Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Zwaluw als zomerbode óf nieuwe lente en oud geluid?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zwaluw als zomerbode óf nieuwe lente en oud geluid?

Knol en Schipper in Werkmans serie poëziebundels

5 minuten leestijd Arcering uitzetten

Men weet het: "Eén zwaluw maakt nog geen zomer". Maar dezer dagen kwamen er twee tegelijk boekhandel Donner in Rotterdam binnenfladderen, losgelaten door Hans Werkman en Merweboek-uitgever Kees Bezemer te Sliedrecht. Of zij voor nieuwe geluiden zorgen in deze nieuwe lente? Dat is nog maar de vraag, want de verzen van Anne Schipper in "Kamers en suite" en van Henk Knol in "Toch maar de tuin geruimd" zijn op z'n minst voor een deel al eerder gepubliceerd. Van beide dichters is dit boekje wel hun heuse debuutbundel.

MONDSCHEIN-SONATE

De tonen van het adagio klinken

door de koele kamer,

als regen die van bladeren en takken drupt

in de strakke vijver van de avond.

Maanlicht vervloeit in glansplassen

op de vleugel waaruit akkoorden lekken.

Tot een gefluisterde troost verstillend

voert de melodie langs eindeloze

oevers van waken en dromen.

De muziek zwelt aan:

in het matte licht bewegen plots

je handen als geschrokken nachtvlinders over het klavier.

Alles stroomt, niets is blijvend;

onzegbaar verdriet

dat naklinkt op weggolvende klanken.

Vreemd stil blijft de kamer achter,

als een park na een regenbui

waaruit zware geuren

doordringend opstijgen.

------------------------------------------------------

De voorhistorie is al bekend. Werkman gaat als (enig) redacteur, een reeks poëziebundels uitgeven bij Merweboek in Sliedrecht. Uitgever is de neerlandicus Kees Bezemer, die naast zijn bescheiden algemeen fonds (waaronder ook theologie) uit idealisme de serie wil starten, hoewel er commercieel weinig aan te beleven valt. De Zwaluwreeks —met voorlopig twee verschenen titels en twee in voorbereiding, in oplagen van 750 exemplaren— moet het voor een deel hebben van sponsoring en subsidies.

Geen Woordwerk-reeks

Hoewel de namen van de meeste betrokkenen van dit moment nauw verbonden zijn met Woordwerk en/of Schrijvenderwijs, neemt de vormgever van de bundels èn van Woordwerk, Steven van der Gaauw, het me zeer kwalijk dat ik voorzichtig suggereerde dat er zo sprake kan zijn van belangen-verstrengeling alias vriendjespolitiek of kliekvorming. Die termen heb ik overigens niet gebezigd. Maar Schipper, Van der Gaauw, Knol, Werkman en Hennie Roth (van de volgende Zwaluwbundel, "Papieren schouders") hebben allen iets of veel met Woordwerk...

Ondertussen betoogde Werkman bij de presentatie van 'zijn' literaire coryfeeën dat in de Zwaluwreeks ook de kwaliteitsvolle streekdichter aan bod kan komen, zonder dat nu zijn poëzie per se christelijk moet heten. En bundel 4, "Hard wegwandelen" van Jan de Bas, zal verzen a la Cees Buddingh' bevatten,' "light verse" aan de christelijke rand. De bundels van Roth en De Bas zullen in september tijdens de beurs van het Chr. Lektuur Kontakt worden aangeboden.

Bijbelse heelden
Zal Werkman met zijn Zwaluwreeks de Windroos van Ad den Besten opvolgen? Of de Zilverdistelserie? Wij geven hem graag het voordeel van de twijfel. Ik vraag me af of zo'n poëziereeks, al of niet met sponsors, haalbaar is. De formule is, ondanks het door Werkman aan Psalm 84 en Psalm 38 ontleende beeld van de zwaluw, zó breed dat de reeks niet direct echt herkenbaar lijkt te worden. Liever zou ik ook zo'n opzet niet in handen van één redacteur zien, maar van een commissie van redactie. En als ik de hoge stapels poëziebundels bij De Slegte en ramsj-boekhandels zie, kan ik de uitgever alleen veel sterkte toewensen en zijn moed prijzen. Want het initiatief is wel de moeite waard.

-----------------------------------------------------------------------

EEN WEEKEND

Tegen vieren vrijdagmiddag krimpt de lucht

uiteen. Het is gebeurd, eindelijk vrij.

Het wordt een stille zaterdag, haast doods

van achterhaalde rust. Toch maar de tuin geruimd,

oud blad als voedsel door de grond geharkt

De lucht is droog en helder, om het vriespunt.

Een nieuwe maan; windsels van wolken drijven los.

Vroeg opgestaan. Het was voorspeld, geen zotteklap:

een sjerp van bloeiend hout, twijgen met blad als

jonge, kleverig gevouwen vleugels en takken breken

bloot tot op hun donzig merg. De tegels van het 

voetpad zijn met krijtjes vast door kinderen bijgekleurd.

De eerste dag. Een antilichaam in de woekering van tijd;

de klok kan zeventig maal zeven keer vooruit.

--------------------------------------------------------------------------------

Dat vond ook de oud-staatssecretaris van onderwijs drs. K. de Jong Ozn, die de twee exemplaren in een nogal ongelukkige ambiance in zijn handen gestopt kreeg. De Jong heef er verstand van. Sinds kort heeft hij ook gedebuteerd als dichter Klaas de Jong met de bij Kok verschenen bundel "Even ritselt het papier". Bovendien is hij vader van de romanschrijver Oek de Jong en neerlandicus, dus de aangewezen man voor een oordeel over "Kamers en suite" van Anne Schippers en "Toch maar de tuin geruimd" van Henk Knol.

Tegen gemaks-poëzie

De Jong keerde zich tegen de te gemakkelijke christelijke verskunst van sommigen „die altijd weer lot en God, zorgen en morgen, met elkaar laten rijmen en die God als aspirine voor alle kwalen aanprijzen. Dat gemakkelijke en oppervlakkige christendom en die poëzie wijs ik af". De bundels van Schipper en Knol las hij wèl graag: „Er moet spanning en verrassing en groei in taal in zitten. In onze nuttigheidstijd is er te veel jachtig en scheef lezen". De Jong pleit weer voor een goede leescultuur, ook een christelijke. Maar hij keerde zich zowel tegen conservatisme en gettovorming als tegen de secularisatie. De dichter moet bewust zijn (christelijke en andere) thema's kiezen, maar wèl midden in de samenleving blijven staan.

Na de presentatie lazen Knol (1955) en Schipper (1957) voor uit eigen werk. Knol liet vooral zijn verzen Spreken. De titel van de bundel is ontleend aan zijn gedicht "Een weekend", met een duidelijke verwijzing naar Goede Vrijdag en Pasen. Schipper hield een nogal opgeblazen betoogje, waarin hij zijn titel ver- . geleek met Plato's Parabel van de Grot. „Wie dit ziet en dit verhaal kent, heeft de sleutel tot mijn poëtica", zo sprak deze debutant die aan de hand van een vers over zijn favoriete muziekstuk, Beethovens "Mondschein-Sonate", bescheiden opmerkte dat bij hem zoals in die compositie sprake is van „een samenvloeien van filosofie en poëzie". Dat zal wel, ja. Binnenkort hoop ik bij deze en andere verzenbundels uit het christelijke kamp breder stil te staan.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 maart 1990

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

Zwaluw als zomerbode óf nieuwe lente en oud geluid?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 maart 1990

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's