Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Inleidingsboek bij de Bijbel rekent niet met Inspiratie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Inleidingsboek bij de Bijbel rekent niet met Inspiratie

„Oerchristelijk getuigenis" in stiidieboek centraal

6 minuten leestijd

KAMPEN — Wie de Bijbel juist wil verstaan en de bijbelse boodschap juist wil verkondigen, moet het nodige weten van de historische achtergronden en van de ontstaansgeschiedenis van de verschillende bijbelboeken. Daarom nemen we dankbaar kennis van de "Inleiding tot het Nieuwe Testament", een boek dat begin van 1989 bij Kok Kampen verscheen. Hierin komen, getuigend van kennis van zaken en in een voorzichtige afweging van argumenten, de zogenoemde inleidingsvragen met betrekking tot de boeken van het Nieuwe Testament aan de orde.

Het boek verscheen onder redactie van prof. dr. H. Baarlink. Bijdragen leverden dr. C. J. den Heyer, drs. L. B. Schelhaas en drs. E. de Vries. De vier auteurs schrijven de studie in het bijzonder te hebben bedoeld voor studenten in de theologie, voor predikanten en voor werkers in het godsdienstonderwijs op school en in de kerk. Maar ook voor iedere belangstellende bijbellezer is het een belangrijk boek.
In deel I worden de algemene inleidingsvragen behandeld. Hierbij komt het geheel van het Nieuwe Testament in het vizier. Te denken is aan literaire bijzonderheden, de gemeente als bakermat, de veelkleurigheid, de eenheid en het gezag van het Nieuwe Testament. Maar ook politieke, sociaal-maatschappelijke en religieuze contexten komen aan de orde. Zo ook de taal en tekstoverlevering van de geschriften van het Nieuwe Testament en de geschiedenis van het ontstaan van de canon. In het tweede deel van het boek staan de schrijvers stil bij de bijzondere inleidingsvragen en wordt elk bijbelboek doorgelicht. Door wie, waar en wanneer werd het geschreven? Wat was de aanleiding en het doel? Wie waren de eerste lezers? Welke leidende gedachten bepalen de inhoud? Ten slotte wordt in deel III (in 8 aanhangsels) een beknopte literatuurlijst, een overzicht over series en commentaren, enkele getuigenissen uit de oude kerk met betrekking tot het ontstaan van nieuwtestamentische geschriften, enkele stambomen, een tijdtabel en landkaarten gegeven. In één woord: een fors boek van 350 bladzijden dat een schat aan informatie biedt. De moeite van het bestuderen ten volle waard.

"Oerchristelijk"

Voor de objectieve en zakelijke wijze waarop met historische achtergronden en met het „oerchristelijk getuigenis" van het Nieuwe Testament in deze "Inleiding" wordt omgegaan, heb ik respect. Toch is er iets wat mij teleurstelt en dwarszit bij de bestudering van dit boek. In wetenschappelijke benaderingen van het Nieuwe Testament is men tegenwoordig teruggekomen van de lange tijd heersende gedachte dat de geschriften van het Nieuwe Testament niet van de hand van afzonderlijke auteurs afkomstig zouden zijn maar dat zij produkten zouden zijn van de (theologie van de) eerste christengemeenten.
De schrijvers van deze "Inleiding op het Nieuwe Testament" honoreren in het algemeen de gedachte dat de geschriften van het Nieuwe Testament van de hand van persoonlijke auteurs zijn (in de meeste gevallen apostelen). Wel wordt hier en daar de toevlucht genomen tot de gedachte dat een geschrift een "pseudepigraaf' zou kunnen zijn (een onder de naam van een in de gemeente gezaghebbend persoon geschreven geschrift). Iets wat naar mijn inzicht niet alleen onbewijsbaar, maar binnen de christelijke gemeente in de apostolische tijd ook wel als ontoelaatbaar zal zijn gezien.

Geen fundament

Wat mij in de studie van Baarlink CS. opvalt en ook tegen de borst stuit, is dat niettemin het Nieuwe Testament slechts als „oerchristelijk getuigenis" wordt gezien en de geschriften van het Nieuwe Testament als ontstaan in „de bakermat van de gemeente". In sterke mate wordt in deze studie de nadruk gelegd op het feit dat we hier te maken hebben met geschriften waarin de tijd van ontstaan en de theologische reflexie van die tijd weerspiegeld worden.
Bij zulk een stellingneming blijft er behoorlijk wat ruimte voor de gedachte dat er in de geschriften van het Nieuwe Testament sprake is van verkleuring, om niet te zeggen vertekening van de historische Jezus. Maar is de weergave van de historische gebeurtenissen met betrekking tot Jezus en het apostolisch getuigenis in onder andere de Evangeliën niet een weer,^ave van „dingen die onder ons volkomen zekerheid hebben"? (Luk. l:lv). Heeft het christelijk geloof vandaag wel een solide fundament wanneer het rust in een „oerchristelijk getuigenis" en niet door dat getuigenis heen ook in het spreken van de Heilige Geest, Die zich in apostolische volmacht bediend heeft van de apostelen?

Anti-judaïsme?

Laat ik een voorbeeld geven om dit duidelijk te maken. Het is bekend dat in het Evangelie naar Johannes de joden als tegenstanders van Jezus worden getekend. Maar, klopt dit met de werkelijkheid? Is er werkelijk sprake geweest van een zo harde confrontatie van Jezus met zijn volksgenoten als in het vierde Evangelie? Of weerspiegelt het beeld dat dit Evangelie hiervan geeft wellicht veel meer het tijdsbestek van na de verwoesting van Jeruzalem, toen de volgelingen van Jezus door het overheersende farizeïsme vervloekt werden?
In dat geval zijn al die harde woorden die in het Evangelie naar Johannes door Jezus worden uitgesproken aan het adres van de joden niet van Jezus zelf. Dan zijn ze Hem toegedicht door zijn volgelingen, in een tijd waarin het schisma tussen jodendom en christendom een feit was geworden en waarin de hele zaak geconcentreerd werd op de vraag of een gekruisigde Jezus wel Messias kon zijn. Het is aldus dat in het boek dat we hier bespreken, geschreven wordt over het „oerchristelijk getuigenis" (in het Evangelie naar Johannes). Is er anti-judaïsme in het Nieuwe Testament?

Ridderbos

Naar mijn inzicht wordt hiermee aan het gezag en de zeggingskracht van de Schrift te kort gedaan. Prof. dr. Herman Ridderbos geeft in zijn jongste boek over het Evangelie naar Johannes (deel 1) een behartigenswaardige reactie op een dergelijke benadering. In tegenstelling tot wat de auteurs van de hier besproken "Inleiding tot het Nieuwe Testament" doen, ziet Ridderbos in en achter het getuigenis van het vierde evangelie het historische gebeuren van Jezus' ontmoeting met het jodendom van Zijn dagen (geheel in overeenstemming met wat de andere evangeliën daarvan verhalen). Ook schrijft hij in het twisten van de joden de reactie te horen van het ongeloof in het algemeen. Bij Ridderbos is het absolute karakter van Jezus' Zelfopenbaring (door bemiddeling van het 'apostolisch getuigenis van Johannes) in elk geval niet het produkt van de latere gemeente.

Inspiratie

De geschriften van het Nieuwe Testament zijn niet maar voortgebracht door christelijk geloof. Maar omgekeerd: het christelijk geloof is en wordt erdoor voortgebracht. En dat omdat deze geschriften door de indachtigmakende Geest van Christus zijn ingegeven (2 Tim. 3: 16v; 2 Petr. 1: 19w). Bij alle veelkleurigheid die er in de Bijbel is, is er deze eenheid. Dient het Nieuwe Testament zich niet als zodanig aan? En is het zo niet het enig betrouwbare en onfeilbare fundament van het geloof van de christelijke gemeente van alle tijden?
Met hoeveel respect er in het boek van Baarlink ook wordt omgegaan met het „oerchristelijk getuigenis" van het Nieuwe Testament, het Nieuwe Testament is respectabeler. Want het is het door Gods Geest geautoriseerde Woord van de Heere en zo het draagvlak van het christelijk geloof aller eeuwen.
N.a.v. "Inleiding tot het Nieuwe Testament"
door prof. dr. H. Baarlink (red); Kok, Kampen,
1989; 350 biz.; prijs 47,50 gulden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 augustus 1989

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

Inleidingsboek bij de Bijbel rekent niet met Inspiratie

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 augustus 1989

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken