Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De eerste wilde havenstaking en de opkomst van het socialisme in Rotterdam

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De eerste wilde havenstaking en de opkomst van het socialisme in Rotterdam

6 minuten leestijd

ROTTERDAM - De Rotterdamse haven stond in de eerste helft van de 19e eeuw niet in een best daglicht. De economische situatie van Rotterdam in deze periode, de sociale problematiek waarmee de stad steeds intensiever werd geconfronteerd en de bestuurlijke onmacht van de aristocratische en gezapige magistraat uit die tijd, verklaren het realisme van een sarcastisch-ironiserend verhaal over een havenarbeider uit 1844.

Het verhaal uit de "Physiologie van Rotterdam" gaat over het dagelijks leven van Huip. Havenarbeider Huip, ook wel "Janjurri" of "Baljurk" genaamd, is het wezen dat in Rotterdam „den overgang daarstelt van den mensch tot het redelooze dier. De Huip is... opperman, sleper, kaailoper, vaste of losse sjouwer, pakhuisknecht. zakkendrager, pakdrager of diergelijke, al naarmate de opleiding, die hij heeft ontvangen, of de meerdere of mindere domheid of luiheid, die hij bezit".

De Huip, die volgens de Physiologie groot wordt met „stelen, vloeken, vechten, zuipen, en andere nuttige wetenschappen", huwt en heeft daarna een leven van toenemende ellende. „Van jaar tot jaar komen er kleine Hulpjes, het werk is schaarsch, en de Huip komt ten laste van de kerk of de armenkas. En na dat hij eindelijk zijne rol heeft uitgespeeld, wordt er door de armenhuismannetjes eene ruwe kist in zijne woning gebragt. Vervolgens komen mannen met spille beenen, roode hoeden, en dragen de kist met den Huip er in, naar de Boerenvischmarkt, waar hij in twee rukken en een schuifje in het ruim van een jagt wordt geschoven, dat hem naar Krooswijk voert..." ,

Spieren en pezen

Aan achttiende-eeuwse toestanden in de Rotterdamse haven kwam omstreeks 1850 een einde. De havenvoorzieningen werden uitgebreid, het transitoverkeer en het daaraan verbonden entrepotstelsel ontluikt. De invoering van stoomkracht stelt echter ook nieuwe eisen aan faciliteiten en accommodatie. Gelijktijdig met de vermeerdering van de Rotterdamse bevolking bleek er niet voor iedereen een bestaan in 'de grote stad'. De havenarbeider bleef een man met een 'marginal job', met een laag en onzeker inkomen, onregelmatig werk en zonder enig uitzicht op promotie. Tot die categorie behoorden de bootwerkers, de sjouwers en de voerlui van sleperskarren. Hun leefwereld van gevaarlijk en ruw werk, van lange arbeidstijden en een hoog werktempo, heeft Henriëtte Roland Holst aangrijpend geschetst in haar "Kapitaal en Arbeid in Nederland" (1902).

Beschuldigend steekt zij daarin de vinger uit naar het kapitaal, dat optreedt „...vol brutale winstzucht, met volkomen minachting van lijf en leven, gezondheid en kracht 'zijner' arbeiders. Het geeft schatten uit voor de inrichtingen, die zijn winsten kunnen vergrooten: dokken, kaden en pakhuizen, liften, stoom-hydraulische en electrische motoren, maar aan eenige inrichting tot vermindering van de gevaren bij het lossen en laden denkt het niet. Het dwingt zijn arbeiders, somtijds 12, 18, 24 en meer uur achtereenvolgens te werken, voedsel en drank gebruikend onder 't werk, gelijk de boot kolen, de machine olie, dan weer dagen en dagen door te brengen met lanterfanten, slenterend op den uitkijk naar arbeid. Het doet het gansche leven van den dokwerker vergaan in onregelmatige afwisseling van overarbeid en werkeloosheid, afmattend gejaag en doelloos geluier; het ontneemt aan den arbeid, iedere opvoedende werking, ieder scholing tot orde, regelmaat, evenwicht der fysieke en geestelijke krachten. Het heeft niet als de industrie belang bij een zekere mate van intelligentie en kennis zijner arbeiders; het neemt ze en laat ze, louter spieren en pezen... Het stoort zich niet aan de wetten der natuur, het heeft zijn eigen wet, die luidt, dat wat aankomt gelost en wat vertrekken wil geladen moet worden, bij dag en nacht, op weekdag of rustdag".

Wilde staking

Toen in 1889 Nederland zijn eerste Arbeidswet kreeg, waren de havenwerkers reeds te hoop gelopen. In september van het jaar 1889 organiseerden zij zich tot de "Rotterdamsche Bootwerkersvereniging" en riepen een eerste wilde werkstaking uit voor een loonsverhoging. Na een week gaven de werkgevers toe, doch de ontstane organisatie verviel weer snel. Voor een systematische, organisatorische strijd voor lotsverbetering bestond weinig aandacht. Arbeiders hadden zich wèl hier en daar aangesloten om ziekenpotjes en begrafenisfondsjes té beheren.

Het jaar 1900 zou een keerpunt worden in de strijd van de inmiddels hechtere Rotterdamse havenarbeidersbeweging. In dat'jaar vond de grote bootwerkersstaking plaats. Het ging ditmaal niet om loonsverhoging, maar om beperking van de nachtarbeid en de zondagsarbeid. De resultaten van deze staking waren materieel vrijwel nihil. Slechts het morele recht op nachtrust en zondagsrust werd erkend, al zou het tot de invoering van de Stuwadoorswet in 1916 duren eer dit 'werd omgezet in een wettelijk recht.

Hendrik Spiekman

De Rotterdammer Hendrik Spiekman (1874-1917) had de staking geheel meegeleefd. Volop speelde hij mee in de socialistische beweging in Rotterdam. Spiekman vond de weg naar de hoofden en harten van de arbeiders. Hij zette de nederlaag van de staking om in een begin van een zegevierende opmars van de vakbeweging. „Begin met een ziekenfonds en geef daaraan een bijdrage van 25 cent per week. dat is veel méér dan nodig is. Neem daarvan vijf cent per week voor de opbouw van een organisatie. Een aantal van dergelijke kleine organisaties moet dan een federatie vormen in een bepaalde branche en deze federatie kan een sterke weerstandskas hebben. Dit heeft het voordeel dat het aantal stakingen vermindert, want een organisatie met een sterke weerstandskas krijgt in de onderhandelingen met de werkgevers méér gedaan, heeft een sterkere onderhandelingspositie", zei hij. Een dergelijk betoog sprak de havenarbeiders regelrecht aan, want „staking" was in die dagen een schrikbeeld voor de arbeidersgezinnen.

Voorman

In 1901 werd Spiekman als eerste socialist in de gemeenteraad van Rotterdam gekozen. En dat onder de Kieswet van Van Houten! Die bracht de arbeiders alléén maar de boodschap: „Eerst organisatie en daarvoor wekelijks betalen -en relatief niet zo weinig ook!-, éérst offers brengen, en dan mag men pas op resultaten hopen". De Rotterdamse havenarbeiders vonden in hem een voorman in wie de dichtregel bewaarheid werd dat hij „uit hun ordeloze scharen een macht tot heil der mensheid schiep". Burgemeester 's Jacob wenste Spiekman bij de toelating tot de gemeenteraad toe „slechts het algemeen belang voor ogen te hebben". De gemeenteraad was toen nog een gemoedelijk onderonsje van^ekende Rotterdamse families, die overigens Spiekman ondanks diens felle aanvallen op „de bourgeoisie" welgezind waren. Toen bleek hoe belezen deze man was, en hoe graag hij steeds meer las en studeerde, betaalde een van hen -wie, bleef onbekendvele jaren achtereen zijn lidmaatschap van het Rotterdamsch Leeskabinet.

Zeventien jaar lang nog zou Spiekman zich ten volle wijden aan zijn taak. Hij was journalist, vakbondsbestuurder, ambtenaar van het Bureau voor Arbeidsrecht, politicus, raadslid, statenlid en kamerlid. Zelden of nooit is er in de stad een begrafenis geweest als de zijne, op die woensdag in november 1917. De werkloze havenarbeiders kregen vrij van stempelen. Tienduizenden toeschouwers stonden langs de kanten. De hele stad leefde mee en was onder de indruk. Spiekman bleef nog vele jaren een begrip in Rotterdam.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 september 1989

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

De eerste wilde havenstaking en de opkomst van het socialisme in Rotterdam

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 september 1989

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken