Bekijk het origineel

Amfetaminetop huist luxueus in het zuiden van Nederland

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Amfetaminetop huist luxueus in het zuiden van Nederland

9 minuten leestijd

Gedurende meer dan twintig jaar heeft de Nederlandse overheid geen kans gezien een einde te maken aan de produktie en export van de harddrug amfetamine. Hoewel een amfetaminetop van veertig 'grote jongens' al jaren bekend is, zijn zij nooit afdoende aangepakt. „Locaal weegt internationale verantwoordelijkheid vermoedelijk minder zwaar dan maatschappelijke overlasf. Het slot van een tweedelige reportage over de Nederlandse drugsconnectie met Zweden.

Op de nek gezeten door drugsagenten uit alle verslaafdencentra ter wereld zijn politie en Justitie in Azië en Zuid-Amerika de strijd tegen heroïne en cocaïne aangegaan. Blootgesteld aan de verleiding van corruptie vervolgen zij doorgaans met gebrekkige middelen een machtige tegenpartij. Voor de keuze gesteld van geld of lood, vonden vele integere drugsbestrijders de dood.

Nederland is door z'n geografische ligging kwetsbaar voor de internationale drugshandel. Dat Schiphol en Rotterdam soepel toegang geven tot Europa is 'de Columbiaanse cocaïnemafia, Chinese heroïnesyndicaten en Turkse smokkelorganisaties niet ontgaan. In de brongebieden en handelscentra van heroïne en cocaïne heeft Justitie permanent drugsagenten verbonden aan Hare Majesteits ambassades. Voorzien van informatie uit het vaderland bewegen deze politiemensen buitenlandse opsporingsdiensten tot het afsnijden van drugslijnen en vervolging van handelaren.

In eigen land hebben Justitie en politie nota bene in meer dan twee decennia geen kans gezien de produktie van amfetamine uit te roeien. In de Opiumwet staat dit stimulerende middel met heroïne en cocaïne op lijst 1, een verzameling drugs met onaanvaardbare risico's lvooE'idjfcVP}ksge?qn4J\ei

Vertekend beeld

„Van een structurele aanpak van de amfetaminehandel is in Nederland nauwelijks sprake", stellen drugsspecialisten van de Centrale Recherche Informatiedienst (CRI) in een vertrouwelijk bulletin. Bij de bestrijding van harddrugs komt amfetamine in de praktijk het laatst aan bod. Jaarlijks worden toch nog wel enige tientallen kilo's amfetamine in beslag genomen. Soms wordt een illegaal fabriekje ontdekt en ontmanteld of een smokkellijn opgerold. De cijfers geven een vertekend beeld. Volgens de Verdovende Middelen Centrale van de CRI zijn de inbeslagnemingen een zwakke afspiegeling van wat werkelijk gaande is op de markt.

Nederland is in Europa de belangrijkste producent van amfetamine, met hevig bestreden afzetgebieden in Zweden, Engeland en Duitsland. De grote winsten zijn te behalen in Scandinavië, waar in de illegale groothandel een kilo amfetamine 40.000 gulden opbrengt. Gebukt onder een terreur van concurrerende prioriteiten verkiest de Nederlandse politie een enormiteit als de geluidsoverlast van een discotheek boven het aanpakken van de drugsprodukties.

Als het niet te veel tijd kost, wil de politie wel assistentie verlenen aan twee drugsagenten uit Zweden. Zij zijn in Den Haag gestationeerd omdat hun land meer dan tienduizend verslaafden aan amfetamine telt. Op de straten van Stockholm horen drugsbestrijders bijna dagelijks dat de amfetamine uit Nederland afkomstig is. Dank zij onderzoek door het gerechtelijk laboratorium in Zweden zouden in ons land producenten en exporteurs opgespoord en uitgeschakeld kunnen worden, maar dat gebeurt slechts een enkele keer.

Meer ruimte vrijmaken

Diep hoeven de opsporingsdiensten niet te graven. Een top van zo'n veertig echt grote jongens is al jaren bij hen bekend. Criminele inlichtingendiensten beheren gedetailleerde amfetaminedossiers. De overvloedige 'zachte' informatie leidt zelden tot opsporingsonderzoeken. Analyses geven een beeld van gemakkelijk bewegende zakenlieden van middelbare leeftijd. Zelf blijven zij met hun handen van de drugs af. De illegale winsten slaan ze kapot in casino's en besteden ze aan luxueus woongenot en kostbare auto's. Het zijn in het algemeen lieden van wie de politie geen last heeft. Nagenoeg ongemoeid exploiteren ze illegale laboratoria en exportkanalen.

In Nederland is op de verslaafdenmarkt geen vraag naar amfetamine. Onze samenleving ondervindt geen overlast van deze junks. Het komt de opsporingsdiensten daarom beter uit de illegale invoer van heroïne en cocaïne aan te pakken. „Daarmee wordt voorbijgegaan aan de verantwoordelijkheid die Nederland als producerend land heeft in internationaal verband", stelt de CRI vast. „Wij willen de inspanningen van andere landen niet de nek omdraaien omdat ons land geen boodschap zou hebben aan het amfetamineprobleem.
Gelet op de omstandigheden zou de politie meer ruimte moeten vrijmaken voor de bestrijding van deze drugs", zegt coördinator A. A. C. Kops van de Verdovende Middelen Centrale van de CRI. De dienst verwacht door verdere internationale samenwerking steeds meer buitenlandse druk om de amfetamineproduktie afdoende aan te pakken. Dat zou overigens niet eens onmogelijk zijn. Het gaat volgens de CRI om een relatief klein aantal organisaties die in het zuiden van Nederland huizen.
Op het departement erkent mr. Th. P. L. Bot, beleidsadviseur van de minister van justitie, dat Nederland zijn verantwoordelijkheid als bronland van drugs niet mag ontlopen. Bot: „Wij weten dat vooral de Scandinavische landen last hebben van amfetamine. Je kunt het je niet permitteren daar niets aan te doen. Die indruk heb ik ook niet, al weegt internationale verantwoordelijkheid lokaal vermoedelijk minder zwaar dan maatschappelijke overlast".

Keuzes

„Wat het zwaarst is moet het zwaarst wegen", oordeelt procureur-generaal mr. R. A. Gonsalves, de hoogste justitiële autoriteit in de zuidelijke provincies. Vanuit het paleis van justitie in Den Bosch ziet hij toe op de opsporing en vervolging van de misdaad. Inlichtingendiensten, recherchechefs en officieren van justitie, belast met de vervolging , van zware criminaliteit, houden Gonsalves op de hoogte van de criminele situatie in zijn ressort. Een vijftal regionale rechercheteams treedt op tegen zware georganiseerde criminaliteit.

In een deprimerende uiteenzetting over werkaanbod en beperkte middelen zegt Gonsalves tot keuzes te worden gedwongen. „Het kan niet allemaal tegelijk. Voor langdurige onderzoeken zijn wij aan een beperkte capaciteit gebonden. De wetgever heeft in de Opiumwet de illegale in- en uitvoer van harddrugs het zwaarst gekwalificeerd. Bij de opsporing moet met deze wettelijke prioriteit rekening worden gehouden. Maar wanneer meer groeperingen zich bezig houden met de handel in harddrugs zul je onderling weer een weging moeten maken. De meest schadelijke, de gevaarlijkste wordt het eerst aangepakt". „Noch door Justitie, noch door de politie is mij speciale aandacht gevraagd voor de amfetaminehandel", zegt Gonsalves.
Ter zijde gezeten door zijn kabinetchef wenst de procureur-generaal geen commentaar te geven op de geringe belangstelling van de opsporingsdiensten om de amfetaminehandel aan te pakken. „Daar zeg ik niets op. Ik ga niet via uw krant discussiëren met de politie. Mij is in ieder geval bekend dat deze vorm van drugscriminaliteit de afgelopen tientallen jaren voortdurend aandacht heeft gehad met duidelijke resultaten. Ook vandaag de dag krijgt ze nog de nodige aandacht door gerichte opsporing. Ik weet dat de regionale criminele inlichtingendiensten zich met de georganiseerde drugshandel bezighouden. Met een accent op harddrugs, dus heroïne, cocaïne en ook amfetamine".

„Gruwelijk voorzichtig"

In het district Den Bosch van het korps rijkspolitie bevat de computer van de inlichtingendienst dossiers vaft meer dan twintig hoofdverdachten van amfetaminehandel. De dienst hoort in het criminele milieu al jaren dezelfde namen noemen van 'grote jongens' achter de produktie en export van amfetamine. Onder Scandinavische druk spant de districtsrecherche zich in om nu en dan onderzoek te doen. De intensiteit van dit optreden hangt sterk af van het aantal beschikbare mensen en middelen binnen het opsporingsapparaat. Dat bekommert zich bij voorkeur om criminaliteit die in het district maatschappelijke onrust veroorzaakt.

De recherche klaagt dat zij uit het milieu minder informatie krijgt over amfetamine dan over heroïne of cocaïne. Volgens adjudant W. J. Kranenburg, plaatsvervangend hoofd van de regionale criminele inlichtingendienst, zijn de drugsproducenten „gruwelijk voorzichtig". Kranenburg: „Door ons wordt alle informatie bekeken en gewogen. Als dat aanleiding geeft tot stappen, dan nemen we die ook. Als de informatie te min is, gebeurt er verder niets. Laatst kregen wij informatie dat bij een kerel in de schuur een amfetaminelaboratorium was ingericht. We hebben er drie weken ingestoken en zijn ook 's nachts nog een keer in het veld gaan liggen. We hebben alles uit de kast gehaald, maar er gebeurde niets. Op zo'n moment is je informatie zo min dat je er niets mee kunt. Dan stap ik niet naar het regionaal recherchecommando, want dat is zinloos. Nogmaals, het heeft bij ons alle aandacht. Wij hebben er niet zoveel last van, maar wat we tegenkomen pakken we aan".

Van hot naar haar

In Limburg stelt majpor W. J. Kuppens, hoofd van de justitiële dienst van de rijkspolitie, zonder omwegen dat amfetaminehandel niet in aanmerking komt voor opsporingsonderzoek. Het is dan ook al jaren geleden dat de politie in het zuiden een amfetaminelaboratorium heeft ontmanteld. Dat de douanerecherche twee weken geleden een amfetaminefabriek ontdekte, wordt toegeschreven aan toeval. De inval in een schuur in Baexem werd gedaan omdat het vermoeden bestond dat illegaal alcohol werd gestookt. Voor zover ze niet van hot naar haar rennen om de kapitale delicten van moord en doodslag tot klaarheid te brengen, zet de Limburgse recherchechef zijn mensen op heroïnehandel, overvallen, en georganiseerde autodiefstallen. De aanpak van de amfetamineproduktie noemt , de,' Limburgse politieofficier een kwesti^vaiii'ifèjhanden ineenslaan. Daartoe bespeurt hij nog geen bereidheid. „Het betreft ontzettend kostbare onderzoeken, waar je langdurig aan vastzit. Onze criminele inlichtingendienst heeft inderdaad veel informatie over de amfetaminehandel, maar de korpsen zien je liever gaan dan komen".
Plaatselijk maken politiechefs van de landgroepen, burgemeesters en officieren van Justitie in driehoeksoverleg uit welke criminaliteit aandacht krijgt. Kuppens: „Onderling bestaat geen afstemming. Geen enkel driehoeksoverleg heeft aan drugs prioriteit nummer één gegeven. Nee, poep op de stoep, woninginbraken en de overlast van discotheken zijn tot prioriteit verheven. Samenwerking ligt heel moeilijk".
„Ze zullen er in Zweden best last van hebben, maar afgewogen tegen andere belangen haalt amfetamine het bij ons niet. Er liggen zwaardere belangen. Wij krijgen het werk op een presenteerblaadje aangeboden en heroïnezaken hebben verreweg de voorkeur. De heroïnehandel dreunt door in de hele samenleving. Een junk moet toch aan geld komen om in z'n behoefte te voorzien. Dat wordt door de samenleving als lastig ervaren. Als je het werkelijk zuiver afweegt, komt amfetamine niet aan de bak".

Ermee leven

In Zweden gaven regering en parlement de politie opdracht de amfetaminehandel uit te delgen. Gedurende meer dan twee decennia hamert zij in ons land op de deuren van recherche-afdelingen om een einde te maken aan de Nederlandse drugsprodukties. Vermoeid constateert een Zweedse drugsbestrijder: „Wij weten dat de politie in uw land het druk heeft. Wat kunnen wij doen? Wij moeten ermee leven".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 16 september 1989

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Amfetaminetop huist luxueus in het zuiden van Nederland

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 16 september 1989

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken