Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Tien jaar sandimsme in Nicaragua: de heersers zorgen goed voor zichzelf

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Tien jaar sandimsme in Nicaragua: de heersers zorgen goed voor zichzelf

8 minuten leestijd

MANAGUA — Er heerst een feeststemming in Managua, de hoofdstad van het Middenamerikaanse land Nicaragua. Onder luid gejuich wordt het trotse standbeeld van de twee dagen eerder gevluchte dictator Anastasio Somoza omvergehaald. Leden van diens Nationale Garde (Guardia Civil) steken hun handen omhoog en worden door jongeren met kalasjnikov-machinegeweren en rood-zwarte halsdoeken afgevoerd. Overal hangen grote spandoeken met de letters FSLN — Sandinistisch Front van Nationale Bevrijding. Zelden is de euforie in dit lange tijd door burgeroorlog geteisterde land zo groot geweest. Iedereen hoopt dat het eindetijk vrede wordt en er een eind aan corruptie en armoede komt. Het is 19 juli 1979.

Tien jaar later is er van die euforie niets meer over. Integendeel, er heerst een verbitterde, grimmige sfeer in Managua. Het geld is niets meer waard en in de parios —de arme volkswijken— heerst ondervoeding. Het vertrouwen in de sandinisten is daar tot een minimum -geslonken.
Volgens een in april gehouden opiniepeiling zou de oppositie de voor volgend jaar februari uitgeschreven verkiezingen zelfs kunnen winnen. Als er op dit moment verkiezingen zouden worden gehouden, zouden de oppositiepartijen kunnen rekenen op 36,2 procent van de stemmen, terwijl het FSLN de steun van slechts 29,6 procent van de kiezers zou krijgen.
Zeer velen zouden uit pure apathie niet eens gaan stemmen en een nog groter deel zou het niet eens weten. Hoewel de oppositie sterk verdeeld is, ziet ze wel in dat een echte overwinning alleen mogelijk is als ze zoveel mogelijk één blok vormt. De veertien a vijftien oppositiepartijen doen dat ook en dienen regelmatig gezamenlijk voorstellen in.

Vervreemding

Het blijkt dat de sandinisten in tien jaar tijd niet alleen christen-democraten, sociaal-democraten en liberalen, maar ook communisten en andere extreem linkse groepen van zich hebben vervreemd. Ook een partij als de Partido Popular Social Demócrata (PPSC), die met de bevrijdingstheologie sympathiseert, heeft zich steeds meer van het aanvankelijke bondgenootschap met de sandinisten afgewend.
De sandinisten zelf hebben er alle vertrouwen in dat zij de verkiezingen van volgend jaar februari zullen winnen. Begin mei kwam het West-Duitse opinieblad Der Spiegel met een uitgebreid interview met Daniel Ortega, de (sandinistische) president van Nicaragua. Op de vraag of hij een overwinning van de oppositie bij de verkiezingen voor mogelijk houdt, luidt het antwoord simpelweg: „Neen, dat acht ik uitgesloten, omdat ik op de rijpheid van het Nicaraguaanse volk vertrouw".
En Ortega behoort nog tot de enigszins gematigde sandinistische leiders. Radicalere leden van het sandinistische directoraat, zoals commandante Tomas Borge, de minister van binnenlandse zaken, en partij-ideoloog Bayardo Arce, maken er binnenskamers geen geheim van dat zij een terugkeer naar het „bourgeois liberalisme" van voor de revolutie of het verdwijnen van het FSLN naar de oppositiebanken nooit zullen tolereren.

Omstreden mediawet

Onder sterke internationale druk -uit vooral West-Europa en de Midden-Amerikaanse regio- is een aantal vrijheden in Nicaragua weliswaar hersteld, maar tegelijk zijn allerlei mogelijkheden tot inperking blijven bestaan. Zo is er een omstreden mediawet, die ogenschijnlijk meer persvrijheid toestaat, maar in feite de regering machtigt op elk gewenst moment perscensuur in te voeren.
De voorzitter van de Nationale Verzoeningscommissie, kardinaal Obando y Bravo, gaf enkele maanden geleden impliciete kritiek op deze nieuwe mediawet toen hij opmerkte: „De beste mediawet is er een die niet bestaat".
In de maanden die aan de verkiezingen voorafgaan, doen de sandinisten er van alles aan om ervoor te zorgen dat zij na februari 1990 de macht niet uit handen hoeven te geven. Zo werd de kieswet op zodanige wijze aangepast dat manipulatie van de verkiezingen mogelijk blijft. Daarvan was overigens ook bij de vorige verkiezingen, van november 1984, duidelijk sprake. Er is een Hoogste Kiescollege (CSE), dat uit vijf magistraten en hun plaatsvervangers bestaat.
De Nationale Vergadering kiest deze magistraten uit lijsten die door president Ortega, in overleg met alle politieke partijen die aan de verkiezingen meedoen, zijn samengesteld. In oppositiekringen is luid over deze vergaande bevoegdheden van de president geklaagd. Zo hebben de vijftien oppositiepartijen gezamenlijk een verklaring uitgegeven waarin zij wijzen op de grote invloed die de uitvoerende (regerings-)macht op samenstelling en werkwijze van het Hoogste Kiescollege en andere kiescolleges kan uitoefenen.

Merkwaardig

De kieslichamen zijn aan de uitvoerende macht onderworpen en dit ontneemt aan de oppositie de mogelijkheid om op de juiste wijze aan het democratische proces mee te doen. Er zijn, aldus de verklaring van de oppositie (gedateerd 25 april 1989), „geen voorwaarden voor het houden van vrije, rechtvaardige en eerlijke verkiezingen".
De oppositie wijst bovendien op een ander merkwaardig feit: de op 25 februari 1990 gekozen leden van de Nationale Vergadering en de nieuw gekozen' president en vicepresident kunnen pas elf maanden na die verkiezingen aantreden. „Zou de oppositie de verkiezingen van februari 1990 winnen, dan treedt er in juridisch en politiek opzicht een abnormale en ernstige situatie op, aangezien de nieuw gekozen gezagsdragers pas na een jaar kunnen aantreden en de oude gezagsdragers tegen de duidelijk uitgesproken wens van de meerderheid hun macht blijven uitoefenen - een situatie die slechts tot toenemende maatschappelijke en politieke instabiliteit kan leiden".
Een eerder die maand gehouden gesprek tussen president Ortega en de vijftien oppositiepartijen leverde geen resultaten op. De oppositiepartijen verweten de president later dat hij met hun voorstellen geen enkele rekening had gehouden en zijn plannen voor kieswetherziening tegen de wens van de oppositie had doorgedrukt.

Murw

Intussen zijn de politieke vrijheden nog steeds niet volledig hersteld. Nog steeds worden leden van de oppositie geïntimideerd of zelfs gearresteerd. Juan Carlos Callejas, een leider van de Nicaraguaanse Conservatieve Partij (PCN), werd door de sandinistische (!) politie onder druk gezet om zijn activiteiten voor deze partij te beëindigen. Afgelopen februari werd een aantal activisten van de Sociaal Christelijke Partij (PSC) gearresteerd. In gevangenissen van de staatsveiligheidsdienst (DGSE) zitten nog steeds politieke gevangenen.
Afgelopen februari kwamen familieleden van politieke gevangenen en voormalige gevangenen samen met de directeur van de "Permanente Commissie voor de Mensenrechten", dr. Lino Hernandes, in Matagalpa bijeen. Zij spraken over martelpraktijken, zoals het opsluiten van gevangenen in zeer kleine cellen —kasten is een betere benaming- waarin ze zich nauwelijks konden bewegen. Nadat zij op die manier murw zijn gemaakt, worden de gevangen gedwongen verklaringen te ondertekenen waarin ze hun 'schuld' toegeven.
Eenheden van de staatsveiligheidsdienst maken zich nog steeds schuldig aan wrede handelingen. Vorig jaar oktober werd de 43-jarige boer Luis Duarte Zamora uit Matagalpa door zes leden van de staatsveiligheidsdienst meegenomen. Een kilometer verderop werd hij het struikgewas in gevoerd, waar hij werd onthoofd. Zijn lichaam werd de volgende middag aangetroffen.
Afgelopen januari hoorde Felicito Peralta, een boer uit Apantillo, dat er op zijn deur werd geklopt. Twee mannen buiten riepen dat zij een handgranaat in het huis zouden werpen als hij niet naar buiten kwam. Hij gehoorzaamde en herkende de twee als leden van de beruchte staatsveiligheidsdienst. Zijn lichaam werd later zwaar verminkt gevonden: zijn keel en maag waren met een bajonet 'opengewerkt'. Acht dagen later verboden de sandinisten de omwonenden over het incident te praten.

Patroon van executies

Er is dan wel een bestand met de contra's van kracht, maar de sandinisten gaan gewoon door met het achtervolgen of zelfs verminken van personen die zij van „contra-sympathieën" verdenken. Dat daarbij niet zelden vergissingen worden gemaakt en volstrekt onschuldige personen worden opgepakt of zelfs vermoord, wordt niet toegegeven, hoewel de bevolking ter plaatse vaak beter weet.
De Amerikaanse mensenrechtenorganisatie "Americas Watch", die in het verleden diverse keren en op objectieve wijze over schendingen van mensenrechten in Nicaragua heeft gerapporteerd en bij politiek links veel gezag geniet, spreekt van een „patroon van executies" in Nicaragua, vooral op het platteland, ondanks de op 1 april 1988 van kracht geworden wapenstilstand.
Het is niet geheel duidelijk of deze praktijken de instemming van de centrale autoriteiten in Managua hebben. Enkele jaren geleden lekte er een geheim decreet van het ministerie van binnenlandse zaken uit. Daarin worden, onder de benaming Speciale Maatregelen. politieke doodvonnissen gerechtvaardigd, ondanks het feit dat de doodstraf in Nicaragua officieel is afgeschaft.
Een naaste medewerker van minister Tomas Borge, José Alvaro Baldizón Aviles, heeft mij, nadat hij in 1985 was gevlucht, de tekst van het decreet overhandigd. Of het decreet nog steeds van kracht is, is niet duidelijk, maar er is niets dat op het tegendeel wijst.
In de arme volkswijken van Managua, maar ook in de provinciesteden en op het platteland, wordt wijd en zijd geklaagd over machtsmisbruik en corruptie door sandinistische autoriteiten, die ervoor zorgdragen dat zij en hun omvangrijke families wèl over voldoende benzine, zeep. vlees en andere uiterst .schaarse produkten beschikken.
In tien jaar tijd blijkt de grote massa er in Nicaragua alleen maar armer op te zijn geworden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 19 juli 1989

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

Tien jaar sandimsme in Nicaragua: de heersers zorgen goed voor zichzelf

Bekijk de hele uitgave van woensdag 19 juli 1989

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

PDF Bekijken