Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Faillissement en surséance door zaak lood in veevoer

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Faillissement en surséance door zaak lood in veevoer

2 minuten leestijd Arcering uitzetten

ROTTERDAM — Drie bij de affaire rond de loodvergiftiging van veevoer betrokken Nederlandse firma's zijn als gevolg van die affaire in grote moeilijkheden geraakt. Veevoerbedrijf Rovegrha in Lekkerkerk heeft faillissement aangevraagd, de drogerij Marknesse in Dronten en veevoerbedrijf De Bruyn in Waspik verkeren in surséance van betaling.

De drie firma's (met respectievelijk vier, tien en vijftien werknemers) waren betrokken bij de levering van de met lood verontreinigde grondstof waar het veevoerbedrijf Slump in Stroobos veevoer van maakte.

In oktober vorig jaar bleek een groot aantal koeien in het Fries-Groningse Westerkwartier loodvergiftiiging te hebben opgelopen na het nuttigen van veevoer van Slump. Ook in Groot-Brittannië werden honderden ibqe^eq,, cjftj fj^gf J.JJ^ ^e^YWgift'gde 'veevoer'. :

De „drie ^be^rjjyen hadden bij de |re.;htpan£ in Rotterdam eei^kort g ding aangespannen tegen Slump om via een rechterlijke uitspraak uitstel van betaling te krijgen van het voor• schot van 1,5 miljoen gulden dat ze ; volgens een arrest van het Haagse gerechtshof aan Slump moeten betalen. In de zaak zou gisteren vonnis worden gewezen door rechtbankpresident mr. L ter Kuile. De zaak is nu voor' lopig aangehouden.

Volgens de Rotterdamse advocaat mr. Th. Sandberg van Slump is het voor Slump nu „een oefening in geduld geworden". Slump had volgens hem door het arrest van het gerechtshof een voorsprong op andere schuldeisers. Die is volgens hem door deze ontwikkeling voor een deel tenietgedaan.

Zeven Britse bedrijven eisten eveneens in kort geding in totaal 10,5 miljoen gulden als voorschot op een schadevergoeding van de drie NederlèSQ^yémij^eji^ Het faillissement en de surséances verbazen Sandberg dan ook niet^ •„Hejtijis ge«hj hogere wiskunde. Op zich werd-dieTl,? miljoen van ons gedekt door de verzekeringen. Maar toen de Engelsen kwamen met hun claims was er geen houden meer aan". In deze affaire loopt nog een serie andere juridische procedures, onder andere gericht tegen de Westduitse firma Topfer, die de verontreinigde grondstof (rijstzemelen) aan Rovegrha en De Bruyn heeft verkocht.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 10 maart 1990

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

Faillissement en surséance door zaak lood in veevoer

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 10 maart 1990

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's