Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Prof. Maas en zijn gevecht tegen schimmige kabinetsformaties

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Prof. Maas en zijn gevecht tegen schimmige kabinetsformaties

Partijen zouden voor verkiezingen regeringspartner moeten kiezen

8 minuten leestijd

Wie gaat met wie regeren na 6 september? Een antwoord op die vraag is nog niet te geven. Zo goed als zeker maakt het CDA deel uit van een nieuw kabinet maar wie is de andere partner? De PvdA wil wel, maar niet ten koste van elke prijs. Ook de VVD heeft al laten weten niet de lakei van Lubbers en de zijnen in zo'n combinatie te willen zijn. Op welke partij de kiezer zijn stem ook uitbrengt, nimmer is hij er zeker van dat die keuze ook zal leiden tot de door hem gewenste coalitie.

De Nijmeegse hoogleraar dr. P. F. Maas, directeur van het centrum voor parlementaire geschiedenis van de Katholieke Universfteit Nijmegen, zou het liefst zien dat de partijen al voor de verkiezingen gedwongen werden om te zeggen met wie ze willen gaan regeren. Verkiezingen hebben nu volgens hem meer de vorm van een „gesublimeerde enquête naar partij voorkeur", waarbij de kiezer soms na afloop tandenknarsend moet toezien dat zijn partij weer buiten de regeringsboot is gevallen. Op grond van verkiezingsuitslagen zijn vaak tal van combinaties mogelijk.

Kiesstelsel

Om de kiezer meer invloed te geven op de regeringsvorming vindt Maas de invoering van een nieuw kiesstelsel nodig. In dit nieuwe stelsel zou bij voorbeeld de helft van de kamerzetels worden verdeeld volgens het huidige evenredigheidsstelsel (voor een zetel heeft een partij een bepaald aantal stemmen in het gehele land nodig), en de andere helft via een districtenstelsel (de partij moet in een district de meerderheid krijgen wil men een zetel krijgen). Met name voor de districtenzetels zouden de kandidaten en partijen zich veel sterker moeten profileren.

Kwaliteit
Zo'n stelsel zou meer recht doen aan de huidige politieke situatie. „Ik stel vast dat de drie grote partijen, CDA, PvdA, en VVD, een pragmatische politiek voeren. Er zijn nauwelijks meer echte beginselpunten in het geding. Of in deze situatie het evenredigheidsstelsel, dat stamt uit het begin van deze eeuw en dat recht wilde doen aan de emancipatiebewegingen van toen, dan nog het meest voor de hand liggende stelsel is, is voor mij de grote vraag. De grote partijen verschillen naar mijn oordeel voornamelijk in accenten en nuances, niet meer verdelen hen onoverbrugbare principiële verschillen".

In het stelsel van Maas krijgen de kleine christelijke partijen toch een kans om via de evenredige zetels in het parlement te komen, zij het dat lijstverbinding onvermijdelijk blijft. „Maakt het nou zo'n wezenlijk verschil of het er vijf of drie zijn? Het hangt sterk van de kwaliteit af. Een man als Schutte heeft onevenredig veel gezag verworven door zijn persoonlijke kwaliteit. Met onevenredig bedoel ik in vergelijking tot het zetelaantal. Het getuigenis wordt toch gehoord, vinden we toch terug in de kamerhandelingen".

Op de tegenwerping dat er toch heel duidelijke principiële verschillen tussen de kleine christelijke partijen onderling bestaan die een samengaan vooralsnog onwaarschijnlijk maken, zegt Maas deze verschillen te kennen. „Op het ogenblik zie je deze partijen groeien. Al zouden ze door een ander kiesstelsel gehalveerd worden, dan kunnen al deze richtingen in hoofdzaak, als ik het zo mag zeggen, aan hun trekken komen. Ze worden niet van de mogelijkheden tot vertegenwoordiging beroofd".

Proteststem

Door een deel van de kamerzetels via het districtenstelsel te verdelen, zijn partijen in Maas' optiek gedwongen voor de verkiezingen duidelijk te maken met wie zé na de verkiezingen willen regeren. Bevalt die keuze de kiezer niet, dan kan hij via een proteststem op de andere partij aan zijn ongenoegen uiting geven.

„Het CDA kan door zo'n stelsel gedwongen worden van te voren te zeggen: we gaan met de PvdA regeren. We weten allemaal dat op het ogenblik een belangrijk deel van de CDA-aanhang de PvdA ziet als de partij van Den Uyl, de drammers, de doorzetters, de potverteerders, de radikaliriski's. Die aanhang heeft dus grote moeite met zo'n coalitie, die zou voor een gedeelte uit kunnen wijken naar de kleine christelijke partijen".

Oncontroleerbaar

Het grote voordeel van zijn stelsel vindt Maas dat er een eind komt aan de schimmige kabinetsformaties. De huidige gang van zaken rond de kabinetsformatie is in zijn ogen een oncontroleerbaar gebeuren, waarbij de koning zowel de speelbal van de partijen -„en dat is niet in het belang van de monarchie"- kan zijn als zijn eigen mening kan doordrukken.

Om aan deze toestand een eind te maken bepleitte Maas onlangs in het tijdschrift Beleid en Maatschappij de Tweede Kamer meteen na de verkiezingen een minister-formateur te laten kiezen. 
Een pleidooi dat overigens op weinig steun van de huidige politici kan rekenen. In reacties lieten zij weten er weinig voor te voelen. Iets wat Maas niet verbaast gezien het tijdperk van restauratie waarin wij ons naar zijn mening bevinden. Bovendien heeft het CDA geen enkel belang bij een gewijzigde procedure. „Vrijwel alle formaties geschiedden vanuit het centrum, het CDA".

Het voordeel van zo'n minister-formateur zou zijn dat hij door het parlement ter verantwoording zou zijn te roepen. Nu benoemt koningin.Beatrix een informateur of formateur op grond van adviezen van onder meer de fractielei-ders, de voorzitters van de beide kamers en de vice-voorzitter van de Raad van State. Voor haar besluiten gedurende een formatieperiode is de Koningin niet ter verantwoording te roepen; zij is immers onschendbaar. Ook de (in)formateur legt tegenover niemand verantwoording af, alleen het resultaat van zijn bemoeienissen telt. 

Partijschap

Deze situatie acht Maas -„ik ben overigens geen republikein"- ongewenst. „Bij alle formaties zijn er momenten die een min of meer persoonlijke beslissing van het staatshoofd nodig maken en dat betekent altijd dat wensen van bepaalde politieke groeperingen gehonoreerd worden en die van andere genegeerd. Dat is een politieke keuze en die mag je niet overlaten aan een erfelijk staatshoofd wiens positie op consensus berust. 
Je lokt bijna op termijn partijschap uit rond de monarchie. En dat moeten we vermijden".
Hij wijst daarbij op de toestanden rond de benoeming van dr. W. F. de Gaay Fortman in 1981 tot informateur, die werd uitgelegd als een „koninklijke oorvijg" richting CDA-leider Van Agt. De geweldige opwinding en ook woede in CDA-kring over de benoeming van De Gaay Fortman tot informateur „keerde zich voor een deel tegen de benoemende instantie. Omdat de monarchie op consensus berust, moet zo'n keuze eigenlijk altijd ontraden worden. 

De Gaay Fortman had wijzer moeten zijn en moeten zeggen: „Mevrouw, ik zou het graag doen, maar omwille van uw eigen positie is het verstandiger om een minder gekleurd iemand met de taak te belasten".
De huidige procedure is voor politici vaak ook handig, ze kunnen zich altijd achter de niet ter verantwoording te roepen vorstin verschuilen. „De Gaay Fortman deed dat ook toen hem in 1981 werd gevraagd: „Waarom u?" Hij antwoordde: „Dan moet je niet bij mij zijn, maar bij het staatshoofd". 
Bovendien kunnen de politici zo lang mogelijk de handen vrij houden om een optimaal resultaat te bereiken, zonder daarbij gezichtsverlies te lijden.
Zo liet Lubbers in 1986 De Koning als informateur de kastanjes uit het vuur halen, om zelf niet te hoeven sneuvelen over kwesties als euthanasie en de Wet gelijke behandeling en de machtsstrijd die toen gaande was binnen dë VVD.

Verantwoordelijkheid

Een gekozen minister-informateur heeft volgens Maas het voordeel dat alles wat tussen hem en het staatshoofd voorvalt uiteindelijk voor zijn verantwoording blijft. Ook al zou de Koningin  door haar adviezen aan de minister-informateur grote invloed uitoefenen op de vorming van een nieuw kabinet, dan „kunnen we daar allemaal vrede mee hebben omdat de formateur daarvoor de volledige politieke verantwoordelijkheid draagt, ook ten opzichte van het parlement".
„Maar het geeft die man tegelijkertijd de mogelijkheid om, als die bemoeienis naar zijn oordeel extra-constitutioneel zou worden, tegen Hare Majesteit te zeggen: Nou ja, mevrouw, dat kan ik niet voor mijn verantwoordelijkheid nemen. Als u daarop staat dat ik dat of dat doe, dan moet ik ontslag vragen en het parlement vertellen waarom".

Nonsens

Maas noemt het baarlijke nonsens dat de fractievoorzitters verantwoording nemen voor de benoeming van een (informateur door met de benoemde in overleg te treden. „Een weigering zou het staatshoofd in verlegenheid brengen. EigenlijK zegt zo'n fractieleider als hij weigert: „Majesteit, u heeft het niet goed gedaan want hier kan ik niet mee uit de voeten. Het is in strijd met de onschendbaarheid als fractievoorzitters dat zouden doen. Dus zullen ze zo'n weigering vermijden en de formateur na verloop van tijd laten struikelen".
De Nijmeegse hoogleraar wil van de Koningin geen 'lintenknipster' maken.
"Mensen die dat zeggen, beweren dat de 
Koningin, buiten de formatie niets te doen heeft. Dat is een grove onderschatting van het enorme belang en gewicht van haar huidige taak als deel van de regering en als staatshoofd. Ze is werkelijk dag en nacht voor het land bezig. Juist van haar weet iedereen dat ze dat ontzettend ernstig opneemt. De Koningin heeft de bevoegdheid geraadpleegd te worden, te bemoedigen en te waarschuwen. Dat zou bij kabinetsformaties ook zo moeten zijn en dat kan via een minister-formateur".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 2 september 1989

Reformatorisch Dagblad | 30 Pagina's

Prof. Maas en zijn gevecht tegen schimmige kabinetsformaties

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 2 september 1989

Reformatorisch Dagblad | 30 Pagina's

PDF Bekijken