Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Centrumrechts heerst in Hongarije

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Centrumrechts heerst in Hongarije

Eerste vrije verkiezingen zetten definitief streep onder communisme

5 minuten leestijd Arcering uitzetten

DEN HAAG - Wat de Hongaren met de opstand van 1956 niet is gelukt, zullen zij zondag bereiken door de eerste vrije verkiezingen sinds 1945: het definitief beëindigen van communistische heerschappij.

Nadat de communisten de weg vrijmaakten voor het herstel van de democratie maken de centrumrechtse partijen zich op hun plaats in te nemen.

Onder de bevolking begint de verkiezingskoorts al wat af te nemen. 7,6 miljoen Hongaren moeten in twee rondes, op 25 maart en op 8 april, 386 afgevaardigden aanwijzen, maar zo'n 20 procent van de kiezers zegt zondag thuis te zullen blijven.

Daarentegen is de toon in de campagnes steeds feller geworden, met name tussen de twee grootste, centrumrechtse, partijen die elkaar van antisemitisme en chauvinisme betichten. Peilingen duiden op een nekaan-nekrace tussen de Alliantie van Vrije Democraten (SzDSz) en het Hongaarse Democratische Forum (MDF), die beiden rond de 20 procent schommelen. Zij worden op de hielen gezeten door de rechtse Onafhankelijke Partij van Kleine Landeigenaren (FKgP), vooralsnog goed voor zo'n 17 procent.

Intelligentsia

De Vrije Democraten, de lievelingen van de intelligentsia, kunnen zich beroemen op een lange anticommunistische staat van dienst. Hun leiders, voortgekomen uit de dissidentenkringen van de jaren '70, zijn veelal intellectuelen. De partij is vooral sterk in de steden, maar doet het slecht op het platteland.

In een halfjaar tijd heeft de SzDSz haar electorale aanhang zien groeien van tien tot 23 procent van de stemverklaringen, mede dank zij twee politieke successen. In november vorig dwong zij een referendum af om de presidentsverkiezingen uit te stellen tot na de parlementsverkiezingen, wanneer de oppositiepartijen beter voorbereid zouden zijn. Twee maanden later brachten de Vrije Democraten een Hongaars Watergate-schandaal aan het licht, toen bleek dat de regering de oppositie had laten afluisteren. Dit leidde tot het aftreden van minister van binnenlandse zaken Istvan Horvath.

De SzDSz betreedt het electorale strijdperk aan de zijde van de radicalere Federatie van Jonge Democraten (Fidesz), getipt voor 7 procent van de stemmen.

„Politiek gezien zitten we ergens tussen de Amerikaanse "liberals" en de Westeuropese sociaaldemocraten", zegt partijleider en potentiële premier Janos Kis. Maar in het partijprogram klinkt het liberale gedachtengoed door: naleving van de rechten van het individu, aansluiting bij het Westen en een snelle invoering van een markteconomie. De groeiende werkloosheid, een onvermijdelijk gevolg van dit neoliberaal beleid, moet worden opgevangen door sociale voorzieningen.

Derde weg

Het christendemocratische MDF daarentegen wil, met het oog op haar aanhang onder de middenklasse, een soepeler economische liberalisering. Bij voorkeur door de invoering van een "sociale markteconomie", waarmee de Westduitse christendemocraten na de oorlog de weg vrijmaakten voor het Wirtschafstwunder.

De partij belijdt een nog vage "derde, Hongaarse weg", met een voorkeur voor aansluiting bij Midden-Europa boven de EG. Deze stroming is het sterkst vertegenwoordigd binnen de populistische vleugel van de partij, die zich beroept op een vooroorlogse antiwesterse traditie. De populisten hebben partijleider en potentiële premier Jozsef Antall herhaaldelijk in verlegenheid gebracht.

Het MDF is de eerste oppositiepartij die in het parlement is vertegenwoordigd, nadat het vorig jaar de communistische kandidaten in vier lokale tussentijdse verkiezingen versloeg. Na de verkiezingen zullen de christendemocraten kunnen rekenen op de steun van enkele verwante partijtjes, maar hun leidende rol binnen de oppositie is ondermijnd door de opkomst van nieuwe partijen: de Vrije Democraten ter linker-, en de Kleine Landeigenaren aan de rechterzijde.

De FKgP is de sterkste van de 'historische' partijen die nog aan de laatste vrije verkiezingen van 1945 hebben deelgenomen. De in 1930 opgerichte partij ontleent haar belangrijkste wapenfeit aan de absolute meerderheid van 57 procent die zij toen behaalde. „Onze partij is succesvol omdat zij stevig in het verleden is geworteld", aldus partijleider Vince Vörös, zelf 79 jaar.

Voor de fel anticommunistische Kleine Landeigenaren staan traditionele waarden als het gezin en het geloof centraal. Maar het meeste succes heeft de partij met haar belofte de „historische onrechtvaardigheid" van de landbouwcollectivisatie recht te zetten.

In een land waar het grootste deel van de bevolking in dorpen woont, wint deze oproep snel aan populariteit. Maar de SzDSz en het MDF voelen niets voor herverdeling van het land, die volgens hen alleen maar tot chaos zal leiden. Dit zal bij coalitiebesprekingen met de FKgP nog een groot struikelblok zijn.

Voor coalities zijn er kandidaatpartijen genoeg, ook al veel van de meer dan 60 partijen die zich aanvankelijk lieten registreren (tot en met de Winnie-de Poohpartij toe) inmiddels afgevallen.

Eén partij is in ieder geval uitgesloten als coalitiepartner met de drie centrumrechtse partijen: de ex-communistische partij, die zich in oktober omdoopte tot Hongaarse Socialistische Partij (MSzP). De communisten zijn het slachtoffer geworden van hun eigen hervormingen, waarmee zij de weg vrijmaakten voor hun tegenstanders. De socialisten kunnen rekenen op een kleine tien procent, op de voet gevolgd door de heropgerichte Sociaal-democratische Partij (SzDP). De orthodoxe communisten hebben zich van de hervormers afgesplitst en gaan verder onder de oude naam van Hongaarse Socialistische Arbeiderspartij (MSzM), maar het is vooralsnog onzeker of zij boven de kiesdrempel van 4 procent uit zullen komen.

Na 45 jaar zijn veel Hongaren uitgekeken op links. Maar ook al slagen de centrumrechtse partijen erin een coalitieregering te vormen, in het parlement hebben zij een twee derde meerderheid nodig om de wetten van het oude regime te vervangen en definitief met het verleden te breken. Of er daarbij een rol is weggelegd voor links zullen de machtsverhoudingen in het nieuwe parlement moeten aangeven.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 maart 1990

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

Centrumrechts heerst in Hongarije

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 maart 1990

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's