Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Biddende Hogepriester

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Biddende Hogepriester

4 minuten leestijd

Alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden Hebreeën 7:25b

Christus is Priester naar de ordening van Melchizedek. Maar Hij vertoont ook trekken van het hogepriesterschap van Aaron. Eenmaal per^jaar ging Aaron het heilige der heiligen binnen om daar op de Grote Verzoendag verzoening te doen over de zonden van het volk. Daarin is hij een type geweest van de grote Hogepriester Jezus Christus.
Hij is met Zijn eigen bloed en verdiensten verschenen voor het aangezicht des Vaders in het binnenste heiligdom. Hij heeft door de diepten van het lijden en de dood heen alles volbracht. Daarom kon Hij van de dood niet gehouden worden, maar Hij is opgestaan van de doden en opgevaren ten hemel, waar Hij nu verhoogd is ter rechterhand Gods. Niet werkeloos is Hij daar in de hemel: vanuit de hemel regeert Hij Zijn kerk op de aarde, vergadert Hij Zijn kerk. In de hemel is Hij de Plaatsbereider, die een plaats bereidt in het Vaderhuis met zijn vele woningen voor al de Zijnen.
Hij is daar ook de Voorbidder voor Zijn kerk. Daarvan spreekt onze tekst: „Alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden". Uit het hogepriesterlijk gebed uit Johannes 17 blijkt dat Hij niet bidt voor de wereld, maar voor degenen die de Vader Hem gegeven heeft. Hij bidt dus in de hemel voor Zijn volk. De grond van Zijn voorbede is Zijn verdienste. Op grond van Zijn volbrachte werk bidt Hij, pleit Hij, eist Hij zelfs. Zo staat Hij daar voor Zijn Vader met Zijn bloed, met Zijn doorboorde handen, met Zijn verdiensten. Welgelukzalig degenen die in Zijn voorbede begrepen zijn: daar kunnen zij nooit meer uitvallen. Daar liggen zij eeuwig veilig. Heel de hellemacht is niet in staat om ook maar één van Gods kinderen te rukken uit Zijn voorbede. Omdat Hij bidt voor de Vader, kunnen zelfs de poorten der hel de gemeente Gods niet overweldigen.
Hield Christus één ogenblik met bidden op, dan zonk de kerk voor altijd weg. Als Gods kinderen zichzelf moesten bewaren, als het van hun gebeden afhing, dan was het een verloren zaak. Maar nu houdt die grote Voorbidder geen ogenblik met bidden op, want Hij leeft om altijd voor hen te bidden. Zijn voorbede gaat altijd door.
Hij bidt, ook als Gods kinderen niet bidden kunnen. Wie kan bidden gelijk het behoort? De discipelen zeiden: „Leer ons bidden". Gods volk moet zich gedurig aanklagen vanwege de schuld van hun bidden, vanwege zoveel biddeloosheid en ingezonkenheid. Maar ook als zij niet bidden kunnen, bidt hun getrouwe Voorbidder in de hemel.
Hij bidt, ook als Gods kinderen niet bidden willen. Daar kan zoveel opstand en onverenigdheid in hun hart zijn, dat zij hun knieën niet eens willen buigen. Maar ook dan bidt Christus.
Hij bidt, ook als Gods kinderen niet bidden durven. Het besef van hun onwaardigheid en hun grote schuld kan zo hun hart bezetten, dat zij hun lippen niet durven openen om tot de Heere te spreken. Ook kunnen de aanvechtingen van de Satan zo hevig zijn, dat zij niet meer tot de Heere durven vluchten. Maar ook als zij niet bidden durven, bidt Christus. Hoe groot is de trouw van Christus. Wat is het veilig in Zijn voorbede.
Hij bidt om de bewaring van Zijn volk voor de boze. Hij bidt dat hun geloof niet ophoude. Waarom zonk Petrus bij zijn verloochening niet voor eeuwig weg? Omdat Christus bad! „Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoude". Hij bidt om de vermeerdering van Zijn kerk. Als er een zondaar tot God wordt bekeerd, is het omdat Christus bidt. Hij bidt om de verbreking van de werken der duisternis. En Zijn gebed wordt altijd verhoord. Hem hoort de Vader altijd. Hij pleit en eist immers op grond van Zijn volkomen middelaarswerk. Daarom kan Zijn gebed nooit worden afgewezen. Wat zijn ze dan gelukkig, die in Zijn voorbede begrepen mogen zijn. Wie in Zijn handen ligt, ligt in veilige handen. En nu wordt ons hier gepredikt dat de zaak van de kerk ligt in de doorboorde handen van de Voorbidder in de hemel. Dat de kerk het hoofd toch meer omhoog heffe! En dat niemand van ons rusten kon, dan alleen in Hem. Het is nog het heden der genade, waarin Hij zondaren roept en nodigt tot de zaligheid. Voor de grootste der zondaren is nog plaats bij Hem. Voor deze verheerlijkte Hogepriester is niemand te slecht. Tot wie zullen we dan anders heengaan dan tot Hem!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 juli 1989

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

Biddende Hogepriester

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 juli 1989

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken