Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Grootse ruimte-missie om milieu te redden

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Grootse ruimte-missie om milieu te redden

Twintig landen slaan handen ineen om vervuiling van aard-atmosfeer aan te pakken

7 minuten leestijd

In de Verenigde Staten is men druk doende een internationaal onderzoek vanuit de ruimte op poten te zetten met als middelpunt de aarde. Het wordt een project waarbij alle andere tot nu toe uitgevoerde gemeenschappelijke onderzoeksprogramma's in het niet vallen.

Al in de jaren negentig moeten de grootse plannen omgezet worden in werkelijkheid. De ruimtevaartinstanties van maar liefst twintig staten zullen hierbij worden ingeschakeld. Zij zullen samen zo'n 25 van de meest moderne waarnemingssatellieten en aardobservatieplatforms in een baan om de aarde brengen, waaronder enkele gloednieuwe supersatellieten. 
Bovendien zal het voor de tweede helft van de jaren negentig geplande Amerikaanse ruimtestation "Freedom" deel uit gaan maken van dit ambitieuze wereldomvattende project. Kosten van deze "Mission to Planeth Earth": twintig miljard dollar in vijftien jaar. ^y'

Waar gaat het om? Geleerden en deskundigen uit alle landen zijn het erover eens dat internationale samenwerking onontbeerlijk is om het grensoverschrijdende probleem van de milieuvervuiling effectief aan te kunnen pakken. Een van de eerste vereisten daarvoor is dat er inzicht wordt verkregen in "de werking" van ons milieu, met name het aardklimaat, het weer en al de factoren die daarop van invloed zijn, zoals stromingen in de oceanen en de zeeën, windsnelheden, de temperatuursontwikkeling op aarde, bossen, woestijnvorming, de ozonlaag en niet te vergeten de invloeden veroorzaakt door de activiteiten van mens en dier.

Verbrokkeld

Weliswaar is uit onderzoek dat in de afgelopen decennia is verricht al veel bekend en is aardig wat terrein verkend, maar tot op heden is het beeld toch nog tamelijk verbrokkeld en maar al te vaak gebaseerd op incidentele waarnemingen. 
Een systeem om de aard-atmosfeer en alles wat zich daarbinnen afspeelt permanent in het oog te houden, ontbreekt. Iemand die zeer nauw bij de plannen betrokken is, is Lennard Fisk. Hij werkt bij het Amerikaanse bureau voor de ruimtevaart NASA als directeur van de afdeling wetenschappen. 
Onlangs verklaarde hij dat we bij lange na niet genoeg weten over de processen die verantwoordelijk zijn voor de verontreiniging van ons milieu en de uitwerking daarvan op ons klimaat. Bovendien tasten we zo goed als in het duister als het gaat over de inwerking van al die processen op elkaar. Zolang daarover geen zekerheid bestaat, is het onmogelijk te voorspellen hoe de diverse verontreinigmgsvormen zich verder zullen ontwikkelen en welke methoden aangewend moeten worden om het een halt toe te roepen, aldus de Amerikaan.

Als voorbeeld noemt de NASA-directeur het broeikaseffect. Zet de verwarming van de aarde zich door, dan heeft dat onoverzienbare gevolgen, variërend van de verschraling van talrijke nu nog vruchtbare gebieden ("verwoestijning") tot een onrustbarende stijging van de zeespiegel, voor Nederland zelfs een catastrofale stijging.

Ozonlaag

In het kader van "Mission to Planet Earth" wil men nu wereldwijd gegevens gaan verzamelen over dit broeikaseffect. Die gegevens zullen verder worden uitgewerkt en gecombineerd met andere meetresultaten. Ook de warme en koude golfstromen in de oceanen behoren tot de onderzoeksobjecten. Er is bij voorbeeld nog bijzonder weinig bekend over de grote, ringvormige onderwaterstromen die op grote diepte in de wereldzeeën woeden. Deze en andere verschijnselen hebben een niet te onderschatten invloed op het klimaat op onze planeet.

Steeds meer zorgen baart ook het gat in de ozonlaag. Tot dusverre kon men de aantasting van de ozonlaag slechts onderzoeken aan de hand van speciale, eenmalig uitgevoerde onderzoeksmissies. Maar dat is onvoldoende. Van het allergrootste belang is het dat de ozonlaag permanent wordt bestudeerd en dat bekeken wordt of de aantasting van dit voor het leven op aarde zo essentiële omhulsel zich doorzet of niet. Ook in dit opzicht moet het groots opgezette internationale onderzoeksprogramma in een leemte gaan voorzien.

Revolutie

Het belang van jb^onderzoeksprori! gramma wordt door diverse wetenschappers afkomstig uit verschillende disciplines onderstreept. „Hoogst opwindend en zeer waardevol", verklaarde Thomas M. Donahue, hoogleraar in de planeetwetenschappen en fysica aan de universiteit van Michigan, tegenover de New York Times. „Het is iets wat we moeten doen, anders raakt onze planeet in ernstige moeilijkheden". De klimatoloog James Hansen, werkzaam aan het Goddard Institute of Space Studies te New York, voegt daaraan toe dat „het programma het potentieel heeft een revolutie teweeg te brengen in het onderzoek van de aarde".

Het onderzoek zal gedeeltelijk uitgevoerd worden met behulp van satellieten. De financiering daarvan is al rond. Tevens staat nu reeds vast waar en wanneer de lancering van die ruimtesondes zal plaatshebben. Daarnaast zal gebruik gemaakt worden van ruimteplatforms met voüedig nieuwe meetapparatuur (teledetecue), zoals lasers, beeldvormende radar, spectrometers en infra-roodbundels.

Sensoren

De ruimtevaartorganisaties van de ongeveer twintig deelnemende landen, waaronder de lidstaten van de Europese ruimtevaartorganisatie ESA (dus ook Nederland) zijn er inmiddels mee begonnen de lancering van de circa twintig satellieten en aardobservatieplatforms op elkaar af te stemmen. Zo heeft het Amerikaanse ruimtevaartbureau NASA zich al verplicht tot de lancering van ten minste twee, maar waarschijnlijk vier vijftien ton zware, vijftien meter lange, onbemande observatieplatforms tussen het midden van de jaren negentig en het jaar 2000. Iets eerder nemen de Europeanen de enorme satelliet ERS-1 voor hun rekening, die de aarde eveneens in de gaten moet houden. ERS-1 zal zich voornamelijk richten op de bestudering van de ijskappen aan de noord- en zuidpool.

In 1996 is het de beurt aan de NASA om haar eerste grote ruimteplatform met teledetectieapparatuur in een baan om de aarde te brengen. Een jaar later volgt ESA met het door haar gebouwde onderzoeksstation. Vervolgens zal de NASA in 1998 een tweede grote platform in de ruimte stationeren, evenals de Japanners, die in dat zelfde jaar met hun nieuwe H-2-raket een ruimteplatform van eigen makelij zullen lanceren. Het al genoemde bemande Amerikaanse ruimtestation zal voor de nu actuele milieudoelstelling worden voorzien van speciaal daarvoor ontwikkelde sensoren waarmee de aarde goed kan worden bestudeerd. Onder andere zal gebruik worden gemaakt van instrumenten alsmede de lichtinval en terugkaatsing van de zonnestraling in de gebieden rond de evenaar. Juist die gebieden zijn het bijzonder waard bestudeerd te worden, omdat de tropische regenwouden worden beschouwd als de "longen van de aarde".

Kritiek

Op papier ziet "Mission to Planeth Earth" er allemaal prachtig uit. Toch zijn er ook kritische geluiden te horen. Vraagtekens worden vooral gezet bij de verwerking van de overvloedige hoeveelheid gegevens. Zullen de computerprogramma's en de apparatuur in staat zijn een zo grote stroom gevarieerde informatie te verwerken en om te zetten in hanteerbare modellen. Immers, het moge dan technisch mogelijk zijn alle belangrijke gegevens op een rijtje te krijgen, maar daarmee zijn we er nog niet. Er moeten analyses kunnen worden gemaakt waar in de praktijk mee gewerkt kan worden, en dat zou best nog wel eens voor de nodige problemen kunnen gaan zorgen.

Een ander punt van scepsis betreft het niet kunnen registreren van alle van belang zijnde factoren. Een satelliet kan vanuit de ruimte bijna alles 'zien' wat er op de aarde gebeurt, maar kan niet onder de aardkorst kijken. En ook daar vinden processen plaats die hun weerslag hebben op wat er aan en boven de oppervlakte geschiedt. Met andere woorden: het ruimtewaarnemingsnet ziet bepaalde zaken letterlijk over het hoofd en de effecten daarvan laten zich niet raden. Weliswaar heeft de Amerikaanse National Research Council (een-Jbelangrijk adviescollege op het gebiecwan het wetenschapsbeleid) voorgesteld in deze omissie te voorzien, door ook een meetnetwerk op te starten voor het volgen van wat er zich afspeelt in de kern en in de mantel van de aarde maar het geld dat daarvoor nodig is, ligt nog niet op tafel. Het ziet er ook niet naar uit dat daar binnenkort verandering in komt. Daarvoor zijn de kosten van het ruimteproject, dat in ieder geval doorgang zal vinden, veel te hoog.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 september 1989

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

Grootse ruimte-missie om milieu te redden

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 september 1989

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

PDF Bekijken