Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De eenzaamheid van Marga Minco

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De eenzaamheid van Marga Minco

„Mijn thema is vaak: de oorlog. Of meer nog: het gevoel alleen te staan in deze wereld"

9 minuten leestijd Arcering uitzetten

,„Een baksteen in een vijvertje, dat was het. En u hebt het gemerkt, na zoveel tijd blijken de kringen nog aanwezig, alsof ze toen op slag bevroren zijn", had hij gezegd". Zo laat Marga Minco een van haar verhaalfiguren de pijnlijke herinneringen aan de oorlog typeren. Het is een typering die ook voor Marga geldingskracht heeft. Hoewel ze steeds verder van de oorlog af komt te staan, blijft de herinnering aan de oorlog haar leven en werk bepalen.

Op 31 maart is het zeventig jaar geleden dat Marga Minco is geboren te Ginneken, een plaatsje vlakbij Breda. Zij groeit op in een orthodox-joods milieu. Haar vader, die in de synagoge van Breda een belangrijke rol speelt, houdt trouw vast aan de joodse godsdienst, maar haar moeder denkt duidelijk liberaler. Marga distantieert zich al heel snel van het joodse geloof: „Ik zelf, ik voelde van kindsbeen af al niets voor die godsdienst". Zij gelooft zelfs niet in het bestaan van God: „Dat heb ik nooit kunnen geloven". Door haar oorlogservaringen voelt ze zich in die overtuiging alleen maar gesterkt.

Na de lagere school bezoekt Marga de Nutsschool voor Meisjes en op achttienjarige leeftijd komt zij als leerlingjournaliste terecht bij De Bredasche Courant. Tijdens werkzaamheden voor deze krant ontmoet zij Bert Voeten, met wie zij kort na de oorlog trouwt. Direct na de capitulatie van Nederland krijgt zij ontslag.

Door de oorlog is ze nergens meer thuis. Eerst logeert ze bij familie jn Assen en Delft, dan komt ze bij familie in Amsterdam terecht, vervolgens belandt ze wegens een lichte vorm van tbc in een ziekenhuis in Utrecht en daarna in een sanatorium te Amersfoort, waar haar ouders inmiddels zijn gaan wonen.

Door de oorlog raakt ze al haar familie kwijt. Tijdens een van de eerste grote razzia's worden-de zus en zwager van Marga, Bettie en Hans, opgepakt en  weggevoerd. Een jaar later is Marga, die met haar ouders in de Sarphatistraat te Amsterdam is gaan wonen, getuige van de dramatische wegvoering van haar vader en moeder. Zelf weet ze nog net op tijd te ontsnappen door het tuinpoortje. Het is een moment in haar leven dat ze moeilijk onder woorden kan brengen. „Dat toeval, dat volstrekte toeval dat je de ramp hebt overleefd. Dat geeft een schuldgevoel dat je niet meer kwijtraakt".

Alleen Marga

Marga duikt onder bij haar broer Dave, die met zijn vrouw Lotte onder een valse naam in Amsterdam is komen wonen. Als zij gedrieën op weg gaan naar Utrecht, bereikt alleen Marga het einddoel, want Dave en Lotte worden gearresteerd en weggevoerd.

De resterende tijd van de oorlog brengt zij door op diverse onderduikadressen en met verschillende, vervalste persoonsbewijzen. Aan een van deze persoonsbewijzen heeft zij de naam 'Marga' ontleend, die voorgoed haar oorspronkelijke voornaam 'Sara' naar de achtergrond verdringt.

Marga betrekt in 1944 samen met Bert Voeten en enkele andere onderduikers een leegstaand huis aan de Kloveniersburgwal in Amsterdam. Na de bevrijding blijkt dat van het gezin Minco alleen Marga is overgebleven. „Die onbeschrijflijke dreun op je hoofd aa de bevrijding. In de oorlog was er nog toekomst, je wist het niet precies. Als mensen vertelden over gaskamers en verbrandingsovens, dan werd je kwaad dat ze dat zo maar durfden te zeggen. Dat is niet zo, dat kan niet, dacht je. Toen kwamen de officiële berichten... dan en dan in Sobibor vergast. De naam, de datum, de plaats, maar in de stad zag ik ze lopen".

Naoorlogse situatie

Haar eerste werk, "Het bittere kruid", dat ze na enkele losse verhalen schrijft, ziet pas in 1957 het licht. Vervolgens verschijnen van haar de verhalenbundel "De andere kant" (1959), "Een leeg huis" (1966), een uitgebreidere versie van de verhalenbundel onder de titel "Verzamelde verhalen" (1982), "De val" (1983) en ten slotte "De glazen brug" (1986).

De Tweede Wereldoorlog is van grote invloed geweest op het leef- en denkklimaat van de periode daarna. De naoorlogse wereld is een wereld zonder God, een wereld zonder zekerheden en een wereld waarin de absolute zinloosheid van het bestaan wordt ervaren. De schrijvers Jean-Paul Sartre en Albert Camus publiceren na de oorlog hun belangrijkste werk, waarin zij de mens beschrijven in de leegte van zijn bestaan. Het leven is 'absurd', dat wil zeggen het is niet te herleiden, niet meer in een zinvol verband te plaatsen. Het 'waarom' van het 'er-zijn' kan niet nader worden aangetoond. Alle dingen zijn er, omdat ze er zijn. Sartre zegt: „De toevalligheid is essentieel". De mens is teruggeworpen op zichzelf en moet in de eenzaamheid kiezen.

De naoorlogse mens moet vanuit eigen verantwoordelijkheid zijn eigen, persoonlijke normen en waarden bepalen. De naoorlogse schrijver begint met zelfonderzoek: „Wie ben ik?"

In dit kader past ook Marga Minco. De noties zinloosheid, toevalligheid, eenzaamheid, de leegte en het zoeken naar eigen identiteit zijn in haar werken aanwezig. Daarbij moet wel aangetekend worden dat zij het moderne levensgevoel niet in zijn meest extreme vorm naar voren laat komen. Er is duidelijk sprake van een ingehouden en sobere vertolking van de levensvisie van de moderne mens.

Thematiek

De oorlogservaringen hebben het werk van Marga Minco beïnvloed. „Het is een feit dat die jaren me helder voor ogen staan, waardoor wat ik vóór de oorlog heb meegemaakt, en na de oorlog, op de achtergrond is geraakt. De oorlog heeft me geestelijk en fysiek aangegrepen. Ik kan er niet omheen. Ook als ik over iets anders wil schrijven, sluipt die oorlog soms het verhaal weer binnen". Enkele verhalen uit "De andere kant" wijken af van dit patroon. Typerend is in dit verband de titel van het openingsverhaal: "Iets anders". Het gaat over een vrouw die een winkeldiefstal pleegt uit verveling: haar man heeft geen aandacht voor haar en de buitenechtelijke relatie met een zakenman is voorbij. Ze heeft moeite de tijd te vullen, want na het verhoor op het politiebureau denkt ze: „Deze middag is om".

Marga zegt over de thematiek in haar werk het volgende (..) Iedere schrijver heeft nu eenmaal zijn thema, en mijn thema is vaak: de oorlog. Óf meer nog: de vereenzaming. Het gevoel alleen te staan in deze wereld".

Op grond van de inhoud is wat de thematiek betreft de volgende indeling te maken: "Het bittere kruid" is een novelle van de oorlog, "Een leeg huis" is de roman van de eenzaamheid en leegte, "De val" is de novelle van het toeval en "De glazen brug" is de novelle van de zoektocht naar de identiteit. Deze indeling houdt niet in dat een thema niet aan de orde kan komen in andere werken van Marga, maar wel dat het thematisch accent in dat desbetreffende boek te vinden is.

Het bittere kruid

Marga debuteert met "Het bittere kruid", een novelle die in eenvoudige en sobere bewoordingen haar oorlogsrelaas bevat. Na twaalf jaar heeft zij zoveel distantie van de oorlogservaringen genomen, dat zij er over kan schrijven. Overigens moet het autobiografische element in dit werk, maar ook in alle andere werken, niet overschat worden. „De werkelijkheid en mijn verhalen, dat zijn twee verschillende dingen".

Het verhaal wordt niet onderbroken door flash-backs en ademt een sfeer van hoop op de toekomst: „Er staan nog deuren genoeg voor ons open', meende Dave. De stijl is evenals in haar  andere werken sober, gereserveerd en suggererend.

Eenzaamheid

"Een leeg huis" beschrijft de periode direct na de oorlog. Volgens drie verschillende data is het boek chronologisch ingedeeld. Sepha, de ik-figuur in het boek, komt tijdens het liften Yona tegen. Beide joodse meisjes, die hun familie in de oorlog verloren hebben, zijn uit Friesland op weg naar Amsterdam.

Sepha en Yona vinden lege huizen en huizen die achter de gevels in puin liggen. Zij hebben niets meer. Er is geen menselijk of geestelijk houvast meer, zij zijn op zichzelf aangewezen.

Sepha zoekt haar eenzaamheid te boven te komen door een relatie met Mark, met wie zij in de oorlog op hetzelfde onderduikadres zat. Verder heeft zij wat vluchtige relaties, maar zij blijft eenzaam, de wereld blijft leeg. Met Yona loopt het dramatisch af. Aanvankelijk lijkt het erop dat zij de leegte in haar leven kan vullen, want zij werkt halve dagen bij de Stichting '40-'45. Zij is echter niet in staat een wezenlijke relatie op te bouwen. De eenzaamheid leidt tot de ondergang. Als klein kind was ze bijna uit een rijdende trein gevallen, maar vijfjaar na de oorlog, vrijdag 21 april 1950, laat ze zich uit de trein vallen in de leegte. Ze is op slag dood.

Over de titel zegt Marga: „De titel van mijn boek is de leegte toegeven. Die leegte is natuurlijk niet alleen in het huis maar ook in de mens zelf. Je staat in een vacuüm. Het vervreemdingsproces moeten doormaken, dat is het".

Opvallend is dat de flash-backs in de tegenwoordige tijd zijn geschreven en het heden is weergegeven in de verleden tijd. Met dit vormprocédé heeft Marga Minco gepoogd het verleden als het ware te integreren in het heden. Ten slotte proberen haar romanpersonages door het verleden de zin van het heden te zoeken.

Toeval

Marga Minco schrijft "De val" naar aanleiding van een tienregelig kranteberichtje. De 93-jarige joodse vrouw Wilhelmina Boas-Valkestein, de schoonmoeder van Lotte, valt in een geopende stadsverwarmingsput. Ze verbrandt levend. Marga heeft deze gebeurtenis omgewerkt tot het 'verhaal van het toeval'.

In het verhaal speelt de oude joodse mevrouw Frieda Borgstein de hoofdrol. Op 21 april 1942 wordt haar gezin, dat mee zal gaan met een man uit de illegaliteit richting Zwitserland, weggevoerd door de Duitsers. Zij blijft achter, omdat zij net te laat naar beneden komt en van de trap valt. Toeval heeft haar leven gespaard.

Frieda leeft verder met de herinnering aan haar gezin. Toeval maakt echter veertig jaar later een einde aan haar leven: enkele gemeentewerklui verzuimen een veiligheidshek te plaatsen bij open put van de stadsverwarming, zodat zij erin valt en verdrinkt.

Toeval is in dit boek de leidende factor. Het is volgens de schrijfster ook de bepalende factor geweest in haar eigen leven. „Ik ben erg sterk gaan geloven in het toeval. Een deur binnengaan of niet —bepaalt je leven— beslist over leven en dood. Ik had net zo goed vergast kunnen zijn; het is maar een klein verschil".

In het leven van Marga is geen plaats voor God en daarom ook geen plaats voor de leidingen van God in het leven van een mens. "De val" vormt de ontkenning van Gods Woord: „Het lot wordt in de schoot geworpen, maar het gehele beleid daarvan is van de HEERE" (Spreuken 16:33). "De val" ontkent helaas de gehele Schrift. Hierin profileert zich de moderne, eenzame mens, die op zoek is naar zijn eigen identiteit. Die zoektocht geeft Marga gestalte in "De glazen brug".

Drs. P. A. Zevenbergen is docent Nederlands aan de Guido de Brèsscholengemeenschap te Rotterdam.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 maart 1990

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

De eenzaamheid van Marga Minco

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 maart 1990

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's