Bekijk het origineel

Niet ieder kind hoeft naar school

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Niet ieder kind hoeft naar school

5 minuten leestijd

Sinds vorige week genieten alle leerplichtige kinderen van de vakantie. Alle kinderen? Nee, dat is niet het geval. Sommige kinderen gaan nooit naar school, dus ze krijgen ook geen vakantie. Alhoewel in Nederland de leerplicht geldt en iedereen naar school moet gaan, zijn er mogelijkheden om vrijstelling van de leerplicht te krijgen als men levenbeschouwelijke bezwaren heeft.

Het heeft vorig jaar tot een rechtszaak geleid. Aan de orde was de vraag of een ouder al dan niet terecht een dochter van school hield.
In elke gemeente is een leerplichtambtenaar. Deze moet onderzoeken of de ouders welke in de gemeente wonen hun leerplichtige kinderen ook daadwerkelijk naar een school sturen. Als hij constateert dat ouders de in de Leerplichtwet 1969 opgelegde verplichtingen niet nakomen, maakt hij procesverbaal op en wordt de zaak aan de officier van Justitie voorgelegd. Deze beslist dan of de ouders al dan niet worden vervolgd.

Dochter

In de Gelderse gemeente Hengelo kwam de leerplichtambtenaar er achter dat de familie G. haar dochter Naomi niet liet inschrijven op een school voor basisonderwijs. Na een bezoek aan de familie bleek hem dat de ouders van Naomi ook niet van plan waren hun dochter alsnog in te laten schrijven. Om een lang verhaal kort te maken: de leerplichtambtenaar schakelde de officier van Justitie in en deze daagde de ouders voor de kantonrechter te Zutphen. De officier eiste dal vader en moeder G. zouden worden veroordeeld tol een geldboete of gevangenisstraf.
De kantonrechter stond geheel achter de eis van de officier. Hij kon niet anders dan constateren dal vader en moeder G. de wet hadden overtreden door het dochtertje niet naar school te sturen. 

Eén school

De ouders lieten het er niet bij zitten en tekenden hoger beroep aan bij de rechtbank te Zutphen. Voor deze rechter legde vader G. uil dal hij lot de groepering van de Zevende-dagsadventisten behoorde en dat er van die groepering in Nederland slechts één school was. Deze school stond veel te ver weg. Het was niet goed doenlijk de 5-jarige dochter daar naar toe te sturen. Dus moest ze maar thuis blijven. Pa betoogde hel volgende: „Mijn dochter is op dit moment vijf jaar.
Het is niet goed dat een kind van vijf jaar naar school gaal. Zo'n kind dient onder de hoede van de ouders te blijven en moet voornamelijk nog spelen. Verder ben ik van mening dat een jong kind nog geen kennispakket moet worden opgedrongen. Als mijn kind al naar school zou moeten om in groepsverband les te krijgen, dan zou dat in aanwezigheid van de ouders moeten gebeuren". De ouders moesten dus te allen tijde aanwezig zijn als er les werd gegeven. 

Principieel

Daarnaast had de heer G. ook nog een principieel bezwaar tegen de leerplicht voor zijn dochter: „Als ouders zijn we totaal met hel kind bezig. Wij leren het kind wel wal nodig is in deze maatschappij. En onze lering is veel meer gericht op de kennis van de Schepper. Op de scholen waar ons kind naar toe kan gaan, is dat niet hel geval". 
De kantonrechter, die in eerste instantie oordeelde meende dat dit soort verwijten van ouders nog geen redelijke grondslag was om de kinderen daadwerkelijk van school te houden: „Blijkens de Leerplichtwet 1969 is er wel een mogelijkheid van vrijstelling, maar deze vrijstelling kan alleen worden verleend als er overwegende bezwaren beslaan tegen de richting van onderwijs van scholen in de buurt en als deze bezwaren van groter belang zijn dan hel nadeel voor het kind dal geen onderwijs krijgt". De kantonrechter kwam tol de conclusie dat de ouders ten onrechte het kind van school hielden. „Naar mijn mening richten de bezwaren zich meer legen de aard en de methoden van het onderwijs, dan dat men bezwaar heeft tegen de richting van hel onderwijs".

Milder

De rechtbank was milder in haar oordeel. Eerst ging ze in op de slellingname, namelijk dal kinderen van vijfjaar beter thuis bij moeder zouden kunnen blijven. Deze mening van de ouders werd niet gedeeld. De rechter vond dat de wetgever terecht de leerplicht had ingevoerd en dat deze leerplicht ook voorop ging, in die zin dal ouders in principe hun kinderen naar een school zouden moeten sturen. Maar, zo ver volgde deze rechter, „in Nederland geldt een grondwettelijk gewaarborgde onderwijsvrijheid. 
Deze houdt ook in dat ouders niet gedwongen kunnen worden hun kinderen te sturen naar een school waar ze naar de mening van de ouders onderwijs krijgen in strijd met de levensbeschouwelijke opvatting van die ouders. In dit geval gaat het om mensen die zich gebonden weten aan de groepering van de Zevende-dags-adventisten. 
In de omgeving van Hengelo is geen school van die groepering. Derhalve hebben de ouders het recht, hun kinderen thuis te houden".
Ofte wel: het vonnis van de kantonrechter waarbij de familie G. werd veroordeeld, werd vernietigd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 29 juli 1989

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

Niet ieder kind hoeft naar school

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 29 juli 1989

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken