Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

„Politie moet niet infiltreren in mafia-achtige drugssyndicaten"

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

„Politie moet niet infiltreren in mafia-achtige drugssyndicaten"

5 minuten leestijd Arcering uitzetten

NIJMEGEN - De politie gebruikt bij het opsporen van strafbare feiten te vaak infiltratieteams. Dit veelvuldige gebruik is ongewenst, omdat de politie bij infiltratie zelf strafbare feiten pleegt en mensen tot het plegen daarvan uitlokt.

Dit stelt mr. P. M. Frielink in zijn proefschrift "Infiltratie in het strafrecht", waarop hij vandaag aan de Katholieke Universiteit Nijmegen promoveert. Frielink bepleit het opnemen van een rechtvaardigingsgrond in het Wetboek van Strafrecht, waardoor de misdrijven die de politie pleegt tijdens de infiltratie niet meer strafbaar zijn. Van infiltratie zou alleen gebruik mogen worden gemaakt als andere opsporingsmethoden geen of onvoldoende resultaat opleveren en als de verdachte een misdrijf heeft gepleegd waarop een gevangenisstraf van vier jaar of meer staat.

Onder infiltratie verstaat de promovendus het onder valse naam binnendringen door de politie in criminele milieus om een valstrik voor een verdachte te zetten. De infiltrant doet zich voor als iemand die drugs of gestolen goederen van de verdachte wif kopen. Dit wordt pseudokoop genoemd.

Drugs

Hoewel Frielink infiltratie een geschikt .opsporingsmiddel vindt, is hij tegen het te pas en te onpas gebruik maken daarvan. Met name heeft hij zijn twijfels over het nut van infiltratie bij de aanpak van de drugshandel, waarbij de politie door pseudokopers regelmatig probeert de grote jongens achter de handel te pakken te krijgen. „De politie zegt maar 10 procent van de drugsaanvoer te onderscheppen, zodat je je kunt afvragen of je er zelfs wel aan moet beginnen. Het effect van de bestrijding op de drugshandel is gering, terwijl je aan de andere kant te maken krijgt met allerlei nadelige gevolgen van die aanpak, zoals een overbelaste politie en Justitie en overvolle gevangenissen".

Frielink wijst erop dat drugsorganisaties rekening gaan houden met infiltranten. „De infiltrant moet een steeds zwaardere toets ondergaan. De criminelen gaan minder snel in zee met onbekenden en laten de gangen van een infiltrant nagaan". MR. P. M. FRIELINK ... zwaardere toets...

Het grootste bezwaar van de promovendus tegen het binnendringen in het harddrugs-milieu is dat het vaak gaat om mafia-achtige syndicaten. In dergelijke clubs moet je een politieman niet laten infiltreren, vindt Frielink. „De syndicaten kennen interne straffen, waarbij liquidatie van de verraders of infiltranten als gewoon wordt ervaren. Als je in deze organisaties succesvol wilt infiltreren, betekent dat dat je langere tijd in de organisatie moet meedraaien. De infiltrant komt verder weg te staan van zijn begeleiders. Hij kan op beslissende momenten alleen komen te staan. De infiltrant komt bloot te staan aan intimidatie, bedreiging en corruptie".

Pseudokoopteams

In ons land beschikt de politie over tien pseudokoopteams. Een pscudokoopteam bestaat uit vijf opsporingsambtenaren, van wie er twee als pseudokoper optreden.en drie het zogenaamde begeleidiiigsteam vormen. Politieagenten worden pas lid van een pseudokoopteam na uitgebreide selectietesten en een speciale cursus. Een politieman mag slechts twee jaar lid zijn van een pseudokoopteam.

Het begeleidingsteam wordt van vitaal belang geacht voor het pseudokoopteam. Het onderhoudt niet alleen de contacten tussen de pseudokopers en de verantwoordelijke recherchechefs, maar is ook de vraagbaak en klankbord voor de pseudokopers. Het welslagen van de infiltratie hangt in belangrijke mate af van het functioneren van het begeleidingsteam.

De Nederlandse politie ging in navolging van haar Amerikaanse collega's in de jaren zeventig over tot het inzetten van pseudokoopteams. Toch was infiltratie geen nieuw verschijnsel in de opsporingsmethoden. In 1846 wist de Haagse politiecommissaris Waldeck door infiltratie een valsemuntersbujjde op te rollen. Rond 1900 maakte de politie in een aantal gevallen gebruik van een lokagent om overtredingen van de Drankwet op te sporen. De lokagenten haalden kasteleins over hen de verboden sterke drank te schenken, waarna de agent zijn ware identiteit onthulde en de kroegbaas op de bon slingerde.

Inzetbaarheid

De permanente beschikbaarheid van de pseudokoopteams -over de wenselijkheid waarvan ook binnen de politie verschillend werd en wordt gedacht- maakt volgens Frielink dat men er ook sneller naar grijpt. „De Amsterdamse rijkspolitie had aanvankelijk een ad-hocpseudoteam. Voor de leden van dit team waren de pseudokoop-activiteiten slechts een van hun vele werkzaamheden. Men kon dus niet op elk gewenst moment over deze mensen beschikken vanwege dat andere werk. Bij de huidige teams is de pseudokoop de 'dagtaak' van de leden. Mensen die niets anders te doen hebben laat je niet dagen op bureau zitten, zodat men de teams sneller laat opdraven".

Per jaar worden worden pseudokoopteams ingezet voor gemiddeld 130 zaken. In 30 tot 40 procent is men succesvol. In meer dan de helft van die 130 zaken gaat het om de opsporing van valsheidsdelicten (vervalste geld en cheques bij voorbeeld), vuurwapencriminaliteit, gestolen goederen en heling.

Schilderijen

Als het gaat om het terugvinden van gestolen goederen kan infiltratie volgens Frielink heel goed werken. Hij wijst op de zaak van de gestolen schilderijen uit het Stedelijk Museum in Amsterdam, die door het optreden van een pseudokoper werden teruggevonden. „In die gevallen is het misdrijf al gepleegd. De verdachte wordt natuurlijk wel opgelicht omdat de pseudokoper zich van een valse identiteit bedient, maar hij wordt niet aangezet tot het plegen van een misdrijf".

Een bijkomend probleem bij de infiltratie is dat een pseudokoper in een proces alleen als anonieme getuige gehoord kan worden, om repressailles te voorkomen. Het bewijs dat via een anonieme getuige wordt verkregen, mag de rechter als gevolg van een arrest van het Europese Hof alleen nog als ondersteunend bewijs gebruiken. Hij mag een verdachte niet alleen op grond van een anonieme getuigenis veroordelen.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 13 maart 1990

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

„Politie moet niet infiltreren in mafia-achtige drugssyndicaten

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 13 maart 1990

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's