Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

IMF kent ook 'nationaliteitenkwestie'

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

IMF kent ook 'nationaliteitenkwestie'

Minister Ruding ontsnapt nog één keer aan Hollandse spruitjesgeur

5 minuten leestijd

AMSTERDAM - Geografische grenzen vervagen, zeker in de financiële wereld, maar met de nationale trots is het nog lang niet gedaan. Welke haast kinderlijke vormen dit verschijnsel nog steeds kan aannemen, blijkt uit de stoelendans die zich op het ogenblik afspeelt binnen het Internationale Monetaire Fonds (IMF).

Het fonds begint aanstaande zaterdag in Washington zijn gezamenlijke jaarvergadering met de Wereldbank. Een van de hoofdthema's is de vergroting van de quota, de door de lidstaten ingelegde gelden, zeg maar de contributies. Op basis daarvan verstrekt het IMF leningen. Die waren oorspronkelijk uitsluitend bedoeld voor steun aan landen met tijdelijke betalingsbalansproblemen, om zo verstoring van de wereldhandel en -economie te voorkomen. De afgelopen jaren stelt het fonds echter ook geld beschikbaar voor economische aanpassingen en sinds kort bovendien, voor het opkopen van schulden met korting.

Stemrecht

De quota werden het laatst in 1983 verhoogd, en wel met 50 procent. De komende verhoging wordt aangegrepen om de gewijzigde economische machtsverhoudingen tot uitdrukking te brengen in het stemrecht binnen het fonds. Het gaat er daarbij in de eerste plaats om recht te doen aan de opmars van Japan. Dat is bij de Wereldbank al gebeurd. Het staat vast dat het IMF zal volgen, maar het probleem is hoe daarbij gevoeligheden van enigszins verbleekte grootmachten als GrootBrittannië en Frankrijk kunnen worden ontzien,

De Verenigde Staten hebben bij het IMF met 19,14 procent verreweg het grootste stemrecht. Daarna komen achtereenvolgens Groot-Brittannië (6,63 procent), de Bondsrepubliek Duitsland (5,79 .procent), Frankrijk (4,81 procent) en Japan (4,53 procent). Japan zal evenals bij de Wereldbank oprukken naar de tweede plaats. Andere landen moeten daarvoor inleveren. De VS hebben daarmee niet al te veel moeite'zolang zij het voor een vetorecht vereiste minimum van 15 procent behouden.
Moeilijker ligt het voor de Britten. Zij zouden zakken naar de derde plaats, maar die wil de Bondsrepubliek niet opgeven. De Duitsers zijn er gezien hun verleden nog steeds beducht voor al te veel drang naar macht uit te stralen. Zij menen echter terecht dat hun in economisch opzicht minimaal een positie toekomt direct na Japan. Voor Groot-Brittannië dreigt zelfs een vrije val naar de vijfde plaats, want het land legt het qua economische betekenis ook af tegen Frankrijk, De Franse „grandeur" gebiedt het daarvan een punt te maken.

Onverteerbaar

Voor het trotse Albion is het onverteerbaar ook nog Frankrijk te moeten laten passeren. Premier Thatcher ligt vermoedelijk nu al wakker van de gedachte aan smalende opmerkingen van haar tegenstanders. Die kunnen vaststellen dat Groot-Brittannië na tien jaar conservatief bewind is afgezakt naar de laagste plaats in de eredivisie van economische machten. Dat dit feitelijk al jaren het geval is weet iedereen. Zelfs Italië bedreigt de Britse positie. Het formaliseren van de nieuwe verhoudingen binnen het IMF is echter wat veel gevraagd,

De stoelendans zou beter te begrijpen zijn als het ging om het opgeven of uitbreiden van wezenlijke invloed binnen het IMF. Dat speelt echter nauwelijks mee, Voor de Britten en de Fransen gaat het niet zozeer om hun absolute stemrecht als wel om de relatie daarvan tot dat van de ander. Het lijkt nog het meest waarschijnlijk dat de twee landen uiteindelijk een klassering „ex aequo" op de vierde plaats krijgen. Dat zou overigens ook kunnen gebeuren met Japan en de Bondsrepubliek op de tweede positie.

Ook Nederland vindt op grond vaij zijn economische betekenis dat het wel wat meer te verteilen mag krijgen. Ons land heeft nu een aandeel in de quota van 2,52 procent en een stemrecht van 2,44 procent.

Quotaverhoging

Alvorens nieuwe verhoudingen vast te leggen moet eerst nog overeenstemming worden bereikt over de omvang van de quotaverhoging. De directie van het IMF wil een verdubbeling tot omgerekend 490 miljard gulden als aanpassing bij de groei van de wereldeconomie in de afgelopen jaren. Van de belangrijke landen wil alleen Frankrijk daaraan meewerken. Japan zit op een verhoging van ongeveer twee derde en Nederland, Canada en de Bondsrepubliek op 50 procent. GrootBrittannië en Saoedi-Arabië (nummer zes óp de ranglijst) willen niet verder gaan dan 25 procent.

De sleutel ligt zoals gewoonlijk weer bij de VS. De Amerikanen hebben zich nog niet vastgelegd. Zij zien de noodzaak van een verhoging niet goed in, maar zullen naar verwachting uiteindelijk toch akkoord gaan met ongeveer 50 procent. Daarmee zal het pleit zijn beslecht.

Volgens de nog niet officieel gepubliceerde ramingen zal er volgend jaar een groei zijn van 2,8 procent tegen 3,3 procent dit jaar en 4,3 procent in 1988. Het IMF schrijft de groeivertraging toe aan het hoge niveau van de benutting van de produktiecapaciteit en de verstrakking van het monetaire beleid. Dat laatste leidt volgens het fonds tot de beoogde beteugeling van de inflatie. De inflatie in de industrielanden zal dit jaar nog toenemen van 3,2 procent naar 4,1 procent, om in 1990 weer te dalen naar 3,7 procent. Een halfjaar geleden werd het inflatiegevaar duidelijk groter geacht.

Ruding

Voor minister Ruding betekent de jaarvergadering het afscheid van een hoofdrol op het internationale financiële toneel. Hij is sinds 1985 voorzitter van het Interimcomité en maakt er bij zijn halfjaarlijkse optredens nooit een geheim van blij te zijn de Hollandse spruitjesgeur even te kunnen ontvluchten. Met zichtbaar genoegen leidt hij de discussies van de financiële kopstukken der aarde. De kans dat Ruding terugkeert als minister van financiën is klein en daarom zal hij het voorzitterschap van het Interimcomité moeten opgeven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 september 1989

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

IMF kent ook 'nationaliteitenkwestie'

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 september 1989

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken