Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Debrecen: Calvijn op de poeszta

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Debrecen: Calvijn op de poeszta

Hongaars bolwerk van Hervorming èn westerse decadentie

7 minuten leestijd

Debrecen in het verre oosten van Hongarije, dicht bij de Roemeense grens, is een stad van en voor calvinisten en Hollanders. Het is er sinds mijn eerste bezoek, in de vroege jaren zeventig, relatief erg westers geworden. Die nieuwe vrijheid betekent natuurlijk dat ik nu niét meer 's avonds in het geniep een afspraak moest maken met een afgezette theoloog, die tegenstander was van Kadars bewind en die zijn bisschop Tibor Bartha fel kritiseerde. Maar het houdt ook in dat ik nu in hetzelfde hotel De Gouden Stier al bij de ingang word geconfronteerd met onverhulde nachtclub-seks en met andere decadente uitingen van onze 'beschaving'.

Debrecen moet je gezien hebben als je als reformatorisch christen besloten hebt je vakantie in Hongarije door te brengen. Want na Boedapest met zijn grote en druk bezochte hervormde kerk aan het Calvijn-plein is juist Debrecen —spreek uit: Dèbretsen— het grote calvinistische centrum van Hongarije, met historische banden met ons land. Het immense gebouw van het Reformatus Kollégium achter de Grote Kerk herbergt nu de hervormde Theologische academie, het Hervormd Gymnasium, de grote Bibliotheek, het Archief voor het kerkdistrict aan gene zijde van de Theiss en het Museum voor schoolhistorie en kerkelijke kunst. En vlak bij het gebouw in het plantsoen staat een standbeeld voor onze admiraal Michiel de Ruyter, die ooit Hongaarse predikanten van de galeien bevrijdde.

Van Calvijn tot Kossuth

Debrecen aan de rand van de poeszta: ik herkende het de afgelopen zomer na zoveel jaren wèl en niét. Wèl, want ons grote luxe hotel "Arany Bika" (De Gouden Stier) staat nog schuin tegenover de Grote Kerk, bij Kossuth-plein en Calvijn-plein. En de.standbeelden van de Hongaarse helden en dichters —van Lajos Kossuth en Istvan Bocskai tot Mihaly Csokonai en Sandor Petöfi— zijn nog niet omver gehaald. En niét, want het aanzien van dit centrum rond hoofdkerk en "calvinistisch Vatikaan" is grondig gewijzigd, met veel nieuwe hoogbouw, maar ook een gezellige, ruim bevoorrade winkelgalerij, renovatie van veel oude gebouwen, zoals het hotel dat ons onderdak bood en een straatbeeld dat veel levendiger en vrolijker is dan ik me van het vorige bezoek herinner.

Dat ligt natuurlijk voor de hand: van de vroege jaren zeventig tot de late jaren tachtig heeft ook in Hongarije de tijd niet stil gestaan, maar er is hier naar mijn indruk meer, en ook kwalitatief beter en fraaier, aan stadsvernieuwing gedaan dan in andere vergelijkbare steden van het (vroegere...) Oostblok. In elk geval is Debrecen voor elke Hongarije-ganger een verplicht nummer, zoals uiteraard Boedapest en wat mij betreft ook Kecskemét ten zuiden van de hoofdstad en Szentendre en de oude aartsbisschopsstad Esztergom ten noorden daarvan.

Bisdom en wijnstreek

De Dom van Esztergom aan de Donau maakt indruk, niet zozeer door haar schoonheid, maar door de grote omvang: de kerk is in de eerste helft van de 19e eeuw gebouwd, is liefst 118 meter lang en 40 meter breed. De reusachtige koepel, geschraagd door 24 zuilen, is 72 meter hoog. En Szentendre (Sint Andreas) heeft een zeldzaam fraai hoofdplein met diverse Servische kerken en een aantal smaakvol gerestaureerde klimmende straatjes met winkeltjes en terrasjes. Maar wij keren haastig terug naar Debrecen, dat zo'n 250 km ten oosten van Boedapest ligt.

Mijn weg erheen liep echter anders: via de nu Slowaakse stad Kosice in de richting van het bekende Hongaarse wijngebied Tokaj aan de Theiss (Tisza). In augustus was die grens nog tamelijk gesloten en de Slowaakse en Hongaarse douaniers gingen toen niet bepaald broederlijk met elkaar om. Maar ook dat interne betonnen gordijn zal nu veel scheuren en rot vertonen.

De eerste aanblik van dit deel van Hongarije is niet erg verheffend: het zijn armoedige, soms wat slonzige dorpjes, een niet erg gestoffeerd platteland, op de achtergrond wat heuvels en bergen, maar de weg naar Encs en Miscolc vrolijkt ons niet erg op. De spoorbaan naast de weg is enkelsporig en de tweebaansweg zonder verharde berm wordt (schaars) bevolkt door Trabants, Wartburgs, Skoda's en Lada's. In de Tokaj-streek rijen de druivenstruiken zich aaneen, maar zelfs in de beplanting is het verschil met bij voorbeeld de Moezelstreek opvallend. In Tokaj géén keurige, rechte rijen van stammetjes van allemaal dezelfde grootte en vorm, maar nogal ordeloos neergepote hoeveelheden wijnranken. In de bergwanden langs de wegkant zien we tientallen kleine wijnkelders gemetseld.

Hervorming van Debrecen

De stad Tokaj zelf aan de Tisza is lelijk en grauw, bepaald geen Bernkastel of een stadje in het Ahrdal. Maar mogelijk zal het (westerse) toerisme hier ook toeslaan en zullen proeflokalen en vermaaksoorden uit de grond gestampt worden. Zoals dat nu al in Debrecen volop het geval is. Maar dat heeft dan ook meer te bieden dan druiven die nog geperst en 'geflest' moeten worden. Van Tokaj naar Debrecen: dat is via Nyiregyhaza zo'n 80 km, en dan staan we in deze hoofdstad van het komitaat (district) Hajdú met haar veelbewogen historie. Voor de kerkhervorming en het calvinisme begint die omstreeks 1536 met de hervormer en ex-priester Balint en met Peter Méliusz Juhasz. Deze had in Wittenberg gestudeerd en-was protestants bisschop van Debrecen geworden. In 1567 werden op de Kerkedag van Debrecen de gereformeerde leer en de presbyteriale kerkregering aangenomen. Men kan het Hongaarse "reformatus" beter weergeven met 'hervormd' dan met 'gereformeerd'. De kerk telt in haar districten bisschoppen en vertoont in leer en leven meer overeenkomsten met 'onze' Hervormde Kerk dan met de Afscheiding en Kuypers Doleantie.

De Ruyter, Spurgeon

Natuurlijk is Debrecen niet alléén een bolwerk van het calvinisme in verleden en heden, maar er is veel wat aan die kerkgeschiedenis herinnert. Dan doel ik dus niet op het grote Lenin-monument naast het Reformatus Gymnazium achter de Grote Kerk (Nagy Templom). Of op de in 1895 opgerichte en onlangs gerestaureerde gedenkzuil voor Michiel de Ruyter, die in 1676 ruim 40 predikanten van de Napolitaanse galeien bevrijdde.

Nabij de Grote Kerk en de Straat van het Rode Leger is ook een kleine, redelijk gesorteerde christelijke boekhandel. Ik koop er wat kerkbladen en boekjes over de kerk(geschiedenis) van Debrecen en zie naast veel Hongaarse theologie'ook diverse vertaalde Engelse werken liggen, van Spurgeon tot Billy Graham, en naast Calvijn ook de bekende Tsjech prof. J. L. Hromadka, die moest aftreden als voorzitter van de Praagse Christelijke Vredesconferentie. Ook moderne theologen als Jürgen Moltmann ("Theologie van de Hoop") zijn er, maar rechtzinnig-calvinistische auteurs uit verleden en heden zie ik niet veel...

Zwingli en Calvijn prijken nog altijd aan de gevel van het goed gerestaureerde Reformatus Kollégium. In de bibliotheek trof ik destijds diverse Nederlandse theologische werken uit de 17e en 18e eeuw aan. Ik wil er weer heen, maar het gidsje dat ons vergezelt, betoogt dat de boekerij juist gesloten is. Ik kan aantonen dat ze liegt, maar dat maakt weinig indruk. Erg vriendelijk was ze tóch al niet meer, want ik had haar het standbeeld van De Ruyter met de galeien uitgelegd in plaats van zij mij. Maar een Hongaarse staats-reisgids kan natuurlijk niet alles van Michiel Adriaanszoon uit Vlissingen weten...

Bush en Playboy

De 19e-eeuwse kerk (met zo'n 3000 zitplaatsen, orgelconcerten, diverse zondagse en weekdiensten in kerk en zijkapel, en een kansel waarvanaf in 1848 Kossuth de revolutie predikte), diverse musea, de Kossuth-universiteit, parken, brede winkelstraten, theaters en Parijsachtige terrasjes: Debrecen is wel een bezoek waard. In 1849 en een tijdlang in 1944 was dit „calvinistische Rome" de hoofdstad van Hongarije. De gids toont ons het Grote Bos en de begraafplaats met het eerste crematorium van Hongarije. In de Kossuth-universiteit worden in de fraaie aula tal van dichters en kunstenaars geëerd en op straat liggen in boekenstalletjes ook werken over de Joegoslavische dissident Milovan Djilas en over VS-president Bush. Maar het Genève van Calvijns dagen is Debrecen niet.

Want daar lagen destijds niet open en bloot bladen als een soort Hongaarse Playboy (Balaton Magazine) en andere met veel seks en zelfs porno. En de moderne mode, de dure juwelen en cosmetica, alle grote merken van Cardin en Sanyo tot Marlboro en het grote Phönix-warenhuis, laten zien dat het met die bijnaam van de stad nogal mee- of tegenvalt: het centrum van Debrecen ligt dichter bij het hart van Londen en Parijs dan bij het hart dat Calvijn Code ten offer wijdde.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 januari 1990

Reformatorisch Dagblad | 36 Pagina's

Debrecen: Calvijn op de poeszta

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 januari 1990

Reformatorisch Dagblad | 36 Pagina's

PDF Bekijken