Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Waarom stopten Chamberlain en Roosevelt Hitlers agressie niet? (2)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Waarom stopten Chamberlain en Roosevelt Hitlers agressie niet? (2)

12 minuten leestijd

APELDOORN - „De Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk stellen samen zo'n overweldigend machtsblok voor dat alleen al een toespeling op het inzetten van deze gigant voldoende zal zijn de machtigste dictator mak te maken. Daarom geloof ik dat een samenwerking tussen onze landen hèt aangewezen middel is om de vrede te bewaren". Waarom zette de Britse premier Chamberlain zijn woorden niet in de daad om tegen Hitler ch Mussolini door een bondgenootschap met president Roosevelt aan te gaan? En dat meer omdat Washington haar hand zelf al naar Londen had uitgestoten in een nota van begin '38.

Historicus Gordon A. Craig geeft een plausibel antwoord: „Het vermoeden dringt zich op dat Chamberlain zich minder liet beïnvloeden door het Amerikaanse isolationisme dan wel door zijn eigen ijdelheid, zijn grote wens zelf te figureren als de redder van de vrede".

Gangsters

Hoe dit zij, de houding van de Britse staatsman betekende een diepe ontgoocheling voor de Amerikaanse president. Roosevelt was zijn naïeve verdraagzaamheid tegenover de Europese dictators definitief kwijtgeraakt. Voor hem waren zij „internationale gangsters", die men zo snel mogelijk de wacht diende aan te zeggen, voordat zij de wereld in een oorlog zouden storten.

De Amerikaanse president wilde via' een conferentie van de grotere naties de wereldopinie mobiliseren tegen het drieste optreden van Hitler en Mussolini. Van concessies aan Berlijn en Rome wenste hij in geen geval te weten. -oIüTeieiMbrief over Chamberlains appeasement-politiek schrijft hij: „Als een politiecommissaris het op een akkoordje gooit met bandieten en het is uit met de overvallen, dan is zo'n politiechef in ieders oog een groot man. Maar als de criminelen hun woord breken, belandt de politiecommissaris zelf in de cel. Ik denk dat een aantal mensen op dit moment te grote risico's neemt".

Op vreedzame wijze

Roosevelt geeft in deze passage blijk van een scherpe kijk op Hitlers plannen. De Führer besloot juist in diezelfde tijd eerder tot de aanval over te gaan. Had hij zijn legerleiding nog in november 1937 laten weten pas tussen 1943 en 1945 Duitslands probleem van "Lebensraum" (leefruimte) te willen oplossen door militaire actie, begin '38 kortte hij zijn tijdschema in.

Twee overwegingen moedigden Hitler daarbij aan. Ten eerste was daar de uitlating van Lord Halifax -spoedig Edens opvolger op het Britse ministerie van buitenlandse zaken- tijdens diens bezoek aan Berlijn van eind november 1937: „Op den duur zijn bepaalde veranderingen in het Europese systeem niet te vermijden. Wij Britten staan niet op hèt standpunt dat de internationale status quo onder alle omstandigheden gehandhaafd moet blijven. Tot de vraagstukken die vroeger of later tot veranderingen zullen leiden, behoren Danzig, Oostenrijk en Tsjechoslowakije. Engeland is er slechts in geïnteres seerd dat dergelijke veranderingen zich op vreedzame wijze zullen voltrekken". Dat klonk natuurlijk als Musik in Hitlers oren.

Anschluss

Daarnaast kreeg de agressie.ve Führer een extra duw in de rug door een -rapport van de Duitse ambassadeur in Parijs. Deze berichtte dat de Franse minister van buitenlandse zaken Delbos hem had gezegd dat Parijs „geen fundamentele bezwaren koesterde tegen een verdere aanpassing van de Oostenrijkse interne verhoudingen aan die van Duitsland". Alweer een obstakel minder voor de zo door Hitler begeerde Anschluss. En passant meldde de ambassadeur ook nog -geen onbetekenend diplomatiek detail- dat minister Delbos bij een recente rondreis door Oost-Europa Moskou links had laten liggen...

Hitler wist zich gedekt. Begin februari '38 kwam de Wehrmacht onder zijn persoonlijk bevel te staan. Generaals die aan de uitvoerbaarheid van zijn aanvalsplannen twijfelden, werden ontslagen. De Führer maakte zich op zijn echte Heimat Oostenrijk in te lijven.

Non-interventie VS

Ruim een maand later was de Anschluss een feit. Hitler had appeaser Chamberlain op brute wijze voor een voldongen feit gesteld. De Britse premier kon zijn aantrekkelijke koloniale en commerciële voorstellen opbergen. Niet Londen, maar Berlijn dicteerde het tempo van de "vreedzame veranderingen in het Europese systeem".

Hitler liet Chamberlain zelfs niet even op adem komen. Nazi-Duitsland trof oorlogsvoorbereidingen tegen buurstaat Tsjechoslowakije. De tijd leek meer dan rijp voor een diplomatieke ommekeer van Londen: confrontatie'in plaats van concessies. En toch ging de Britse premier onverdroten op het eenmaal ingeslagen appeasement-pad voort.

Ook een voorstel van Moskou om de mogelijkheden te bespreken van een gezamenlijk (Qroot-Brittannië^ Frankrijk, de Verenigde Staten en de Sowjet-Unie) optreden tegen Hitlers agressiezucht bracht Chamberlain niet tot andere gedachten. De Russen vertrouwde -hij al helemaal niet! Deze halstarrigheid leidde onafwendbaar tot de vernederende conferentie van München.

Ondertussen had president Roosevelt meer dan genoeg problemen aan het thuisfront -niet het minst de economische recessie van 1937/'38- om zich een optreden in de internationale arena te kunnen veroorloven. Zo ging hij niet in op het voorstel van zijn Parijse ambassadeur William Bullitt de Duitse ambassadeur op het matje te roepen met de waarschuwing dat de Verenigde Staten zich zo goed als zeker tot verzet zouden genoodzaakt zien indien Hitler zijn huidige koers zou vervolgen.

Roosevelt wachtte liever wat af. Hij sympathiseerde met de Britten, hoopte op diplomatiek succes voor Londen, maar bood haar daarbij zelf geen ruggesteun. Op het hoogtepunt van de Sudetencrisis stuurde de president Hitler slechts een telegram waarin hij de Führer verzocht de onderhandelingen voort te zetten. En zelfs deze wel zeer gematigde diplomatieke interventie werd beduidend afgezwakte door de toevoeging: „De regering van de Verenigde Staten mengt zich niet in Europa's politieke situatie en zal geen verplichtingen afleiden uit de •onderhandelingen .van dit moment". Over het slachtoffer van Hitler, het Tsjechische volk, geen woord...

Britse bewapening

Eind september voerde de conferentie van München de Sudeten-duitsers "heim ins Reich". De Tsjechoslowaakse staat was daarmee als machtsfactor uitgeschakeld. Een beruchte foto uit die dagen toont een zichtbaar opgeluchte Britse premier: „Peace for our time!".
Toch staat het geenszins,vast dat Neville Chamberlain euforisch was over het resultaat van München, zoals sommige historici willen doen geloven. Noch meende hij dat de Brits-Duitse vriendschapsverklaring waartoe hij Hitler de morgen na de conferentie had overgehaald werkelijk „de vrede in onze; tijd zal hebben veiliggesteld".
In de weken daarop werd de Britse staatsman tussen een voorzichtig optimisme en de meest sombere voorgevoelens heen en weer geslingerd. Van die laatste pessimistische stemming getuigt een brief waarin hij Hitler labiel, zo niet krankzinnig noemt en de hoop uitspreekt nog een jaar respijt te hebben voor 's lands noodzakelijke bewapening.
Deze onzekerheid typeert hoezeer Chamberlains zelfverzekerdheid als sneeuw voor de zon was verdwenen. Nog voor de intocht van de Duitse troepen in Praag van maart 1939 zijn ergste vermoedens bevestigde, wijzigde de premier zijn beleid. Op grond van Hitlers onberekenbaarheid verzocht hij het parlement de kredieten voor defensie te mogen verdubbelen. Dat kwam neer op de lieve somma van 580 miljoen pond.

Vernietigde illusies

Voorts stimuleerde Chamberlain' de bereidheid van Frankrijk en Nederland om zich te Weer té:stellen tegen agressie door deze beide landen bijstand te garanderen ingeval .zij Hitlers volgende slachtoffers zouden worden. Ook deed hij zijn uiterste best Mussolini alsnog van Hitler los te weken. Daden van agressie, zo liet Londen dreigend weten, zouden door Frankrijk en Groot-Brittannë worden vergolden en tot „een verschrikkelijke tragedie" leiden.

