Roemeens dagboek (II)
Op woensdag 20 december 1989 koos het Roemeense leger in heldenstad Timisoara de zijde van de in verzet gekomen bevolking. Het begin van het einde van het regime van dictator Nicolae Ceausescu. Op die gedenkwaardige dag moest Boekarest wel gaan onderhandelen met dé plaatselijke burgerij. De 39-jarige inwoner Savu vertegenwoordigde met negen anderen zijn door Securitate-geweld zo zwaar getroffen stad bij een inmiddels haastig toegesnelde regeringsdelegatie onder leiding van premier Constantin Dascalescu.
Zijn relaas: „De meeste gedelegeerden wisten niet welke houding zij nu eigenlijk moesten aannemen. Sommigen maakten een diepe buiging voor Dascalescu of gaven hem de hand. Anderen, zoals ik, weigerden dat te doen. De regering merkte dat wij onderling geen afspraken hadden gemaakt voor het onderhoud, dat wij geen woordvoerder bezaten. Sommigen begonnen hun kleine, persoonlijke problemen uit te leggen: de ene had zijn beloofde woning nog niet toegewezen gekregen, een ander klaagde over de werkomstandigheden op zijn bedrijf, de derde wachtte nog altijd op zijn paspoort".
Fluitconcert
„Ik pakte mijn notitieboekje en schreef alle eisen op die de demonstranten als leuzen hadden gescandeerd de laatste dagen. Ondertussen deden de onderhandelaars van regeringszijde hun best om diverse volksvertegenwoordigers te paaien met fraaie beloften of zetten zij hen simpelweg onder druk. Tussen de bedrijven door stapten Dascalescu en de vakbondsman Ion Marcu naar het balkon om de menigte toe te spreken. Ze kregen meteen de volle laag: een oorverdovend fluitconcert".
„Toen Dascalescu terugkeerde, nam ik het woord. „Wie heeft het bevel om te schieten gegeven?" „Dat weet ik niet", antwoordde de premier, „ik ben hier nog maar net". „Meneer de minister-president, bij afwezigheid van de president oefent u vjbigiens de grondwet alle macht urt", pareerde ik. „Als u van deze zaken niet op de hoogte bent, dan bent u niet geschikt voor dit hoge staatsambt".
Geen wormen of ratten
„De aanwezige generaals van het leger en de Securitate liepen rood aan van woede. Zij dreigden met executie, maar ik liet me niet bang maken. Ik liep naar het balkon, nam de microfoon, stelde me voor, vertelde waar ik werkte en woonde „opdat jullie precies weten wie jullie moeten zoeken als wij niet meer uit dit partijgebouw komen of als wij later spoorloos verdwijnen". Daarop riep ik de menigte toe: „De demonstratie zal zegevieren".
Zo zette slimme Savu 's lands terroristen schaakmat. Koortsachtig overleg tussen afgevaardigden en demonstranten resulteerde na geruime tijd in een eisenpakket dat eenvoudigweg neerkwam op de val van het schrikbewind!
Eenmaal weer thuis na zijn moedige openbare optreden moest Savu verantwoording afleggen aan zijn diep bezorgde echtgenote: „Maar ze wist mijn antwoord al. Zoals in Peking op het vreedzaam demonstrerende volk was geschoten, zo waren ook in Timisoara mensen door tanks verpletterd. Wij willen niet langer als wormen of ratten worden beschouwd. Hoe zouden we onze kinderen nog onder ogen durven komen, wanneer wij deze kans op een beter leven hadden laten voorbijgaan".
Victoria of Victor
Op haar verjaardag, donderdag 21 december, hoorde Felicia Opris de BBC en Radio Free Europe voor het eerst berichten over de opstand in haar geboortestad Timisoara.- Maar het klonk als regelrechte hoon in haar oren: een paar doden en wat glasschade! Een reiziger vertelde de westerse stations dat hij gehoord had dat op de menigte demonstranten in Timisora was geschoten... Jarige Felicia noteerde in haar dagboek van de Roemeense revolutie: „Over de pleinen van de stad rollen de tanks van het leger dat nu aan onze kant staat. De oude machthebbers geven zich evenwel nog niet gewonnen. Ze laten versterkingen aanrukken. De eerste vrachtwagens met zogenaamde "Patriottische Arbeidersmilities" arriveren. Ze worden gedwongen uit te stappen en hun wapens aan het leger over te dragen".
„'s Avonds spreekt Ceausescu het volk via de televisie toe: vandalen zouden de stad Timisoara hebben verwoest, daarin bijgestaan voor buitenlandse anti-Roemeense kringen; het leger zou zijn aangevallen. Hij roept de noodtoestand voor de stad en het district uit. Op samenscholingen van meer dan vijf mensen zal zonder waarschuwing worden geschoten. De demonstranten op het Operaplein zijn al snel op de hoogte van Ceausescu's gebruikelijke leugentaal. Spreekkoren heffen een nieuwe leus aan: „Wij zijn geen vandalen". Gelovigen knielen neer en bidden gemeenschappelijk. De avond vliegt voorbij. Er worden liederen gezongen, gedichten voorgedragen. Enkele hoogzwangere demonstranten krijgen in deze spannende uren hun eerste weeën. Op weg naar het ziekenhuis roepen de mensen hen na: „Noem het kind Victoria of Victor!" ij&M
Je drukt niets af
De geruchten zijn niet van dè lucht in Timisoara, vermeldt het dagboek van de nuchtere kinderarts. De Securitate zou de ziekenhuizen zijn binnengedrongen. Zij zou de zuurstofmaskers bij zwaargewonden hebben afgerukt alsme-. de patiënten van bloedtransfusieapparaten hebben afgesneden. Ook zouden binnengebrachte gewonden ter plekke zijn doodgeschoten. „Artsen kunnen deze geruchten later niet bevestigen", schrijft Felicia Opris eerlijk.
„Lijken zouden in de crematoria van de ziekenhuizen of door het vleesconcern Comtim zijn verbrand. De lichamen van haar slachtoffers die zij op deze wijze niet meer kon wegwerken, zou de Securitate op het kerkhof voor de armen haastig hebben verstopt in massagraven. Enige lijken zouden daarbij met kokend heet water zijn overgoten om de slachtoffers onherkenbaar te maken. De bevolking besluit daarop dat de ziekenhuizen voortaan bewaakt moeten worden. Soldaten verklaren zich bereid aanvallen van de Securitate te zullen beantwoorden. Bemande legertrucks rukken uit om de demonstranten te beschermen".
Toch was op die donderdag 21 december de strijd in Timisoara allesbehalve beslecht. Felicia Opris: „Maar ook de Securitate is overal aanwezig. Zij verhindert in een drukkerij het ter perse gaan van de Roemeense, Hongaarse, Duitse en Servische edities van dagbladen. „Het ging allemaal erg snel", vertelt een onthutste redacteur van de Duitstalige Neue Banater Zeitung. „Plotseling werden we omringd door uniformen. Die lui hadden hun pistool in de aanslag. Een officier drukte de directeur zijn wapen tegen de slaap en commandeerde: „Je drukt niets af'. Ons -typografen en journalisten— werd gesommeerd onmiddellijk het pand te verlaten".
Tweede Wereldoorlog
De volgende dag, vrijdag 22 december, zag Felicia Opris nog meer medeburgers demonstreren. Zij schatte hun aantal op 250.000. „Niemand stoort zich aan het samenscholingsverbod van Ceausescu". Nog even en de gehate tiran zou met zijn levensgezeilin-in-hetkwaad Elena in pure paniek op de vlucht slaan. Heel kort brak de zon van Romania Libera (Vrij Roemenië) in Timisoara stralend door. De laffe sluipschutters van de Securitate verduisteren haar abrupt. Binnen een etmaal sloeg de juichstemming om in de stad. Pas aan het begin van het nieuwe jaar 1990 kon Felicia Opris 's lands bevrijding vieren: „Ook voor ons is de Tweede Wereldoorlog nu verleden tijd". Volgende week slot.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 31 januari 1990
Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 31 januari 1990
Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's