Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Prinsjesdag zonder koning of koningin is geen Prinsjesdag

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Prinsjesdag zonder koning of koningin is geen Prinsjesdag

Gissingen over de motieven van het wegblijven van Wilhelmina „schoten als paddestoelen uit de grond"

10 minuten leestijd

Precies honderd jaar geleden, op Prinsjesdag 1889, moest koning Willem III het af laten weten. De vorst lag ziek te bed. Niet alleen kampte hij al jaren met suikerziekte, de laatste tijd kreeg hij ook steeds meer last van z'n nieren. Hij kon daarom onmogelijk de troonrede voorlezen. Er zat dan ook weinig anders op dan dat een van de ministers de honneurs waar zou nemen.

Het kabinet was het er al snel over eens dat minister van binnenlandse zaken baron Mackay de opening van de nieuwe zitting van de Staten-Generaal dan maar zou moeten verrichten. Hij was immers de leider van het kabinet. Trouwens, een jaar eerder, 1888, had Mackay al ervaring opgedaan met het voordragen van de troonrede. Ook toen had de koning verstek moeten laten gaan.

Zijn gezondheidstoestand baarde al geruime tijd zorgen. Minister Mackay begon zijn toespraak tot de Verenigde vergadering van de Staten-Generaal dan ook met de woorden: „Mijne Heeren! De Koning, ook thans verhinderd in Uw midden te verschijnen, heeft ons opgedragen deze zitting der Staten-Generaal te openen".

In 1890 zou het net zo gaan. De ziekte die 's Konings lichaam en geest aantastte werd eerder erger dan beter. Alles wees erop dat het leven van de reeds bejaarde vorst ten einde liep. Dat had er zelfs toe geleid dat de Raad van State korte tijd het regentschap had moeten waarnemen. En al begon minister Mackay de openingsrede op de derde dinsdag van september 1890 met de woorden: „Mijne Heeren! De Koning, Wiens dierbaar leven dit jaar, Gode zij dank, gespaard bleef, heeft ons opgedragen deze zitting der Staten-Generaal te openen", nog geen twee maanden later blies Willem III de laatste adem uit.

Geruchten

En dus was Prinsjesdag 1889 een kale Prinsjesdag, want wat is een Prinsjesdag zonder de koning of zonder de koningin? En toch: het kan gebeuren. De jaren 1888, 1889 en 1890 bewijzen het. We hoeven trouwens niet eens zo ver terug te gaan. Nog maar twee jaar geleden zag het er even naar uit dat koningin Beatrix op de derde dinsdag zou moeten absenteren. Ze lag in het ziekenhuis om behandeld te worden na een in de zomervakantie opgelopen hersenvliesontsteking. Allerwegen deden geruchten de ronde dat zij daarom niet zelf naar de Ridderzaal zou kunnen komen om de troonrede voor te lezen. Gelukkig herstelde de vorstin voorspoedig en bleken alle speculaties voorbarig.

Maar toch, de kans dat de koning(in) om een of andere reden op Prinsjesdag er niet zijn kan, is altijd aanwezig. De Grondwet houdt daar ook terdege rekening mee. In artikel 65 staat: „Jaarlijks op de derde dinsdag van-september (...) wordt door of namens de Koning in een verenigde vergadering van de Staten-Generaal een uiteenzetting gegeven van het door de regering te voeren beleid". Met andere woorden: de koning(in) hoeft er niet per se zelf bij te zijn, de rede kan ook namens de koning(in) worden voorgelezen.

Gewoonterecht

Wie dat dan moet doen, staat er niet bij. Maar kijken we terug in de geschiedenis dan zien we dat het bijna altijd ministers waren die de taak van het staatshoofd overnamen. Meestal de minister van binnenlandse zaken, doch later, met name na 1945, de ministerpresident. Betekent dit dat anderen niet als invallers voor de Koningin mogen fungeren? Stel nu dat koningin Beatrix in 1987 inderdaad nog niet volledig van haar ziekte was hersteld, zou prinses Margriet of prins Willem-Alexander haar dan niet hebben mogen vervangen, zoals hier en daar in de pers wel werd gesuggereerd?

Vast staat dat er in ieder geval geen geschreven wet of bepaling is die het een ander lid van het Koninklijk Huis, of sterker nog: iedere andere willekeurige Nederlander, verbiedt in zo'n geval namens de koningin op te treden. Desalniettemin zijn er twee argumenten die pleiten tegen deze mogelijkheid. Allereerst is er de historie, het gebruik van vele jaren dat als de vorst zelf niet kon, een minister van zaken waarnam. Je zou kunnen zeggen dat dit een stukje gewoonterecht is waarvan eigenlijk niet kan worden afgeweken.

Bronchitis-aanval

Belangrijker is evenwel dat deze kwestie ooit een keer in de Eerste Kamer aanhangig is gemaakt. Dat was bij de parlementaire behandeling van de grondwetsherziening van 1983. De VVD-senatoren informeerden toen hoe de woorden „door of namens" geïnterpreteerd moeten worden.
Het antwoord van de regering was helder. Bij ontstentenis van de koningin is de minister-president de eerst-aangewezene om de troonrede voor te lezen. En als ook die niet kan moet een andere minister het maar doen.
„Is de Koning verhinderd, dan ligt het in de rede, dat een ander die mede het beleid heeft vastgesteld en ook deel uitmaakt van de regering de uiteenzetting geeft", aldus de regering. Met andere woorden: de troonrede is een stuk van de koning(in) en de ministers gezamenlijk, en dus ligt het voor de hand dat iemand van hen de uiteenzetting van het te voeren beleid voorleest.
In totaal is het ruim twintig keer voorgekomen dat de vorst(in) op de derde dinsdag in september het voorlezen van de troonrede over moest laten aan een der ministers. De redenen daarvoor waren verschillend. De gezondheidstoestand van de koning(in) zelf is al uitvoerig belicht. Het laatst deed zich dit voor in 1947. Koningin Wilhelmina koni onmogelijk omdat ze een bronchitis-aanval had gekregen, uitgerekend vlak voor de derde dinsdag. De beslissing om niet te gaan viel dientengevolge zo kort voor Prinsjesdag dat er zelfs geen tijd meer was de ceremonie te verplaatsen. Tot dan toe was het namelijk altijd gebruik geweest dat als de koningin niet kon, de plechtigheid werd gehouden in de grote vergaderzaal van de Tweede Kamer in plaats van in de Ridderzaal. Minister-president Beel bevond zich daarmee in de unieke positie de openingsrede te mogen voordragen in de Ridderzaal.

Sterfgevallen

Ziekte, maar ook sterfgevallen. Met name in dè vorige eeuw is het diverse keren voorgekomen dat de koning niet kwam opdagen omdat er kort tevoren in zijn (naaste) familiekring 'ernand was overleden. Erg aangrijpend was wat gebeurde in 1837. Toen stierf, vier dagen voor Prinsjesdag,'de vrouw van koning Willem I, koningin Frederika Louisa Wilhelmina. Begrijpelijk dat de koning zelf wegbleef.
In 1884 was het het overlijden van kroonprins Alexander, 's konings laatst overgebleven zoon, die het de vorst belette de StatenGeneraal in eigen persoon te openen. Minister Heemskerk begon de openingsrede daarom zo: „Wegens de rouw over het smartelijke verlies, dat voor weinige maanden het Koninklijk Huis trof, heeft de Koning ons opgedragen Uwe vergadering van Zijnentwege te openen. Algemeen en onverdeeld was de deelneming van het Nederlandsche Volk bij het overlijden van Zijne Koninklijke Hoogheid den Prins van Oranje".
Meer dan eens heeft het staatshoofd de openingsplechtigheid op de derde dinsdag verzuimd omdat hij of zij kort daarvoor ook al een zitting van de Staten-Generaal had moeten openen. Dat waren buitengewone zittingen die nodig werden in verband met het grondwettelijk voorschrift dat een herziening van de Grondwet altijd gepaard moet gaan met een ontbinding van de beide kamers en vervroegde verkiezingen opdat de aanhangige herziening in een tweede lezing behandeld zou kunnen worden.
Het meest raadselachtig was tot voor kort het wegblijven van koningin Wilhelmina in 1911. Zonder duidelijk aanwijsbare reden was het minister Heemskerk die tot ieders verbazing de openingshandeling verrichtte. Al snel deden de wildste geruchten de ronde in het land. Gissingen over de motieven van de vorstin „schoten als paddestoelen uit de grond". Waarom was zij niet op komen dagen? 

