Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De onderkant van de stad

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De onderkant van de stad

Marokkaanse krottenwijken vormen een sociale tijdbom

7 minuten leestijd Arcering uitzetten

Een van de grootste problemen van onderontwikkelde landen is de modernisering. Tenminste, niet de modernisering zelf, maar de manier waarop die plaatsvindt. Sommige delen van de samenleving worden omgeturnd naarhet model van de hypermoderne westerse beschaving, in andere segmenten lijkt de tijd voor altijd stil te blijven staan. Dan krijg je de vreemde situatie dat naast de traditionele, ambachtelijke sector een moderne, industriële sector ontstaat.Ook de Marokkaanse steden kennen een dergelijke dualistische structuur. Ditgeplande dualisme gaat in het Noordafrikaanse land terug tot in de tijd van het Frans koloniaal bestuur.

De Franse politiek-economische overheersing leidde tot grote veranderingen in de ruimtelijke organisatie van Marokko. Het resulteerde onder andere in de bouw van de ville Européenne. Ruimtelijk gescheiden van de organisch gegroeide medina's (Arabische steden) werden de planmatig nieuwe stadsdelen opgetrokken, die in alles de tegenhanger vormde van de Arabisch-islamitische stad. De bouwers gingen uit van een grootschalig dambordpatroon met brede avenues en pleinen met veel groen. In de Europese wijk bevindt zich het moderne CBD met banken, hotels, moderne warenhuizen en congrescentra.

Koloniale erfenis

De eerste resident van het protectoraat (Marokko stond tussen 1912 en 1956 onder Frans beheer), generaal Lyautey, was zich bewust van de Marokkaanse cultuur en wilde deze zoveel mogelijk intact houden. Dit is opmerkelijk, omdat in de andere Maghreb-landen (Tunesië en Algerije) die ook onder Frans bestuur stonden de inheemse stadsstructuren werden veranderd of vernieuwd.

Het eurocentrisme heeft de afwijr zing van de waardevolle culturele erfenis in belangrijke mate bepaald. Vernieuwingen, afkomstig uit Europa werden gezien als het hoogste ideaal. .  Ondanks de grote waardering die Lyautey heeft gekregen voor zijn stedebouwkundig inzicht, mogen de negatieve sociale en economische gevolgen van deze "urban apartheid" niet onderschat worden.

De door de bouw van aparte ville Européenne orïtstane stedelijke differentiatie werd na de onafhankelijkheid in 1956 versterkt door het proces van invasie en successie. De Marokkaanse elite neemt de plaats in van de Fransen. Het vertrek van deze bovenlaag, in combinatie met het vertrek van veel joden naar Israël, heeft geleid tot een sterke proletarisering en verpaupering van de oude stadsdelen. De medina heeft zowel in sociaal als in economisch opzicht het karakter' gekregen van een randgebied.

Van platteland naar stad

Tegelijk met de omwenteling in de stedelijke ontwikkeling neemt vanaf de jaren twintig de trek van het platteland naar de steden sterk toe. De oorzaak van deze ruraal-urbane migratie is dat 1 miljoen hectare goede landbouwgrond aan de boerenbevolking werd afgenomen ten behoeve van de colons (Franse boeren).

Ook de sterk toegenomen natuurlijke aanwas veroorzaakt een toenemende druk op de medina. Aanvankelijk kan de groei nog opgevangen worden door een verdichting van de woningbouw in de medina. Grote tuinen en open plekken worden al snel opgevuld met nieuwe woningen. Veeldaklozen zoeken hun heil bovenop de daken. Het feit dat hier niet alleen mensen op een primitieve manier wonen, maar oqk hun vee, zoals kippen en geiten, versterkt het proces van verval. Het probleem van het verval wordt verergerd door de islamitische traditie van religieuze schenkingen (waqf), die sterk zijn teruggelopen. Veel openbare gebouwen en ook instellingen werden voorheen onderhouden uit de inkomsten van bij voorbeeld giften van land en bezittingen. Men besteedt nu meer zorg aan de ernstig sociale misstanden.

Het probleem van de oude stad is samen te vatten in de vraag of er een oplossing kan worden gevonden, waarbij de mensen niet worden opgeofferd aan de gebouwen en de gebouwen niet aan de mensen. Het evenwicht in de ruimtelijke organisatie van de medina's is sterk verstoord. Tegelijkertijd blijkt ook dat de capaciteit van watervoorziening, riolering en vuilnisophaal onvoldoende is.

Fondouk

Zowel de migratie naar de medina als naar de bidonvilles kan volgens de theorie van John Turner onderscheiden worden in allerlei fasen. Migranten zijn eerst bridgeheaders, die hun bruggehoofd in hèt stadscentrum zoeken. De migrant zoekt allereerst naar allerlei illegale manieren van wonen, zoals het "kraken" van fondouks.

Door de komst van de auto heeft de fondouk een functieverandering on- . dergaan: van herberg naar een woonplaats voor de allerarmsten. In het proces naar consolidatie, het verkrijgen van zekerheid van werk en een vaste woonplek, speelt de fondouk een belangrijke rol. In de 140 fondouks van Marrakech verblijven zo'n 12.000 mensen. In kamertjes van soms twee bij twee en een halve meter leven en werken hele gezinnen. Eén kraan en één wc voor zeventig mensen is normaal. Beklemmend is de zwakke juridische positie van de bewoners: de huur kan onmiddellijk worden opgezegd als er te laat wordt betaald. De situatie wordt uitzichtloos als de situatie van ontvangst zich continueert, er is dan sprake van een mislukte integratie met het stedelijke economische en sociale leven.

Douar Spontanées

Gelukkig is het vroegere beleid van verwijdering van de krottenwijken via het wegbulldozeren of brandstichting verlaten. Te lang heeft de overheid de krottenwijken alleen maar gezien als een ongewenste vorm van verstedelijking. Zolang de overheid geen goedkope volkswoningbouwprojecten kan realiseren, is het ontstaan van krottenwijken nauwelijks te voorkomen.

De Wereldbank heeft aan het eind van de jaren zeventig een aantal ideeën van John Turner overgenomen. Turner stelt dat men bij het bouwen van rwoMngen gebruik moet maken van de eigen inbreng van de squatters (de illegale bewoners van een krottenwijk). De Wereldbank startte allerlei projecten gebaseerd op het principe van "self-help". Twee belangrijke benaderingen, die op vrij grote schaal worden uitgevoerd zijn: upgrading (krottenwijk verbetering) en de zogenoemde site- en serviceprojecten. De verdichting van de medina leidde al gauw tot de vorming van bidonvilles (of gourbivilles), "de klassieke" krottenwijken van blik, golfplaten en afvalhout buiten dé medina.

In enkele van deze spontaan gegroeide, veelal illegale nederzettingen wordt, upgrading toegepast. Een van deze Douar Spontaneés is Sidi Youssef Ben Ali (afgekort SIBA), die in 1937 ontstond aan de zuidoostkant van Marrakech. SIBA is nu een wijk van meer ' dan 100.000 inwoners, maar de eerste woningen werden illegaal gebouwd. In de jaren vijftig en zestig wordt de grond opgekocht door de gemeente. Dan krijgt de wijk ook formeel erkenning als deel van de stad.

Woonzekerheid

Alleen gelegaliseerde wijken komen voor upgrading in aanmerking. Als de overheid voor waterleiding, elektrioiteit en riolering heeft verzorgd en ook de bouw van scholen en moskeeën ter hand neemt, heeft ere wijk nog maar weinig weg van een in opzet illegale krottenwijk. Na legalisering gaan de bewoners hun 'woningen' vervangen door huizen van betonsteen en neemt het aantal huizen met meer dan een verdieping toe. De wettelijke erkenning is dus bijzonder belangrijk. Zonder woonzekerheid is de stimulans klein om de woning te verbeteren. Uitbreiding of verbouwing van een woning wordt onder andere bekostigd door verhuur van een kamer, soms voor onbeperkte duur. De huurder betaalt in het laatste geval een eenmalig bedrag. Deze regelihg is karakteristiek voor de informele sector, het verschaft de huurder onderdak vlakbij een arbeidsplaats in de medina en de eigenaar kapitaal om zijn huis uit te breiden of te verbeteren. Door deze upgrading ontstaat er een zekere doorstroming. De bovenlaag van de "lower class" en een gedeelte van de "middle class" krijgen de overhand. De allerarmsten trekken dan naar andere krottenwijken of vestigen zich op braakliggend land.

Site- en serviceprojecten


De formele woningbouw kan ook gestimuleerd worden via goedkope siteen serviceprogramma's. In deze benadering is de overheid verantwoordelijk voor de planning van de nieuwe woonwijk en voor de aanleg van voorzieningen (services), zoals aansluiting voor water, riolering en elektriciteit. De bewoners hebben de verantwoording voor de bouw van het huis op hun stukje land (de site). Het is de bedoeling dat de toekomstige bewoners zelf in etappes hun woningen bouwen. 

Turner bepleit dan ook dat de bewoners mogelijkheden krijgen voor kredietverschaffing voor goedkope bouwmaterialen. Een probleem is echter dat door vrij strakke regels voor betaling maar weinig mensen uit de oorspronkelijke doelgroep (de allerarmsten) uiteindelijk in deze wijken belanden. Als oplossing van de stedelijke woonproblematiek kunnen deze projecten dan ook niet worden gezien.

Er zijn in Marokko ongeveer 1 miljoen woningen te weinig. Jaarlijks komen van de 45.000 a 50.000 woningen die gebouwd worden de helft tot stand in het informele circuit. Duizenden squatters vestigen zich nog steeds illegaal op niet voor woningbouw bestemde grond. Een van de oorzaken hiervan is dat er nauwelijks homogene volksbewegingen zijn ontstaan, zoals dat in onder meer Lima (Peru) het geval is. Toch vormen de bidonvilles sociale tijdbommen. Dat bleek vooral bij de volksopstanden in de grote steden in 1980 en 1984, die door de overheid hard zijn neergeslagen. 

Door de patroon-cliëntrelaties zijn de squatters eerder geneigd om individueel een oplossing te zoeken via een patroon of "kruiwagen" (dus via een verticale relatie) dan via samenwerking met anderen (een horizontale klasserelatie) door middel van actieve wijkorganisaties.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 maart 1990

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

De onderkant van de stad

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 maart 1990

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's