Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Kerkelijk leven Jordanië is geschakeerd, maar van calvinisme geen enkel spoor

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Kerkelijk leven Jordanië is geschakeerd, maar van calvinisme geen enkel spoor

'Klein kuddeke' gemêleerde protestanten in een land vol moslims

7 minuten leestijd

AMMAN - Jordanië heeft een rijk geschakeerd kerkelijk leven, maar van calvinisme is geen enkel spoor te bekennen. Naar schatting 150.000 onderdanen van koning Hoessein zijn christen. Onder hen bevindt zich een 'klein kuddeke' van omstreeks 5000 protestanten. Wat voor protestantse kerken zijn er in een land waar 95 procent moslim is?

„Men beseft in het Westen niet dat er broeders in Christus in dè Arabische wereld zijn, goede christenen, voor wie men moet bidden", zegt ds. George Kelcey.
Als geen ander kan hij over het protestantse kerkleven in Jordanië vertellen. Hij kwam in 1954 naar het land van Hoessein als archeoloog, „toen men in Jordanië nog nauwelijks koii lezen en schrijven". Hij ontdekte al snel dat hij liever „de levende kerk van de Jordaniërs dient dan oude kerken opgraaft". In 1956 keerde hij namelijk naar Jordanië terug om de kleine 'protestantse Vrije Evangelische Kerk te dienen.
„Die naam was toen net gekozen omdat we ons officieel moesten registreren. Al sinds 1930 werd een huissamenkomst gehouden, maar die begon zo populair te worden, dat we een eigen kerkgebouw wilden bouwen". Kelcey kon in 1956 direct aan de slag, want de leider van de huissamenkomst vertrok en liet hem met dé groeiende gemeente achter.

Discussie

„Nu telt ons genootschap zes ker-, ken en enkele huissamenkomsten. Je kunt ons ongeveer inschatten tussen de Vergadering van Gelovigen en de Baptisten". Omdat bij de oprichting van dit genootschap geen duidelijke richting werd bepaald, is nog steeds discussie gaande over de vraag of de zes afzonderlijke kerken zich in een synode moeten verenigen.
Rond de eeuwwisseling begon het zendingswerk van de Christian and Missionary Alliance (CAMA), die nu een viertal kerken in Jordanië heeft. Ook de Assemblies of God begonnen hun zendingswerk rond de eeuwwisseling. Momenteel hebben zij drie kerken, met grootste plannen voor een bijbelschool. De Kerk van ,de Nazarener heeft vier kerken en een aantal lagere scholen.
Relatieve nieuwkomers in Jordanië zijn de Zuidelijke Baptisten uit de Verenigde Staten. Die begonnen hun werk in 1952 en hebben enkele bloeiende kerken en .twee scholen. „Ze kwamen in 1952 met veel geld en veel mensen", zegt ds. Kelsey. „Ze hebben een heel actieve kerk in Amman en een goede christelijke boekwinkel. Ze hadden eerst ook een ziekenhuis, maar dat hebben ze pas 'verkocht, waardoor ze veel geld hebben. Met dat geld willen ze nu kerkgebouwen neerzetten op plaatsen waar ze nog geen gemeente hebben".

Kerken vullen

De baptisten willen die kerken zo snel mogelijk met leden vullen, dus ze zoeken de plaatsen waar ze de meeste respons denken te krijgen. Kelsey krijgt er mee te maken, want precies op de plaats waar hij al meer dan 25, jaar een kleine gemeenschap heeft gevormd, willen de baptisten nu een gebouw plaatsen en een voorganger benoemen. Ds Kelsey is bang dat dit hem leden gaat kosten. „Men wil nu eenmaal graag in een mooi gebouw, bijeen komen, en daar hebben wij geen geld voor. Wij huren een zaaltje".
Een misschien nog groter probleem voor de kleine protestantse kerkjes is dat veel leden naar het Westen emigreren. Kelsey: „Vorig jaar vertrok een derde deel van mijn kerkleden voorgoed naar Australië en Canada".

Behoudend

Opvallend in al deze gemeenten is de betrekkelijk behoudende instelling. Mannen en vrouwen zitten overal gescheiden. In sommige gemeenten hangt een gordijn in het gangpad om 'de vrouwen aan de blik van de mannen te onttrekken. Televisieopnamen tijdens dienst zijn ongewenst, -terwijl het gebruik van make-up en sieraden geheel verboden zijn, de trouwring uitgezonderd. Alcohol en sigaretten zijn absoluut taboe.
Zelfs de 'grote' Anglicaanse Kerk, met niet meer dan 3000 leden, verliest leden die naar het Westen vertrekken. Bisschop Eliya Khoury noemt het een verschrikking. Zowel Kelsey als Khoury wijst op de economische malaise, maar beiden zien in het islamitische fundamentalisme de hoofdoorzaak.

Goed behandeld

In Jordanië hebben moslims de christelijke minderheid altijd goed behandeld. De Jordaanse christenen zijn, net als het hele volk, zeer ingenomen met het beleid van koning Hoessein. Kelsey prijst hem om zijn liberale beleid. Dat neemt niet weg dat zelfs de regeringskranten bijna wekelijks artikelen tegen christenen schrijven. Aanleiding daartoe is voornamelijk de steun die veel westerse christenen aan Israël geven, zegt Kelsey. Als westerse christelijke leiders publiceren dat .„de Bijbel zegt dat God achter Israël staat", veronderstellen moslims natuurlijk dat ook de Jordaanse christenen zulke politieke opvattingen hebben.
Hoewel de 'evangelicals' in Jordanië ongeveer dezelfde theologie hebben als hun westerse geloofsgenoten, kunnen ze in elk geval niet van „christen-zionisme" worden' beschuldigd. Sommigen zijn wel van mening dat oudtestamentische profetie een letterlijke terugkeer van joden naar Palestina voorspelt, maar ze zien in het huidige Israël absoluut geen vervulling van die profetie. „Hoe kan de naam van God worden verbonden aan het onrecht dat de Palestijnen is aangedaan?" zo kan men hen nu horen zeggen.

Enkele reis

Jordanië bestaat voor 70 procent uit Palestijnen die in 1948 en 1967 gedwongen een enkele reis naar Jordanië maakten. Omdat de Palestijnse christenen veel ontwikkelder waren dan de Jordanen, was hun inbreng in de kerken die ze in Jordanië gingen bezoeken, groot. In de evangelische gemeenten bezetten Palestijnen ongeveer de helft van de stoelen, en zijn ze dus enigszins ondervertegenwoordigd. De ongeveer "500 Luthersen en de 3000, Anglicanen behoren bijna allen tot het Palestijnse volk.
Vooral de Lutherse en de Anglicaanse kerken zijn fel anti-zionistisch. De Anglicaanse Bisschop Eliya Khoury wordt vaak de PLO-bisschop genoemd, omdat hij in de Uitvoerende Raad van de PLO zitting heeft. Hij is een goede vriend van Jasser Arafat. De preken die in Khoury's kerk te horen zijn, hebben nogal eens een sterk politieke ondertoon. De voorbeelden bij een preek over "de liefde" speelden zich af in het moderne Bethlehem, Galilea, en Jeruzalem. Nadruk ligt dan op de kwaliteit van liefde: „Liefde zwijgt niet als er onrecht is". Het slotlied na een zo'n preek was de Arabische versie van "Marcheren naar het Beloofde Land", een bekend Anglicaans lied. In de Anglicaanse kerken in GrootBrittannië heeft dat lied een zuiver geestelijke betekenis, maar in Jordanië spelen ook politieke en nationalistische gevoelens mee. Elke Palestijn droomt van de dag dat hij zijn vaderland Palestina terugziet.

Verzet

Ds. Kelsey: „De evangelicals spreken liever niet over politiek, de Anglicanen zijn politiek veel bewuster en' vaak zelfs tegen het Oude Testament. Bisschop Khoury wil zelfs de Psalmen waarin Israët wordt genoemd niet lezen, en is in staat elk bijbelverhaal politiek uit te leggen". Onder de Anglicanen is overigens wel verzet tegen deze politieke stroming in de kerk.
De 'kerkgeschiedenis' van Jordanië begint op de pinksterdag. Onder het gehoor van Petrus waren Arabieren. Dat waren waarschijnlijk bewoners van wat nu Jordanië heet. Volgens de kerkhistoricus Eusebius zocht een, groep christenen uit Jeruzalem een, veilig heenkomen in het over-Jordaanse Pella toen Jeruzalem in 70 na Christus werd verwoest. Geleidelijk werd Pella een christelijke stad, en overal in Jordanië hebben opgravingen de resten van kerken uit de laat-Romeinse tijd blootgelegd. Omstreeks 400 na Christus telde het gebied maar liefst dertien bisdommen. Ook in Amman zetelde een bisschop. In Petra huisde de aartsbisschop.

Moslimlegers

Toen moslimlegers in 629 een eind maakten aan de christelijke-Byzantijnse heerschappij over het huidige Jordanië, begon het christendom weer terrein te verliezen. Teken des tijds was de slechte toestand waarin de kerkgebouwen zich toen bevon-' den. Paus Martinus I moest aan Johannes, de bisschop van Amman, verzoeken de christelijke heiligdommen te herstellen. Veel van de kerken die de archeologen nu blootleggen, zagen hun definitieve eind tijdens de verschrikkelijke aardbeving van J8 januari 745.
De Anglicaanse bisschop van Jeruzalem, Gobat, zag in 1848 dat zijn apostolaat onder de joden toch vruchteloos was en begon predikers naar Kerak en Salt over de Jordaan te sturen. Zonder veel succes overigens. Meer succes had de roomse missie. De missionaris Van Nabloes ging zich in Salt inzetten' vanaf 1866/ Al snel bekeerde een aantal Grieks-orthodoxen zich tot de roomse rite. Gevolg is dat de meeste christenen iii; Jordanië anno 1989 nog steeds Grieks-orthodox zijn, namelijk ongeveer 75.000. De Rooms-Katholieke Kerk neemt een goede tweede plaats in met naar schatting 70.000 leden De 5000 protestanten zijn bijna zon-v der uitzondering voormalige leden van de Grieks-Orthodoxe en de Rooms- Katholieke Kerk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 21 augustus 1989

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

Kerkelijk leven Jordanië is geschakeerd, maar van calvinisme geen enkel spoor

Bekijk de hele uitgave van maandag 21 augustus 1989

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken