Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Geen speelbal van menselijke luimen en grillen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Geen speelbal van menselijke luimen en grillen

6 minuten leestijd

Zou het echt belangrijk zijn om te weten hoe een toneelspeler, een komiek, de auteur Toon Kortooms en de zanger Pierre Kartner tegen de Bijbel aankijken? Bevordert het werkelijk bijbelverspreiding, als prof. dr. J. Pen verklaart de Bijbel een afschuwelijk boek te vinden? Het Nederlands Bijbelgenootschap (NBG) lijkt die vragen bevestigend te beantwoorden. In samenwerking met de NCRV en Zirkoon uitgevers te Amsterdam presenteerde het NBG gisteren het boek "Boodschap aan de bijbel". Daarin spreken 60 Nederlanders zich „vrijmoedig" uit over de wijze waarop de Bijbel hen al of niet aanspreekt.

Veel voorstanders van allerlei nieuwe bijbelvertalingen gebruiken het bekende citaat van Luther om er hun ijver mee te bevestigen. „Men moet niet aan de letters van de Latijnse taal vragen, hoe men Duits moet spreken, zoals die ezels doen, men moet de moeders in huis, de kinderen op straat, de gewone man op de markt vragen en er goed op letten (den selbigen auff das Maul sehen), hoe zij spreken en daarnaar moet men vertalen". Dat heeft Luther gezegd over bijbelvertaalwerk.

Maar daarmee is niet te verdedigen de par-, ticipatie van het NBG in de uitgave van "Boodschap aan de bijbel". Een bijbelgenootschap hoort de bijbelverspreiding ter hand te nemen en te bevorderen. Ik vraag mij echter af of "Boodschap aan de bijbel" de bijbelverspreiding werkelijk in de hand werkt. De genoemde figuren, de 60 geïnterviewden, zijn bepaald geen engelen uit de hemel. En als zelfs iemand die uit de dood zou' opstaan de broeders van de rijke man uit Lukas 16 niet zou kunnen overtuigen —„zij hebben Mozes en de profeten, dat zij die horen"— hoe zal dan een ander boek dan de Bijbel zelf, hoe zal dan dit boek, "Boodschap aan de bijbel", anderen helpen om te geloven?

Nader tot God?

Brengt het getuigenis van Kortooms, van een toneelspeler of van een komiek de twintigste-eeuwse mens nader tot God? Dat doet alleen de ontmoeting met God Zelf. En wij hebben ons te wachten voor allerlei kunst- en vliegwerk, dat aan de heiligheid van God en Zijn boodschap te kort doet. Of dat nu gaat om "Boodschap aan de bijbel" of om allerlei andere "vondsten" die het Woord 'aannemelijk' moeten maken.

De Nederlandse Geloofsbelijdenis plaatst tegenover het menselijk getuigenis over het Woord —zelfs tegenover dat van "de Kerk"— het goddelijk getuigenis. Daarmee is de waarde van "Boodschap aan de bijbel" bepaald. Als de Geloofsbelijdenis spreekt over de autoriteit van de bijbelboeken zegt zij: „Wij geloven zonder enige twijfeling al wat daarin begrepen is; en dat niet zozeer, omdat ze de Kerk aanneemt en voor zodanige houdt; maar inzonderheid omdat ons de Heilige Geest getuigenis geeft in onze harten, dat zij van God zijn; en dewijl zij ook het bewijs van dien bij zichzelf hebben; gemerkt de blinden zelf tasten kunnen, dat de dingen die daarin voorzegd zijn, geschieden".

Zeker, God kan met een kromme stok een rechte slag doen. En er zijn ook anderen dan actrices en komieken onder de 60 geïnterviewden. Maar ik ben toch zo vrij om mijn bedenkingen te hebben bij de bedoeling van "Boodschap aan de bijbel". Evenzeer als ik bedenkingen heb tegen veel hedendaagse vertalingen.

Startbijbel

TJO is afgelopen maandag de zogenoemde Startbijbel door het NBG „met trots" gepresenteerd. Die Bijbel is aangeboden aan Elfstedentochtwinnaar Evert van Benthem. Ik twijfel er niet aan of Evert is een aardige kerel. Maar leidt het sensationele element de aandacht niet af van de boodschap van het grote Boek? Zeker, de aanprijzende woorden van het NBG doen ons het goede geloven. „De Startbijbel is een selectie uit de bijbel voor jongeren vanaf negen jaar. Het is de eerste vertaling vanuit de grondtekst waarbij de woordkeus en de zinsbouw zijn afgestemd op jonge lezers. Geen navertelling, geen persoonlijke interpretaties, maar een rechtstreekse vertaling. Dat maakt de Startbijbel uniek".
Nu is het ongetwijfeld loffelijk als vertalers zich aan de grondtekst houden en niet gaan "navertellen". Maar laten wij nog eens in de leer gaan bij Luther. Niemand, zei hij, kan Gods Woord verstaan en dus kan niemand het overzetten dan door de Heilige Geest. Vertaling vraagt meer dan kennis; daarmee komt men niet verder dan de dode letter; het eist „een oprecht, vroom, trouw, vlijtig, eerbiedig, christelijk, geoefend, ervaren hart". „Niemand kan een jota in de Schrift zien als hij niet de Geest van God heeft".

Hoe is de Startbijbel tot stand gekomen: „Teams van deskundige theologen, vertalers. Neerlandici en pedagogen hebbert met grote betrokkenheid gewerkt aan de Startbijbel. De jeugd werd ingeschakeld om de leesbaarheid te testen", zo zegt het NBG. Kosten noch moeiten zijn kennelijk gespaard. Maar hoe zit het met het zojuist genoemde criterium van Luther? Daarover lees ik helaas zo weinig in de persberichten van het Haarlemse hoofdkantoor. Jammer!

Typerend

Jan Bletz schreef kort geleden in de NRC naar aanleiding van de presentatie van religieuze software van het NBG: „In den beginne was het Woord. Maar het Woord is byte geworden en het boek der boeken een verzameling van vijf zwarte schijfjes, sinds het Nederlands Bijbel Genootschap in Haarlem de bijbel op floppy-disc uitgeeft". En is dat niet een beetje typerend voor de wijze waarop men anno 1989 Bijbels, bijbelvertellingen en boeken bij de Bijbel op de markt smijt?

Zie maar eens wat er gebeurde in de herziene Engelse Bijbel waarvan eind deze maand de eerste 300.000 exemplaren in de winkels zullen liggen. In die herziene Bijbel schrijft de apostel Paulus zijn brieven niet meer aan "broeders" maar aan "broeders en zusters" of aan "vrienden", hoewel in de grondtekst nadrukkelijk over "broeders" gesproken wordt. De ongeëvenaarde King James version heeft zich daaraan gehouden. Maar professor William Duff McHardy, voormalig hoogleraar Hebreeuws in Oxford, die de leiding had bij de vertaling, zegt dat het in de context duidelijk is dat Paulus zijn brieven aan zowel vrouwen als mannen richt. De verandering komt tegemoet aan de „lobby die de taal wil zuiveren van seksediscriminatie".

Een bijzonder boek

Ik denk dat wij zuiniger moeten zijn op de Bijbel. Het is gelukkig nog lang niet zo dat onze taal zo verouderd en veranderd is, dat wij de taal van de Statenbijbel werkelijk niet meer verstaan. Wij moeten ook de boodschap van God niet naar beneden halen door alles in het horizontale te trekken en door alles aantrekkelijk te maken voor ons verstand. Wij moeten van de hoge, de heilige God en Zijn openbaring niet een speelbal maken van onze menselijke luimen en grillen.

De Bijbel heeft geen aanbeveling nodig. Hij heeft gezag in zichzelf. Gelukkig diegene die door het Woord onweerstaanbaar wordt aangegrepen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 16 september 1989

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Geen speelbal van menselijke luimen en grillen

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 16 september 1989

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken