Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De zure druiven van een Utrechtse socialist

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De zure druiven van een Utrechtse socialist

Opnieuw strijd rond ambtsgebed verwacht

3 minuten leestijd

UTRECHT - Het ambtsgebed zal in de nieuwe gemeenteraden van diverse gemeenten opnieuw aan de orde komen. Zo links en rechts —maar met name linksworden de eerste voorzetjes al gegeven. De voorzitter van de Utrechtse PvdA-statenfractie, J. van Bergen, bij voorbeeld vindt een ambtsgebed getuigen van „arrogantie tegenover de minderheid". In het Utrechts Nieuwsblad van 16 maart prikkelt hij zijn socialistische kameraden bij de lagere overheden tot actie na hun installatie.

Van Bergen is geen voorstander van een ambtsgebed aan het begin van een raads-of statenvergadering. Dat is zijn goed recht. Maar opmerkelijk is dat hij de tegenovergestelde mening van anderen niet accepteert. „Een zéér kleine meerderheid dwingt de voorzitter een openingshandeling te verichten die door een overgrote minderheid niet op prijs wordt gesteld", aldus Van Bergen. De fractievoorzitter relateert zijn mening aan de praktijk in de Utrechtse staten.

Naast Limburg is Utrecht de enige provincie waar een meerderheid van de statenleden —nog— prijs stelt op een gebed voor aanvang van de vergadering. Een poging, van de PPR tijdens de vergaderingen van mei en juni 1987 om dit af te schaffen werd uiteindelijk met twee zetels verschil verworpen. De linkse fracties stemden voor de PPR-motie; de VVD was verdeeld.

De druiven zijn bij Van Bergen nog steeds flink zuur. De ongetwijfeld zwarte bladzijde in de herinnering van de socialist kwam hem opnieuw voor de geest toen een christen-democratische collega een opmerking maakte over het wegblijven van statenleden tijdens het gebed: „...daarmee hebben de Staten nu ook de folklore dat na het ambtsgebed een soort intocht der heidenen plaatsvindt". Een ongepaste en denigrerende uitlating, reageert Van Bergen. Verder vervolgt hij: „...ik behoor tot de categorie gelovigen die het ambtsgebed liever achterwege zou laten, omdat ik het onjuist vind andersdenkenden publiekelijk te confronteren met uitingen die slechts door een deel der aanwezigen worden erkend of zelfs herkend. Moeten juist gelovigen, niet verdraagzaam zijn en ootmoedig? Een voorzitter bij meerderheid van stemmen dwingen publiekelijk in gebed voor te gaan, getuigt van arrogantie jegens de minderheid, aangezien een publiek uitgesproken gebed de pretentie heeft voor alle aanwezigen uitgesproken te worden".

Onmisbaar
Van Bergen ziet het statengebed niet meer als een ritueel. Een meerderheid van de statenleden denkt daar anders over. Voor een aantal politici is het gebed een onmisbaar onderdeel van de vergadering. Een andere groep ziet deze inleiding meer als een waardevolle traditie, die -voorlopig- gehandhaafd dient te worden. Samen vormen deze beide denkrichtingen een —zij het krappe- meerderheid. De linkse voorman heeft blijkbaar alle moeite het democratisch beginsel —de meerderheid beslist- te accepteren. De verdraagzaamheid bij de Utrechtse PvdA is op dit gebied blijkbaar toch niet zo erg groot.

Bovendien zijn de statenleden niet verplicht mee te bidden. Tijdens het gebed dienen zij slechts te gaan staan en hun mond te houden. Dat is niet anders dan wat gebeurt tijdens het installeren van nieuwe statenleden en het herdenken van overleden oud-politici. Blijkens de geciteerde uitlating van een CDA'er weigeren enkele statenleden zelfs die simpele vorm van beleefdheid tijdens het ambtsgebed. De door Van Bergen gebruikte termen „onbegrip, gebrek aan verdraagzaamheid en arrogantie" zijn dan ook op z'n zachtst gezegd vrij onzorgvuldig en meer van toepassing op de degenen die weigeren het statengebed aan te horen.

De in 1987 genomen beslissing kreeg de steun van een statenmeerderheid. Wie democratisch genomen besluiten niet wenst te accepteren, dient serieus te overwegen zijn/haar zetel beschikbaar te stellen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 maart 1990

Reformatorisch Dagblad | 34 Pagina's

De zure druiven van een Utrechtse socialist

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 maart 1990

Reformatorisch Dagblad | 34 Pagina's

PDF Bekijken