Chamberlain raakte van zijn eigen vastberadenheid; zelfs zozeer onder de indruk dat hij meende het diplomatieke initiatief op de dictators heroverd tè hebben. Zijn noodmaatregelen kwamen echter te laat om Hitler nog af te schrikken. Al op 15 maart 1939, toen hij zijn tanks naar Praag liet oprukken, vernietigde de Führer Chamberlains illusies. De Italiaanse Duce bleef toen niet achter bij zijn partner in het zogenoemde Pact van Staal (afgesloten 22 mei 1939); zijn troepen vielen Albanië binnen.

Verstandsverbijstering

Voor Chamberlain, die zo diep overtuigd was van de juistheid van zijn standpunten, moest het gewetenloze gedrag van Hitler en Mussolini wel een enorme klap in het gezicht zijn. Het valt dan ook te begrijpen dat de Britse premier deze slag nooit helemaal te boven is gekomen.
Pal voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog kwam hij in een brief aan zijn zuster Ida op het probleem van Hitlers oprechtheid terug: „Bij zo'n ongewoon man kan je alleen maar speculeren. Ik geloof echter dat hij een akkoord met ons in alle ernst heeft overwogen en onze voorstellen, die op zijn simpele geest een buitengewoon welwillende indruk maakten, zorgvuldig heeft getoetst. Op het laatste moment moet hij dan toch het slachtoffer zijn geworden van een vlaag van verstandsverbijstering -wellicht heeft Ribbentrop hem eveneens bewerkt- en ja, als zijn machine eenmaal aan was gezet, kon hij haar niet meer laten stoppen. Het was voor mij altijd een duidelijke zaak hoe verschrikkelijk gevaarlijk het is wanneer zich kolossale wapens in de handen van een krankzinnige bevinden". 
Commentaar van prof. Craig: „Chamberlains bedoeling om zich voor zijn foutieve beoordeling van Hitler te verontschuldigen ligt er hier wel erg dik bovenop".

Royal Navy

Nauwelijks had Hitler ook de rompstaat Tsjechoslowakije geliquideerd of het werd duidelijk dat hij nieuwe annexaties in Oost-Europa in de zin had. De regering Chamberlain reageerde dit maal alert. Zij schoot de bedreigde staten opvallend snel te hulp: met Turkije werd een verdrag van bijstand gesloten en ook Roemenië en Griekenland kregen veiligheidsgaranties aangeboden.

En hoewel de oorlogssituatie in China zienderogen verslechterde, waardoor sinds juni een gewapend conflict met Japan om de stad Tientsin evenzeer tot de mogelijkheden behoorde als een explosie in Europa, hield Londen haar marine grotendeels dicht bij de patria gestationeerd in plaats van haar op militaire missie naar het Verre Oosten te sturen.

„Je wordt er wanhopig van om bij zulke vernederingen geen vinger te kunnen uitsteken", tekende een gedeprimeerde Chamberlain bij dit zwaarwegende besluit aan, „maar wij mogen het verschrikkelijke risico niet buiten beschouwing laten Hitler aan bepaalde verleidingen bloot te stellen".

Samen met Stalin

Voorjaar 1939 ging het er de Britse premier vooral om het land të verdedigen dat zonneklaar Hitlers volgende slachtoffer dreigde te worden. Vandaar zijn verklaring van 31 maart om de Poolse staat bij krijgshandelingen gericht tegen zijn onafhankelijkheid met alle middelen die „Harer Majesteits kabinet" ter beschikking stonden te' hulp te komen. De Franse regering, zo voegde hij eraan toe, zou hetzelfde doen.

De vraag was nu of deze westerse garanties aan Polen Hitler alsnog zouden afschrikken van een veldtocht naar het Oosten en, zo niet, hoe Londen en Parijs Warschau tijdig hulp konden verlenen. Voor velen in Groot-Brittannië lag de oplossing van deze brandende kwestie in een militair bondgenootschap met de Sowjet-Unie. Doorknede politici als Lloyd George en Winston Churchill wezen Chamberlain in felle redevoeringen voor het Lagerhuis de diplomatieke weg naar Moskou.

Ongeduldig Lagerhuis

Maar de Britse premier liet zic^j moeilijk overreden. Niet voor niets had hij eens geschreven: „Ik moei bekennen dat ik Rusland heel dieó wantrouw. Ik heb geen enkel vertrouwen in 's lands offensieve capaJ citeiten, zo het Kremlin dat al van zins is. Ik wantrouw ook de Russif sche motieven, die voor zover i^ het kan bekijken weinig van doen hebben met onze opvattingen van vrijheid en die vooral graag ande| ren te grazen willen nemen".

Had Chamberlain in 1938 no| een toenaderingspoging van Sowjeö zijde genegeerd, nu moest hij on* der druk van de publieke opinie zelf initiatieven ontplooien richting Stalin. Geen wonder dat hij dat zonder veel enthousiasme deed en er bepaald ook geen haast me§ maakte.

Pas na twee maanden van trage Brits-Russische voorbesprekingen in onder andere Parijs en Genèvê besloten de premier en zijn mintóf ter van buitenlandse zaken, Halifax, eind mei officiële onderhandelingen over een verdrag van wederzijdse bijstand met de USSR te bei ginnen.

Begin augustus stelden ongeduldige leden van het Lagerhuis vragen aan de regering naar het almaar uitblijven van een diplomatieke overeenkomst met de Russen. Geschiedenisleraar Chamberiaifi herinnerde deze parlementariërs eraan hoe lang het wel niet had ge| ' duurd aleer de Brits-Japanse alliantie van 1912 tot stand was gekomen of het Brits-Russische akkoord van 1907. „De huidige onderhandelingen met de Sowjet-Unie duren nog maar een paar maanden. Wat veri wacht u eigenlijk?"

Energiekere Duitsers

Om de Britse premier historisch recht te doen moeten we wel bedenken dat de gesprekken met de Russen ook aanzienlijk bemoeilijkt werden door het feit dat zowel de* Poolse als de Roemeense regering weigerde akkoord te gaan met een stationering van eenheden van het Rode Leger op hun territoir. Moskou beklemtoonde daarentegen dat deze stap dè voorwaarde was voor een effectieve verdediging tegen een Duitse aanval.

Prof. Craig -kenner van de diplomatieke geschiedenis bij uitstek- kan ook vandaag de dag zijn irritatie over Lord Halifaxs gedrag in de crisisdagen van zomer '39 niet onderdrukken: „Verbazingwekkend is echter nog altijd de hooghartige onverschilligheid waarmee Cham. berlains minister van buitenlandse zaken de mogelijkheid onder ogen zag dat de besprekingen met de Russen konden mislukken. „Daar maak ik me helemaal niet druk over", zei Halifax in juli, want ik ben ervan overtuigd dat de Sowjetregering bij het uitbreken van eeri' oorlog, ongeacht welk akkoord zij ondertekend heeft, toch zal handelen zoals het haar het beste uitkomt". Evenals premier Chamberlain hield Halifax zich doof voor d& waarschuwingen van Franse erii Duitse (uit de kringen van het vert zet; bij voorbeeld Hans von Her* warth, verbonden aan de Duits^ ambassade in Moskou) zijde dat de Russen inmiddels ook in onderhandeling waren getreden met het Hit-* Ier-regime".

Over deze cruciale diplomatieke manoeuvre van Moskou oordeelde Chamberlain lichtzinnig: „Ik kan eenvoudig niet geloven dat een werkelijk bondgenootschap tussen Rusland en Duitsland mogelijk is".

In dit valse vaste vertrouwen deed de regering Chamberlain alsof tijd geen enkele rol speelde in haar contacten met Stalins afgezanten. Zo stuurde zij na lang dralen een militaire missie naar Moskou die niet door hogere officieren werd geleid, noch enige volmacht bezat ook maar iets te ondertekenen. De Britten arriveerden op een oude, langzame vrachtboot. Stalin was dan ook allesbehalve geïmponeerd door dit Britse optreden. Hij had ondertussen al besloten met de energiekere Duitsers in zee te gaan. Die wilden zich graag aan hun tijdschema houden: Hitlers plan voor de vernietiging van Polen ofte wel "Operation Weiss", datum 1 september. 
Volgende week slot

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 6 september 1989

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

Waarom stopten Chamberlain en Roosevelt Hitlers agressie niet? (2)

Bekijk de hele uitgave van woensdag 6 september 1989

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken