Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Welgelegen klassieke kunsttempel werd paleis en bestuursgebouw

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Welgelegen klassieke kunsttempel werd paleis en bestuursgebouw

Bankier Hope inspireerde VS-president Thomas Jefferson

11 minuten leestijd

Twee vragen die u en mij niet dagelijks bezighouden, maar die desnoods ongevraagd een antwoord krijgen. De.eerste: Wat hebben het Witte Huis in Washington, Teylers Museum aan het Spaarne in Haarlem en het Provinciehuis van Noord-Holland met elkaar gemeen? Precies: een eivormige zaal. Die "oval room" is voor de een (Bush) zijn werkkamer, voor de ander een opmerkelijke expositieruimte, voor de derde een voormalige muzieksalon van een schatrijke bankier, de Amsterdamse Brit Henry Hope. De tweede vraag: Wat hebben de opgravingen van het onder Vesuviaanse lava bedolven Pompeji en Herculanaeum bij Napels te maken met een complete stroming in de kunsten en letteren in ons vaderland en geheel Europa? Het antwoord is simpel: alles. Het toverwoord is Neo-Classicisme en wat dat is, kan niemand die dezer dagen de stad Haarlem bezoekt meer ontgaan.

Het woord zegt het al: het is min of meer de hergeboorte van de klassieke oudheid in kunsten en letteren. Hoewel er soms begripsverwarring optreedt, omdat in de beeldende kunst de periode van omstreeks 1770 tot 1850 wel Classicisme (in engere zin) wordt genoemd, waar anderen van Neo-Classicisme spreken. In elk geval hebben wij het tijdvak van ongeveer 1765 tot 1800 op het oog. Dit (Neo-)Classicisme is niet helemaal te vergelijken met de latere neostijlen, na het midden van de 19e eeuw, wanneer de Gothiek en de Renaissance in de kunsten een opleving doormaken.

Sober en 'redelijk'

Het Classicisme is er eigenlijk sinds de Renaissance met tussenpozen diverse malen geweest. Het is dié uiting van beeldende kunst en bouwkunst die zich liet inspireren door de 'Klassieken': de Griekse beschaving sinds de vijfde eeuw voor onze jaartelling en de daarop gebaseerde Romeinse cultuur. Het is de stijl van strakke symmetrie, vaste maten, regels en verhoudingen, (Griekse) tempelachtige gebouwen met zuilen, tympanen en frontons en het streven naar harmonie en normatieve schoonheid. Ook tijdens de overdadige en bandeloze Barok steekt dit teruggrijpen op de nobele eenvoud der klassieke beschavingen soms de kop op, maar in de tweede helft van de 18e eeuw kan men pas 

enigszins van een echte stijl of stroming spreken.

De bouwers bouwden in klassieke trant, de schilders en beeldhouwers kozen hun voorbeelden in de oudheid, de letteren zochten het in het primaat van de geest, de rede, en de schoonheidsleer ging ervan uit dat èlk kunstwerk, dus ook het gedicht en vooral het drama en blijspel, moest uitgaan van vaste regels en voorgeschreven dichtmaten. Zo werd de alexandrijn de versvoet van het Classicisme en zo ging men de taal kuisen: niet-verheven woorden en begrippen mochten niet meer worden gebezigd.

Het ligt voor de hand dat latere critici van deze stijlperiode niet zo bar veel waardering konden opbrengen voor wat men nogal klakkeloos nabootsen van de oude Grieken en Romeinen vond. Een kunsthistorica noemde de meeste kunstuitingen van het Classicisme „niettegenstaande de knappe vormgeving koud en zielloos, omdat ze zich immers inspireren op kunstwerken die in een geheel andere tijd en cultuur ontstonden". Daar schuilt veel waars in.

Neostijlen en imitatie

Maar het is ook waar dat men juist in onze tijd weer waardering krijgt voor diverse neo-stijlen. Men ontdekt dat ze toch wat anders zijn dan braaf naapen van het oude, dat ze wel degelijk eigen accenten leggen en nieuwe geluiden laten horen. Zo betekent Neo-Gothiek niet meer hetzelfde als goedkope en slechte imitatie van de hoogglans der Middeleeuwen. Ook voor het Classicisme geldt die herijking. Een voorbeeld daarvan was een tijd geleden in Duitsland de ruim opgezette herdenking van de 19eeeuwse bouwmeester Schinkel, die met name Berlijn verrijkte met gebouwen in deze stijl van het Parthenon en met veel Jonische, Dorische en vooral Corinthische zuilen. 
Welnu, na Berlijn is Haarlem zo'n classicistische stad, zij het dat de gebouwen in die stijl daar tamelijk schaars zijn... Maar het Provinciehuis van NoordHolland is nu eenmaal ondergebracht in het destijds fraai aan de rand van de Haarlemmerhout gelegen kolossale Paviljoen Welgelegen. En het is dit jaar precies twee eeuwen geleden dat dit buitenverblijf van de Amsterdamse bankier Henry Hope werd opgeleverd. Bovendien is Teylers Museum in de Spaarnestad —het oudste museum van ons land— een in meer of mindere mate , classicistisch bouwwerk. Dus daar rolde een manifestatie van liefst twee tentoonstellingen en twee dikke boeken uit, dezer dagen geopend door of gepresenteerd aan de commissaris der Koningin in deze provincie, drs. R. J. de Wit.

Edel en eenvoudig

"Edele eenvoud" is de rake titel van deze manifestatie, die bestaat uit de twee exposities (in het Frans Halsmuseum en in Teylers Museum), de openstelling voor het publiek van Paviljoen Welgelegen, het uitbrengen van een luisterrijk gedenkboek over dat 'paviljoen' met de allures van een Engels landgoed, een catalogus annex studie over het Classicisme, een cursus in Teylers, concerten met muziek uit die periode, een symposium op 29 september en twee filmpjes over deze stijl en over het fraaie onderkomen van het provinciaal bestuur.

Tot 26 november duren deze exposities. In het Frans Halsmuseum, een voormalig weeshuis dat ouder is dan het Classicisme, wordt de (neo-)classicistische bouwkunst getoond, de decoratieve kunsten, theater en mode uit deze tijd (van omstreeks 1765 tot 1800). In Teylers worden vooral tekeningen van Nederlandse kunstenaars in het laatste l^wart van de 18e eeuw uitgestald; niet alleen de grote namen, maar ook minder bekenden die het Classicisme vorm gaven. En Paviljoen Welgelegen aan de Dreef is tijdelijk ook van binnen te bekijken, als gaaf voorbeeld van bouwkunst die geïnspireerd werd door de beschavingen van het oude Europa. De Rijksdienst Beeldende Kunst is, samen met de provincie en de musea, de voornaamste inrichter van deze manifestatie.

Hollandse volksaard?

Men hoeft niet echt dol te zijn op deze stijl —en ik ben dat beslist niet; voor mij is veeleer de Gothiek van het chrisEen familiegroep in een tuin, gekleed in de stijl van het Classicisme, in 1796 vastgelegd door de schilder en tekenaar Wamaar Horstink. telijke Avondland dè kunst bij uitstekom toch te erkennen dat het (Neo-)Classicisme èn edel èn eenvoudig is. Het is een verademing vergeleken bij de alles verpletterende Barok. Het past ook, ondanks de Grieks-rationalistische afkomst, beter bij de veelgeroemde Hollandse 'volksaard', waarvan sommigen nog altijd menen dat die zo wars van overdaad is door de leer en de invloed van Johannes Calvijn. Het betekent zeker niét, dat men het Classicisme een calvinistische kunstuiting mag noemen. Maar zuiverheid, soberheid en ordening zijn voor ons geen onbekende principes.

Belangstelling voor deze kunst is er wel. Tijdens de Landelijke Monumentendag bezochten, zo vertelde commissaris De Wit ons tijdens de rondleiding door zijn 'werkplaats', liefst twaalfduizend bezoekers Paviljoen Welgelegen. De zojuist gerestaureerde Statenzaal is van een voorname, ingetogen sierlijkheid. (Al vind ik wèl dat ze daar die afschuwelijke, felle halogeen-schijnwerpers hadden moeten vervangen door kroonluchters, die ook elders het oude landhuis sieren!)

Buiten van bankier Hope

Met "Welgelegen" is het Classicisme in ons land niet begonnen, maar deze manifestatie wèl. Het tweede eeuwfeest van het gebouw leek een prima aanleiding en kabinetschef mr. L. H. M. Quant en diens voorganger jhr. F. W. A. Beelaerts van Blokland hebben er met anderen handen vol werk aan gehad. Dat resulteerde ook in een fraai, door de Haarlemse firma Schuyt & Co. uitgegeven, boekwerk "Paviljoen Welgelegen 1789-1989", met als weinig humoristische ondertitel "Van buitenplaats van de bankier Hope tot zetel van de provincie Noord-Holland". Gezien die naam behoeft het niet te verbazen dat een van de grote sponsors van dit geheel het bankiershuis Mees & Hope is.

De Engelsman Hope was als bankier in een Amsterdams grachtenpand gehuisvest, maar dat oordeelde hij toch een te gering onderkomen voor zijn cliënten, onder wie de groten der aarde. Hope financierde niet zozeer de kleine man als wel min of meer complete staten, revoluties en regeringen. Dus besloot hij een soort Engels buiten te laten bouwen, mede als gastenverblijf. Vijftien jaar kostte het hem om al de benodigde gronden te verwerven in de Haarlemmerhout en omgeving. Wegen liet hij verleggen, bossen omhakken en andere planten, de oude boerderijen Welgelegen en Ongelegen afbreken en zijn 'optrekje' neerzetten.

Bouwmeesters Classicisme

In 1785 kon de bouw beginnen. Wie de architect was, bleef lange tijd onzeker, maar nu wordt aannemelijk gemaakt dat het een coproduktie was van de uit Dendermonde afkomstige Vlaamse bouwheer J. B. Dubois en de in Amsterdam zetelende consul van het toenmalige koninkrijkje Sardinië, Michel Triquetti, die aan de Keizersgracht een buurman van Henry Hope was. Hoe het verder ging met de bouw en met Hope, die al in 1794 naar Engeland terugkeerde omdat de Franse vijanden van zijn volk hier de baas werden, is uitstekend gedocumenteerd in het ruim geïllustreerde boek "Paviljoen Welgelegen", met een keur van medewerkers.

Hieruit blijkt ook, hoezeer de toen vrij kort geleden aangevangen opgravingen van bedolven Romeinse steden zoals Pompeji een flinke stimulans waren voor het herleven van de interesse in de klassieke bouwstijlen. Hope wilde zijn "Welgelegen" ook als onderkomen voor zijn omvangrijke kunstverzameling, maar het gebouw werd in binnen- en buitenland door tijdgenoten ook zelf als een kunstwerk beschouwd. En zó kan het gebeuren dat de 'link' tussen Welgelegen en het Witte Huis in Washington meer voor de hand ligt dan men bij eerste aanblik van beide panden vermoedt. Het (Neo-)Classicisme was in Engeland, Schotland en de jonge Verenigde Staten niet onbekend.

Jeffersons bouwplan

Een vurig voorstander ervan was de latere president Thomas Jefferson. Nu was Jefferson als ambassadeur voor 'zijn' nieuwe republiek in 1788 op reis door Europa en in die hoedanigheid was hij ook in ons land. Hij was hier gast van bankier Hope en bezocht diens "Welgelegen". In Jeffersons dagboek —tijdelijk in het Frans Halsmuseum— maakte hij aantekeningen en schetsen over wat hij „Hope's House near Harlaem" noemt. Naderhand ontwierp Jefferson zelf de gevel van zijn landhuis Monticello in Virginia en dat lijkt zeer duidelijk geïnspireerd door "Welgelegen" van Hope, bij wie hij geld kwam lenen om de toenmaals zeer omvangrijke staat Louisiana te kopen voor de VS. • Dat betekent natuurlijk nog niet dat nu ook 'tijdgenoot' het Witte Huis een nabouwsel is van het huidige Provinciehuis in Haarlem, maar stijlovereenkomsten zijn er duidelijk, en niet alleen in de 'ovale zaal' van beide gebouwen. Dit was de muzieksalon van Hope; nu zetelen Gedeputeerde Staten er. De zaal is versierd met mooi stucwerk, waarin in klassieke trant de vier elementen (lucht, water, aarde, vuur), de vier dagdelen en de vier jaargetijden zijn verbeeld: een geordende microkosmos als afspiegeling van de wereld buiten.

Napoleon en Oranje

Na Hope's vertrek heeft Welgelegen nog tal van functies gehad. Het werd ook paleis voor koning Lodewijk Napoleon, die er overigens nauwelijks woonde, maar er zozeer op gesteld was, dat hij na zijn door broer Napoleon afgedwongen vertrek ons land nog een proces aandeed om het toen geconfiskeerde paleis in privé-bezit te verwerven. De advocaat die zijn zaak bepleitte was Jonas Daniël Meijer, maar die slaagde daar niet in. Ook Napoleon zelf en later tsaar Nicolaas van Rusland hebben op Welgelegen gelogeerd, evenals diverse Oranjes.

Zo woonde hier een tijdlang Wilhelmina van Pruisen, gade van de laatste Oranje-stadhouder en vooral bekend door haar aanhouding „bij Goejanverwellesluis", die trouwens ergens anders moet hebben plaatsgehad. Daarna vormde het paviljoen de bakermat van twee latere musea: het Rijksmuseum en het Koninklijk Instituut voor de Tropen. In 1838 werd het Museum voor Levende Meesters er gehuisvest; een kleine eeuw later het provinciaal bestuur.

Fraaie boeken

Het boek over "Paviljoen Welgelegen" (232 blz., grote paperback, plm. 155 Foto's, deels in kleur, prijs 55 gld., uitg. Schuyt & Co.) heeft naast zich een eveneens waardig en smaakvol boek "Edele eenvoud. Neo-Classicisme in Nederland 1765 - 1800". Dat grote boek met 216 foto's, eveneens deels in kleur, is een uitgave van Waanders in Zwolle. Er werken diverse auteurs aan mee en het is een groot formaat werk van 284 blz. voor 49,50 gld. (ingenaaid) of 59,50 gld. (gebonden). "Edele eenvoud" is voorlopig hèt boek over het (Neo-)Classicisme in alle vormen van kunst.

De tentoonstellingen in het Frans Hals- en in het Teylers Museum vielen me qua omvang wat tegen. Van Classicisme is duidelijk minder te maken dan van Barok of van andere neo-stijlen, zoals de Gothiek. Ook zijn de grenzen naar de Empire-stijl toe niet altijd even duidelijk afgebakend. Maar ik dien er rekening mee te houden dat tijdens de voorbezichtiging beide exposities nog (lang) niet klaar waren. Ook dat is een vast gegeven bij officiële openingen: tot op de laatste minuut wordt er van te voren nog getimmerd, gezaagd en gelijmd. Alsof men niet al twee eeuwen had kunnen zien aankomen diit in 1989 het tweede eeuwfeest van Paviljoen Welgelegen zou (kunnen) worden herdacht...

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 september 1989

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Welgelegen klassieke kunsttempel werd paleis en bestuursgebouw

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 september 1989

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken