Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Nog steeds W. G. van de Hulst

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Nog steeds W. G. van de Hulst

Het vertellen: geen zout ná het eten van de aardappelen, maar in de aardappelen

5 minuten leestijd Arcering uitzetten

Als de redactie van het RD je vraagt een recensie te schrijven over een boek van W. G. van de Hulst, bewerkt door iemand uit deze tijd, dan trek je eerst een bedenkelijk gezicht en je denkt bij jezelf: moet dat nu nog? Zo verging het mij toen mij de vraag gesteld werd ten aanzien van het boek van Van de Hulst "Het vertellen", bewerkt door drs. I. A. Kole, uitgave Callenbach.

Een vooroorlogs boekje bewerkt voor deze tijd. Kole motiveert deze bewerking door erop te wijzen dat bij de instructie van het vertellen steeds wordt gewezen op een aantal aspecten van het vertellen, zoals die door W. G. van de Hulst onder de aandacht gebracht zijn in het genoemde boek.

In deze tijd worden via stencils en kopieën gedeelten van het boek verstrekt aan pabo-studenten, vrijwilligers in het kerkelijk jeugdwerk, aan zondagsschoolmedewerkers om het te lezen, te bestuderen en in de praktijk te realiseren. Is dit dan een reden om een dergelijk boek te gaan bewerken? Is er dan geen hedendaagse literatuur op de markt om geïnstrueerd te worden hoe je het best kinderen verhalen, in casu bijbelverhalen kunt vertellen?

Eerbied

Het was voor mijzelf al weer jaren geleden dat ik het boekje van Van de Hulst had gelezen. Nieuwsgierig geworden ben ik met veel interesse er weer eens ingedoken en laat ik meteen alle twijfel maar wegnemen: Kole heeft gelijk.als hij zegt dat het boek goed leest, weinig instructie vraagt, zodat het uitnemend geschikt is om zomaar door te lezen. Het boek bestaat uit een aantal hoofdstukken theorie en sluit af met drie praktijkvoorbeelden. De theorie van het vertellen wordt dan praktisch vertaald.

In een recensie kun je niet te diep ingaan op de inhoud. Een paar belangrijke punten wil ik echter noemen. Wat mij in het hele boek opvalt, is de eerbied die het boek van Van de Hulst uitstraalt ten aanzien van het vertellen van bijbelse verhalen. Pagina 13 en 14: „Het eigenlijke doel van ons werk is, hoe goed en mooi al deze dingen ook zijn mogen, toch om met de kinderen eerbiedig te luisteren naar de boodschap van de Heere God zoals die in de bijbel door God Zelf geopenbaard, bekend gemaakt is. Met het doel? Dat wij en onze kinder^ft geloven datjezus is de Christus, de Zoon van God; opdat gij gelovende het leven hebt in Zijn Naam (Johannes 20:31)". Hij maakt een wezenlijk onderscheid tussen het vertellen van verhalen en het vertellen van bijbelse verhalen. Fantasie is toegestaan bij algemene vertellingen. Bij bijbelvertellingen laat hij er geen ruimte voor en terecht.

Belevingswereld

Het tweede wat opvalt is dat het boek kernachtig inspeelt op de belevingswereld van het kind. Vertellen is niet een aaneenrijging van feiten die plaatsgevonden hebben of plaatsvinden, maar het kind in verbeelding laten zien wat er gebeurd is of plaatsvindt. Vertellen, zegt hij, is een ander iets laten zien en hij citeert hierbij een oud Chinees spreekwoord dat zegt: „Bij het luisteren krijgen de oren ogen". Later zegt hij: „We zouden het ook zo kunnen zeggen: als het hart de dingen ziet, vindt de mond de woorden wel".

Om kinderen iets te laten zien, wijst Van de Hulst erop dat de verteller eerst de geschiedenis zelf moet „zien". Hij wijst er in dit verband dan ook op dat het voorbereiden van een vertelling niet alleen is je de nodige informatie eigen maken, maar ook het gebeurde op jezelf in laten werken zodat je het verhaal zelf beleeft, zelf ziet. Dan pas is de mogelijkheid tot overdracht er.

Belangrijk is ook zijn opmerking dat een vertelling niet gevolgd mag worden door een "preek". De boodschap moet in de vertelling verweven zijn. „Geen zout na het eten van de aardappelen, maar in de aardappelen". Van de Hulst waarschuwt nog voor een dosis sentimentaliteit in de vertelling. Hij wijst dit af en mijns inziens terecht: Vertellen mag nooit een manipuleren van gevoelens van kinderen worden.

In hoofdstuk zes gaat hij via twaalf verschillende onderwerpen in op hoe vertellen niet zou moeten en vanuit dat "hoe het niet moet" trekt hij conclusies naar hoe het wel gedaan zou moeten worden. Alle punten die hij hier noemt hebben mij aangesproken en hoewel de praktijk van alle dag alweer verschillende jaren achter mij ligt, herken ik zijn genoemde verteladviezen. Ze hebben mij in vroege jaren geholpen om aan kinderen boeiende verhalen uit verleden en heden over te cjragen en ik ben ervan overtuigd dat de inhoud van het boek voor het vertellen in deze tijd nog zeer actueel is. De kracht van dit boek is dat Van de Hulst ook rustig op vragen tpn aanzien van de vertelpraktijk „Ik weet het niet" durft te zeggen. Op pagina 44 lees ik: „Dat ligt geheel en al aan de persoon die vertellen zal, ook aan de plaatselijk omstandigheden, soms ook aan de geschiedenis die verteld wordt". In hoofdstuk zeven en acht zet hij nog eens kort enkele praktische punten op een rijtje, waarbij hij in hoofdstuk negen afsluit met de theorie in de praktijk.  Ik beveel het door Kole voortreffelijk bewerkte boek dan ook van harte aan bij allen die onze kinderen iets mogen overdragen.

Drs. G. van Soest is directeur van de protestants-christelijke hogeschool "De Vijverberg" te Ede.

N.a.v. "Het vertellen", door W. G. van de Hulst; bewerkt door drs. I. A. Kole, uitg. Callenbach, Nijkerk, 1989; prijs 14,90 gulden.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 maart 1990

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

Nog steeds W. G. van de Hulst

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 maart 1990

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's