Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Graanprijzen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Graanprijzen

4 minuten leestijd Arcering uitzetten

Dezer dagen zullen de landbouwministers van de twaalf EGlanden waarschijnlijk de landbouwprijzen voor 1990/1991 vaststellen. Maar wat de uitkomst daarvan ook zal zijn, ze zullen de Nederlandse graanboeren niet uit hun benarde situatie halen.

De maatregelen van 1988, die geleid hebben tot de daling van de graanprijzen in de laatste jaren, zijn genomen door de regeringsleiders van de twaalf landen en niet door de landbouwministers. Het ligt dan ook niet binnen het bereik van deze ministers om de afspraken van 1988 ongedaan te maken.

Ingrijpende maatregelen waren in de tweede helft van de jaren tachtig noodzakelijk omdat de landbouwuitgaven van de EG onbeheersbaar werden. Niet zozeer ten gevolge van de prijzen die de boeren voor hun graan en melk betaald kregen, maar vanwege de overproduktie. Doordat de jaarlijkse produktiviteitsstijging in de landbouw de consumptiegroei met 1 a 2 procetnt overtreft, kwam een steeds groter deel van de produktie in de voorraden terecht. En deze konden alleen tegen lage prijzen op de wereldmarkt worden afgezet.

Dit was te meer een probleem omdat er op de wereldmarkt méér aanbieders zijn die met het probleem van overproduktie te kampen hebben. Dit leidde tot geweldige financiële verliezen voor de EG. Van een totale produktie van ongeveer 160 miljoen ton graan moet ongeveer 15 h. 20 miljoen ton buiten de EG worden afgezet. Wanneer de graanverbouwer zeg 45 cent per kilogram ontvangt en de wereldmarktprijs 20 cent bedraagt, moet bij deze export uit de EG-middelen vier a vijf miljard gulden worden bijgepast. De kern van het probleem is dus het produktie-overschot. Dat drukt de wereldmarktprijzen omlaag.

Quota

In de zuivelsector heeft men binnen de EG een produktievermindering-weten te bereiken door invoering van de zogenaamde quota. Elk land en iedere melkveehouder krijgt voor de hem toegewezen hoeveelheid melk een vastgestelde prijs. Komt hij daarboven, dan wordt hij voor, zijn overproduktie afgestraft doordat hij een superheffing moet betalen. Voor granen zou zo'n contigenteringssysteem in de praktijk veel moeilijker zijn toe te passen.  Om tot produktievermindering te komen kozen de regeringsleiders in 1988 het instrument van de prijzen. Daartoe stelde men voor de granen een maximum produktievolume vast. Niet per producent of per land, maar voor de hele EG, namelijk 160 miljoen ton. Zou deze grens overschreden worden, dan zou de graanprijs het jaar daarop met 3 procent verlaagd worden. Bovendien nog met 3 procent extra als de produktieoverschrijding 3 procent of meer bedroeg.  De afgelopen jaren heeft dit systeem tot forse prijsverlagingen geleid.  Deze aanpak brengt wel de landbouwuitgaven van de EG naar beneden, maar niet de produktie. Trouwens, hoe kan van zo'n algemeen produktieplafond een prikkel tot produktievermindering uitgaan naar honderdduizenden individuele boeren? Een graanverbouwer in het ene land wordt gestraft met prijsverlaging omdat elders in de EG geen produktiebeperking heeft plaatsgevonden.  Natuurlijk zal een lagere graanprijs de produktie van andere gewassen bevorderen. Maar ook daarin dreigen dan scherpe prijsdalingen. De graanprijs vervult in dat opzicht een spilfunctie. Bovendien is het voor sommige graantelers -in ons land in Groningen en Zeeland- wegens de kwaliteit van de grond niet mogelijk op andere gewassen over te schakelen. Voor hen is daardoor het water tot aan de lippen gekomen.  Als door de landbouwministers in de prijzensector wat verzachtende maatregelen genomen zijn, is dat toe te juichen. Maar die betreffen de korte termijn. De dreiging van koude sanering als gevolg Van de maatregelen van 1988 -die (tenzij alsnog gewijzigd) voor de periode tot 1992 van kracht zijn is daarmee niet afgewend. Daarvoor is het nodig tot een beter evenwicht tussen vraag en aanbod te komen. Daarin ligt de sleutel voor de bescherming van de inkomenspositie van de boeren en herstel van de prijzen. Maar dat vraagt afspraken in internationaal verband en tijd voor aanpassingen van de bedrijven en de ontwikkeling van nieuwe teelten en produkttoepassingen. Met in de tussenperiode een program van braaklegging. Op die wijze kan aan de graantelers weer een perspectief worden geboden. En dat is dringend noodzakelijk.

Ir. L. van der Waal heeft namens SGP, GPV en RPF zitting in het Europees Parlement

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 maart 1990

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

Graanprijzen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 maart 1990

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's