leverantie van ruim 80 procent van alle cocaïne die in de Verenigde Staten wordt geconsumeerd.
Dit contact verliep via enkele ondergeschikten. Kolonel Antonio de la Guardia vertelde het eretribunaal dat hij namens generaal Ochoa verschillende keren ontmoetingen heeft gehad met Pablo Escobar, chef vart het smokkelsyndicaat, en met Ramiro Lucio, woordvoerder van de M-19-guerrillabeweging, die met de cocasmokkelaars samenwerkt.
Uit de verslagen van de hoorzittingen blijkt dat generaal Ochoa zijn positie heeft misbruikt voor het openen van het Cubaanse luchtruim voor smokkelvliegtuigen uit Columbia. Deze toestellen dropten destijds balen cocaïnepoeder in Cubaanse territoriale wateren. Deze werden vervolgens opgepikt door snelle motorboten en overgebracht naar het Amerikaanse vasteland.

Erg machtig

Op deze manier zou generaal Ochoa het Medellin-syndicaat hebben geholpen bij de smokkel van ten minste 6,5 ton cocaïne. De clandestiene operatie begon in 1986 te functioneren.
De berechting van generaal Ochoa heeft volgens westerse diplomaten op Cuba ook een meer politieke kant. Als revolutionair van het eerste uur en voormalig commandant van de Cubaanse expeditielegers in Angola en Ethiopië was generaal Ochoa een erg machtig man. Hij stond op het punt het bevel op zich te nemen over een strategisch zeer belangrijk, westelijk district, waaronder ook de hoofdstad Havanna valt.
Voordat generaal Ochoa werd aangehouden, beweerden boze tongen dat hij politieke ambities koesterde. Als militair commandant van westelijk Cuba zou hij hiermee ongetwijfeld in botsing komen met Raül Castro, de tweede man van het Cubaanse regime. Ochoa's val komt voor Raül op een uiterst gelegen moment.
De berechting en mogelijke executie van de generaal en diens medestanders wordt door het Castro-regime aangegrepen om de wereld te tonen dat Cuba de handel in verdovende middelen niet duldt en actief deelneemt aan de bestrijding van dit kwaad.
Overtuigend is het allemaal niet. Generaal Ochoa moet opeens als voorbeeld worden gesteld, terwijl vice-admiraal Aldo Santamaria nog steeds in al zijn officiële functies rondloopt. Aldo werd in 1984 door een Amerikaanse rechtbank bij verstek veroordeeld vanwege zijn nauwe contacten met Cubaanse ballingen in Florida die bij de cocahandel betrokken zijn.
De Castro's zien in Aldo echter weinig gevaar. En daarom draagt hij nog steeds met trots de titel "held van de revolutie". Daarom mag hij zitting nemen in het eretribunaal dat binnenkort een oordeel zal vellen over generaal Ochoa.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 4 juli 1989

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

Veertien hoge officieren in Cuba wacht de doodstraf, zogezegd wegens drugssmokkel

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 4 juli 1989

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken