Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De vergane glorie van Bornia en Heidestein

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De vergane glorie van Bornia en Heidestein

Historie uit stad en streek

5 minuten leestijd Arcering uitzetten

DRIEBERGEN - Tussen Driebergen en Zeist liggen de landgoederen Bornia en Heidestein. Vroeger maakten ze deel uit van het uitgestrekte heide- en stuifzandgebied de Amersfoorter bergen. Door de aanleg van de spoorlijn Utrecht-Arnhem werd het landgoed Bornia in tweeën gesplitst. Beide landgoederen, waar eens pracht en praal de boventoon voerde, liggen er nu verlaten en troosteloos bij.

Een rondwandeling over beide landgoederen toont duidelijk dat de glorie van de landgoederen voorgoed vergaan is. Ruïnes, vijvers, een theehuis dat nog redelijk intact is, een droogschuur, paden, aarden wallen en andere overblijfselen laten maar weinig meer zien van de schoonheid die beide landgoederen hebben gekend, waar zelfs door eigenaars spoorlijntjes waren aangelegd voor werkzaamheden op het terrein en ook voor rondritten over het terrein voor de familie en gasten. Een blik in de geschiedenis van de beide landgoederen toont ons het volgende beeld.

Bornia
Na de Franse tijd kwam het gebied tussen de Rijn vallei en de Utrechtse Heuvelrug sterk in de belangstelling te staan bij de gegoede burgerij. In deze overgangszone van klei naar zand ontstonden hierdoor verschillende landgoederen en buitens in Driebergen en Zeist.

In 1812 begon zo ook de geschiedenis van het landgoed Bornia. In dat jaar werd er door de Domeinen veel heide- en stuifzandterrein verkocht. In 1839 kwamen de eerder verkochte stukken in handen van Jan Kol, een telg uit een vooraanstaand Utrechts bankiers- en koopliedengeslacht. Deze bezittingen vormen de kern van het huidige landgoed. In 1870 werd op het landgoed vlak bij het spoorstation Driebergen/Zeist een huis gebouwd op de fundamenten van een zeventiende-eeuwse boerderij. Dit huis werd Bornia genoemd, wat grensgebied betekent.

De bebossing van de grotendeels kale zandgronden werd in 1873 ter hand genomen door een Utrechtse advocaat, die de nieuwe eigenaar was geworden. Aan het begin van de deze eeuw had het landgoed door diverse aankopen een omvang van 500 hectare. In die tijd was het landgoed in eigendom van de familie Thurkow-Dorrepaal. Deze familie stichtte op het terrein een asperge- en varkensbedrijf en liet er tropische kassen, een wintertuin en een smalspoorlijn aanleggen. Deze smalspoorlijn werd gebruikt voor vervoer van zand uit de put in het naastgelegen landgoed Heidestein naar een kalkzandsteenfabriek. In de Tweede Wereldoorlog gebruikten de Duitsers het spoor voor munitietransport. Het enige wat er nu nog van over is gebleven, zijn de resten van vier betonnen perronnetjes.

In 1908 verkocht de familie het westelijke gedeelte van het landgoed aan de eigenaar van Heidestein. Na een boedelscheiding behield het noordelijke deel de naam Bornia. In 1925 werd op het landgoed een zwembad gegraven en een Chinese tempel gebouwd.

Heidestein

Heidestein heeft in het begin van de negentiende eeuw aan verschillende eigenaren toebehoord. Het wordt begrensd door het eerder genoemde Bornia. Ten noordoosten grenst het aan de bossen van Austerlitz en ten noordwesten aan de wijk Kerckebosch in Zeist en de Zeisterbossen. Deze gebieden waren reeds in 1847 met bos begroeid. Tussen 1870 en 1890 werd het gebied bebost.

Een gedeelte van Heidestein behoorde in de laatste helft van de vorige eeuw toe aan twee eigenaren. Een gedeelte aan de eigenaar van Bornia en het andere gedeelte aan de familie Taets van Amerongen. Deze familie liet op het landgoed een landhuis bouwen.

Bij het landhuis verrezen diverse bijgebouwen en woningen voor het personeel. Een deel van het bos werd gekapt voor de aanleg van gazons, moestuin en vijver. Verder werden er enkele lanen aangelegd. Het overige deel van Heidestein bestond begin van deze eeuw nog hoofdzakelijk uit heide en stuifzand met slechts hier en daar een groepje vliegdennen.

IJskelder

In 1908 verkocht de familie Taets van Amerongen het landgoed aan de voormalig directeur van de Indische Cultuurmaatschappij in Nederlands-Indië, mr. F. J. H. de Wetstein Pfister. Deze breidde door aankoop van gedeelten van Bornia zijn landgoed uit tot circa 150 hectare. Vanaf die tijd werd begonnen met de verdere ontginning en verfraaiing van het landgoed.

In 1909 werden voor de water- en lichtvoorziening enkele windmolens gebouwd, waarvan een voor het oppompen van water voor het aangelegde zwembad. Overtollig water werd vanuit het zwembad via een soort aquaduct naar de moestuin geleid. Restanten van het irrigatiesysteem zijn nog zichtbaar. Een grote vijver kon aangelegd worden, omdat deze was ontstaan door afgraving van zand ten behoeve van een steenfabriek.

De uit de vijvers en het kanaal vrijkomende grond werd gebruikt voor het opwerpen van heuvels en wallen. Boven op de wal om de vijver liet de eigenaar een hputen theehuis bouwen, van waar uit de bezoekers een ruim uitzicht hadden, tot Austerlitz toe. Dit theehuis is nog intact. Hieronder werd een ijskelder gemetseld. In de kelder bleven ijsblokken uit de vijver soms jarenlang goed. De eigenaar liet, net als op het landgoed Bornia, een spoorlijntje aanleggen. Op deze wijze konden de gasten een rondrit maken over het landgoed en verder werd het gebruikt om landbouwgewassen naar opslagruimtes te brengen.

Astmacentrum

Na de dood van de eigenaar werd het landgoed verdeeld over zijn beide dochters. Zo ontstond er een Groot en een Klein Heidestein. Na de dood van De Wetstein Pfister kwam er ook een eind aan de opbloei van het landgoed. Geleidelijk aan begon het steeds meer in verval te raken. In 1939 brandde het huis geheel af. De jongste dochter van De Wetstein Pfister, die gehuwd was met de Utrechtse arts dr. C. J. C. Hoogenhuyze, bleven op het landgoed wonen in de tot woning omgebouwde orangerie.

Ook het landhuis op Klein Heidestein, waar Duitsers in 1943 ingekwartierd waren, brandde na de oorlog af. De eerder genoemde dr. Hoogenhuyze wijdde zich vooral aan astmabestrijding. Vandaar dat op Groot Heidestein vanaf 1963 regelmatig zomerkampen voor astmapatiënten gehouden worden. De Stichting "Het Dr. C. J. C. van Hoogenhuyze Fonds" heeft sinds 1973 de voormalige droogschuur en bijbehorende grond in gebruik als astmatrainingscentrum. Jaarlijks maken diverse groepen astmapatiënten gebruik van deze mogelijkheid.

In 1982 kocht de Stichting het Utrechts Landschap 301 hectare aan van de toenmalige eigenaren. Door deze aankoop zijn de landgoederen Heidestein, Bornia en Noordhout samengevoegd tot een beheerseenheid van ongeveer 638 hectare.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 7 maart 1990

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

De vergane glorie van Bornia en Heidestein

Bekijk de hele uitgave van woensdag 7 maart 1990

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's