Roemeens dagboek (1)
„Het was een lenteachtige dag. De hemel had zich met ons verbonden". Op die 21e december 1989 vierde de 69-jarige Roemeense kinderarts Felicia Opris haar meest gedenkwaardige verjaardag. Natuurlijk zat ze die dag niet thuis. Op straat in haar woonplaats Timisoara -de stad die het signaal tot de volksopstand tegen het misdadige Ceausescu-regime gaf- was ze een bezielde ooggetuige van de Roemeense revolutie. „Ik had geen angst. Mijn kinderen zijn al volwassen. Ik had me al op mijn sterven voorbereid. Maar door de revolutie ben ik volledig opgeleefd. Ik dank God dat ik dit nog mocht meemaken".
Wij gaan niet weg
De onverschrokken kinderarts hield tijdens die huiveringwekkende revolutiedagen in Timisoara nauwgezet een dagboek bij van alles wat ze zag en hoorde. Dat kon niet anders in haar visie: „De burgers die vochten, hadden daar geen tijd voor, hun hoofd stond er niet naar. En ja, de details van deze spannende dagen worden zo gauw vergeten. Maar iemand moest ze optekenen voor het nageslacht".
De zegevierende volksopstand tegen Ceausescu's tirannie begon op donderdag 14 december. Voor de pastorie van dominee Laszló Tökés werd gedemonstreerd tegen zijn deportatie, „'s Avonds proberen 300 mensen het gedwongen vertrek van de Hongaarse pastor te verhinderen. Hij heeft in zijn preken de dictatuur van Ceausescu aangeklaagd. De demonstranten roepen: „Wij gaan niet weg, wij gaan niet weg". Op het trottoir staan leden van de Securitate, de geheime dienst, in burgerkleding met hun honden. Ze grijpen echter niet in. Oude vrouwen reiken de dominee door het raam melk, salami en houtblokken aan. Voor zijn huis branden kaarsen".
Tandenborstel en zeep
De volgende dag is de menigte inmiddels aangegroeid tot duizend man. „De menigte scandeert „Vrijheid voor Tokis". De dominee probeert de demonstranten wat te kalmeren. Tegen acht uur 's avonds keer ik naar huis terug. Onderweg kom ik grote groepen jongeren tegen. Plotseling roept een van hen „Wees niet laf! Wij gaan terug!" De Securitate-leden staan nog altijd met hun honden voor Tökés' deur. Maar de demonstranten hebben nu ook hun honden meegenomen. Ze zijn bereid om ze in geval van nood op de Securisti los te laten".
„Zaterdag 16 december is de menigte voor de ambtswoning van dominee Tökés nog groter geworden. Ik heb een tandenborstel en een stukje zeep meegenomen. Altijd nuttig als je wordt opgepakt. Al van verre hoor ik kreten. Over de Michelangelobrug trekken studenten het stadscentrum in. Ze schreeuwen „Sluit u bij ons aan!" Op deze dag laten de eerste arbeiders uit de fabrieken zich op straat zien".
„Zo'n 10.000 mensen zijn op de been. De leus „Vrijheid" klinkt steeds meer op. Spontaan vormt zich een optocht naar het districtsbureau van de partij. De werkelijke gevoelens van de mensen, die ze 45 jaar lang met smart voor zich hebben gehouden, komen nu los: „Weg met Ceausescu, weg met de dictator!" Voorop lopen de vrouwen, daarachter de mannen. Leipziger leuzen worden aangeheven: „Wij zijn het volk", „Geen geweld!" en „Wees niet bang, Ceausescu valt".
De Securitate sloot de demonstranten in. Een regen van knuppels daalde op jong en oud neer. De eerste schoten vielen. Het stak Felicia Opris vooral dat niemand van de partijleiding in Timisoara zich liet zien. Van een dialoog met de burgers was geen sprake. Die zou woensdag 20 december alsnog plaatshebben.
Zwangere vrouw
„Op zondag 17 december zit de dreiging gewoon in de lucht. Als ik uit de kerk kom, zien de straten opnieuw zwart van de mensen. Hun doel is wederom het partijgebouw. Kinderen slaan de ruit van de deur in, openen haar van binnenuit en dringen als eersten het hoofdkwartier van de partij binnen. Ze gooien portretten van Ceausescu naar buiten. „Ceausescu is onze vijand", „Ceausescu voor de export!", antwoordt de menigte".
's Zondagsmiddags kleurde bloed de straten van Timisoara rood: „In de binnenstad verzamelen zich met helmen en reusachtige witte schilden uitgeruste troepen, machinepistolen inde hand. Ze zetten bajonetten op hun geweren. Als de eerste schoten vallen, hoor ik vertwijfelde noodkreten van vrouwen en kinderen.
Zware legervoertuigen walsen over gewonden en vluchtenden heen. De Securitate arresteert toeschouwers op volkomen willekeurige wijze. De soldaat Florea Florin wordt van achteren doodgeschoten als hij weigert te vuren. Voor mijn ogen wordt de buik van een zwangere vrouw met de bajonet opengereten. Een pantserwagen verplettert haar. Plotseling klinken salvo's. In paniek zoeken de demonstranten een goed heenkomen. Ik verstop me tussen de banken van een leeg tramstel".
Zelfs kinderen
„Overal zie ik pantservoertuigen op bruggen geposteerd. Securisti, soldaten en leden van de militie leggen een cordon rond de plaats waar de demonstratie wordt gehouden. Niemand komt er meer door. „Het volk zijn wij", roept de menigte. „Wie verdedigen jullie? Soldaten, schiet niet op ons. Wij zijn jong, net zoals jullie". De doden worden door de Securisti onmiddellijk afgevoerd. Vele omsingelde burgers vluchten via binnenhofjes en steegjes. Overal ratelen machinegeweren. De moordenaars ontzien ook een groep van kleine kinderen niet die zich in een park verschuilen".
„Maar ondanks de slachting zoeken de burgers elkaar weer op in sommige stadswijken. Vreselijke kreten vervullen de atmosfeer. Helikopters cirkelen boven de stad. Ongeveer veertig kinderen die met kaarsen in hun handjes op de trap van de orthodoxe kathedraal staan, worden in een spervuur neergemaaid. De hele nacht rijden pantservoertuigen door de straten en houdt het' schieten aan".
Het leger is voor ons
Maandag 18 december noteert Felicia Opris: „Bij talrijke winkels in de binnen-enstad worden de etalages ingeslagen. Er breken branden uit. Een collega vertelt dat de daders beslist geen plunderende demonstranten zijn, zoals de autoriteiten beweren. Waarschijnlijk zijn het criminelen die door de Securitate uit hun cellen zijn gehaald om deze wandaden te plegen. Hun vandalisme moet de geheime politie een alibi verschaffen haar intimidatiecampagne voort te zetten. Onder de helpers van de Securisti bevinden zich talloze jonge dienstplichtigen. Ze sidderen van angst".
En toch verloor Ceausescu's moordmachine die dinsdag 19 december, toen zij geheel Timisoara in haar terreurgreep leek te hebben, terrein! „Het verzet groeit. De blinde slachting staalt de strijdlust van de burgers. De mensen sluiten zich aaneen en willen niet meer opgeven. De bevolking legt de volgende dag voorraden aan. Volgens geruchten is het drinkwater vergiftigd. En dan verandert de situatie voor het eerst dramatisch: de troepen schieten niet meer op de mensen. Tegen de middag wordt bovendien premier Constantin Dascalescu in de stad verwacht. Plotseling klinken kreten: „Het leger is voor ons". Soldaten en burgers vallen elkaar in de armen. Officieren en militairen van lagere rang deserteren eveneens uit de gelederen van de Securitate. Een warm welkom wacht hen. Ze worden omarmd en gekust. „Zo is het goed. Jullie zijn toch onze kinderen". De militie blaast" de aftocht. Ook de Securitate verlaat haar posten".
Met schrik in het hart
Op dat beslissende ogenblik eiste de bevolking van Timisoara onderhandelingen met de inmiddels gearriveerde premier Dascalescu. De 39-jarige burger Savu hield het hoofd goed koel. Felicia Opris citeert zijn ooggetuigeverslag in haar dagboek: „Eerst wilde de regering slecht met een of twee demonstranten praten. Toen ik dat hoorde dacht ik: nu dreigen we een grote fout te maken. Twee onervaren afgevaardigden kunnen nooit onze eisen precies formuleren. Ik drong me naar voren en eiste dat minstens tien burgers zouden worden ontvangen. Dat aantal was zo gevonden. Op weg naar de onderhandelingstafel zag ik dat het partijgebouw vol zwaar bewapende militairen zat. Het flitste direct door me heen: je komt hier nooit meer levend uit".
Volgende week deel twee.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 24 januari 1990
Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 24 januari 1990
Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's