Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Wie kun je nog vertrouwen in de kerk?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Wie kun je nog vertrouwen in de kerk?

11 minuten leestijd

Roemeense kerkelijke leiders trachten op tal van manieren hun hachje te redden of vertrouwen te herstellen. Nagy Gyula, de Hongaarse gereformeerde bisschop van het Roemeense CIuj-Napoca —dat tegenwoordig weer gewoon Klausenburg of Kolozsvar genoemd mag worden— heeft zijn ambt neergelegd en zijn ambtgenoot Papp Laszló van Oradea Is spoorloos verdwenen. Papp was voor een gelovig lid van de gereformeerd kerk al jaren niets anders dan een "terrorist". Deze en andere kerkelijke leiders heulden met het communistische schrikbewind. Daarom konden zij na de val van het regime —wilden ze niet levend worden gelyncht— niet anders dan terugtreden. Toch voelen zij zich nog niet helemaal uitgepraat. Het lijkt erop dat zij —nu het massale bloedvergieten voorbij is— met een beroep op christelijke vergevensgezindheid hun positie proberen veilig te stellen.

Nadrukkelijk blijkt dat in het gedrag van bisschop Klein van de Lutherse Kerk in Transsylvanië. Klein heeft in een brief afstand genomen van zijn kritiekloze houding tegenover het bewind van de voormalige Roemeense president Nicolae Ceausescu. Daarmee lijkt hij het vertrouwen te willen winnen van de predikanten en leden van zijn kerk.

De slaafse wijze waarop tal van kerkelijke leiders zich ten aanzien van het communisme hebben opgesteld, doet bij een plotselinge ommekeer licht vermoeden dat zij de huik naar de wind hangen, van gedachten veranderen als de omstandigheden dat nodig maken. Niemand kan de met volledige zekerheid de (on)oprechtheid van de ander vaststellen. Maar het lijkt er op, dat Klein van het principe uitgaat: Ze hebben mij niet doodgeslagen, nu moet ik redden wat er te redden valt.

Sjofel
Papp lijkt een andere weg te gaan. Maar het is de vraag of hij een ander doel beoogt. Ik heb Papp in 1983 persoonlijk ontmoet en leren kennen: een kleine man met een sjofele donkergrijze regenjas en een paar fletse grijze ogen achter een te kleine, zwarte bril. Hij gaf toen hoog op van de vrijheid om God te dienen, die zijn kerk in Roemenië zou hebben. En hij hekelde elke evangelisatiedrang, deze afkeurend als "triomfalisme". Het gerucht heeft gecirculeerd, dat hij in een psychiatrische inrichting ondergedoken zou zijn. Het meest recente is, dat hij met.een herseninfarct in een ziekenhuis zou liggen. Maar niemand weet in welk ziekenhuis. Papp is op dit ogenblik zoek.

Wat heeft hij ondertussen gedaan? Hij heeft zich willen redden door zijn eigen wandaden te ontkennen en door het -eindelijk- op te nemen voor ds. Tökes. Dat gebeurde als volgt.

Nog op 22 december verscheen in een krant in Kolozsvar een door Papp ondertekend artikel tégen Tökes: Tökes moest alsnog naar zijn 'verbanningsoord', de kleine gereformeerde kerk van Mineu gaan. Alleen als Tökes het hoofd in de schoot zou leggen, zou het weer goed gaan in Roemenië. Het toonaangevende dagblad Magyar Nemzet echter van 6 januari citeerde een regionale krant uit de omgeving van Debrecen, waarin Papp publiceert, dat het artikel van 22 december helemaal niet door hem geschreven is en dat hij geen enkele rol gespeeld heeft terzake. Papp zou zelfs bereid zijn Tökes een leidende positie te geven. Is dit niet eert poging om het verspeelde vertrouwen te herwinnen?

Reactie
Het Westen reageert verdeeld op dergelijke schuldbekentenissen. Op de brief aan de predikanten van de Roemeense Duitstalige kerk -waarin Klein dus erkent dat hij medeschuldig is aan de slappe houding van zijn kerk tegenover de dictatuur— is, begrijpelijk, veel kritiek geoefend. Bisschop Joachim Heubach echter, die namens de Evangelische Kerk in Duitsland (EKD) contact met de Transsylvanische kerk onderhoudt, heeft Klein tegen de kritiek in bescherming genomen. Hij vond het „schaamteloos" Klein uit het buitenland te verwijten dat hij Ceausescu steunde. ledere kenner van Roemenië weet, dat de Securitate de kerken nauwlettend in de gaten hield, aldus Heubach.

Dit valt mij van Heubach —die ik in 1984 persoonlijk heb leren kennen als een behoudend en enigermate piëtistisch Luthers theoloogeen beetje tegen. Is hij niet een beetje te naïef?

Zeker, wij mogen niet gering denken over de moeilijke positie waarin de kerkelijke leiders zich onder Ceausescu bevonden. Er mag vanzelfsprekend ook geen enkele sprake zijn van haat tegen de mensen die meer of minder met Ceausescu samengewerkt hebben. Maar de vraag is reëel: Wat doet iemand die nu schuld belijdt als de politieke wind weer draait? Draait hij dan mee?

Een schuldbelijdenis mag daarom niet goedkoop zijn. Het zou Klein sieren, als hij behalve deze belijdenis ook zijn functie of ambt ter beschikking gesteld had. Het zou een teken van berouw kunnen zijn en de ernst van zijn schuldgevoelens hebben onderstreept. Mocht de kerk hem dan opnieuw verkiezen, dan zou er niets op tegen zijn die verkiezing te aanvaarden.

Dan zou er kennelijk nog sprake zijn van vertrouwen. Trouw moet blijken. Daar ligt een van de grote problemen voor de Roemeense kerken.

Niet te naïef
Wij mogen niette naïef zijn, schreef ik.

Ook de internationale oecumene heeft zich aan al te grote naïviteit schuldig gemaakt. Of moet ik spreken van dubbelhartigheid? Sommige predikanten beginnen daar nu eindelijk achter te komen. Het is rijkelijk laat. Zo gaf de hervormde drs. J. E. van Veen tijdens een recent gehouden predikantenconferentie in Amerongen uiting aan zijn schrik.

Schrik over het feit dat dezelfde kerkelijke leiders die tijdens de bijeenkomst van het Centraal Comité van de Wereldraad in Moskou vorig jaar —Klein was daar ook- nog elke kritiek op Ceausescu ter zijde legden, na de omwenteling ook „voor het volk kozen". Schrik, want daardoor „is de geloofwaardigheid van de kerken in het geding".

Anderen wisten dat al veel eerder. Zij hebben ervoor gewaarschuwd. Ik herinner mij nog goed hoe razend de uit Hongarije komende predikanten Gyula Nagy en Karoly Toth waren over de Ceausescu-de-hielen-likkende-verklaringen van de Roemeens-orthodoxe bisschop Nifon en de uit Roemenië komende Hongaarse predikant Albu Zoltan. Maar noch de Amerikaan Thompson, noch de Hongaren kregen een voet aan de grond. Over alle wereldproblemen mocht gesproken worden, maar niet over Roemenië.

Daar ligt de ongeloofwaardigheid van de oecumene. Is het uitsluitend de schuld van Nifon en Albu Zoltan? Kom nou. In die schuld deelt de hele internationale oecumene.

Bijbelgenootschappen
Ook bij de alleen officieel en legaal werkende bijbelgenootschappen was iets van de gewraakte naïviteit te bespeuren. Jaren geleden al circuleerden de geruchten dat officieel ingevoerde Bijbels in Roemenië tot toiletpapier verwerkt zouden zijn. In alle toonaarden werd echter ontkend, dat zoiets ook maar zou kunnen gebeuren met officieel ingevoerde Bijbels.

Nu ook het Roemeense gordijn is opgehaald, krijgt plotseling het Bijbels Museum een rol 'Roemeens toiletpapier aangeboden, dat is vervaardigd van Bijbels uit het Westen.

Dat christenen in Roemenië toch nog enigermate voorzien zijn van Bijbels is te danken aan talrijke 'smokkelaars' die werkten voor christelijke organisaties. Het kwalijke is echter nu, dat het toiletpapier —volgens het ANP gemaakt zou zijn van boeken die „door christelijke organisaties uit West-Europa het land in gesmokkeld werden". Je hoeft zelfs maar heel weinig na te denken om het onzinnige van deze stelling te beseffen. (Tenzij het zou gaan om in beslaggenomen Bijbels.)

Wij kunnen een schuldbekentenis eisen van of verontwaardigd praten over met Ceausescu samenwerkende kerkelijke leiders in Oost-Europa. Maar wij moeten ook de hand in eigen boezem steken en achteraf eerlijk durven zeggen dat de legale invoer van Bijbels soms gefaald heeft. Ben je te naïef geweest, geef dat dan ook eerlijk toe!

De gaten die vallen
Intussen blijft de vraag hoe het nu verder moet in de Roemeense kerken. Want niet alleen in de hogere, maar ook op de lagere kerkelijke niveaus zaten met het communisme sympathiserende mensen. Wie van hen zijn nog te vertrouwen? Roemenië zal blijven worstelen met het probleem dat de Hongaren een etnische minderheid zijn. Het is een Hongaar die de Roemenen heeft vrij gemaakt. Maar een zeker zo groot probleem blijft: Wie kun je vertrouwen in de kerk.

Een voorbeeld. Toen in Roemenië de zoon van een predikant trouwde, zag deze kans om enkele honderden gasten uit te nodigen op de bruiloft. Toen iemand hem in verband met de schaarste aan levensmiddelen en dergelijke die voor zo'n feest nodig zijn vroeg, hoe hij zoveel mensen kon uitnodigen bleek al dra dat hij een 'kruiwagen" had, 'relaties". Vraag: Is deze predikant te vertrouwen? Kun je jezelf met het oog op de eeuwigheid nog toevertrouwen aan zulke mensen?

Zo zijn er tal van voorbeelden te noemen. Hoe zullen de Hongaren en de Roemenen hier uit komen? Het moet wel een zeer levende kerk zijn die deze problemen aan kan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 13 januari 1990

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Wie kun je nog vertrouwen in de kerk?

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 13 januari 1990

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken