Omkering
„Want ik ben niet gekomen om te roepen rechtvaardigen, maar zondaars tot bekering". Mattheüs 9:13b.
De bekering is een totale omkering, vernieuwing en levendmaklng van de mens. De mens moet beleven dat hij dood Is In de zonden, geheel en al verdorven, onheilig, vleselijk en afgescheiden van God, want anders heeft hij evenmin bekering nodig als een gezond mens de dokter nodig heeft.
Wanneer nu een mens in zijn idee maar een klein beetje rechtvaardig is dan is hij meteen totaal ongeschikt voor een gehele omkering, een wedergeboorte. Voor de bekering van deze mensen Is de Heiland niet gekomen. Neen, dit grote, dit heerlijke heil is voor een geheel ander soort mensen; het is voor zondaren die in zichzelf niet de minste rechtvaardigheid vinden; die ontbloot zijn van alle deugdzaamheid, goedheid, gerechtigheid, genade, licht en kracht. Het zijn mensen, die totaal onheilig, zondig, boos, blind en verdorven zijn; die als goddelozen van de Heere zijn afgeweken en geheel van Zijn zalige gemeenschap verstoken zijn. Zij liggen gevangen onder de macht en de heerschappij van satan en zonde, zó diep en zó machteloos dat zij uit het binnenste van hun ziel hun stem tot de Heere verheffen en uitroepen: Bekeer mij, zo zal Ik bekeerd zijn.
Theodorus van der Groe
(Reveil-serie no.31)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 maart 1990
Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 maart 1990
Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's