Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Napalmbombardementen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Napalmbombardementen

5 minuten leestijd Arcering uitzetten

Nu, ruim 25 jaar later, is Indonesië een gerespecteerde, pro-westerse mogendheid en toonbeeld van stabiliteit in een politiek kwetsbare regio. Krachtig gesteund met westers kapitaal, wist het land op te klimmen tot een naar v^houding redelijk welvarende staat. En Irian Jaya is een gewone provincie van Indonesië.

Voor de oppervlakkige waarnemer leek de inlijving van dat gebied in de eenheidsstaat Indonesië een vrij geruisloos proces van soepele assimilatie. Maar ondanks de Indonesische ontkenningen én de vrijwel hermetische afsluiting van Irian, sijpelden toch met enige regelmaat berichten door dat achter dat bamboegordijn niets minder dan een gewelddadige onderwerping van een hulpeloos volk plaatsvond. Internationale mensenrechtenorganisaties bleven in de jaren zeventig en tachtig melding maken van wrede onderdrukking van het verzet, napalmbombardementen op Papoea-dorpen, martelingen en moorden. De Engelse organisatie Tapol sprak van een regelrechte volkerenmoord.

Maandenlang reisden ze te voet en per uitgeholde boomstam door de oneindige jungle. Een genadeloos oerwoud, dat de indringers geen moment met rust liet. De reis was fysiek een uitputtingsslag. De verlammende, klamme hitte, de eonfontatie met de meest bizamStn^ : sekten, de oversteek van kolkende rivieren en besneeuwde bergruggen plus het voortdurende risico om door het Indonesische legér in de kraag gegrepen te worden, het zijn evenzoveel ingrediënten voor een spannend verslag van twee dappere pioniers. andere overbevolkte eilanden ontlasten, maar tegelijkertijd (en vooral) Irian gelijkschakelen. „Transmigrate doet een nieuw mensentype ontstaan, zonder kroesh'aar, maar met een grotere schoonheid" (Gouverneur Isaac Hindom van Irian Jaya). De Papoea-identiteit zal zo vanzelf verdwijnen. „De Papoea's zullen op den duur verdrinken in een zee van Javanen. Als ze al het land van de Irianezen in bezit hebben, hun huizen verwoest hebben en door de kracht van hun getal de culturele norm zijn geworden, is de aanpassing een feit. Met vier miljoen Javanen in Irian Jaya en nauwelijks een miljoen Irianezen die omringd zijn door grote concentraties kolonisten, zal het etnische probleem vanzelf verdwijnen", schrijft Monbiot wrang. De indonesianisering van Irian is volgens hem het primaire doel van Jakarta. Het instrument daarvoor is vooral de transmigrate: honderdduizenden boeren uit andere delen van Indonesië worden naar Irian Jaya gelokt. Ze krijgen een aanmoedigingspremie en voor het eerste jaar gratis voedsel en zaaigoed. De projecten worden in het oerwoud aangelegd. De Papoea's wordt rechteloos hun grond ontnomen. Honderdduizenden bomen worden gekapt. De gevolgen voor de Papoea's zijn desastreus. Hun hele inheemse economische infrastructuur wordt verwoest. Maar ook de transmigranten zélf zijn de dupe. Eenmaal op de plaats van bestemming, komen de boeren na korte tijd tot de ontdekking dat ze zijn bedrogen. Monbiot geeft daarvan sterke staaltjes. ziektes. Veel transmigranten namen de wijk naar Merauke, om een baantje te zoeken. Toen ze in het natte seizoen weer terugkwamen, bleek het zaaigoed opgegeten door de muizen. Tegen hoge prijzen moest er nieuw zaaigoed worden ingekocht. Twee maanden later waren er overstromingen. Die schenen er ieder jaar te komen. Twee maanden lang stonden de pas gebouwde huisjes in een halve meter water. Het water was besmet. Mensen stierven aan cholera en andere ziektes. (...) De grond waarop de transmigranten verbouwden werd rood en steriel, zonder veel voedingsstoffen. Nu de bomen waren verdwenen, zouden de zware regens in korte tijd alle voedingsstoffen doen wegspoelen. Binnen vijfjaar zou de grond zo dood als zand zijn".

Op enkele gebieden na is Irian Jaya niet geschikt voor landbouw. Alleen het tropisch oerwoud kan hier gedijen. „Het enige dat op regenwoudgrond kan groeien is regenwoud. Dat is de paradox. In de heuvels achter Sorong was de aarde vijf centimeter diep. Daaronder bevond zich harde, rode klei, zonder één bouwstof voor planten. Regenwoudplanten zijn zo competief, dat iets dat op de grond valt onmiddellijk wordt opgezogen. Alle aarde die er was, is verbruikt om planten in leven te houden. Bladeren zijn na enkele dagen verdwenen. In Sorong konden ze zich niet snel genoeg verzamelen om een bodem te vormen die dieper was dan vijf centimeter. Alle bouwstoffen zijn opgeslagen in de bomen. Als deze weggehaald worden, verdwijnt het land met hen. Gewassen die op een regenwoudgrond groeien, zullen het een paar jaar volhouden op de bestaande bodem; dan is er niets meer".

Een aantal Papoea's in Wamena, in het centrale bergland van Irian-Jaya. Vol-' gens Monbiot zullen zij op den duur verdrinken in een zee van Javanen. volksvoedsel nummer één. Dit voedsel wordt gehaald uit de sagopalm, een boom die alleen goed kan gedijen in de schaduw van de hoge woudreuzen. Voor hun dagelijks bestaan heeft iedere stam een groot stuk regenwoud nodig. Om het evenwicht in de voedselvoorziening te garanderen, ontwikkelde zich een ingewikkeld netwerk van grondbezit.

„Vanuit de lucht lijkt Irian een wildernis van eindeloze oerwouden, met hier en daar een kleine Papoea-nederzetting, maar elke centimeter heeft een rechtmatige eigenaar. Elke sagoboom behoort iemand toe en anderen respecteren dat".

Dit regenwoud wordt echter, net als in het Amazone-gebied, bedreigd. Onthullend is in dit verband het afschuwelijke relaas dat Monbiot weet op te tekenen in Agats, een dorp in het woongebied van de Asmat. Ten behoeve van enkele grote houtindustrieën worden de Asmat eenvoudig gedwongen tot een grootschalige verplichte houtkap. Gedurende vier tot vijf maanden moeten ze in het oerwoud werken en hun huizen en gezinnen in de steek laten. Weigeraars worden af- of zelfs doodgeranseld. De tragiek is dat ze hun eigen bestaansgrond, het regenwoud, moeten vernietigen. Hoe ze dan wel aan het wild en de sago moeten komen, is hun eigen zorg.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 maart 1990

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

Napalmbombardementen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 maart 1990

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's