Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Een spons vol water, zo moet het blijven

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een spons vol water, zo moet het blijven

Ontwatering landbouwgronden vernietigt karakter van natuurreservaat De Groote Peel

5 minuten leestijd Arcering uitzetten

Oostelijk van de Zuid-Willemsvaart, op de grens van Noord-Brabant en Limburg, ligt het unieke natuurgebied De Groote Peel. Dat is een restant van een hoogveengebied dat eens 30.000 hectare groot was. Op 8 mei 1985 kreeg het de status "nationaal park-in-oprichting". Volgens Arnold van Kreveld lijkt dat zelfs een averechts effect te hebben gehad. Dit staat in het maartnummer van "Panda", het blad van het Wereld Natuur Fonds (WNF). Het fonds steunt een beschermingsplan voor dit bijzondere natuurreservaat. Na het uitroepen tot nationaal parkin-oprichting gingen de boeren die om en bij De Groote Peel wonen hun landbouwgronden op grote schaal ontwateren. Ze willen namelijk een hogere opbrengst trachten te verkrijgen. Die ontwatering had echter ook gevolgen voor het park, dat daardoor ging verdrogen. Door een lagere waterstand kwijnt de karakteristieke vegetatie van het hoogveen en de vochtige heideterreinen. Doorgaande ontwatering zal van het bijzondere veengebied op den duur een droge wildernis maken. Het karakter van een noogveengebied wordt door ontwatering absoluut vernietigd.

Bufferzone

Na jarenlang gepraat door natuurbeschermers werd minister Braks in 1988 door de Tweede Kamer gedwongen om aan die aantasting iets te doen. Er werd een besche'rmingsplan opgesteld voor De Groote Peel. Men wil spaarbekkens gaan aanleggen waaruit men in droge perioden water in het park pompt om het waterniveau op peil te houden. De Werkgroep Behoud de Peel en Vogelbescherming hebben met subsidie van het WNF het beschermingsplan door een ingenieursbureau laten beoordelen. Dat kwam tot de conclusie dat het aanleggen en het gebruik van spaarbekkens een aantal negatieve bijwerkingen heeft. De waterkwaliteit kan daardoor voor het doel precies verkeerd zijn, waardoor het middel zelfs erger dan de kwaal zou kunnen zijn. Ook worden de kosten van dit project veel te hoog. De onderzoekers zijn tot de conclusie gekomen dat er rondom De Groote Peel een bufferzone moet komen. Een strook van twee kilometer breed zou niet mogen worden gedraineerd. De Raad van State heeft uitgesproken dat een bufferzone van 600 meter gerechtvaardigd is. Dat is iets, maar lang niet genoeg.

Ongemeten land...

Wie door De Groote Peel wandelt, zal ervaren dat dit hoogveengebied met een oppervlakte van ruim 1300 hectare nog steeds een waardevol natuurreservaat is. In het verleden vormde dat moerasgebied als het ware een natuurlijke barrière tussen Brabant en Limburg.

, Dat woeste gebied werd door de bevolking zo veelmogelijk vermeden. Het was een gevaarlijk moeras, waar men de weg goed moest weten om niet weg te zinken in de zachte bodem. Eeuwenlang was De Groote Peel bekend als "een weeke endrassige streekLants, waar nauwelijks een mens over kan gaan". Ook elders in ons land waren van die woeste hoogveengebieden.

De sfeer van die eenzame gebieden is prachtig vastgelegd door Geterten Gossaert in het gedicht "In de zwarte moeren". Zo werd het hoogveen genoemd. Moergrond is moerassige grond. Hier is 't midden van de moeren! Ongemeten land en lucht strekken naar elkaar de armen, tot verlangens hartezucht. Onbevredigd in de neev'len van de blauwe kim vervlucht. Paal noch perk geleidt de schreden; waar ik ga of waar ik sta is mij over 't onafzienbaar glooiend veld van erica oost en west en noord en zuiden even ver en even na!

Zo is dat eeuwenlang geweest in de Peel, een ongemeten land, woest en eenzaam, een stütegebied waar flora en fauna zich ongestoord konden ontwikkeien.

Turfsteken

Eeuwenlang werd in De Groote Peel turf gewonnen, in, de tijd dat die brandstof nog onmisbaar was. Reeds in de dertiende eeuw werd daarmee op kleine schaal begonnen. Er waren toen echter geen wegen door het uitgestrekte gebied. Daardoor bleef de kern ervan gespaard. Na 1850 werd de vervening stelselmatig uitgevoerd. Toen werd er elk jaar wel een miljoen kubieke meter turf afgegraven.

Door het intensieve turfsteken bleef er van dat bijzondere en unieke natuurgebied niet veel over. Wat er nu nog is, kan slechts gaaf en ongestoord bujven als ervoor wordt gezorgd dat aan de ontwatering paal en perk wordt gesteld. Dat geldt vooral voor de randen van het gebied die grenzen aan de landbouwgronden.

De Groote Peel onderscheidt zich van andere hoogveengebieden doordat er grote plassen in zijn. Het reservaat bestaat uit bossen, struwelen, natte en droge heiden, grassteppen en open water en is beroemd door zijn vogelrijkdom. Er zijn ruim 200 soorten vogels waargenomen. Daardoor is het een van de vogelrijkste gebieden van West-Europa.

Elk jaar strijken daar de kraanvogels neer die De Groote Peel gebruiken als pleisterplaats tijdens hun trektocht naar het zuiden of terug. In de broedtijd en tijdens de voor- en najaarstrek is een groot gedeelte van het reservaat daarom niet toegankelijk.

De Peel was tot de ontginning woest en moerassig. De naam is waarschijnlijk dan ook afgeleid van het Latijnse "locus paludosus", dat moerasgebied betekent. Na de ijstijd steeg het grondwater en ontstonden er meertjes en kleine plassen. Daarin groeiden als eerste riet en zeggen; vervolgens nam de plantengroei toe. Elk jaar zakte de afgestorven plantedelen naar de bodem.

Door de steeds sneller gaande verlanding ontstond op den duur een dikke laag van die plantedelen en kon er moerasbos groeien. De snel groeiende veenlaag kwam boven het grondwater uit en maakte dat steeds voedselarmer. Nada de veenlaag tot aan de waterspiegel was aangegroeid, was er groeimogehjkheid voor het veenmos.

Veenmos of sphagnum is de hoogveènvormer bij uitstek. Het sterft aan de onderkant af en blijft bovenop steeds doorgroeien op het dode materiaal. Het

Veenvorming
overwoekert de andere vegetatie en verstikt zelfs bomen en struiken. Men kan dat nog zien aan het "kienhout" dat in hoogveengebieden wordt opgegraven. Dat zijn eeuwenoude boomstronken.

Door die geleidelijke groei is in de loop van vele eeuwen een veenlaag gegroeid die op sommige plaatsen twee tot drie meter dik is. Dat is een sponzige massa vol water, een echt moeras. Zo moet het blijven. Daarvoor spannen de Werkgroep Behoud de Peel en Vogelbescherming zich in. Omdat hoogveen zo'n rijk en onvervangbaar natuurgebied is, dat in Europa zeldzaam is geworden.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 maart 1990

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

Een spons vol water, zo moet het blijven

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 maart 1990

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's