Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

"Nickelsdorf, hoe vaak heb ik je op de kaart niet gestreeld"

"Alle kinderen verlaten de Republiek"

11 minuten leestijd

De Trabant met een Oost-Duits kenteken stopt voor de Oostenrijkse douane. De grensposten werpen een vluchtige blik op de reispapieren en laten de wagen dan door. De inzittenden halen opgelucht adem. „Eindelijk vrij", klinkt het. Maar voor die vrijheid werden wel de nodige offers gebracht. Ouders, broers en zusters hebben ze in de DDR achtergelaten. „Het afscheid dat ik van mijn vader nam, vergeet ik nooit. Het was hartverscheurend", zegt de jongen bij wie de tranen in de ogen schieten.

In de nacht van zondag op maandag stelt de Hongaarse regering om 0.00 uur de zes grensovergangen naar Oostenrijk open. De slagbomen gaan omhoog voor de Duitsers uit de DDR die naar het Westen willen. Enkele uren daarvoor had Boedapest onverwacht het licht op groen gezet voor de DDR-burgers. Een akkoord met Oost-Berlijn, waarin beide landen beloven dat ze hun grenzen gesloten houden voor eikaars burgers die naar het Westen willen, wordt eenzijdig buiten werking gesteld.
De Oost-Duitse autoriteiten reageren furieus. „Hier vindt ordinaire mensenhandel plaats", stelt Oost-Berlijn. Boedapest legt de kritiek naast zich neer en wil aan „deze onzinnige kritiek geen woorden vuil maken". De grens naar het vrije Westen blijft open.

V-teken

Duizenden burgers uit de DDR hebben inmiddels Hongarije verlaten om zich in de Bondsrepubliek te vestigen. Bij de Oostenrijks-Hongaarse grenspost Nickelsdorf arriveert de ene Trabant, Wartburg en Lada na de andere. De auto's zien eruit of ze ieder ogenblik in elkaar kunnen storten. Ze schijnen evenwel over onvermoede kwaliteiten te beschikken, want ze blijven rijden, op een enkele na.
Barbara en Lars maken het V-teken als ze de grens passeren. Een stuk prikkeldraad is symbolisch bevestigd aan het portier van hun "Trabi", zoals ze hun trouwe Trabant noemen. „Nickelsdorf', roept Lars uit, „hoe vaak heb ik je op de kaart niet gestreeld".
Uit een andere wagen gaat een gejuich op bij het passeren van de grens. Iedereen is blij, zo lijkt het. Lijkt het, want er zijn uitzonderingen. Een van hen is Ronald Wernicke, uit Oost-Berlijn. „Mijn vrouw en kind zijn achtergebleven in de DDR. Ik kreeg een visum voor Hongarije, mijn vrouw kreeg er ook een, maar ik kreeg er niet een voor ons kind. Met Petra, zo heet mijn vrouw, heb ik afgesproken dat ik vast zou gaan en dan alles zou proberen om ook hen naar het Westen te krijgen. Daar komt nog bij dat Petra zwanger is. Ik ben dus wel blij, maar ja...".

Met de fiets

Aan de grens krijgen de Oost-Duitsers zevenhonderd Oostenrijkse Schilling voor een tank benzine, zodat ze West-Duitsland kunnen halen. Het West-Duitse boulevardblad Bild brengt maandag een krant met over de hele breedte van de voorpagina de kop: "Trabis bedankt". Een jong stel uit Rostock -„nee, we zijn niet getrouwd"- meldt zich ook voor het benzinegeld. Ze krijgen niets, want ze zijn met de fiets. De medewerker van het Rode Kruis is onverbiddelijk: „Nee, u krijgt niets. Een fiets loopt nu eenmaal niet op benzine".
Een echtpaar uit Oost-Berlijn wekt de verbazing op van de grensbeambten. De. man en de vrouw dromen er al jaren van Wenen een keer te zien. Ze hopen dat die droom nu werkelijkheid wordt: „We willen vandaag naar Wenen en dan vanavond weer terug, kan dat?", vraagt de vrouw. De man van de douane strijkt met zijn hand eens door zijn haren: „Tja, dat moet ik even nakijken. Dat weet ik ook zo niet. U bent de eerste die weer terug wil".

Bananen

Een paar honderd meter voorbij de douane staat een tent van het Rode Kruis. Daar krijgen de DDR-vluchtelingen wat te eten, een kop koffie en kleren als ze die nodig hebben. Het hoofd van de Rode-Kruispost: „Die mensen hebben dagen, soms weken, in spanning gezeten. En nu de spanning van ze is afgevallen, zijn ze helemaal op. Die mensen zijn vaak helemaal apathisch. Als ze zo de weg opgaan, maken ze zeker brokken. Dus krijgen ze hier eerst koffie, zodat de oren weer overeind gaan staan". De Oostduitsers weten de hartversterkingen te waarderen. „Ik wist niet dat een banaan zo lekker smaakte", komt het uit de mond van iemand uit Dresden, die net als de meeste van zijn landgenoten verder anoniem wenst te blijven. „Mag ik er misschien nog een", vraagt de man bescheiden aan een vrouw die het voedsel uitdeelt. „Ja natuurlijk, eet maar lekker hoor", zegt de vrouw moederlijk.
Na de stop bij de Rode-Kruispost, vertrekken de Oost-Duitsers richting Bondsrepubliek. Een kaart die ze bij de grens hebben gekregen, geeft de route aan die ze moeten volgen. De weg voert de DDR-burgers langs het stadje Braunau am Inn, de geboorteplaats van Adolf Hitler, de man die de Duitsers in oorlog bracht en in meer of mindere mate daardoor verantwoordelijk kan worden gesteld voor de Duitse deling.

"West-Duitse grond"

Met een slakkegang rijden de Trabi's, Wartburgs en Lada's de parkeerplaats op, die gelegen is op een paar kilometer afstand van de Oostenrijks-Westduitse grens. De Oostduitsers kunnen het nog nauwelijks bevatten dat ze nu werkelijk vrij zijn. „Oma", schreeuwt er een enthousiast in de hoorn van de telefoon, „ik ben nu hier, hier in Beieren".
Op de parkeerplaats is door het West-Duitse leger en opnieuw het Rode Kruis een post ingericht. Iedereen krijgt hete thee en een lunchpakket, een wegenkaart en brandstof van de Duitse wegenwacht voor de tweetakt-motoren. Bij de grensovergang Suben/Passau komen de Oostduitsers vaak in groepen aan. Een rode Trabant wil aan de Oostenrijkse kant van de grens niet meer starten. Geen probleem. De wagen wordt eenvoudigweg over de grens geduwd.
Een Oost-Duitser van een jaar of 25 springt uit de wagen, vliegt een Beierse grensbewaker om de hals en roept: „Eindelijk heb ik West-Duitse grond onder de voeten". Dat hij op dat moment in Oostenrijk staat kan de pret niet drukken.

De grensbewakers hebben opdracht gekregen de DDR-vluchtelingen snel en on-bureaucratisch door te laten. „We willen tonen dat ze bij ons werkelijk vrij zijn en niet betutteld worden", zegt er een. De aanblik van de versleten banden van de Trabant doet hem gruwelen, „maar vandaag zie ik niets".

