Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Boerenhofstede "Middelburg" in Lisse heeft vierhonderd jaar oude geschiedenis

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boerenhofstede "Middelburg" in Lisse heeft vierhonderd jaar oude geschiedenis

4 minuten leestijd Arcering uitzetten

LISSE — Aan de Loosterweg-Noord in Lisse ligt in een flauwe bocht de vier eeuwen oude boerenhofstede Middelburg. In de volksmond ook wel, naar de huidige pachter, de boerderij van Van Graven genoemd. Vroeger heette deze oude boerderij Mors(ch)veen of Mosveen, wat laag gelegen land of niet stevig, rottig moerasland betekent. Maar sinds 1758, het jaar waarin de buitenplaats Middelburg gesloopt werd, is de naam Middelburg overgegaan op deze boerderij.

Die, lange tijd volledig onbekende, buitenplaats Middelburg lag enkele honderden meters ten noordwesten van de boerderij. Buiten het feit dat de boerderij van 1722-1753 tot de buitenplaats behoord heeft, bestaat er tussen beide "Middelburgen" geen verband. Tegenwoordig behoort Middelburg tot het landgoed van de Graaf van Lynden, eigenaar van Keukenhof. De rood met gele luiken geven dat ook duidelijk aan. De allereerste eigenaar was Maarten Ruychaver, handelaar in buskruit, enkele malen burgemeester van Haarlem en een welgesteld heerschap. In 1579, '80, '82 en '84 koopt hij een viertal stukken grond van totaal 30 morgen (is ruim 25 hectare). Hierop bouwt hij de boerderij.

Op zeventien september 1585 verkoopt hij haar reeds aan zijn zwager, jonkheer Arent van Duivenvoorde, kapitein in Voorhout en later luitenant-kolonel bij Prins Frederik Hendrik. Van Duivenvoorde bewoonde de boerderij niet zelf, maar verpachtte haar aan Hendrik Langeveld, afkomstig uit Langeveld, een plaatsje dat een paar kilometer ten westen van Lisse lag. De familie Langeveld is overigens lange tijd pachter van Morsveen geweest.

Als in 1602 Van Duivenvoorde overlijdt, wordt jonker Jacob van Thienen de nieuwe eigenaar. Hij verkoopt in 1633 Morsveen aan Gerrit Jacobsz Huift. De boerderij wordt dan als volgt omschreven: „Zekere woninge, (zo)als huis, (hooi)bargen, schuren, potinge ende beplantingen, met zijnen heintuinen ende boomgaarden, gelegen in den Ambachte van Lisse in de Overduin in de "Hoochmosse veenen", tesamen groot omtrent 29 morgen toegemaakt land..". Alles voor de som van 10.500 gulden, in drie termijnen te betalen.

Conflicten

Door een huwelijk met de dochter van Huift wordt Frans Barendsz Cousebant, eenrijke Haarlemse brouwer, de volgende eigenaar. Na enige tijd ontstaan hevige conflicten met Cornells van Sijpesteyn, heer van het Hof in Hillegom. Deze Sijpesteyn groef zijn duinen (tot aan de huidige Stationsweg) af en transporteerde dat zand via de Zandsloot over het Haarlemmer Meer naar Amsterdam. Hij wilde echter ook een doorvaart naar het westen. Daarvoor moest de Haarlemmer Trekvaart of Leidse vaart gegraven worden. Sijpesteyn krijgt dan via zijn zwager Fannius enkele percelen grond aan de Trekvaart in zijn bezit die, aldus ontdekt Cousebant, van hem zijn. Het vóór deze ontdekking gesloten akkoord tussen Sijpesteyn en Cousebant, inhoudende dat Sijpesteyn een sloot mocht graven door Cousebants gebied richting de Trekvaart, wordt dan „als gehouden voor geroyeerd".

Twee zoons van Cousebant slaan vervolgens een paal in de gedeeltelijk al gegraven sloot, zodat de doorvaart belemmerd wordt. Een slaande ruzie breekt uit, waarbij beurtelings Sijpesteyn met geweld de hindernissen uit de sloot verwijdert en Cousebant ze weer aanbrengt. Of de doorvaart uiteindelijk is gerealiseerd, wordt niet duidelijk uit de archieven van het Hof van Holland.

Na de dood van hun moeder in 1689 krijgt Josephus Cousebant, vervolgens broer Jodocus en daarna zijn zoon Adriaan Morsveen in bezit. In 1722 verkoopt Adriaan Morsveen echter aan de heren Nicolaas en Pieter Tjark in Leiden, reeds eigenaars van de buitenplaats, zodat Middelburg en Morsveen enige tijd bij elkaar horen. In 1781 wordt de boerderij gekocht door Egbert Bosch, die aan de westzijde van de Trekvaart reeds de hofstede Voorburg bezat. Vervolgens komt (nu) Middelburg in handen van Matthijs Oosten, Lucas JMzn Boon, Arnoldus de Groot en op 22 april 1800 in handen van Simon Petrus Joosten, echtgenoot van Sara van Hoboken. Deze vrouw is eigenaresse van Keukenhof. Als zij echter in 1807 overlijdt, erft haar man kasteel Keukenhof, waardoor vanaf twee juli 1808 Middelburg en Keukenhof tot op de dag van vandaag onafscheidelijk bij elkaar zijn gaan horen.

Verbouwing

In het midden van de vorige eeuw is Middelburg aanzienlijk verbouwd. Zo verdwenen de dwarsbouwsels aan het achterhuis. Ook kreeg de boerderij een trapgevel met aan weerszijden symmetrische raampartijen. Het met prachtige sierluiken verfraaide Middelburg is in zijn huidige vorm dus bijna 140 jaar oud. De familie Van Graven pacht de boerderij sinds 1892, het jaar. waarin de familie Van der Vlugt Middelburg verliet. Van Graven kwam in dat jaar van OudZandvliet af, omdat de weilanden ervan tot bloembollenland werden gescheurd. Men wilde het boerenwerk echter voortzetten, zodat men zich op Middelburg vestigde. Sinds die tijd is de statige boerenhofstede bewoond en gepacht door het geslacht Van Graven.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 maart 1990

Reformatorisch Dagblad | 34 Pagina's

Boerenhofstede

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 maart 1990

Reformatorisch Dagblad | 34 Pagina's