Die vraag werd ook openlijk gesteld in de Tweede Kamer. Nogal wat geachte afgevaardigden drongen er bij minister Heemskerk op aan opening van zaken te geven, al be^ seften de meesten hunner wel dat doorvrai gen weinig zin zou hebben. Er bestaat imgf; mers altijd nog het geheim van het paleis: Het kamerlid De Beaufort bracht het als volgt onder woorden: „Wat de aard van het beletsel was, is een punt waarover wij hier niet moeten en niet kunnen spreken".
Duidelijk kwam in het debat ook tot uitdrukking dat veel kamerleden een Prinsjesdag zonder de koningin betreurden.
Een kamerlid van liberalen huize jammert dat dé' Kamer zo weinig feestelijke dagen kent. Eigenlijk alleen Prinsjesdag. Het is dan ook „een grote teleurstelling wanneer juist aan dien feestelijken dag ontbreekt wat er den hoogsten luister aan geeft".
De katholiek Nolens en de vrijzinnig-democraat Drucker uiten zich in gelijke bewoordingen. Nolens merkt op: „Ook aan deze zijde werd betreurd dat de opening niet op de gewone wijze heeft plaatsgehad, maar dat daarvoor een surrogaat in de plaats is gekomen". En Drucker: „Ik behoor tot degenen die het zeer betreuren dat dè koningin niet zelf in ons midden is verschenen".

Ware toedracht

Doch de regering draaide bij monde van minister Heemskerk om de hete brij heen. De eerste minister redeneerde dat de Grondwet het staatshoofd niet verplicht zelf de zitting van de Staten-Generaal te openen. Dus heeft-de Kamer er ook geen recht op te weten waarom de koningin er nu eens een keer niet was. Meer liet de eerste minister niet los.

Lange tijd, feitelijk tot een paar jaar geleden, hebben historici en andere geïnteresseerden het erop gehouden, dat koningin Wilhelmina zich in 1911 heeft laten afschrikken door de massale kiesrechtbetoging die de socialistische SDAP op de derde dinsdag had georganiseerd. Aanvankelijk dacht men dat de koningin op advies van haar ministers was weggebleven. Later deed de theorie opgeld dat de koningin zélf het verstandiger achtte niet naar Den Haag te gaan. De vorstin, zo werd vermoed, oordeelde het wijzer af te zien van een misschien als provocerend ervaren tocht met de gouden koets door de Haagse binnenstad.

Een paar jaar geleden echter zijn al deze veronderstellingen geloochenstraft. In et;i boekwerk dat verscheen ter nagedachtenis van de staatsman mr. A.' F. de Savornin Lohman wordt 'de ware toedracht van 19l|.. onthuld. Niet de massale socialistische de.monstratie heeft de koningin weerhouden van het voorlezen van de troonrede, maar de aanwezigheid van slechts één persoon: Tweede-Kamervoorzitter mr. W. K. F. P. graaf Van Bylandt.

Ongelukkig

Uit een notitie in het archief van Lohman, die op zeer goede voet stond met Hare Majesteit, blijkt dat de koningin grote bezwaren had tegen de manier waarop graaf Van Bylandt het voorzitterschap vervulde. „In dit. bezwaar lag de werkelijke reden waarom Wilhelmina in septembertSill'Jiiet persoonlijk de zitting van de Staten-Generaal opentde", noteerde de reeds bejaarde christelijkhistorische staatsman. Graaf Van Bylandt was bij de koningin persona non grata, hetgeen waarschijnlijk te maken had met diens weinig doortastende optreden als handhaver van de orde in deze rumoerige jaren. Incidenten en aanvaringen waren aan de orde van de dag, en daartegen was de voorzitter, ook blijkens tijdgenoten „niet opgewassen". Hij maakte een slecht figuur.

Lohman was, ondanks het feit dat hij de bezwaren van de vorstin misschien wel koh delen, bepaald ongelukkig met de handelwijze van de koningin. JWant zij bereikt er niets mee, zo concludeerde hij. Ze laadt integendeel de „misleidende schijn op zich, alsof zij uit de weg ging voor de betoging van Troelstra c.s. Wat zij nu gedaan heeft, heeft geen zin. Geheel de wereld meent, dat zij om Troelstra's optocht wegblijft". De geschiedenis stelde Lohman in het gelijk. Pas nu, bijna tachtig jaar later, weten we beter.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 19 september 1989

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

Prinsjesdag zonder koning of koningin is geen Prinsjesdag

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 19 september 1989

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

PDF Bekijken