Wachten

Na de stop op de parkeerplaats worden de DDR-burgers naar opvangkampen in Tiefenbach en Vilshofen gedirigeerd. De vluchtelingen die met de trein en bus reizen worden in de Nibelungenhalle in Passau ondergebracht. Maandagavond staat de Beierse minister-president Max Streibl op het plein voor de hal om de eerste bus met DDR-vluchtelingen te begroeten. Schijnwerpers op het plein verdringen de nachtelijke duisternis. Honderden Passauers hebben zich bij de hal verzameld om hun kersverse landgenoten warm te onthalen.
Maar wie er ook komt, geen bus met DDR-vluchtelingen. Twee grensbewakers arriveren om te vertellen dat de eerste bus tussen twaalf en een verwacht kan worden. Streibl iszo ongeduldig dat hij de twee niet eens ziet, laat staan dat hij hoort wat ze te zeggen hebben.
Het is overigens niet voor het eerste die dag dat er iets misgaat. De hele maandag was er sprake van dat er een speciale trein met honderden vluchtelingen zou arriveren op het centraal station van Passau. Er kwam alleen de normale trein uit Boedapest, waaruit een handjevol vluchtelingen stapte. Burgemeester Hösl, die op het perron gereed stond en erop gerekend had een kleine menigte toe te spreken, hield het toen maar kort. Na een paar vriendelijke woorden van welkom vertrok hij.

Bij de Nibelungenhalle is intussen nog geen bus te zien, maar wel een Trabant. De auto wordt met groot gejuich begroet. Een sleepwagen met een Oostduitse wagen valt een zelfde welkom ten deel. Maar de lang verwachte bus blijft weg.
Streibl spreekt nu zijn eigen landgenoten maar toe. „Prijs u gelukkig dat u altijd in vrijheid hebt geleefd". De menigte wil gaan applaudiseren. De Beierse premier heft zijn handen werend omhoog: „Applaudiseer niet voor mij, maar voor uzelf'. De Passauers gedragen zich ondanks het wachten inderdaad voorbeeldig.

Na zijn toespraak hoort Streibl dat de eerste bus niet naar Passau, maar naar een tentenkamp bij Deggerdorf gereden is. Het wordt te veel voor de beproefde Streibl. Met zijn auto verdwijnt hij in de donkere nacht. Burgemeester Hösl treedt nu aan het voetlicht: „U moet wel wachten, maar niet zo lang als de vluchtelingen in Hongarije".

Warm onthaal

Het wachten wordt beloond. Rond middernacht arriveert de bus. Een Jgejuich breekt los op het plein. De vluchtelingen staan perplex van het warme onthaal. Het zijn stuk voor stuk jonge mensen van een twintig a dertig jaar. „Alle kinderen verlaten de Republiek", zegt een oudere vrouw. „Allemaal jonge mensen, de toekomst van de DDR loopt weg", zo voegt ze eraan toe.

De nieuwe landgenoten krijgen van alles in hun handen gedrukt door de Passauers: worst, fruit en snoep. Tussen de autochtonen en de nieuwkomers vinden onder de lichtbundels van de schijnwerpers de nodige gesprekken plaats. Van het ene woord komt het andere. Steeds is sprake van een „toekomst" die geen een jongen „drüben" nog dacht te hebben en van „perspectieven" die niemand meer zag.

Maar hoop? Die had men in de DDR dertig jaar lang. Een jongen vertelt van zijn vader die steeds gehoopt heeft en die nu spijt heeft dat hij nooit naar de Bondsrepubliek is gegaan toen het nog kon. Of zijn vader van zijn vlucht op de hoogte was? „Ja, en hij stond er achter, al deed het hem wel pijn me te zien vertrekken".

De voortdurende leugen

Het ontbreken van geestelijke vrijheid, de voortdurende leugen van het regime, het zijn de redenen waarom de DDR-jeugd naar het Westen trekt. Niet de welvaart? „Nee", zegt een echtpaar uit Oost-Berlijn verontwaardigd, „in de DDR kun je alles krijgen. Misschien wel niet zo makkelijk en snel als hier, maar toch kan het".

Een andere Oostduitser valt hem bij: „Hier kan je misschien eerder een bestaan opbouwen dan in de DDR, maar dat is niet de reden dat ik met mijn vrouw vertrokken ben. Drie jaar geleden vroegen wij een visum aan om naar de Bondsrepubliek te mogen emigreren. Ik had een restaurant, dat werd gelijk gesloten. Ik stond op straat en moest van een paar honderd mark rondkomen. 
Mijn vrouw kreeg een miskraam. Mijn zuster werd dagenlang verhoord, zelfs mijn moeder werd lastig gevallen en die heeft een zwak hart. 
Kijk, ik ben 42 jaar, dus meerderjarig. Waarom valt de Stasi dan mijn moeder nog lastig? Wat ik doe, daar is zij toch niet verantwoordelijk voor? Waarom ik met m'n vrouw ben vertrokken is puur om de geestelijke vrijheid. Ik houd van m'n "heimat", maar niet van de staat die ze ervan gemaakt hebben".

"Kapper gezocht"

Langzamerhand zoeken de Passauers hun woningen op, de nieuwe BRD-burgers lopen naar de Nibelungenhalle. Boven de ingang van de hal is een spandoek opgehangen: "Herzlich Willkommen". Ook hier nemen Rode-Kruismedewerkers de verzorging waar. Iedere DDR-burger krijgt 50 D-mark als zogenaamd startgeld.

In de hal is een grote ruimte ingericht met rekken vol broeken, rokken, jurken, blouses en truien. De kleding is ingezameld door de stichting Caritas. De hulpverleningsorganisatie heeft dit gedaan onder de plaatselijke bevolking. Konrad Unterhitzenberger van de stichting: „Een week geleden hebben we een oproep in de plaatselijke pers geplaatst. Ja, die stroom vluchtelingen kon je toen al zien aankomen. Nou, de reactie was overweldigend. Mensen kwamen met koffers vol, winkeliers plunderden hun eigen kasten en fabrieken leverden tegen sterk gereduceerde prijzen".
In de hal hangen overal prikborden, waarop bedrijven in de omgeving personeelsadvertenties bevestigd hebben. "Uw kans in uw nieuwe vaderland", "Kapper gezocht", "Verpleegsters gevraagd". Bij sommige staat "Woning beschikbaar".
Het aanbod is immens, de werkloosheid die ook de Bondsrepubliek kent, lijkt niet te bestaan. Detlef Flotho, hij regelt de opvang van de vluchtelingen in Passau: „Die mensen hebben zo werk. Dat levert geen enkel probleem: de meesten zijn hier met een paar dagen vertrokken".

Een medewerkster van het Rode Kruis ziet het anders. „Er is werk genoeg. Maar de meesten kunnen niet snel een keus maken. Het is allemaal nog te veel voor ze. Ze moeten alles eerst laten bezinken en zich oriënteren. Nee, dat zal nog wel even duren voordat ze echt aan het werk gaan".

Problemen

Verschillende Westduitsers vragen zich af of hun land deze vluchtelingenstroom wel kan verwerken. De vrouwelijke helft van een echtpaar uit Essen ziet het allemaal niet zo zitten: „Kijk, we hebben in ons land een grote werkloosheid. Er zijn al Tamils en Turken, en nu komen die DDR-vluchtelingen er nog bij. Ik weet niet hoe dat opgelost moet worden. Het is voor mij een gesloten boek met zeven sloten".

Haar man ziet het wat optimistischer: „Onze economie is sterk genoeg. Dat redden we wel. Maar waar ik een hard hoofd in heb, is dit: in de DDR zijn de mensen niet gewend te presteren op hpt werk. Maar hier moet dat wel. En dat kan die jonge mensen nog wel eens opbreken".

Een jonge grensbeambte ziet het ook niet zo zonnig in. Hij bewondert de jonge mensen die alles achter zich gelaten hebben en in het Westen een nieuw leven beginnen. „Dat we ze hartelijk welkom heten, staat buiten kijf", zegt hij, „maar wie bekommert zich over een paar weken om hen als de hele opwinding weer vergeten is en iedereen weer teruggekeerd is tot de dagelijkse gang van zaken".










 Zie ook fotoreportage op pagina 9.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 16 september 1989

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 16 september 1989

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken